Tag Archief van: 8WEEKLY

opening nijntje museum
Kunst / Interview
special:
opening nijntje museum

Spelen en leren in het nijntje museum

6 februari vond de opening plaats van het kersverse en prachtig vormgegeven nijntje museum. De welbekende tekeningen van de bedenker zelf staan uiteraard centraal.

Het voormalig Dick Bruna-huis aan de Agnietenstraat (Utrecht) is grondig verbouwd en heringericht met tien themaruimten waar peuters en kleuters spelenderwijs de wereld van nijntje kunnen ontdekken. “Al met al heeft de verbouwing slechts een half jaar geduurd, maar voor een kind van twee is dat een eeuwigheid,” zegt curator Yolanda van den Berg van het museum.

Uniek

Bij de opening waren ongeveer driehonderd bezoekers aanwezig. Van den Berg hoopt (en verwacht) dat het kindermuseum een groot succes gaat worden: “Nijntje is over de hele wereld natuurlijk erg populair en er is weinig museumaanbod voor deze doelgroep. Het is ook uniek: zo’n museum op deze schaal voor kinderen. Op de sociale media heb ik al gelezen dat mensen er heel blij mee zijn.” Het ‘stukgespeelde’ Dick Bruna-Huis was na acht jaar aan een verbouwing toe, maar er was nog een belangrijke reden om te renoveren. “Veel mensen vonden het huis van nijntje het leukste van het Dick Bruna-Huis, maar in het gastenboek vroegen ze vaak: waar is nijntje zelf?”

Confucius

Meteen na binnenkomst treft de bezoeker het huis van nijntje. Verderop in het gerenoveerde gebouw is er onder andere ruimte voor een bos, een dierentuin en een museum. In een leerrijke omgeving kunnen de kinderen zelf op onderzoek gaan: “Samen met nijntje ontdekken ze hun eigen wereld. Ze doen ervaringen op, zodat ze later, als ze in een vergelijkbare situatie komen, weten hoe ze moeten handelen. Uit herkenning kunnen kinderen ervaren. Confucius zei het al: ‘Als je het me vertelt vergeet ik het, als je me het laat zien onthoud ik het, maar als je het me laat doen begrijp ik het.'”

Imiteren

In het museum is er voor de peuters en kleuters ook de mogelijkheid om te koken, tuinieren, timmeren en is er op de plek waar vroeger het krankzinnigengesticht zat een heuse dokterskamer. “Kinderen kunnen doen wat ze het liefste doen: volwassenen imiteren.” Ook mogen ze aan de slag met taalspelletjes, en is er ruimte om te knutselen en te tekenen. Een zaal staat in het teken van het verkeer: kleuters worden er op speelse wijze wegwijs gemaakt over treinen, verkeersborden en verkeerslichten. In een stilstaande kinderauto zien ze zichzelf op een schermpje rijden over de Oudegracht, maar wel pas nadat ze de riem hebben vastgemaakt.

Enthousiast

De inmiddels 88-jarige Dick Bruna is zelf nog niet in de gelegenheid geweest om het museum te bezichtigen. Wel is er een levensgrote afbeelding te zien van de bedenker van nijntje, werkend aan een nieuw kinderboekje. Van den Berg betwijfelt of Dick Bruna zelf, die enkele jaren geleden stopte met tekenen, het museum nog gaat bezichtigen: “Zijn kinderen en kleinkinderen zijn hier wel al op bezoek geweest, en die gaan hem ongetwijfeld enthousiaste verhalen vertellen.”

 

opening nijntje museum
Kunst / Interview
special:
opening nijntje museum

Spelen en leren in het nijntje museum

6 februari vond de opening plaats van het kersverse en prachtig vormgegeven nijntje museum. De welbekende tekeningen van de bedenker zelf staan uiteraard centraal.

Het voormalig Dick Bruna-huis aan de Agnietenstraat (Utrecht) is grondig verbouwd en heringericht met tien themaruimten waar peuters en kleuters spelenderwijs de wereld van nijntje kunnen ontdekken. “Al met al heeft de verbouwing slechts een half jaar geduurd, maar voor een kind van twee is dat een eeuwigheid,” zegt curator Yolanda van den Berg van het museum.

Uniek

Bij de opening waren ongeveer driehonderd bezoekers aanwezig. Van den Berg hoopt (en verwacht) dat het kindermuseum een groot succes gaat worden: “Nijntje is over de hele wereld natuurlijk erg populair en er is weinig museumaanbod voor deze doelgroep. Het is ook uniek: zo’n museum op deze schaal voor kinderen. Op de sociale media heb ik al gelezen dat mensen er heel blij mee zijn.” Het ‘stukgespeelde’ Dick Bruna-Huis was na acht jaar aan een verbouwing toe, maar er was nog een belangrijke reden om te renoveren. “Veel mensen vonden het huis van nijntje het leukste van het Dick Bruna-Huis, maar in het gastenboek vroegen ze vaak: waar is nijntje zelf?”

Confucius

Meteen na binnenkomst treft de bezoeker het huis van nijntje. Verderop in het gerenoveerde gebouw is er onder andere ruimte voor een bos, een dierentuin en een museum. In een leerrijke omgeving kunnen de kinderen zelf op onderzoek gaan: “Samen met nijntje ontdekken ze hun eigen wereld. Ze doen ervaringen op, zodat ze later, als ze in een vergelijkbare situatie komen, weten hoe ze moeten handelen. Uit herkenning kunnen kinderen ervaren. Confucius zei het al: ‘Als je het me vertelt vergeet ik het, als je me het laat zien onthoud ik het, maar als je het me laat doen begrijp ik het.'”

Imiteren

In het museum is er voor de peuters en kleuters ook de mogelijkheid om te koken, tuinieren, timmeren en is er op de plek waar vroeger het krankzinnigengesticht zat een heuse dokterskamer. “Kinderen kunnen doen wat ze het liefste doen: volwassenen imiteren.” Ook mogen ze aan de slag met taalspelletjes, en is er ruimte om te knutselen en te tekenen. Een zaal staat in het teken van het verkeer: kleuters worden er op speelse wijze wegwijs gemaakt over treinen, verkeersborden en verkeerslichten. In een stilstaande kinderauto zien ze zichzelf op een schermpje rijden over de Oudegracht, maar wel pas nadat ze de riem hebben vastgemaakt.

Enthousiast

De inmiddels 88-jarige Dick Bruna is zelf nog niet in de gelegenheid geweest om het museum te bezichtigen. Wel is er een levensgrote afbeelding te zien van de bedenker van nijntje, werkend aan een nieuw kinderboekje. Van den Berg betwijfelt of Dick Bruna zelf, die enkele jaren geleden stopte met tekenen, het museum nog gaat bezichtigen: “Zijn kinderen en kleinkinderen zijn hier wel al op bezoek geweest, en die gaan hem ongetwijfeld enthousiaste verhalen vertellen.”

 

Hyena Stomp, Frank Stella, Kunstwerk
Muziek / Achtergrond
special: Het ervaren van oneindigheid
Hyena Stomp, Frank Stella, Kunstwerk

Muziek als object

In het artikel Art and Objecthood (1967) bekritiseert Michael Fried het idee dat minimalistische kunst – hij noemt het ‘literalist art’- een echte kunstvorm is. Wat kan dan gedefinieerd worden als ‘literalist art’?

Volgens muziekhistoricus en -criticus Richard Taruskin was minimalistische kunst oorspronkelijk een reactie op de complexe, dichte, onregelmatige en expressieve intensiteit van het naoorlogse expressionisme, dat doordachte interpretatie vereiste. Daarom werden korte, simpele muziekstukken gecomponeerd die vaak repetitieve patronen bevatten van simpele elementen. Minimalistische schilderkunst kenmerkte zich door het veelvuldige gebruik van rechte lijnen en stroken van heldere kleuren (zoals bij werk van Mondriaan, of Frank Stella’s Hyena Stomp, hierboven). Kunst moest begrepen worden als spel tussen vorm en kleuren, niet als een expressie van gevoelens. Wat muziek betreft: Minimalistische componisten kozen ervoor om de hoeveelheid materiaal tot een minimum te beperken, in plaats van de luisteraar te overdonderen met onbekend materiaal en snel veranderende muzikale landschappen. Bovendien werd het tempo van muzikale verandering dramatisch gereduceerd, zodat de luisteraars zich konden focussen op de veranderingen die zich wel voordeden.

Kubus, David Smith, kunstwerk

David Smith, Kubus

Veel critici waarderen minimalistische muziek niet vanwege de herhalingen, herhalingen en herhalingen. De ontwikkeling van variaties door trage veranderingen, kan tot zeeeer laaaange muziekstukken leiden en kan daarmee een gevoel van oneindigheid oproepen. Een kunstwerk, in dit geval een muziekstuk, wordt daarmee onuitputtelijk: het voelt alsof het einde nooit in zicht komt. Het ervaren van oneindigheid is een van de belangrijkste kenmerken van ‘literalist art’, hoewel dit op het eerste gezicht contra-intuïtief lijkt. De duur van een objectervaring is uiteraard tijdelijk, omdat het object bestaat op een bepaalde plaats en in een bepaalde ruimte. Bij het aanschouwen van zo’n object krijgen we het gevoel van oneindigheid en onmeetbaarheid. (Fried noemt in zijn artikel het voorbeeld van de kubusbeelden door David Smith en Anthony Caro, zie afbeeldingen).

Minimalistische muziek

Kunstwerk, Cube, Anthony Caro

Anthony Caro, Cube

Hoe zijn Frieds veronderstellingen specifiek toe te passen op minimalistische muziek? Als voorbeeld kunnen we Terry Riley’s In C (1964) nemen. Elk instrument speelt dezelfde partij, waardoor het muziekstuk unisono begint met een begeleidende piano als metronoom. Het muziekstuk bestaat uit 53 korte frases en elke muzikant mag voor zichzelf kiezen hoe vaak een frase wordt gespeeld. Na tien minuten spelen de muzikanten niet meer synchroon en klinkt alles door elkaar heen, ondanks dat iedereen nog steeds dezelfde frases speelt. Als je goed luistert, hoor je nog steeds kleine veranderingen. Juist deze kleine veranderingen zijn de sleutel in de luisterervaring. Zij maken de ervaring echt en creëren theatraliteit (‘theatricality’).

Er moet hierin wel een onderscheid gemaakt worden tussen geluid als object en een muziekstuk als object. We kunnen Frieds gedachten over driedimensionaliteit en ruimte gebruiken als we over geluid discussiëren, maar als we ons op muziek focussen zijn deze termen nagenoeg niet toepasbaar. Noties over volmaaktheid, leegheid en vorm (in de breedtste zin van het woord) zijn veel beter geschikt. De vorm in het bovenstaande voorbeeld is juist die structuur van langzame, uniforme verandering. Op een zekere manier draagt de voorspelbaarheid van het minimalistische muziekstuk bij aan de volmaaktheid van het kunstwerk. Al luisterend hoeven we niet elk nieuw aspect als nieuwe ontwikkeling te zien, maar juist als een ander perspectief van waaruit we het object kunnen bekijken. De volmaaktheid van het muziekstuk komt voort uit het langzaam één worden van de verschillende onderdelen.

Volgens componist Kyle Gann was de komst van de minimalistische stijl voorspelbaar, omdat de ontwikkeling van het modernisme complexiteit tot een onoverbrugbaar extreem had gedreven, waardoor een verschuiving naar simpelheid onvermijdelijk was. Zoals ik heb laten zien kan de luisterervaring van muziek er een zijn van oneeeeeeindigheid. De muziek klinkt echter niet zo simpel als zij is door het proces van fraseverschuivingen die de ervaring blijven aansturen, net zoals een cirkelredenering werkt, omdat een cirkelredenering zo werkt.

Bronnen:

Taruskin, Richard. “Minimalism and Postminimalism” A History of Western Music, Eight Edition. New York/London: W.W. Norton & Company, 2010. 969-975.

Fried, Michael. “Art and Objecthood,” Art and Objecthood: Essays and Reviews. Chicago: University of Chicago Press, 1998. 148-172.

Gann, Kyle (2003), Making Marx in the Music: A HyperHistory of New Music and Politics. Web. 5 March 2013.

Riley, Terry. In C. 1964.

Muziek / Concert

Memorabel

recensie: Colin Blunstone @ De Blauwe Kei Veghel, 11 februari 2016

Colin Blunstone viert zijn ruim vijftigjarig jubileum als “recording artist” met een tournee waarbij hij put uit zijn rijke verleden als artiest. Een dwarsdoorsnede uit zijn solowerk en werk met anderen is dan ook het menu dat hij ons voorschotelt.

De inmiddels zeventigjarige Blunstone debuteerde als tiener in The Zombies, waarmee hij hits scoorde als als ‘She’s Not There’ en ‘Time Of The Season’. Die oude nummers passeren ook vanavond de revue en ‘She’s Not There’ wordt door Blunstone aangekondigd als het nummer dat zijn leven totaal veranderde; het nummer dat van hem een rockster maakte.

Authentieke verhalen

Zoals aangekondigd door Theater De Blauwe Kei zal de avond uit twee sets bestaan. De grote zaal is voor tweederde gevuld met Blunstone-fans. Hun gemiddelde leeftijd is redelijk hoog, wat niet raar is als je kijkt hoe lang de legende al in het vak zit, maar er lopen toch ook wat jongere fans rond.
De eerste set gaat stevig van start. Even wordt de gitarist geplaagd door het te lage volume van zijn instrument in de mix en Blunstone moet even wennen aan de afstand die hij tot de microfoon moet houden. Maar als we ‘I Don’t Believe In Miracles’ hebben gehoord, waarin Blunstone ook feilloos de hoge noten weet te pakken, kunnen de rillingen op rug en hals niet worden onderdrukt. Ja, Colin Blunstone kan het nog steeds! Drie jaar geleden mochten we hem ook nog aanschouwen en we kunnen constateren dat hij vandaag beter bij stem is dan toen.
Sommige liedjes krijgen vandaag een authentiek verhaal mee. Zo ook ‘Wild Places’, een nummer van Duncan Browne, waarvan Blunstone een versie van opnam voor zijn nieuwste soloalbum. Op achttienjarige leeftijd had hij de liedjesschrijver ontmoet, toen deze gitaar speelde in zijn kleedkamer in Berlijn. Blunstone hoorde dit vanaf de gang, maar hij moest bijna een hele fles whisky drinken voordat hij aan durfde te kloppen om Browne te complimenteren met zijn prachtige spel. Als een ode aan dat moment en aan Browne zelf heeft Blunstone dit nummer opgenomen.

Ademloos luisteren

Het mooiste moment van de eerste set is het met louter pianobegeleiding gezongen ‘Though You Are Far Away’, waarin we niet alleen tot rust komen maar ook Blunstone in al zijn essentie kwetsbaar horen zijn. Ook de tweede set bevat zo’n moment: hij opent met een drieluik dat hij vaker aan elkaar zingt en dat nu opnieuw voor kippenvel zorgt. ‘Wonderful’, ‘Beginning’ en ‘Keep The Curtains Closed Today’ maken dat de zaal ademloos luistert om aan het eind in een daverend applaus uit te barsten. De meester laat hierbij even horen dat hij het nog steeds dat bijzondere hese en hoge in zijn stem optimaal kan benutten!
Zijn band staat hem daar waar nodig prima terzijde, waarbij een glansrol vervuld wordt door de gitarist Mnola, die werkelijk virtuoos de snaren beroert. Zowel op elektrische als akoestische gitaren speelt hij gevoelige solo’s, die niet alleen de zaal ontroeren: ook Blunstone zelf geniet zichtbaar van het uitmuntende spel van zijn begeleider.
Aan het einde van de show worden we nog getrakteerd op een aantal grote hits uit zijn lange carrière, waarna Blunstone en zijn band het applaus in ontvangst nemen. Ze worden door de zaalhost gefêteerd met een flesje wijn. Blunstone reageert dankbaar, maar laat zich ook ontvallen dat het natuurlijk gevaarlijk is om wijn te geven aan iemand die in de jaren zeventig bekend stond om zijn excessieve wijngebruik.
Tijdens de toegift ‘Ennismore’ gebruikt hij de gekregen fles wijn om zijn tekst te ondersteunen, waar het drinken van een glaasje wijn in voorkomt. Blunstone laat met zijn band opnieuw een onuitwisbare herinnering achter met deze memorabele avond!

Boeken / Fictie

Een onbenullige student en afgezaagde metaforen

recensie: Hanna Bervoets - Ivanov

Hanna Bervoets heeft een nieuw boek geschreven, Ivanov, en zelfs de Volkskrant is er weg van. 8WEEKLY kan zich hier niet in vinden, het is een vrij voorspelbaar verhaal doorregen van slechte metaforen en dramatische zinsconstructies.

De uitgever beschrijft Bervoets’ boek als ‘een ontluisterende roman over de invloed van cultuur op ethiek en over de grenzen die we trekken om te bepalen wie of wat we zijn’. Dat hier totaal voorbij wordt gegaan aan het feit dat ethiek per definitie beïnvloed wordt door cultuur, wekt gelijk argwaan op. Het geeft direct aan dat van dit boek veel meer gemaakt wordt dan het eigenlijk is.

Weinig verrassingen

Bervoets ontvouwt het verhaal van een hulpeloze student, Felix, die op onverklaarbare wijze verwikkeld raakt in het onderzoek van een merkwaardige academicus, die een experiment van een negentiende-eeuwse Rus wil nadoen. Bervoets heeft hiermee een interessant stukje geschiedenis te pakken, en breit daar in feite een vrij interessante verhaallijn omheen. Maar het wil niet erg lukken. Behalve de onverklaarbare wijze waarop de hoofdpersoon te maken krijgt met het merkwaardige onderzoek, komt niks in het verhaal als een verrassing. Bervoets weet telkens wel wat spanning op te bouwen, maar omdat steeds datgene gebeurt waar je als lezer als eerste aan dacht, raakt de spanning er al gauw vanaf.

Storende beeldspraak

Veel storender dan de inhoud is echter de manier waarop het verhaal geschreven is. Bervoets is bepaald niet vies van beeldspraak, en wel om de pagina. Bovendien gebruikt ze het vaak overdreven dramatisch, zo niet overbodig. Angst beschrijft Bervoets als ‘mieren die tussen schouderbladen omhoog kruipen’, en geheimen worden een paar pagina’s daarvoor beschreven als ‘een zak glimmende edelstenen’. Die vergelijking wordt vervolgens over een hele pagina uitgesmeerd, alsof Bervoets bang is dat we het anders niet begrijpen. Dat gaat zo het hele boek door, wat vrij snel gaat irriteren.

Ook zonder beeldspraak weet Bervoets op onnodig dramatische manier te schrijven. Als Felix een indianentooi heeft gekocht, realiseert hij zich: ‘Ik wilde de indianentooi niet kopen. Gulio wist dat ik de indianentooi niet wilde kopen. Toch kocht ik de indianentooi’. Hier wordt in drie, elkaar op pathetische wijze volgende zinnen, maar weinig gezegd. Bovendien had het makkelijk in een zin gekund.

Intrigerende wetenschappers

Bervoets heeft met Ilya Ivanov, die echt bestaan heeft, en Helena Frank, de fictieve wetenschapper die zijn experiment over wil doen, twee heel intrigerende personen te pakken. Maar de nadruk ligt niet op hen. Ironisch genoeg zijn de passages waarin zij voorkomen wel het best te lezen. De manier waarop Ivanov en Frank hun onderzoek uitvoeren, en het relaas dat Frank erover geeft, roepen prikkelende vragen op. Jammer genoeg moet dit relaas wel worden afgesloten met een afgezaagde metafoor over een schermwedstrijd.

Al met al weet Bervoets’ vijfde roman Ivanov niet erg te boeien, en is haar schrijfstijl eerder vervelend dan vermakelijk. Wat blijft is een gevoel dat er meer in het verhaal zat dan er is uitgehaald.

Muziek / Album

Zeer waardevolle bundel

recensie: Ólafur Arnalds & Nils Frahm - Collaborative Works

Ólafur Arnalds en Nils Frahm, beide bekend om de wijze waarop ze klassieke muziek mengen met onder meer electronica, werkten meermaals samen, met prachtige resultaten. Die zijn nu gebundeld en, samen met een nieuw album, uitgebracht onder de naam Collaborative Works. Een schitterende verzameling muziek van twee uitermate getalenteerde vrienden.

Toch fijn, wanneer artiesten aan ons luistergemak denken. Neem de IJslandse Ólafur Arnalds en de Duitse Nils Frahm, bevriende artiesten die de afgelopen jaren bijzonder fijne, spontane muziek maakten in de vorm van twee losse EP’s en een exclusief verkrijgbaar singletje. Mooi, maar ook duur of lastig te krijgen. Hoe makkelijk zou het dus zijn als ze gebundeld en op een toegankelijke manier zouden worden uitgebracht?

Grotendeels geïmproviseerd

Dat dachten zijzelf ook, want ziedaar: de eerste cd van Collaborative Works. Volgens Arnalds en Frahm zelf is het een “collage van studio-experimenten uit het verleden”; ze benadrukken dat het vooral niet als geheel gezien moet worden. De EP’s Loon (2015) en Stare (2012) en de eveneens uit 2015 afkomstige 7” Life Story / Love and Glory zijn volstrekt losse projecten. Als bonus krijgen we er met de tweede schijf verder Tranz Frendz bij, een volledig nieuw album. Liefhebbers van de heren weten nu genoeg: dit is een zeer waardevolle bundel.

Alle drie de nummers op cd 1 zijn de moeite waard. Neem Loon, opgenomen in de herfst van 2014. Het is een prachtige combinatie van kabbelelectronica en kalme tonen met af en toe stevige beats, opgenomen met twee synthesizers. Er is geregeld sprake van een flinke groove, met name op de haast dansbare afluister ‘M’. De diepte die verder in de gelaagde muziek zit, is al helemaal een prestatie als je bedenkt dat die grotendeels geïmproviseerd is, een essentieel kenmerk van de werkwijze van het duo.

Vriendschap en muzikaal talent

Het grote verschil tussen Loon en Stare, het eerste schijfje dat Arnalds en Frahm in samen uitbrachten, is dat op laatstgenoemde percussie nauwelijks een rol speelt en dat nummers langer worden uitgerekt. Het steunt meer op ambient-elementen, maar ook daar kunnen beide heren klaarblijkelijk mee uit de voeten. De opbouw van ‘A1’, tot het moment dat de dartelende electronica tot volle wasdom komt en slepende geluidsgolven zich uit de boxen beginnen te scheuren, getuigt alleen al van grote klasse. Dan moet het meer dan dertien minuten durende ‘B1’ nog komen, misschien wel het absolute hoogtepunt tussen de geslaagde samenwerkingen van dit duo. Samen met celliste Anne Müller zetten ze een meeslepend stuk neer waarin diepe klanken, repetitieve electronica en traag cellospel een even onheilspellende als prachtige trip vormen.

Hoe anders is dan weer de oorspronkelijk op 7” vinyl uitgebrachte single Life Story / Love and Glory. Zet de dag voor je samen op tour gaat even twee piano’s neer en improviseren maar. Wie met dit in het achterhoofd naar het ontroerende, intieme resultaat luistert en zich beseft hoe goed dit duo op elkaar ingespeeld moet zijn, begrijpt hoe alle voorgaande prachtig klinkende muziek in zo’n korte tijd gecreëerd kon worden. De gezamenlijke muziek van Ólafur Arnalds en Nils Frahm stamt uit een indrukwekkende combinatie van vriendschap en muzikaal talent. Geen wonder, als je je bedenkt dat de vriendschap naar eigen zeggen ontstond tijdens live-improvisaties.

Nachtelijke setting

Het is dus geen verrassing hoe de tweede cd van het pakket tot stand kwam. Ter promotie van het aankomende Collaborative Works leek het Arnalds en Frahm een goed idee om een video te maken waarin ze samen improviseerden. Eenmaal begonnen wist het duo echter niet van ophouden, waarna een nachtelijke sessie binnen acht uur leidde tot een compleet nieuw album, op een schijfje gezet zonder overdubs of andere aanpassingen: Tranz Frendz.

Wederom is het resultaat roerend en meeslepend. Bedaard pianospel en analoge synthesizers voeren de boventoon in de uiterst lome, sfeervolle stukken. Er is weinig fantasie voor nodig om te horen dat dit in een nachtelijke setting is gemaakt: de nummers hebben de tijd van opnemen als titel en op afsluiter ’03:06′ hoor je beide heren ontspannen lachen en praten. Zeer mooi en speciaal. Alweer.

Het is al met al dus verdomde fijn dat al dat moois samen als Collaborative Works is uitgebracht. Het zou zonde zijn als deze muziek zou eindigen als obscuriteit. Nu is het hopen dat we over een jaar of vijf een tweede deel mogen verwelkomen, met weer een nieuwe rits heerlijke samenwerkingen van dit duo.

Boeken / Fictie

Onwaarschijnlijk bijzonder debuut

recensie: Lize Spit - Het smelt

Lize Spit is een naam om te onthouden. Het smelt, haar romandebuut dat in januari verscheen bij nieuwe uitgeverij Das Mag, is een weergaloos staaltje vakmanschap.

Knap als je overtuigend zulke schrijnende eenzaamheid kan vatten als Spit doet in Het smelt. Een onaf huis met karton op de trap, schimmel in de badkamer en bewoners die allemaal een eigen toilettas bezitten: ‘(…) ieder had zijn eigen zeepje, eigen tandpasta, een eigen haarborstel. Heel traag waren we al aan het inpakken, allemaal hadden we een andere bestemming op het oog’. Lize Spit (1988) heeft met Het smelt een weergaloos debuut afgeleverd. Spit schrijft raak: open, eerlijk en droog. Ze moet niets hebben van pathetiek en daarmee winnen de gebeurtenissen en personages aan intensiteit.

Luguber raadsel

In een lege kamer hangt een man met een strop om zijn nek aan een balk, onder hem een plas water. Hij is alleen de kamer binnengegaan. Wat is er gebeurd? Hoe is hij daar gekomen? Dit raadsel, waar hoofdpersoon Eva in opdracht van haar jeugdvrienden Pim en Laurens mee op de proppen komt voor een luguber spel, wordt Eva’s noodlot. Spit construeert het plot meesterlijk door de werkelijk verstreken tijd één dag, de dag waarop Eva terugkeert naar haar dorp, te laten beslaan, afgewisseld met terugblikken op Eva’s jeugd. Je weet als lezer van begin af aan dat er iets vreselijks is voorgevallen, maar ook dat er nog iets ergs staat te gebeuren.

Ontwricht gezin

Eva, de verteller, observeert haar jeugd in een ontwricht gezin in een Vlaams dorp. Haar vader en moeder voeren elke dag hun eigen alcoholistische ritueel uit; doorkruisen huis en tuin op weg naar hun drankvoorraden. Eva’s jongste zusje, Tesje, is vrijwel onzichtbaar voor vader en moeder. Eva is de schakel binnen het gezin, een zwakke weliswaar. Die verhoudingen geeft Spit vanaf het begin subtiel weer: ‘Hij [vader], nam een slok wijn. “Eva, mag ik de zilveruitjes?” Tesje legde haar vork neer en gaf vader de bokaal door, omdat zij er dichterbij zat.’ In de zomer van 2002 eindigt Eva’s vriendschap met Laurens en Pim plotseling op gruwelijke wijze.

Macabere humor

Het smelt is moeilijk naast je neer te leggen omdat het verhaal zo onheilspellend spannend is. Daarnaast is het fascinerend om kennis te maken met de taal van Lize Spit. Woensdagmiddagen in de vakantie zijn ‘nuloperaties’ want die uren had je toch al vrij. Of het woord ‘pleegmoeder’: ‘mensen kunnen veel plegen, een moord, een overval en andere handelingen die verboden zijn, maar toch geen moederschap (…)’. Spit beschikt bovendien over een goede dosis macabere humor; neem de oppas die seksstandjes voordoet met Ken en Barbie, bijvoorbeeld, net zolang tot er een hoofd loskomt en door de keuken rolt.

Spit

Lize Spit woont in Brussel. Ze publiceerde o.a. in Het Liegend Konijn, De Gids en Das Magazin en won in 2013 schrijfwedstrijd Write Now! Sindsdien vochten uitgevers om de eer haar debuut uit te mogen geven. Verrassend dus dat nieuwkomer in de uitgeverijwereld Das Mag Uitgevers haar heeft gestrikt.

Wanneer Eva met een blok ijs in de achterbak naar haar geboortedorp terugkeert, wordt de grip van het raadsel op Eva’s leven pas echt duidelijk. De wraak die Eva voor ogen heeft, komt als een schok en laat je verslagen achter. Mooi hoe Spit die ontzetting bij de lezer teweegbrengt. Wat een onwaarschijnlijk boek. Ga dit lezen!

Concert

Onmisbaar randprogramma

recensie: Verslag PlatoSonic

Groningen bruist van de muziek tijdens het EuroSonic/Noorderslag-festival. Voor wie geen kaartjes heeft voor het showcase festival is er genoeg muziek te beleven op allerlei kleine podia, in de kroegen en op de Grote Markt.

De selectie uit de artiesten die we willen zien heeft bepaald dat The Coffee Company, pal naast Plato gelegen, drie middagen lang onze vaste stek zal zijn voor het beleven van PlatoSonic. Dat is een plek met een prima ambiance, waar we al jaren van vele uren muziek genieten.
Het geluid wordt dit jaar opnieuw uitstekend verzorgd door dezelfde vaste kracht en dat is een kunst op zich, omdat alle artiesten hun eigen wensen hebben.

Donderdagmiddag

Voor ons start de middag met een optreden van de Ier Graig Gallagher, die gewapend met zijn gitaar een korte set van zijn fraaie eigen liedjes ten gehore brengt. Zijn handelsmerk is zijn stem, waarmee hij ook regelmatig de kopstem laat horen. Wonderlijk genoeg sluit hij zijn korte set af met een Elvis-cover: een – overigens prachtige – uitvoering van ‘I Can’t Help Falling In Love With You’.
Vervolgens worden we getrakteerd op een stevig potje rechttoe-rechtaan rock met de donkere stem van Hans Hanneman. Daar is niets mis mee, maar het is ook niet echt opvallend.
Dat laatste kan absoluut niet gezegd worden van het optreden van de IJslandse Axel Flóvent, die met zijn band indruk maakt. De stem van Flóvent doet een beetje denken aan Jeff Buckley en zijn zelfgeschreven liedjes blinken uit in aantrekkingskracht door frisse wendingen en niet voor de hand liggende melodielijnen. Het viertal maakt zo’n uitzonderlijke indruk dat we besluiten om ze diezelfde avond nog een keer te gaan bekijken bij de showcase in de Stadsschouwburg.
De soul van de uit de UK afkomstige Aosoon mag er ook zijn. De ietwat schuchtere zangeres weet echter niet de gevoelige snaar te raken, maar blijft te keurig binnen de lijntjes. De band is bovendien niet een met de zangeres, die echter wel duidelijk potentie laat horen voor de toekomst.
Een tweede topper van de middag is The Young Folk, dat op 26 februari haar tweede album zal uitbrengen in Nederland. De band speelt een volwassen klinkende set met duidelijk Ierse tongval en een muziekkleur die je direct in Ierse sferen brengt: natuurlijk compleet met akoestische gitaren, schuiftrombone, mondorgel en xylofoon. Het prachtige ‘Home’, dat dezelfde avond zal worden vrijgegeven via iTunes, bevestigt het talent van deze prima klinkende band. Afsluitend speelt de band onversterkt staand op de tafel midden in het koffiehuis.
De voorlaatste act van de middag, die wij zien voordat we ons opmaken voor nog een avond vol muziek, is het Nederlandse gitaarbandje Diff. Deze formatie valt niet alleen op omdat ze de hele zaal trakteert op een zelfgemaakt stukje worst, maar vooral door het ingehouden spel, gecombineerd met een langzaam, doch stuwend ritme. Een kleine smet vormt de onverstaanbaarheid van de zanglijnen, die overigens muzikaal prima in het plaatje passen.man ukelele

De IJslandse singer-songwriter Svavar Knútur heeft in zijn thuisland reeds drie albums vol prachtige luisterliedjes uitgebracht. Hij waagt het met dit optreden om ook in het buitenland zijn geluk te zoeken. Zichzelf begeleidend op de akoestische gitaar, zoals ook op zijn debuut, zingt hij deels in het Engels en deels in het IJslands. Knútur laat duidelijk horen reeds een geroutineerd, maar nog steeds geïnspireerd, artiest te zijn door zijn ontspannen benadering van het publiek.

Vrijdagmiddag

De vrijdagmiddag start voor ons met Amber Arcades uit Nederland waar we slechts een snippertje van meekrijgen, maar wel de indruk opdoen dat we er wel meer van willen horen, gevolgd door de Engelse soul van Jones. Jones doet een sterk beroep op de emotie met haar zachte, veelzeggende stem. De soul van Jones is uit een fluweelzacht hout gesneden.

De Belgische act Hydrogen Sea valt op twee manieren op. De elektronische begeleiding wordt door een hyperactieve toetsenist gespeeld, die helemaal opgaat in zijn spel. Het is bijna te druk om naar te kijken. De zang van de zangeres is echter van zo’n bijzondere schoonheid op het geluidsbed dat voor haar is uitgespreid, dat het geheel zeer goed in het gehoor ligt.
De aangekondigde act Barns Courtney en de in de wandelgangen genoemde Jesse Jay worden vervangen door Tenfold. Deze Emmeloordse singer-songwriter heeft de Popacademie achter de rug en benadert nu op haar eigenwijze wijze de muziekindustrie door haar muziek gratis weg te geven als download. Toch zullen haar fraaie liedjes, die wat weg hebben van de rustige kant van de muziek van Anouk, op cd verschijnen. Maar die cd zal nog wel wat speciaals hebben, laat ze weten op haar website. Tenfold maakt een zelfverzekerde indruk en weet het publiek met haar onderkoelde houding flink te boeien.
De afsluiter van de middag is Oh Thunder waar – gezien de harp op het podium – veel van verwacht wordt. Helaas weet de band de verwachtingen totaal niet waar te maken. Vooral door de onzuivere zang van de zangeres/harpspeelster slaan ze de plank behoorlijk mis.

Zaterdagmiddag

tiny legs timZaterdag is de dag van Noorderslag (lees hier het sfeerverslag dat Vincent Meijninger erover schreef) Wij laten ons als toetje nog even muzikaal verwennen in The Coffee Company door een selectie van acts. De Belg Tiny Legs Tim maakt de
hooggespannen verwachtingen waar van zijn vorig jaar verschenen album Stepping Up. Zijn snerpend scherpe stem past prima bij zijn bluesy muziek, die naast veel historie ook zo zijn eigenheid weet te behouden.

all the kings daughtersHet Nederlandse duo All The King’s Daughters is het hoogtepunt van de middag. Deze zusjes spelen een vriendelijk soort folkmuziek, terwijl ze zichzelf begeleiden op akoestische gitaren, mandoline en af toe trom. De samenzang van de tweelingzusjes Nina en Laura Philips is erg fraai, doordat de stemmen genetisch machtig met elkaar kleuren. Ook zij klimmen op de tafel voor een unplugged sessie. Een donderend applaus bevestigt de kwaliteit. Als laatste kozen we voor het teleurstellende optreden van Vikings of Tibet, die vanwege hun onzuivere zang het wachten niet waard bleken te zijn. Gelukkig heeft dat geen invloed op het geweldige gevoel dat we hebben over drie dagen PlatoSonic.

 

 

Muziek / Reportage
special: Festival Noorderslag, 13-16 januari in Groningen

Noorderslag, een sfeerverslag

Tijdens Eurosonic was Groningen drie slopende dagen lang het epicentrum van de Europese pop. Vandaag ligt het zwaartepunt bij artiesten van eigen bodem. Noorderslag dus, de jaarlijkse thermometer van de Nederlandse muziekwereld!

 

Aanzwellende strijkers uit een orkest galmen door de overvolle entreehal van de Oosterpoort. De muziek: een symfonie van Brahms. Het evenement: Noorderslag Groningen. De muziek van de grootmeester zelf dient als voorspel voor The Brahms. Nadat het nummer ‘Golden’ een Megahit op 3FM wordt, zijn ze tot Serious Talent gebombardeerd. Dit levert ze een plek op Noorderslag op. Ze waren de meest geboekte band tijdens de Popronde en muziekkrant Oor plaatste ze bij haar elf beloften voor 2016. En met een tweede EP op komst, die op 17 maart verschijnt, zijn we vooral benieuwd naar nieuwe nummers. ‘Shoulder Blades’ is een veelbelovend tipje van de sluier. Het begint met een a capella samenzang à la Fleetfoxes en een rustig invallende fingerstyle gitaarriedel, waarmee ze hier net even uit een ander vaatje tappen dan we van ze gewend zijn. ‘Jerusalem’ lijkt met zijn lekker in het gehoor liggende melodielijn dan alweer meer op ‘Golden’ en is misschien iets te veel binnen de lijntjes, maar met hun mega top 50 cover van Major Lazer & DJ Snake’s ‘Lean On’ laten ze zien dat ze meer in hun mars hebben dan melodieuze meezingers. Zeker geen slecht begin van onze avond.

Het beest in de kelder

Terwijl in de Grote Zaal de voorbereidingen voor de uitreiking van de Popprijs worden getroffen, zoeken wij de trap naar de kelder van de Oosterpoort. In die kelder bevindt zich vanavond een beest. The Homesick is zijn naam en gedurende een halfuur wordt dit ontembare dier van zijn ketenen bevrijd en op de argeloze toeschouwers losgelaten. Het gebrul van zanger Elias komt ons al tegemoet terwijl hij zichzelf op een met galm doordrenkte gitaar begeleidt. Het publiek voelt de hete adem van het beest. De brute kracht waarmee Elias in de microfoon spuugt is puur, maar maakt het hier en daar wel erg onverstaanbaar. Met de strakke basloopjes van Jaap en het stuwende drumwerk van Erik jagen ze hun nummers er in ras tempo doorheen. De Dokkumse post-punkers zien er uit alsof ze flink door de mangel zijn gehaald. Waarschijnlijk zijn het de vele optredens van de afgelopen dagen die hen parten spelen. Ze mogen dan een beetje murw geslagen zijn, gevat zijn de jongens nog altijd: ‘’Is Giel Beelen in de zaal?’’ Dit is zeker niet hun beste optreden, maar keer dit beest nooit de rug toe!

Als The Homesick zijn uitgeraasd, is het tijd voor de prijsuitreiking. Tja, wat kunnen we hier nog over zeggen. Hiphopcollectief New Wave wint de Popprijs 2015 tot ongenoegen van veel bezoekers, die toch al teleurgesteld waren vanwege het afschaffen van de bierdouche. En grote acts als Kensington, The Golden Earring en publiekslieveling Typhoon hebben het nakijken. Ironisch genoeg hadden de jeugdige rappers van New Wave, gezien hun verheerlijking van drank, een bierdouche waarschijnlijk wel kunnen waarderen. Desalniettemin is de pret er voor dit rapperscollectief niet minder om. Zichtbaar trots nemen zij de prijs in ontvangst.

Als herboren

De Herman Brood Academie lijkt inmiddels wel een van de hofleveranciers van Noorderslag te zijn geworden. Naast Echo Movis, de eerder genoemde The Brahms en bandleden van vele bands, doet ook het drietal Birth of Joy een duit in het zakje. Of zeg maar gerust, drie duiten. De grootste succesformatie afkomstig van de HBA van dit moment is de afgelopen jaren in spel en performance enorm gegroeid. Zonder enige reserve beuken ze er vol in. Vuige gitaarakkoorden, psychedelische orgeltonen en bombastische drums vliegen de toeschouwers om de oren. Dit shot adrenaline is blijkbaar precies wat het publiek op dit moment nodig heeft, want gretig stappen ze in de rock & rollercoaster die Birth of Joy heet . In het begin laat het geluid nog te wensen over, met name het orgel prikt niet goed door de mix heen, maar dat is snel genoeg opgelost. Met slim uitgekiende gitaar-, orgel- en drumsolo’s weet Birth of Joy zelfs het zittende deel van het publiek in de Kleine Zaal op te zwepen. De uitgesponnen orgelsolo’s in mineur roepen herinneringen aan The Doors op. Al snel ontstaat er in de kolkende mensenmassa vooraan een pit en wordt er rijkelijk met bier gesmeten en geheadbangd: dan zelf maar een bierdouche organiseren. Met het zweet op het voorhoofd geven deze jongens echt alles wat ze in huis hebben. Pure energie. Na een concert van Birth of Joy voel je je als herboren. Wij hebben nu al zin in het nieuwe album Get Well. Het bier staat alvast koud!

De goed gestylde lefgozer Lucas Hamming weet via de maandelijkse media-uitzending van De Wereld Draait Door een groot publiek te bereiken. Als we de entreehal van de Oosterpoort binnenlopen staat het dan ook behoorlijk vol. Maar waar hij het in DWDD meestal bij covers laat, zal hij het hier met eigen materiaal moeten doen. En blijft het ook interessant genoeg om de mensen vast te houden? Antwoord: ja! In een leren jasje dat uit een trailer van James Dean of Marlon Brando lijkt gestolen, swingt hij zich met de nodige branie door zijn set heen. Het toegankelijke ‘Write me Again’, het ongepolijste ‘Make me Care’ en het verrassende ‘Competing Contents’, met een riff die aan Muse doet denken en een sequencer op het einde; Hamming laat zien dat hij capabel en gevarieerd genoeg is om het publiek tot het einde toe te boeien.

Ruwe bolster blanke pit

‘’Fuck You!’’ scandeert een opgehitst publiek met opgestoken middelvinger, geen uiting van ongenoegen maar een verzoek van de artiest zelf en dus geoorloofd. Na het bezoek aan Hamming is het tijd voor wat onversneden nederhop en dan zit je bij Fresku helemaal goed. Met een flinke air betreedt hij de planken en geeft hij te kennen dat hij zich nergens ook maar iets van aantrekt. Met de snoeiharde teksten van ‘Zo doe je dat’ en ‘Alzheimer’ ontziet hij niets of niemand, ook zichzelf niet. Hij laat zien dat hij op het podium alles onder controle heeft. De band rockt als een malle. Maar Fresku is een typisch geval van ruwe bolster, blanke pit. Want het zijn juist de gevoeligere nummers die zo ontwapenend mooi zijn. Met de nummers ‘Ik Wil’ en ‘Alisha’, dat over zijn dochtertje gaat, geeft Fresku een kijkje recht in zijn ziel dat zelfs het meest cynische hart doet smelten. Het gemak en de geloofwaardigheid waarmee Fresku overschakelt tussen harde, confronterende en kwetsbare teksten met de nodige zelfreflectie, bewijst dat hij tot de absolute top van de nederhop behoort.

Waarschijnlijk zal deze editie van Noorderslag nog lang herinnerd worden om twee omstreden beslissingen. Ten eerste van de jury om de Popprijs aan New Wave toe te kennen, en ten tweede van de organisatie om de bierdouche af te schaffen. Dit is jammer, want de waaier aan artiesten die wij vandaag gezien hebben laat zien hoe bruisend en levendig de popscene van Nederland nog altijd is. Noorderslag houdt al jaren de vinger aan de pols van de popwereld in Nederland. En de diagnose valt in één woord te stellen: kerngezond!

Isa Genzken
Kunst / Expo binnenland

Invloedrijk oeuvre inventief gepresenteerd

recensie: Recensie Isa Genzken – Mach dich hübsch!
Isa Genzken

Een künstler’s künstler wordt op een inventieve manier gepresenteerd: de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum zorgt ervoor dat de bezoeker terug kan kijken op een gevarieerd oeuvre, dat op zijn best verwart en op zijn slechtst irriteert.

In de eerste zaal is voor je neergezet: een groot kader, als een middeleeuws triptiek maar dan minstens drie meter hoog en zonder inhoud; een lijst. Daar loop je recht op af. Er omheen zijn te zien: een bronzen cupidobeeldje met een koptelefoon en een discman, een aantal bustes van de Egyptische godin Nefertiti op een sokkel; telkens anders gestyleerd, panelen die tegen de wand staan met daarop plaatjes van werken uit de canon (Dürer, Caravaggio, Leonardo da Vinci), pilaren met aluminiumfolie eroverheen – ze spiegelen, zodat de bezoeker zichzelf erin ziet – en daarvan is ook een tweedimensionale variant tegen de muur aan gezet: planken met aluminiumfolie bedekt. Het is de installatie die Genzken speciaal voor deze expositie maakte en waarmee ze de bezoeker welkom heet in haar werk.

Isa Genzken

Isa Genzken, Zwei Lampen, 1994, lacquer on wood, 200 x 92 cm. Collection Stedelijk Museum Amsterdam © Photo Stedelijk Museum Amsterdam

Materialen uitproberen

Deze eerste indruk zet de toon: deze kunstenaar geeft de bezoeker weinig houvast, noch in tekst of uitleg bij haar werk, noch in een duidelijke lijn in de expo. Daarbij maakt ze niet altijd gebruik van ‘prettig’ materiaal: de onnatuurlijkheid van de plastic gevonden voorwerpen die ze inzet en haar neonkleurige objecten wekken weerstand op.

Lopende door de rest van de zalen wordt duidelijk wat voor media Genzken nog meer toepast: er zijn films, er is ‘light research’; het uitzoeken van hoe het licht weerkaatst op zwarte en witte glanzende lakverf op hout, er zijn objets trouvée, zoals de megawereldontvanger die op een witte sokkel is gezet. Er zijn opengereten bankstellen, opgehangen aan het plafond, er staan kleine kuipstoeltjes met daarin gepropte ‘mensjes’ van kleding en plastic opgesteld. Genzkens oeuvre bestaat uit het uitproberen van allerlei materialen, uit ramen en kaders, uit spiegeling, uit het citeren van de canon.

Isa Genzken

Isa Genzken, Fenster, 1990, concrete and steel, 257.5 x 88 x 77 cm. Collection Charles Asprey, London © Photo courtesy the artist and Galerie Buchholz, Cologne/Berlin/New York

Installatie

Enige uitleg is wel nodig en die geven de zaalteksten dan ook, maar ze geven geen interpretatie. Er wordt op haar carrière teruggekeken als bij een diashow: dit was toen en toen, dat was daar en daar, en that’s it. Doch hebben haar werken titels die veel verraden, die agressief kunnen zijn of poëtisch, zoals de zaal waarin betonnen kaders op sokkels werden gezet, de installatie die ‘Fenster’ wordt genoemd en waarvan de titel is: ‘Iedereen heeft minstens één raam nodig’.

Deze tentoonstelling is een sortering, niet een duiding. Daarbij is die sortering mooi gemaakt: in plaats van een chronologische presentatie werd gekozen voor het gebruiken van het oeuvre zelf als nieuw materiaal en is de gehele tentoonstelling zelf, dus door het leggen van kruisverbanden, opnieuw een installatie.

Isa Genzken

Isa Genzken, Schauspieler, 2013, mannequin, stool, shoes, wig, wood, fabric, plastic and metal, dimensions variable. Collection Syz, Geneva © Photo courtesy the artist and Galerie Buchholz, Cologne/Berlin/New York

Geen ruimte voor interpretatie

Waarom doet ze dit eigenlijk? Dit is de op zich al interessante vraag die deze kunstenaar oproept. Een antwoord zou kunnen zijn: zij verzamelt, sowieso voor haarzelf, maar ook voor het publiek. Een andere observatie kan zijn dat het maakproces en het proces van inspiratie in haar geval gelijk staat aan het eindresultaat zelf.

Een tweede vraag die Mach dich hübsch! oproept is hoe kritisch ze nu werkelijk is. Genzken wordt gezien als iemand die op subtiele wijze maatschappijkritiek levert, maar is dat wel zo? De kunstenaar wil misschien simpelweg tonen wat zij ziet als ze om zich heen kijkt. De zalen van het Stedelijk laten dat slim zien, omdat de bezoeker met weinig informatie nauwelijks kans krijgt om te interpreteren, zodat er er des te meer ruimte overblijft om gewoon maar te kijken.

 

 

Boeken / Non-fictie

Heldere beschrijving van een troebele geschiedenis

recensie: Gert Oostindie - Soldaat in Indonesië, 1945-1950. Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis

Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW) en hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, schreef met Soldaat in Indonesië, 1945-1950 een nieuw onderzoeksboek over de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië.

In tegenstelling tot veel andere werken over dit stukje Nederlandse geschiedenis, focust Oostindie zich expliciet op de soldaten die in Indonesië waren: hij verweeft hun dagboeken, memoires en gedenkboeken, zogenaamde ‘egodocumenten’, met de bestaande literatuur over deze oorlog.

Oorlogsmisdaden

Hierdoor ontstaat een imposant onderzoekswerk; Oostindie heeft duidelijk uitgebreid zijn huiswerk gedaan. Het boek is opgedeeld in tien hoofdstukken die elk een onderdeel van de oorlogssituatie bespreken: van de (aanvankelijke) missie en de tegenstander tot het soldatenleven en de thuiskomst. Twee hoofdstukken zijn gewijd aan de saillante details van deze oorlog: het oorlogsgeweld – of oorlogsmisdaden, in Oostindies woorden.

Door het geweld te bestempelen als misdaden, en niet als excessief of buitensporig geweld, zoals de Nederlandse regering in 1969 deed, geeft Oostindie een duidelijk teken. Volgens Oostindie zijn Nederlandse militairen tijdens de jaren 1945-1950 veelvuldig over de schreef gegaan, en in zulke mate dat dit beschouwd kan worden als oorlogsmisdaden. Hij doorbreekt hiermee definitief het taboe dat sinds 1950 op deze oorlog rust. Oostindie laat enige egodocumenten voor zich spreken, maar voegt daaraan toe dat veel documenten gecensureerd zullen zijn, mogelijk de waarheid verdraaid hebben, of niet eens bestaan. Dit klinkt alsof Oostindie zijn eigen argumenten verzint, maar niets lijkt minder waar. Hij weet overtuigend neer te zetten dat niet alle bronnen, om verschillende en veelal pijnlijke redenen, de waarheid konden zeggen, of om diezelfde of andere redenen niet eens gemaakt zijn.

Soldaten zelf

Meer dan dat laat Oostindie zien dat er in een oorlog, en zeker in een guerrilla– en contraguerrilla-oorlog, geen zwart-wit situatie bestaat. Door te vertellen vanuit het perspectief van de Nederlandse soldaten, van wie velen jonge dienstplichtigen zijn, weet hij duidelijk te maken hoe het is om in een onbekend, tropisch warm land te zijn, met een andere bevolking en andere gebruiken, in een totaal onbekende situatie. Hiermee probeert Oostindie niets goed te praten. Hij velt naar eigen zeggen geen morele oordelen, hoewel dit misschien niet helemaal strookt met zijn oordeel over de gepleegde oorlogsmisdaden, iets waar de Nederlandse regering tot op heden niet aan toegegeven heeft.

Oostindie laat je kennismaken met de oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, met het leger dat weleens het ‘vergeten leger’ wordt genoemd. Door de soldaten en veteranen zelf aan het woord te laten, schetst Oostindie een begrijpelijk beeld van de oorlog, voor de lezer die, twee generaties verder, wat onbevangener in het debat staat. De vraag op welke schaal er oorlogsmisdaden zijn gepleegd blijft, maar Oostindie levert een waardevolle bijdrage. Of er ooit een antwoord zal komen, is maar de vraag.