Theater / Voorstelling

Chaotische vampierengekte 2.0

recensie: Het Nationale Theater / Toneelgroep Oostpool – Kinderen van Judas

Vampieren bestaan. Punt. Zo constateert regisseur Jeroen De Man in zijn nieuwe voorstelling Kinderen van Judas, een samenwerking tussen Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool. De afgelopen jaren is het publiek doodgegooid met vampiers in verscheidene gedaanten: van puntige wezens in Bram Stokers Dracula tot de gelikte ondode familie Cullen in The Twilight Saga. In Huis Oostpool ontwaakten deze week ook enkele vleermuisachtige wezens uit hun doodskisten, een plek waar ze beter in hadden kunnen blijven liggen…

Onbeholpen vampiers

Kinderen van Judas is een vampierengekte van een heel andere soort. In deze voorstelling zijn het de vampiers zelf die elkaar opjutten en hun terrein tot een wirwar van duistere prullaria maken. De voorstelling wordt gekenmerkt door de overvloed aan geluiden in negatieve zin. Acteurs roepen, fluisteren,  zingen door elkaar heen en laten het publiek in onduidelijkheid achter. De acteurs vertolken allemaal een unieke persoonlijkheid: leider Tristan – die, gehuld in een broek met print van Batman, iets wegheeft van een Duitse schurk uit The Matrix , een blonde bimbo-vampier die in bruidsjurk/speeljurkje het publiek verleidt, een grungy geval met een zware stem, een armloze hyperactieve, een travestiet en een klein praatgraag vampiertje. Ook onder vampiers kennen ze stereotypen, blijkbaar. Het vampiergezelschap komt samen, omdat Tristan een plan wil bedenken tegen de vercommercialisering van de vampier. De ontmoeting begint akelig stil, in een tergend langzaam tempo worden woorden uitgewisseld. De vampiers besluiten menselijke acties te ondernemen en in de huid te kruipen van een ‘echt’ mens. Door de hectiek die ontstaat, wordt duidelijk wat voor een onbeholpen figuren de vampieren zijn. Ook verliezen ze zich totaal in hun verkleedpartijen en slaat hun fantasie steeds verder op hol. Deze acties maken vooral  inzichtelijk dat het lastig is om het na de dood leuk te houden. Ondanks al zijn vrolijke medleys op de piano en zijn komische toneelstukjes, verdwijnt Tristan langzaam in het zwarte gat dat een burn-out heet. Of, zoals een andere mannelijke vampier verwijst naar Plato: Tristan zit in een duistere grot, niet wetend waar de deur zit die leidt naar het licht – de ontsnapping.

Gefragmenteerde chaos

De voorstelling is bij vlagen komisch, vooral door de knipogen naar oude vampierklassiekers, de aanstekelijke liedjes van Tristan en de ridiculisering van het mensbeeld. Daarnaast is het mooi om te zien hoe – vooral – Vincent van der Valk, Judith van den Berg en Joris Smit één zijn met hun personage en zo bruisend van de energie op het podium blijven staan. Zij kunnen sterke monologen neerzetten, maar verliezen zich soms ook in de chaos die ze zelf creëren. Wie van een sterk geconstrueerd verhaal houdt waarin iedere handeling duidelijk en doelgericht is, zal deze bloederige voorstelling niet kunnen uitzitten. Iedere vorm van structuur ontbreekt. Niet vreemd voor een voorstelling die is gemaakt zonder tekst en script en zich toelegt op zichzelf losstaande acts.

Wat rest is een gefragmenteerde en verwarrende voorstelling. Je wordt gedwongen om na te denken over de intentie achter deze warboel. Gaat het werkelijk om het opzoeken van de grenzen tussen leven en dood? Is dit het ware gezicht van een burn-out? Als toeschouwer ben je op een gegeven moment voorbij het stadium om ook maar enige grip op de voorstelling te krijgen. Twee uur lang met argusogen letten op de spastische uithalen van de acteurs, zien hoe klodders spuug over het podium slingeren als een passage extra woedend wordt gebracht en die rommelige, die ontzettend rommelig ogende enscenering, moet díe de toeschouwer laten inzien hoe vampiers zich in een parallel universum voortbewegen? Vooral de scènes die tonen in welk vertraagd tempo de vampiers leven (tikkende klok, lange stiltes), zorgen ervoor dat het publiek ongemakkelijk in haar zetel zit. Het moet allemaal maar gek en drukker dan druk zijn. Een extatisch muziekje hier, een bloederig kunstwerk daar en op z’n tijd natuurlijk een oneliner van een vampierklassieker, om de lachers op de hand te houden.

Artistieke parodie

Het cliché lijkt rond: zowaar er bijna geen goede vampierfilms te vinden zijn, zijn er dito geen goede vampiervoorstellingen te aanschouwen. Dat is wellicht het ironische aan de voorstelling: Tristan verkondigt namelijk zelf aan het begin dat er geen goede vampierfilms zijn, maar weet als vampier notabene zélf geen goede indruk achter te laten. Als deze voorstelling moet worden beschouwd als een parodie op vampierfilms, dan is dat gelukt. Maar als aan het einde de lichten aan gaan en het vampiermasker – waarachter de acteurs zich hebben verscholen – wegvalt, ontstaat er toch een knagend gevoel. Het sentiment dat zich onder de toeschouwers verspreidt, lijkt in eerste instantie plaatsvervangende schaamte te zijn. Geneigd ben je om een negatief oordeel te vermijden en eruit te floepen: ‘Poeh, dat was uh… apart.’

Fantasierijk is deze voorstelling zeker, maar het heeft ook veel weg van een kaartenhuis: continu wankelt het, de basis is niet stevig genoeg: er is geen grond, geen houvast, geen rode draad. En dat gepaard met de ergernis rondom die chaos, zorgt dat ik me niet goed kan verplaatsen in wat ik heb gezien.

Theater / Voorstelling

Kruip in de kop van de koning

recensie: Nieuw Utrechts Toneel - Met Man & Macht #1 Triple A

Ambitie is vruchtbare grond voor tragiek. Wie écht iets ambieert, is bereid om daarvoor ethische grenzen te overschrijden en de vrijheid van elke tegenkracht in te perken.

Menig stuk is aan dit spanningsveld tussen ambitie en de (on)macht om deze te verwezenlijken gewijd, niet in de laatste plaats de koningsdrama’s van Shakespeare: Henry IV tot en met VIII, Richard II en III en King John. Het Nieuw Utrechts Toneel onderzoekt in hoeverre de wrijving tussen ambitie en macht aanwezig is bij hedendaagse wereldleiders en of hun levenswandel de aanleiding kan zijn voor een hedendaags koningsdrama. Van 17 tot en met 21 oktober onderwerpt het NUT onze vorst Willem-Alexander aan dit onderzoek, na eerder ook de Shakespeariaanse kwaliteiten van onder andere bankiers en sporters onder te loep te hebben genomen.

Nieuwe meesterwerken

Het NUT is zelf ook niet wars van enige ambitie en presenteert de nieuwe William Shakespeare: toneelschrijver Jibbe Willems. Hij zal de machthebbers van nu vereeuwigen in nieuw geschreven repertoirestukken die in de verre toekomst nog steeds zullen worden opgevoerd. Net zoals Shakespeare werd bijgestaan door auteurs die in relatieve anonimiteit zijn gebleven, wordt Willems bijgestaan door twee ghost-Jibbes. Tijdens deze editie van Met Man & Macht zijn dat Daan Windhorst en Sofie Tseng. Ook wordt het publiek gevraagd mee te denken: welke kernwoorden associeer je met de koning? Wat is zijn ambitie? Wat houdt hem tegen? Aan de hand van deze publiekelijke psychologisering van de koning gaat het schrijversteam live aan de slag. Zij hebben daarnaast ook al van te voren dialogen geschreven voor een nieuw koningsdrama. Deze schetsen (en later ook de tijdens de voorstelling geschreven teksten) worden uitgevoerd door Dennis Coenen, Ellen Parren, Myrthe Boersma en Jesse Wilms.

Meerdere gedachten

Bij de drie Jibbes is het aankomende repertoirestuk Met Man & Macht in goede handen: zowel de al van tevoren geschreven teksten als de nieuwe vondsten zijn net zo spitsvondig als dramatisch. Wel is het jammer dat er niet teruggekoppeld wordt op het schrijfproces: als toeschouwer zie je de drie Jibbes achter hun laptop zitten. Nu krijg je zo’n reflectie bij een ‘regulier’ toneelstuk ook niet mee, maar in een voorstelling die zich heel expliciet (doch ludiek) centreert rondom de creatie van een nieuw meesterwerk, zou je dit mogen verwachten. Ook lastig is de rol van het publiek: hoewel er veel gevraagd wordt van de toeschouwer aan het begin van de voorstelling, draait het leeuwendeel toch om de al geschreven teksten. Na de eerste vragenronde komt het publiek (en schrijvers) niet meer aan bod. Dit is natuurlijk geen vereiste, maar de voorstelling lijkt daardoor niet helemaal te kunnen kiezen. Draait het hier om het schrijfproces, de collectieve ad-hoc-creatie of de theatrale reflectie op de actualiteit?

Overvloed

Er gebeurt veel in deze eerste editie van de voorstelling, misschien zelfs te veel. Het opdragen van de nieuwe teksten wordt onderbroken door interviews, in dit geval met de biografen van koning Willem I en III van Oranje-Nassau en met drie meisjes van dertien over hun al dan niet aanwezige droom om prinses te worden. Ook al is zeker het eerste interview erg interessant, het haalt de vaart uit de opvoering, die door het schetsmatige karakter van de teksten toch fragmentarisch van aard is. Daarnaast worden op een achterdoek leuzen geprojecteerd met betrekking tot het Koningshuis en de live-muziek varieert van een variatie op het Wilhelmus tot een pastiche van de luitmuziek die je vaak in kostuumdrama’s hoort.

King William IV?

Tegelijkertijd sluit de overdaad aan ideeën van het NUT wel goed aan bij de torenhoge ambitie van de Shakespearekoningen. Ook de spontane chaos, onder aanvoering van een dolenthousiaste Greg Nottrot, zijn aanstekelijk. De verschuivende focus (van publiek naar schrijver naar speler naar expert naar ervaringsdeskundige en terug) zorgt er echter voor dat de voorstelling, naarmate zij vordert, begint te trekken. Misschien komt dat ook doordat Willem-Alexander niet het gedroomde Shakespearepersonage is. Anders dan een Trump of een Berlusconi moet je wel heel veel kunstmatige intriges toevoegen aan zijn ogenschijnlijk weinig dramatische leven om er een modern koningsdrama van te maken. Alhoewel: door zijn leven zo ‘normaal’ mogelijk te laten lijken, is hij misschien wel de grootste acteur onder de wereldleiders.

 

Muziek / Concert

Vita Eliogabalo

recensie: Francesco Cavalli-Eliogabalo

Eliogabalo: biseksueel, puberaal en extravagant. Op zijn 14e werd hij keizer van Rome. Toen hij zijn 17e levensjaar bereikte, vermoordden ze hem. Het bizarre bestaan van de uit Syrië afkomstige Heliogabalus inspireerde in 1667 de Italiaan Francesco Cavalli om een opera over deze historische figuur te componeren. In de voorstelling die vanaf donderdag 12 oktober 2017 in De Nationale Opera te zien is – in een coproductie met de Opéra in Parijs – wil regisseur Thomas Jolly met zijn theatrale visie mensen aan het denken zetten.

Knipoog

Omdat er in het libretto niet veel gebeurt en zoals gewoonlijk in de barokmuziek slechts de basso continuo partij op papier staat, bouwt regisseur Thomas Jolly het hele muziekdrama met de dirigent en de solisten samen op. Hij legt de nadruk op het begrijpen van het woord en het acteren, de muziek schuift verschuift daarmee naar de achtergrond. Eerlijk is eerlik – zijn regie is de sterkste kant van de voorstelling. De lichteffecten doen aan rockconcerten denken en zorgen voor afwisseling, de ontblote lichamen van jonge mannen en vrouwen suggereren uitstekend de losbandigheid van de Romeinse tijd en van Eliogabalo zelf, de bekers met gifdranken roken gevaarlijk en herinneren aan de geschiedenis, de goud- en rozenblaadjes dwarrelen langs de zwarte achtergrond die het sterke Rome moet weergeven en de hele zaal zou zich nu in overvloed en welvaart moeten wanen. Dat is niet zo.

Je blijft je afvragen: is dit Jolly’s knipoog naar de carnavalssfeer uit de tijd van Cavalli? Of liet hij zich door het toneelachtige schilderij van Alma Tadema inspireren? Als toeschouwer blijft je nog naar de juiste associaties tussen Vita Eliogabalo en de door Jolly voorgeschotelde beelden zoeken maar als luisteraar kom je zeker tekort. Eliogabalo is Thomas Jolly’s eerste operaregie. Het blijft moeilijk sympathie voor zijn visie op te brengen als de muziek, die bij dit genre hoort, geen rol krijgt.

Vermommingen

Er vindt een crossgender vermommingsspel par excellence plaats en Eliogabalo verschijnt in vrouwenkleding met een pruik van lang, rood haar. Hij vormt een vrouwensenaat met een behulp van een blinddoek. Inderdaad een carnavalesk tafereel – maar de overeenkomst met de Gayparade is te sterk, nu weet je zeker dat de arme Eliogabalo te vroeg geboren is. Zou er nu nog überhaupt zo hard over hem geoordeeld worden? Van het feit, dat de piepjonge heerser als bijzonder gewelddadig en extreem tiranniek was, blijft in deze opera weinig over. De 14-jarige te haten voor zijn homoseksuele neigingen en het ontdekken van zijn libido lukt niet, medelijden en wat ingetogen gelach daarentegen komen sneller op bij het publiek. Franco Fagioli, countertenor, vertolkt de heerser formidabel, niet alleen door zijn opvallend soepele acteerkunst maar vooral door de ingewikkelde partij die voor hem geschreven lijkt: zijn vertolking is natuurlijk, speels en luchtig. Bovendien zorgt zijn verschijning op het toneel voor de gewenste actie en vaart.

Samen met de verwijfde, gemaniëreerde en verkwikkende tenor Emiliano González Toro (Lenia )verlevendigen ze scènes, brengen humor en versoepeling in de statische en wat saaie liefdesverklaringen tussen Ed Lyon (Alessandro) en Nicol Cabell (Gemmira). Een ware ontdekking is Krisitna Mkhitaryan (Eritea), die in haar rol overtuigt en bij iedere aria met haar krachtige en toch genuanceerde stem weet te raken. Valer Sabadus (Giuliano), de verloofde van Eritea komt daarentegen wat bleekjes over, zijn bewegingen zijn gestileerd en stijf en ondanks zijn faam als “star countertenor” klinkt zijn stem te vaak schril en weet hij de inleving in zijn rol als militaire bevelhebber niet op te roepen.

Flop

Dat het geheel niet van de grond komt, ligt ook niet aan het orkest Capella Mediterranea die onder de leidende hand van maestro Leonardo García Alarcón, nota bene een zeer ervaren Cavallikenner, de sfeer met speciale effecten een muziekaal reliëf weet te geven. En hoewel het orkest in het begin nog naar de juiste balans moet zoeken, klinkt het steeds ronder in de tweede en al helemaal homogeen tijdens de derde akte. De première van deze laatste opera van Cavalli, in Venetië trouwens een zeer geliefde componist in zijn tijd, liet meer dan driehonderd jaar op zich wachten en heeft pas in 1999 in Crema plaatsgevonden.

De vraag blijft: waarom?
Ligt de flop aan de pikanterie van de politieke samenhang tussen het libretto en de politici rondom Cavalli? Venetië was anno 1667 berucht om zijn buitenissige feesten van rijken en vrouwen (denk: hoeren) die zich het milieu omhoog werkten en aan de lopende band voor schandalen zorgden. Zou Eliogabalo zo’n metaforische kracht hebben gehad dat de machtige politici zich toen in de personages zagen gespiegeld? Of ligt het aan de wat conventionele en matige muziek van de oude Cavalli? Dat er een keizer gedood werd, wat een verkeerde insinuatie kan opwekken, is niet krachtig genoeg, als we aan de stukken van Shakespeare en ander opera’s van die tijd denken.

Zou het niet kunnen dat Cavalli’s muziek niet meer werkte? Of waren er toch grotere machten en vijandige gevoelens in het spel? Een opera van Giovanni Antonio Boretti onder dezelfde titel werd toentertijd wel in Venetië uitgevoerd. Het waren met name de toonaangevende muziekcommentatoren die oordeelden: “Cavalli’s muziek voldoet niet meer aan de smaak van deze tijd”. Ga luisteren en oordeel zelf.

Ballard - High-Rise - Lebowski
Boeken / Fictie

‘Een krachtcentrale van wrok’

recensie: J.G. Ballard - High-Rise
Ballard - High-Rise - Lebowski

Een torenflat met duizenden bewoners valt ten prooi aan achteloosheid, anarchie, moordzucht en totale vernietiging. En niemand die het tij lijkt te kunnen of willen keren. J.G. Ballard maakt er in High-Rise een absurde en tegelijkertijd angstaanjagende vertoning van.

‘Later, toen hij op zijn balkon van de hond zat te eten (…)’. Met deze woorden begint de roman, waarmee blijk gegeven wordt van een vervreemding die in de rest van het eerste hoofdstuk nog niet wordt prijsgegeven. Robert Laing, een van de hoofdpersonen, is dan al afgezakt naar het dieptepunt van zijn bestaan en kijkt terug op hoe het allemaal zover heeft kunnen komen. De lezer is direct op het verkeerde been gezet en leest behoedzaam verder.

In High-Rise (1975, nu opnieuw vertaald door Irving Pardoen) speelt een luxe appartementengebouw de hoofdrol. De bewoners, onder te verdelen in een drietal sociale klassen, vervallen collectief in een staat van wetteloosheid die tot totale chaos leidt. Voor een veelzijdig schrijver als J.G. Ballard, bekend van The empire of the sun (1984) en de cultklassieker Crash (1973), is het gesneden koek om een bizarre situatie te creëren in een ogenschijnlijk normale samenleving. Zijn verbeelding is grenzeloos als het gaat om het oprekken van de menselijke omgangsvormen, zoals zijn werk in het fantasy- en sciencefiction-genre al volop heeft bewezen.

Champagnefles

Waar Ballard minder goed mee uit de voeten kan is de aanloop naar zo’n omstandigheid. Hij excelleert in de losgeslagen gekte maar heeft moeite met het aannemelijk maken van de oorzaken. Op pagina dertien gaat het plotseling mis als de volstrekt normaal functionerende Robert Laing een lege champagnefles over de balustrade kiepert. ‘Hardop lachend om deze dwaze inval keek hij omhoog’, staat er dan en vervolgens dendert het verhaal richting de wanorde die de schrijver zo snel mogelijk lijkt te willen bereiken.

Het ontbreken van een psychologische opmaat naar deze extreme situatie is een gemis aan kracht in een verder goed geschreven roman. Ballard laat de bevolking van het gebouw te snel afzakken naar volledige krankzinnigheid, terwijl de lezer hem probeert bij te houden, maar blijft denken: hoe heeft het zover kunnen komen? De insteek van dit verhaal is duidelijk: wij mensen zijn uiteindelijk de diersoort die alle vormen van beschaving van zich afwerpt als de directe leefomgeving wordt bedreigd door een overheersende klasse. In de ‘krachtcentrale van wrok’ leidt dat tot een vorm van guerilla-oorlog die begint met pesterijtjes en verborgen afgunst en eindigt in moordpartijen en mensonterende omstandigheden.

Psychopathologie

Het doel van de schrijver, de beschrijving van de ondergang van een compacte menselijke samenleving, is al binnen enkele pagina’s bereikt door het vermengen van de normaliteit met een flinke dosis absurdisme. Het perspectief verschuift naar de totale ontluistering, of zoals Ballard het schrijft: ‘de torenflat als het model om de uitdrukking van een werkelijk ‘vrije’ psychopathologie mogelijk te maken (…) een domein waarin de meest abnormale impulsen de vrijheid krijgen om zich naar believen te uiten’.

Hij maakt er een bizarre geschiedenis van, die natuurlijk door de ogen van de tijd gezien moet worden, en leeft zich uit in verbeeldingen die zich gemakkelijk laten vertalen in fantasy-achtige sferen. High-Rise lijkt vooral te zijn geschreven om abnormale impulsen de vrijheid te geven zich op papier te manifesteren. Een boeiend en leesbaar experiment, waarbij de nodige verfijning nog ontbreekt.

Theater / Voorstelling

Integere moord, bestaat dat?

recensie: Orkater/Amsterdams Bostheater/SSBA - Julius Caesar

Julius Caesar bevindt zich na vele gewonnen veldslagen op het toppunt van zijn roem. Sommige Romeinen willen hem tot keizer kronen, maar anderen vrezen de teloorgang van de republiek. Niet alles werkt in deze muzikale versie van William Shakespeare’s Julius Caesar, maar veel wel. Het levert een boeiende toneelavond op die fantastisch is vormgegeven.

Een jonge man gekleed in een witte bontmantel spreekt ons op geaffecteerde wijze toe in een taal die op Italiaans lijkt. Dan wordt hij omringd door een aantal dreigende gedaanten in zwarte capes. De moord op Julius Caesar al zo vroeg in het stuk? Nee, het blijkt een droom te zijn. Caesar wordt wakker en roept om zijn vrouw, Calpurnia. Het is een echo van de waarschuwende droom die Calpurnia later zal hebben en die Caesar weg zal wuiven. Overigens is dit begin niet door Shakespeare bedacht, maar door de makers van Orkater. Het werkt, je bent meteen bij de les.

Veranderingen

Er wordt veel gepraat, geargumenteerd, politieke voors en tegens worden geponeerd, dit zou makkelijk een saaie statische avond kunnen worden maar het tegendeel is het geval. Er is muziek die niet alleen op instrumenten maar ook op het decor wordt gespeeld. De vormgeving is interessant, de kostuums zijn geweldig. Bijna niemand draagt een eenduidig pak of jurk, er ontbreken mouwen, broekspijpen, er zijn ongelijke zomen, een elegante jumpsuit heeft een harnas als voorkant, alles heeft betekenis. Deze voorstelling heeft de hele zomer op het grote toneel van het Amsterdamse Bos gespeeld en is nu aangepast voor de kleinere podia van de Nederlandse theaters. Niet alles werkt optimaal, als de moord op Caesar dan eindelijk plaatsvindt gaat dat nogal onhandig, maar de catwalk het publiek in en een waterval van bloed maken indruk.

Er heeft ook een ingrijpende verandering plaatsgevonden in de cast. Matthijs van de Sande Bakhuyzen, die Brutus speelde, is wegens ziekte vervangen door Tobias Nierop. Het is knap dat Nierop zich zo snel deze belangrijke rol heeft eigen gemaakt, maar hij zit er nog niet helemaal in, al groeit hij gedurende de avond. Tijdens het hoogtepunt van het stuk, de toespraken van Brutus en Marcus Antonius na de moord op Caesar, staat er een indrukwekkende Brutus die op rustige en integere wijze uit de doeken doet waarom de samenzweerders tot hun daad zijn gekomen. Als hij aan het eind van de voorstelling ‘de nobelste aller Romeinen’ wordt genoemd, geloof je dat. Marcus Antonius, gepassioneerd gespeeld door Jip van den Dool, die hem onderbreekt en wegstuurt is een schoolvoorbeeld van manipulatieve retoriek en wint natuurlijk.

Associaties

Bijzonder aan deze voorstelling vind ik de vele associaties met het heden die bij me opkomen. Niet alleen gedachten aan de mislukte aanslagen op Hitler, maar ook aan de eventuele mogelijkheid dat een groep belangrijke Republikeinen zou besluiten Trump uit de weg te ruimen om Amerika en de Republikeinse partij te redden. Je kunt het je voorstellen en het maakt dat de gedachtegang van de samenzweerders dichterbij komt dan je lief is.

Naast de geweldige Caesar door Mattias van de Vijver trekt Julia van der Vlugt de aandacht als bediende Lucius. Ook hier tonen de makers en regisseur Michiel de Regt grote inventiviteit. Lucius valt niet alleen steeds in slaap, maar is halfdoof en -blind en loopt moeilijk. Het is erg geestig als hij de lange trap op- en afmoet. En zeer des Shakespeares die immers graag komedie bij zijn tragedies gooit en tragiek bij zijn komedies. Aan het einde slaagt Lucius er ook nog eens in om me tot tranen toe te ontroeren.

De voorstelling levert ook wat twijfels op: de vele scènes tussen Brutus en Cassius, die vooral dienen om het plot uit de doeken te doen, zijn te vlak en daardoor moeilijk te volgen. Wellicht verandert dat als Reinout Scholten van Aschat over enige tijd de rol van Cassius overneemt. En hoe amusant Van de Vijver ook is als Caesar, je kunt je nauwelijks voorstellen dat deze ijdele druktemaker zo’n onoverwinnelijke krijgsman was en ooit de minnaar van Cleopatra. Dat neemt echter niet weg dat dit een knappe, boeiende productie is van een op papier toch vrij taai stuk.

 

 

 

Boeken / Non-fictie

Inspirerend filosofisch overzichtswerk

recensie: Ger Groot – De geest uit de fles

Hoogleraar filosofie Ger Groot schrijft met De geest uit de fles een indrukwekkend overzicht van de geschiedenis van de moderne filosofie.

Het grote, zware boek met harde kaft doet denken aan een schoolboek. Het staat vol met kleurrijke afbeeldingen en linkjes naar video’s die op de website van Lemniscaat te zien zijn. Op de voorkant staat een muurschildering van graffiti-artiest Banksy. Het boek ziet er aantrekkelijk uit, je krijgt meteen zin om te gaan lezen.

Ons zelfbeeld

Filosoof Ger Groot – hoogleraar, docent en schrijver van tal van boeken en artikelen – doet in De geest uit de fles iets dat hij nog niet eerder heeft gedaan. In zijn eerdere schrijfwerk zoekt hij de verbinding tussen filosofie en maatschappij en legt daarbij de nadruk op kunst en cultuur. In zijn nieuwste werk brengt hij dat allemaal samen in één prachtig, helder en spannend overzicht. Hij verhaalt in geur en kleur het ontstaan en de ontwikkeling van het zelfbeeld van de moderne mens vanaf de Moderne Tijd. In die vier eeuwen heeft de mens niet stilgezeten. Er zijn niet alleen boekwerken volgeschreven door filosofen, onze voorouders hebben hun zelfbeeld vormgegeven en naar buiten gebracht in tal van cultuuruitingen.

Filosofie en cultuur

In De geest uit de fles laat Groot zien hoe de denkbeelden in verschillende periodes onlosmakelijk verbonden zijn met wat er geschilderd, gebouwd en onderzocht is. Want ‘filosofie is overal, in alle hoeken van de samenleving’. Daarmee haalt Groot in één klap de ideeën van denkers als Kant en Rousseau onder het stof vandaan. Filosofie is overal en is alles behalve louter theoretisch of decadent. Zo vergelijkt Groot de film Into the Wild met het rousseauiaanse verzet tegen civilisatie. Ook het ‘ontdekkend leren’ dat wij nu kennen op basisscholen is volgens Groot terug te vinden in het boek Emile (1792), waarin Rousseau zijn filosofie over de opvoeding behandelt.

De mens centraal

Vanaf de Moderne Tijd is het zelfbeeld van de mens centraal komen te staan in de geschiedenis. Daar begint De geest uit de fles. Groot beschrijft de geschiedenis van het denken van de mens over zichzelf. Maar als we denken los te staan van onze voorouders, hebben we het goed mis.

In vier eeuwen tijd hebben we steeds meer kennis gekregen en vandaag de dag hebben we zoveel informatie tot onze beschikking dat we niet in staat zijn het allemaal tot ons te nemen. ‘Terwijl we steeds knapper worden, drijven we rond in een zich almaar wijder uitstrekkende baaierd van onopgeloste raadsels en onzekerheid.’ Daarmee is dit boek over onze geschiedenis net zozeer een boek over ons heden. We hebben veel vooruitgangen geboekt, maar staan nog steeds voor vergelijkbare problemen als de mensen aan het begin van de Moderne Tijd. Dat maakt dat dit boek over de filosofiegeschiedenis ook actuele thema’s behandelt waar de hedendaagse mens iets aan heeft.

Nieuwe beschrijvingen van bekende ideeën

Groot beschrijft de filosofieën van nagenoeg alle grote filosofen vanaf Descartes. Dit doet hij op een leuke, onalledaagse manier. Zo legt hij de categorieënleer van Kant uit aan de hand van de werking van een tv-toestel. Dit klinkt misschien kinderlijk; toch is het echt een boek voor volwassenen. Het mag er dan uitzien als een schoolboek, maar voor middelbare scholieren is het taalgebruik te moeilijk en gaat Groot wellicht te diep in op de denkbeelden en hun consequenties. Daar tegenover staat dat het voor alle mensen met interesse in filosofie echt een aanrader is. Als filosoof vreesde ikzelf dat het boek gesneden kost zou zijn, maar ik was blij verrast door de beschrijvingen en overdenkingen van Groot. Dat het boek met of zonder voorkennis intrigeert is bewonderenswaardig.

Beeld en geluid

Op de website van de uitgeverij is een speciale pagina aangemaakt bij het boek. Hierop zijn alle beeld- en geluidsfragmenten waar Groot naar verwijst terug te vinden. Dit zijn allerlei uiteenlopende zaken. Zo kun je een interview met Gadamer bekijken, een college van Lacan, een toespraak van Obama, maar ook filmscènes uit verschillende films en beelden van Joeri Gagarin die in 1961 als eerste mens de ruimte in gaat. Daarmee gaat het denken en diens historische setting leven, wordt het tastbaar en zelfs vermakelijk. De geest uit de fles kan gezien worden als naslagwerk, leerboek en ontspanning ineen en biedt voor iedereen een frisse kijk op onze geschiedenis en het denken daarbinnen.

AmericanaUpdate_vol1
Muziek / Album

Zo uiteenlopend kan Americana zijn

recensie: Dig Deeper, Tip Jar & Chastity Brown
AmericanaUpdate_vol1

Een genre dat me al vele jaren na aan het hart ligt is de Americana muziek. Daarom is het tijd voor een nieuwe serie op het medium van 8WEEKLY. Meteen duiken we in de breedheid van de Americana met de Noorse band Dig Deeper, het Hollandse duo Tip Jar en de overzeese Chastity Brown.

Americana muziek is in de laatste jaren een breed begrip geworden. Kijk naar de Euro-Americana en geniet van het brede pallet van muziek dat je daar aantreft. Persoonlijk mag ik me tot een van de samenstellers rekenen. Dezelfde gemêleerdheid wil ik in dit artikel over dit genre weergeven.

 

Noorse alt.country rock

De eerste kennismaking met Dig Deeper dateert van begin dit jaar toen ze hun EP ‘Stars Tonight’ digitaal uitbrachten. Het wachten was direct gestart tot een volledig album zou verschijnen. Met In Central European Time is aan dat wachten een einde gekomen en het is meer dan beloond. Het album, dat alleen digitaal en op vinyl zal verschijnen, herbergt een sound, die kunnen kenmerken als een alt.country rock plaat met invloeden van psychedelica en Indie. Met een beetje wil kunnen we hier zelfs een vleugje U2 in terugvinden. Verder horen we War on Drugs, Grateful Dead en Neil Young in deze muziek terugkomen. Het album bevat zes composities. Vaak worden de gitaarpartijen breed uitgesponnen. Vooral het afsluitende ‘Sky Brown Sky’ heeft in dat opzicht de meest naar de psychedelica opschuivende invloeden. Het album start met een tweetal composities, die wat mij betreft de parels van het album bevatten vanwege de manier waarop ze je pakken en de herkenbare sound, die blijft hangen als je aan het album denkt. ‘How Can I Be Certain’ en ‘Stars Tonight (Have You Seen)’ zijn daarmee de vaandeldragers van de sound van Dig Deeper.

De band heeft als meesterbrein Einar Kauping, die naast de zang en het verzorgen van de gitaarpartijen ook voor de composities tekent. Kauping schrijft de liedjes op dit album in de ik-vorm maar zingt toch over politieke en wereldlijke zaken. Hij kiest alleen voor deze vorm om de teksten meer te laten spreken, verklaart hij op het meegeleverde persbericht.

Dig Deeper kan met dit album In Central European Time wel eens hoge ogen gaan gooien als ze de juiste aandacht krijgen. Aan de topkwaliteit van het album zou het niet mogen liggen.

Vernieuwde duo-sound

Tip Jar verrast positief met hun derde album Gemstone Road. Wie de band eerder hoorde op hun twee vorige albums, zal met dit nieuwe album aangenaam verrast zijn. Doordat Tip Jar meer aandacht geeft aan trieste en dieper gravende liedjes, wint het album aan zeggingskracht. Daarnaast horen we een beter samen zingend duo dan op de vorige twee albums. Daar waar steeds bij het beluisteren van een Tip Jar-album verlangd werd naar een nieuw solo-album van Bart de Win zelf, is dat verlangen nu volledig verdwenen. Met zijn levenspartner Arianne de Knegt zingt hij hechter dan ooit. De stemmen kleuren beter dan in het verleden bij elkaar. Hoe het duo het heeft klaargespeeld is moeilijk te achterhalen. Is De Win meer naar de stem van De Knegt afgebogen of omgekeerd? Het resultaat is in ieder geval genieten met een grote ‘G’. Bijzonder mooi is het liedje, dat lijkt te gaan over de blues maar juist een anti-bluesliedje is, omdat De Knegt zingt dat ze nooit de blues zal zingen door de liefde voor haar partner. ‘Never Sing The Blues’ is een van de pareltjes van het album te noemen.

Wat zeker opvalt is de ijzersterke en heldere productie. Tip Jar, samen met Walt Wilkins, BJ Baartmans en Joost van Es, klinken door deze productie samen met de andere gasten als een groep die een privé-concert voor je verzorgt. Het album zal zich langzaam maar zeker in je systeem worstelen om steeds weer de vraag om het te draaien op te roepen. Tip Jar heeft in ieder geval haar beste album tot nu toe gemaakt!

Een album met veel invloeden

Chastity Brown heeft met Silhouette Of Sirens een album gemaakt dat naast folk en country ook fikse scheuten blues, soul en rock in haar geluid heeft gestopt. Gecombineerd met de krachtige en kenmerkende stem van Brown hebben we hier te maken met een zeer gevarieerd album, dat snel zal stijgen in het aanzien.

Het album opent met ‘Drive Slow’, dat direct de staalkaart van het kunnen van Brown op tafel legt. Een fijne, krachtige zang met alle invloeden hiervoor vernoemd verenigd in één liedje, dat de luisteraar direct inpakt en tot zich bindt om het album in zijn geheel tot zich te laten komen. De uitnodiging om verder te komen is zo heftig dat je de verleiding zeker niet kunt weerstaan.

Bij het beluisteren van ‘Wake Me Up’ horen we voor het eerst een vergelijking opkomen met Tracy Chapman’s stem, maar dan een stapje hoger in de toonladder. In ‘Lies’ horen we een heerlijke blues gitaarriff doorklinken. In ‘Colorado’ komt de vergelijking met Chapman hevig terug, terwijl we hier ook een schitterende steelgitaar horen klinken.

Het album Silhouette Of Sirens kent geen enkel zwak moment en blijft boeien tot de laatste noot die Brown laat klinken. Een echte aanrader voor de avontuurlijke luisteraar.

Borg McEnroe
Film / Films

Stoïcijns ijskonijn vs. ontvlambaar enfant terrible

recensie: Borg McEnroe
Borg McEnroe

Wimbledon 1980. Björn Borg heerst al jaren op de internationale tennisbanen. De Zweed heeft het Engelse tennistoernooi viermaal op een rij gewonnen en gaat voor zijn vijfde titel. Het jonge Amerikaanse talent John McEnroe wil de hegemonie van de nummer een van de wereld doorbreken. Borg is een sympathieke en vriendelijke sportman. McEnroe ontploft tijdens elke wedstrijd wel een keer. Hij scheldt, tiert en raast om beslissingen van de scheidsrechter. Het publiek van de wedstrijden wenst soms heimelijk een scheldkanonnade van de Amerikaan mee te maken. De organisatoren in Engeland hopen op een duel tussen de stoïcijnse Borg en de licht ontvlambare McEnroe. De finale in 1980 van het grootste tennistoernooi ter wereld zou de geschiedenis ingaan als dé wedstrijd van de eeuw.

Regisseur Janus Metz is vooral bekend geworden door het maken van documentaires. Daarnaast heeft hij een episode van de Amerikaanse televisieserie True Detective op zijn naam. De bemoeienis van de Zweedse regisseur is in eerste instantie gericht op het maken van een documentaire over de beroemde tenniswedstrijd. Tot zijn eigen verbazing wordt de weinig ervaren filmmaker naar voren geschoven om de film Borg McEnroe te schieten.

In Zweden is er al er snel een kandidaat voor de rol van Borg. Sverrir Gudnason heeft niet alleen het uiterlijk van het tenniskanon Borg, hij speelt ook een behoorlijk potje tennis. Voor de rol van McEnroe wil Metz de bekende acteur Shia Labeouf. Er wordt een script verstuurd en na lang wachten is er plots een positief antwoord. Labeouf laat weten rechtshandig te zijn en vraagt de regisseur of dat een probleem is. Een van de wapens van McEnroe was het feit dat hij linkshandig speelde.

Chagrijn

Labeouf staat bekend als acteur die zich voor 100% en meer inleeft in zijn rol. In Fury, de oorlogsfilm met Brad Pitt douchte hij zich niet, omdat de soldaten aan het front dat ook niet deden. Het feit dat hij na enkele weken een uur in de wind stonk interesseerde hem niet. Labeouf staat ook bekend om zijn soms wat chagrijnig gedrag op de filmset. Redenen genoeg om de acteur in de schoenen van McEnroe te willen zien acteren.

De wedstrijd tussen beide kemphanen is legendarisch. Op YouTube is het bloedstollende verloop klap voor klap te volgen. Borg tennist met de ijzersterke en keiharde dubbele backhand, McEnroe toont zijn fluwelen techniek en streelt de ballen bijna. Het duel ontspoort ook verbaal niet. De twee tennissers respecteren elkaar en accepteren de beslissingen van de scheidsrechter. De onderhuidse spanning spat van het scherm en is bijna voelbaar, maar leidt niet tot uitbarstingen.

Titel

De strijd gaat gelijk op. Er is in twee gevallen een tiebreak nodig om de set te beslissen. Uiteindelijk wint Borg zijn vijfde titel op rij. Luttele weken na het toernooi kondigt hij zijn afscheid aan. In Borg McEnroe wil de finale niet spannend worden. Er is in de aanloop naar de wedstrijd veel aandacht voor de psychologische aspecten van de topsport. Borg denkt veel na over zijn jeugd en de weg naar de top, McEnroe mist bij het reizen het gezelschap van zijn ouders en is communicatief zo onhandig dat elk telefonisch contact op ruzie uitloopt. De twee beste tennissers van de wereld zijn sociaal beperkte mensen.

Nagelbijtend

De film sleept zich door de finale. Het scorebord is spannender dan de rally’s die worden gespeeld. Met een minimum aan zweetdruppels en een maximum aan gepijnigde blikken spelen de acteurs zich naar het bekende einde. Op het groene gras van Wimbledon was de match Borg tegen McEnroe nagelbijtend spannend, op het witte doek van de bioscoop is de strijd slaapverwekkend.

Leuk detail is de rol van Leo Borg. Er werd gezocht naar een jonge tennisser, die ook acteren kon. De zoon van Borg schreef een brief na de oproep van Janus Metz. De jonge Borg kreeg na veel aarzelingen van de regisseur de rol. Vader Björn kwam zelfs een keer kijken bij de opnames. Zoals van de stoïcijnse ex-topsporter mocht worden verwacht, hield hij zich afzijdig.

De inmiddels 60 jarige Zweedse winnaar heeft laten weten de film zeer te waarderen. Van de Amerikaanse verliezer is nog geen reactie bekend.

Kunst / Expo binnenland

“Die dwaas met zijn vijf vrouwen”

recensie: Anton Heyboer – Het goede moment

De titel van deze recensie geeft aan hoe Heyboer (1924-2005) door het grote publiek werd gezien. De man die aan de lopende band schetsen produceerde van zijn handelsmerk: de kip. Het Gemeentemuseum Den Haag wil met zijn tentoonstelling een ‘andere’ Heyboer laten zien. De man die in de jaren zestig en zeventig internationaal doorbrak. Een man die de normen en waarden van de maatschappij verwierp en een eigen werkelijkheid creëerde.

 

Anton Heyboer, Christus-paradijs, 1979, gelatinezilverdruk met rode (lak)verf, 40 x 30 cm, Gemeentemuseum Den Haag.

De tentoonstelling is ruim opgezet en laat de veelzijdigheid van de kunst van Heyboer zien: etsen schilderijen en foto’s. Het werk begrijpen is een ander verhaal. Veel van zijn etsen tonen primitieve vormen, lijnen, teksten en getallen; zijn foto’s rode verf. Om zijn werk enigszins te doorgronden zal men toch over enige achtergrondinformatie moeten beschikken.

Het begin

Heyboer werd in 1924 geboren in Indonesië (Pulau Weh, Sabang). Vlak na zijn geboorte verhuisde het gezin achtereenvolgend naar Haarlem, Delft, Voorburg, Curaçao en New York.
Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde het gezin echter weer terug naar Haarlem. In 1943 werd hij door de Duitsers werd opgepakt om dwangarbeid in Berlijn te verrichten. Hij ontsnapte en vluchtte getraumatiseerd terug naar Nederland.
In 1951 liet hij zich vanwege zijn oorlogstrauma vrijwillig opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort. Hij verbleef daar vier maanden. De diagnose die door de artsen werd gesteld was: krankzinnigheid met een Christus-complex.

Anton Heyboer, Het goede moment, 1963, ets, Galerie Magnus P. Gerdsen, Hamburg

Internationaal bekend

In 1954 schreef Heyboer zich in Haarlem in als kunstenaar, waardoor hij afhankelijk werd van de contraprestatie. In datzelfde jaar begon hij aan zijn boek Het systeem van Anton Heyboer. In 1957 maakte Heyboer zijn debuut in de toonaangevende Galerie Espace in Haarlem. Daar kocht het Stedelijk Museum Amsterdam direct zesentwintig etsen en kondigde tevens een tentoonstelling aan (1958). In de jaren die daarop volgden verwierf hij internationale bekendheid. In 1964 werd het grootste werk dat hij ooit maakte Het goede moment (1963) getoond op de Documenta III in Kassel (Duitsland). Dit werk bestaat uit zevenentwintig etsbladen met een afmeting van drie bij vijf meter. De afbeeldingen lijken tekens aan de wand; een soort hiërogliefen.

Het systeem

Het systeem van Heyboer bestaat uit hoek- en kruispunten, aangeduid met cijfers. De cijfers staan voor elementaire begrippen, zoals: het wezen, de vader, de moeder, et cetera. Bovendien is zijn werk doordrenkt van christelijke symboliek: God, Maria, Christus, Adam en Eva, schuld, geweten en het kruis. Misschien zag hij zichzelf wel als een soort Christus, gezien de foto Anton Heyboer, Christus -paradijs (1979). In 1976 heeft Hans Locher, de toenmalige hoofdconservator van het Gemeentemuseum,  het systeem van Heyboer proberen te duiden.

Anton Heyboer, Mijn leven verantwoord, 1960, inkt op papier, 50 x 76 cm, Anton Heyboer Stichting

Commune

In 1960 kwam Heyboer Maria tegen. Zij bracht structuur in het leven van Heyboer. In 1961 verhuisden zij van Amsterdam naar Den Ilp (dorp in de provincie Noord-Holland). Respectievelijk kwamen Lotti (1965), Mariken (1974), Joke (1975) en Petra (1982) bij Heyboer wonen. Zijn commune-achtige samenlevingsvorm was voor hem een verzet tegen de samenleving en de kleinburgerlijkheid. Zijn ouderlijk huis vergeleek hij, net als de maatschappij en het werkkamp, met een concentratiekamp (te weinig creatief). Heyboer en zijn vrouwen wilden als spelende kinderen zijn met, welteverstaan, Heyboer als regisseur. Bij Heyboer staat zijn eigen lijden centraal. De kunst was zijn redding. Zijn onderwerp was datgene dat niet onder woorden kon worden gebracht.

Anton Heyboer, Zonder titel, 1975, olieverf en lakverf doek, 200 x 150 cm, collectie Meeuwissen, Oirschot

Nieuwe weg

In 1984 brak hij met Galerie Espace en ging zijn eigen werk verkopen. Het was zijn verzet tegen de gevestigde kunstorde. In 1974 stopte Heyboer met etsen en legde zich verder toe op het schilderen. Hij wilde weer helemaal opnieuw beginnen met iets wat hij niet kon. Om zijn succes te ondermijnen schilderde hij zijn schilderijen over met roze verf.  In 1973 begon hij ook te fotograferen. Heyboer fotografeerde niet om kunst te maken; hij zei: ‘Mijn leven is kunst en ik maak geen kunst’.

De tentoonstelling strookt niet met het beeld dat veel mensen van Heyboer hebben: een clown als parodie op de kunstenaar. Hoewel de uitgebreide expositie dit beeld zeker doorbreekt, blijft zijn werk moeilijk te bevatten.

Rembrandt-Boijmans_van_Beuningen
Kunst / Expo binnenland

De ware Rembrandt

recensie: Virtuositeit en verbeeldingskracht: Rembrandt-etsen uit eigen collectie
Rembrandt-Boijmans_van_Beuningen

In 1923 ontving het museum Boijmans van Beuningen een grote gift. Amsterdammer Domela Nieuwenhuis schonk het museum vele Rembrandtgrafieken, maar ook kopieën en navolgingen hiervan. Dit zorgde er mede voor dat het museum nu zo’n 200 Rembrand-etsen in haar bezit heeft. Deze unieke tentoonstelling toont een selectie.

Van origineel en gewaagd tot bedaard

Rembrandt-Boijmans-van-Beuningen

Rembrandt van Rijn (Leiden 1606 – Amsterdam 1669), De drie kruisen, 1653, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. Foto: Rik Klein Gotink, Harderwijk.

Bij binnenkomst in de eerste van de twee tentoonstellingszalen maakt men meteen kennis met Rembrandt als etser, door middel van een drie-eenheid uit zijn oeuvre. Drie werken zijn te midden van de zaal naast elkaar geplaatst. Ieder werk typeert één van Rembrandts verschillende fasen; van speels tot vindingrijk en later bedaard. Links ziet men de ets die wordt gezien als zijn origineelste ooit, De heilige Hieronymus bij een knotswilg. In het midden zijn meest bekende gravure, genaamd De drie kruisen. Dit werkt verdient met recht deze ereplaats in de tentoonstelling, gezien de gewaagdheid en originaliteit die Rembrandt in dit werk laat zien. Rechts van De Drie Kruisen één van zijn latere etsen, een werk dat aangeeft waar hij zich in zijn laatste etsjaren op berustte. In dit werk zien we minder spontaniteit dan in de twee werken ernaast. Deze drie-eenheid biedt een mooi overzicht van Rembrandts veelzijdige ets-oeuvre, dat in de rest van de zaal op chronologische wijze tentoongesteld hangt.

Zoektocht naar verbeelding

Rembrandt - Boijmans van Beuningen

Rembrandt van Rijn, De heilige Hieronymus bij een knotwilg, 1648, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. Foto: Rik Klein Gotink, Harderwijk.

Het tweede deel van de tentoonstelling is structureel onderverdeeld in thema’s. Rembrandt maakte gedurende zijn carrière als schilder veel zelfportretten, maar ook portretten van opdrachtgevers en familieleden. Niet alleen in schilderijen, maar ook in de vorm van etsen en gravures, waarvan een flink aantal nu geëxposeerd zijn.

Ook hield de kunstenaar zich bezig met het maken van gravures en etsen van landschappen, genrestukken en tronies. Interessant om te zien hierbij is de aandacht die besteed wordt aan zijn (mogelijke) inspiratiebronnen; schilderijen van Rubens en van Rembrandts eigen leerling Ferdinand Bol ontbreken bijvoorbeeld niet in de zaal. Zo wordt er getoond op welke wijze Rembrandt omging met het bestaande, al gemaakte, maar ook hoe zijn volgeling dit oppikte. Deze manier van tentoonstellen is zeker van toegevoegde waarde; de aanschouwer kan zo zelf vergelijken en ontdekken hoe de schilder zich onderscheidde. De bezoeker wordt gevraagd actief te kijken.

Een derde thema waarin Rembrandt zich veelal verdiepte was zijn protestantse geloof. Veel van zijn etsen bevatten dan ook bijbelse taferelen, die hij op een eigen manier verbeeldde. Zo voegde hij bijvoorbeeld vaak meerdere scènes uit de Bijbel samen in één werk, waarmee hij de verhalende functie van de Bijbel eer aandeed. Dit duidt wederom op zijn grote originaliteit en zoektocht naar eigen manieren van verbeelding, wat duidelijk wordt gemaakt in deze tentoonstelling.

De grondbeginselen van een genie

Om deze originaliteit en gedurfdheid van Rembrandt als kunstenaar nog meer aan het licht te brengen, wordt er op twee plaatsen in de tentoonstelling uitleg gegeven over materialen en technieken. De etstechniek wordt in stapjes toegelicht, evenals het creëren van toon (waar de kunstenaar om berucht is). De toelichtingen van deze technieken en materialen zijn een verrijking van de tentoonstelling. Want met een basisbegrip van de gebruikte materialen en technieken, is de stap naar begrip voor Rembrandts originaliteit veel kleiner.

Het genie

Zowel in zijn keuze van onderwerp(en) als in zijn omgang met materialen en technieken week Rembrandt af van het conventionele; zijn experimenteren en zoeken naar een eigen verbeelding maakte hem tot het genie dat hij was. Deze tentoonstelling werpt hier een zeer geslaagde blik op.