Tag Archief van: geschiedenis

Boeken / Fictie

Afscheid nemen van een eeuw

recensie: De tijden veranderen - Carmen Korn

Het einde is daar: in het derde deel van Carmen Korns trilogie, De tijden veranderen geheten, volgt dan eindelijk het onvermijdelijke afscheid van de vier vrouwen die je na aan het hart zijn gaan liggen: Henny, Käthe, Ida en Lina en hun levenspartners en kinderen. Wie aan dit laatste deel begint, wil niet dat het stopt. Het is wederom een ontzettend knap geschreven roman, die de tijdsgeest (of beter gezegd: tijdsgeesten) secuur weet te vangen.

Veranderingen alom

Het is maart 1970 en de vier Hamburgers in hart en nieren (te weten Henny, Käthe, Ida en Lina) zijn ondertussen bejaarde vrouwen. Nu zijn het hun kinderen én zelfs kleinkinderen die in de bloei van hun leven staan. De families worden steeds groter, maar de verhaallijnen zijn nog steeds te overzien. In hun geliefde winkelstraten verschijnen steeds meer blokken beton. Alom veranderingen, veranderingen, veranderingen – wat de titel al deed bevroeden. De ene verandering pakt slecht uit (zoals te verwachten zijn er in deze roman meer sterfgevallen dan in deel 1 en 2 bij elkaar) en andere veranderingen pakken positief uit (geluk blijkt toch voor meer mensen weggelegd dan verwacht). Gelukkig blijft Korn vernieuwend uitpakken en laat ze allerlei frisse gezichten de revue passeren, van wie de gebroeders Jon en Stefan toch verreweg de meest opbeurende karakters zijn. Marike’s dochter Katja – inmiddels een fotografe die naar allerlei conflictgebieden wordt gestuurd – heeft haar knipperlichtrelatie met Karsten eindelijk beëindigd en wordt verliefd op iemand aan de andere kant van de muur: Jon. Kan hun liefde alle grenzen overwinnen? Zelfs het IJzeren Gordijn?

Intussen breidt ook het gezin van Florentine uit. Samen met haar ‘husky’, haar koosnaampje voor haar man Robert die een groen en blauw (nep)oog heeft, krijgt ze een eveneens erg knappe spruit. Met de komst van de kleine Loretta – het jongere zusje van Lorenz – lijkt het allemaal pais en vree, maar Florentine lijkt de modellenwereld nog geen gedag te kunnen zeggen. Ruth heeft het minder getroffen nu ze wederom is gezwicht voor de politiek activist András. Hun beider gezichten prijken op allerlei opsporingsposters, tot in de verste uithoeken van Duitsland. Rudi blijft het verlaten en uitgestorven appartement van Ruth in Berlijn bezoeken en schoonmaken, tevergeefs wachtend op haar terugkeer…

Konstantin zet de familietraditie voort en wil net als zijn moeder en grootmoeder het liefst zijn dagen gaan slijten in de Finkenau, de plek waar de jonge vrouwen elkaar ooit ontmoetten en waar hun carrière als vroedvrouw begon. Zijn geliefde Vivi wil maar al te graag een gezin beginnen, maar dat vergt iets te veel van de ambitieuze Konstantin. Langzaamaan veranderen kleine kinderen in volwassenen en zijn het de kinderen die de zorg voor hun ouders op zich beginnen te nemen. Het lot treft voornamelijk Ida, die als ijdeltuit de hardste klap te verduren krijgt.

Korn, de perfecte geschiedenisdocent

Ook dit keer vliegen de historische gebeurtenissen je om de oren. De DDR, de Vietnamoorlog en de RAF, met als ultieme hoogtepunt de val van de Berlijnse Muur. Geen enkele gebeurtenis laat Korn voorbijgaan zonder dat het betrekking heeft op één van haar vele personages. Ook het onderwerp ‘aids’ vormt in dit boek een heikel punt en zet de relatie van Alex en Klaus kortstondig op losse schroeven. Gelukkig maar dat de vier dames zo’n lang leven is beschoren (toevalligerwijs halen ze minstens allemaal de 90), want daardoor zien we hoe de oude besjes zich letterlijk door het ene na het andere decennium ploegen. Je krijgt soms bijna het idee dat de schrijfster de honderd aantikt, zoveel details maken de geschiedenis bijna tastbaar.

Ook in dit derde deel gaat Korn onvermoeid door met haar geschiedenisles. Ze is precies die docent aan wiens lippen je gekluisterd zit; je wilt maar niet dat ze stopt met vertellen. En dat vertellen, dat doet ze op haar eigen magnifieke wijze. Wat een vaart zit er in het verhaal en dat met zo uitzonderlijk veel verhaallijnen. De verhalen van de vier vrouwen en hun steeds meer uitbreidende families verveelt – tot verbazing – nooit. Zelfs beschrijvingen van het alledaagse leven weet Korn op te fleuren. Het is gewoonweg weer een feest voor de ogen om dit te mogen lezen. Je doorvoelt ook alles wat de hoofdpersonages meemaken en je pinkt zo een traantje mee met de personages.

Op het cynische af

Opvallend is dat de humor in dit deel nog nadrukkelijker aanwezig is. Meerdere malen worden er spottende opmerkingen gemaakt die inspelen op de lachspieren. Voornamelijk de klagende opmerkingen van Käthe – soms op het cynische af – maken dat je dit boek al glimlachend doorbladert. Zij is echter niet het enige hartverwarmende karakter. Je merkt dat de familie en vrienden een ongekend hechte band met elkaar hebben. Het is bijna om jaloers van te worden. De hele kliek wordt gekenmerkt door een grote vrijgevigheid én het is opmerkelijk hoe makkelijk ze alles en iedereen zomaar accepteren (zeker gezien de tijdsgeest).

Wederom verdient Korn een groot applaus en een diepe buiging voor het scala aan personages dat ze heeft geschapen en daarmee ook een stem geeft aan minderheden in de samenleving. Aan hen die dat niet zonder slag of stoot krijgen. Dit laatste deel is de kroon op het eerdere werk van Korn, van wiens hand er hopelijk nog veel boeken zullen komen. Hoe het ook zij met deze trilogie, ‘haar tijd’ als schrijver is nog lang niet ten einde. Jammer blijft wel dat een trilogie vaak ook echt maar uit drie boeken bestaat…

Boeken / Fictie

Afscheid nemen van een eeuw

recensie: De tijden veranderen - Carmen Korn

Het einde is daar: in het derde deel van Carmen Korns trilogie, De tijden veranderen geheten, volgt dan eindelijk het onvermijdelijke afscheid van de vier vrouwen die je na aan het hart zijn gaan liggen: Henny, Käthe, Ida en Lina en hun levenspartners en kinderen. Wie aan dit laatste deel begint, wil niet dat het stopt. Het is wederom een ontzettend knap geschreven roman, die de tijdsgeest (of beter gezegd: tijdsgeesten) secuur weet te vangen.

Veranderingen alom

Het is maart 1970 en de vier Hamburgers in hart en nieren (te weten Henny, Käthe, Ida en Lina) zijn ondertussen bejaarde vrouwen. Nu zijn het hun kinderen én zelfs kleinkinderen die in de bloei van hun leven staan. De families worden steeds groter, maar de verhaallijnen zijn nog steeds te overzien. In hun geliefde winkelstraten verschijnen steeds meer blokken beton. Alom veranderingen, veranderingen, veranderingen – wat de titel al deed bevroeden. De ene verandering pakt slecht uit (zoals te verwachten zijn er in deze roman meer sterfgevallen dan in deel 1 en 2 bij elkaar) en andere veranderingen pakken positief uit (geluk blijkt toch voor meer mensen weggelegd dan verwacht). Gelukkig blijft Korn vernieuwend uitpakken en laat ze allerlei frisse gezichten de revue passeren, van wie de gebroeders Jon en Stefan toch verreweg de meest opbeurende karakters zijn. Marike’s dochter Katja – inmiddels een fotografe die naar allerlei conflictgebieden wordt gestuurd – heeft haar knipperlichtrelatie met Karsten eindelijk beëindigd en wordt verliefd op iemand aan de andere kant van de muur: Jon. Kan hun liefde alle grenzen overwinnen? Zelfs het IJzeren Gordijn?

Intussen breidt ook het gezin van Florentine uit. Samen met haar ‘husky’, haar koosnaampje voor haar man Robert die een groen en blauw (nep)oog heeft, krijgt ze een eveneens erg knappe spruit. Met de komst van de kleine Loretta – het jongere zusje van Lorenz – lijkt het allemaal pais en vree, maar Florentine lijkt de modellenwereld nog geen gedag te kunnen zeggen. Ruth heeft het minder getroffen nu ze wederom is gezwicht voor de politiek activist András. Hun beider gezichten prijken op allerlei opsporingsposters, tot in de verste uithoeken van Duitsland. Rudi blijft het verlaten en uitgestorven appartement van Ruth in Berlijn bezoeken en schoonmaken, tevergeefs wachtend op haar terugkeer…

Konstantin zet de familietraditie voort en wil net als zijn moeder en grootmoeder het liefst zijn dagen gaan slijten in de Finkenau, de plek waar de jonge vrouwen elkaar ooit ontmoetten en waar hun carrière als vroedvrouw begon. Zijn geliefde Vivi wil maar al te graag een gezin beginnen, maar dat vergt iets te veel van de ambitieuze Konstantin. Langzaamaan veranderen kleine kinderen in volwassenen en zijn het de kinderen die de zorg voor hun ouders op zich beginnen te nemen. Het lot treft voornamelijk Ida, die als ijdeltuit de hardste klap te verduren krijgt.

Korn, de perfecte geschiedenisdocent

Ook dit keer vliegen de historische gebeurtenissen je om de oren. De DDR, de Vietnamoorlog en de RAF, met als ultieme hoogtepunt de val van de Berlijnse Muur. Geen enkele gebeurtenis laat Korn voorbijgaan zonder dat het betrekking heeft op één van haar vele personages. Ook het onderwerp ‘aids’ vormt in dit boek een heikel punt en zet de relatie van Alex en Klaus kortstondig op losse schroeven. Gelukkig maar dat de vier dames zo’n lang leven is beschoren (toevalligerwijs halen ze minstens allemaal de 90), want daardoor zien we hoe de oude besjes zich letterlijk door het ene na het andere decennium ploegen. Je krijgt soms bijna het idee dat de schrijfster de honderd aantikt, zoveel details maken de geschiedenis bijna tastbaar.

Ook in dit derde deel gaat Korn onvermoeid door met haar geschiedenisles. Ze is precies die docent aan wiens lippen je gekluisterd zit; je wilt maar niet dat ze stopt met vertellen. En dat vertellen, dat doet ze op haar eigen magnifieke wijze. Wat een vaart zit er in het verhaal en dat met zo uitzonderlijk veel verhaallijnen. De verhalen van de vier vrouwen en hun steeds meer uitbreidende families verveelt – tot verbazing – nooit. Zelfs beschrijvingen van het alledaagse leven weet Korn op te fleuren. Het is gewoonweg weer een feest voor de ogen om dit te mogen lezen. Je doorvoelt ook alles wat de hoofdpersonages meemaken en je pinkt zo een traantje mee met de personages.

Op het cynische af

Opvallend is dat de humor in dit deel nog nadrukkelijker aanwezig is. Meerdere malen worden er spottende opmerkingen gemaakt die inspelen op de lachspieren. Voornamelijk de klagende opmerkingen van Käthe – soms op het cynische af – maken dat je dit boek al glimlachend doorbladert. Zij is echter niet het enige hartverwarmende karakter. Je merkt dat de familie en vrienden een ongekend hechte band met elkaar hebben. Het is bijna om jaloers van te worden. De hele kliek wordt gekenmerkt door een grote vrijgevigheid én het is opmerkelijk hoe makkelijk ze alles en iedereen zomaar accepteren (zeker gezien de tijdsgeest).

Wederom verdient Korn een groot applaus en een diepe buiging voor het scala aan personages dat ze heeft geschapen en daarmee ook een stem geeft aan minderheden in de samenleving. Aan hen die dat niet zonder slag of stoot krijgen. Dit laatste deel is de kroon op het eerdere werk van Korn, van wiens hand er hopelijk nog veel boeken zullen komen. Hoe het ook zij met deze trilogie, ‘haar tijd’ als schrijver is nog lang niet ten einde. Jammer blijft wel dat een trilogie vaak ook echt maar uit drie boeken bestaat…

Boeken / Fictie

Carmen Korn schafft das

recensie: Tijd om opnieuw te beginnen - Carmen Korn

De gevierde auteur Carmen Korn, een Duitse dame op leeftijd, knalde er in de afgelopen jaren een prachtige trilogie uit die verhaalt over vier vrouwen en hun levensgeschiedenissen van 1919 tot 1999. In het tweede deel, Tijd om opnieuw te beginnen, is de Tweede Wereldoorlog net op zijn einde en ligt de metropool Hamburg (een stad ten noorden van Berlijn) in puin en as. De levens van Henny, Käthe, Lina en Ida zijn net zo overhoop gehaald als de gebouwen om hen heen, maar ze weten de brokstukken in hun leven bijeen te rapen en er iets moois van te maken. Korn weet wederom een fantastische vertelling neer te zetten die gaat over de beweeglijke jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenisles

In de jaren 50, 60 en 70 was het naar alle waarschijnlijkheid geen pretje om in Duitsland te wonen. Al helemaal niet in het oostelijke deel van Berlijn. De muur die in 1961 werd opgetrokken verdeelde het land en vele gezinnen werden ruw uit elkaar getrokken. In dit boek komt de Berlijnse Muur zeker ter sprake, maar met de muur nog zoveel meer. Korn heeft zich haast een hele bibliotheek moeten aanleggen om al haar bronnen te kunnen verzamelen. Wie haar boeken leest, pikt meteen een les mee over de Duitse geschiedenis. Misschien ligt het wel aan het feit dat ze feit en fictie zo goed met elkaar weet te verweven, dat je almaar wilt doorlezen.

Toch is niet alleen de inhoud van het boek prijzenswaardig. Korn houdt een prettige verteltrant aan en weet boeiende dialogen op papier te zetten. Wat haar schrijfstijl zo typeert, is dat ze geen woord te veel op papier plaatst. Ze wisselt in haar boeken bovendien continu van perspectief: in het eerste deel, Dochters van een nieuwe tijd, schrijft ze voornamelijk over de vier vrouwen Henny, Ida, Käthe en Lina en hun partners (achtereenvolgens): Lud Peters en Ernst Lür (de eerste en tweede man van Henny), Theo Unger (de dokter die al jaren zijn oog heeft laten vallen op Henny), Friedrich Campmann (de eerste man van Ida) en Tian Yan (Ida’s tweede man en grote liefde), Rudi Odefey (Käthes echtgenoot) en Louise Stein, ‘Lina’s levensgezellin’. Een handvol personages. Toch gaat het je niet duizelen als Korn weer eens van perspectief wisselt. Het verhaal blijft hoe dan ook overzichtelijk. Zelfs als Korn in dit tweede deel nóg meer personages opvoert.

Nieuwe geliefden, oude geliefden

In het tweede boek moeten de vier dames (die je in het eerste deel leert kennen als twintigers) hun ‘bühne’ delen met hun kinderen, die een steeds groter aandeel krijgen in het verhaal én één stel in het bijzonder: Klaus Lühr (Henny’s zoon) en Alex Kortenbach. Alex Kortenbach nam in de Tweede Wereldoorlog zijn toevlucht naar Argentinië om te ontkomen aan de dienstplicht en alle gruwelijkheden van de nazi’s. Aldaar hoort hij dat zijn hele familie is omgekomen in de vlammenzee die Hamburg tijdens de oorlog teisterde. Hij besluit om terug te keren naar Hamburg met één enkel doel: om er te sterven.

Hoe anders verloopt het als hij terechtkomt bij Guste Kimrath, de laatste levenspartner van Ida’s vader Carl Christian Bunge. Guste biedt dag in, dag uit een warm nest aan alle vogeltjes die die van henzelf ontvlucht zijn. Alex blijkt al snel een wonder op de piano te zijn en tijdens een van zijn repetities merkt hij de aanwezigheid van Klaus op: hij zal de eerste en laatste man in zijn leven zijn aan wie hij zijn hart verpand. Intussen is ook Klaus’ zus Marike enkele jaartjes ouder geworden en werkt ze hard aan haar toekomst: ze wil zo snel mogelijk aan de bak als vroedvrouw om kinderen op de wereld te helpen, terwijl ze zelf tracht om met haar man, Thies Utesch (die ze al vanaf haar zesde kent), kinderen te krijgen. Na vijf jaren vruchteloze pogingen, kan ze dan eindelijk op achtentwintigjarige leeftijd een eerste kleinkind schenken aan haar moeder Henny: Katja. Enkele jaren later volgt Konstantin, het petekind van van Klaus en Alex.

Intussen bloeit de dochter van Ida en Tian op tot een ware schoonheid: met haar lange, zwarte haren en lange benen is ze een gewild model voor de covers van tijdschriften als de Vogue en Elle. Dit tot grote jaloezie van Ruth, het kleine, verweesde meisje, dat Rudi en Käthe adopteren als Ruths grootvader en voogd, meneer Everling, na een val van de trap overlijdt. Rudi en Käthe zijn de meest geteisterde personages van de roman: beiden hebben een concentratiekamp weten te overleven (Rudi een Russisch krijgsgevangenkamp en Käthe het concentratiekamp Auschwitz, waar Käthe’s moeder Anna het leven heeft gelaten) en dit laat diepe sporen na in hun dagelijkse leven. De aanwezigheid van Ruth in zijn leven, zorgt ervoor dat Rudi snel opkrabbelt. Daar dreigt helaas een einde aan te komen als Ruth zich in de ene ongelukkige relatie na de andere stort, met alle gevolgen van dien.

Roddels hier, roddels daar

Na jaren van oorlogen en angst, zie je dat de personages zich nu om de meer kleine zaken in het leven druk maken. Ida’s huwelijk begint kleine scheurtjes te vertonen, aangezien Tian Ida meer en meer lijkt te vervelen. Tian merkt dit op en lucht zijn hart bij Alex, met wie hij een innige vriendschap aangaat. Op deze wijze worden ook continu alle roddels doorgespeeld in hun tamelijk grote vriendenkring in Hamburg. Intussen hebben Lina en Louise een derde eigenaar weten te strikken voor hun boekhandel Landmann: Momme Siemsen, een romanticus die maar al te graag een groot gezin wil stichten. De tijd lijkt de dames ook in te halen: Louise maakt zich steeds meer zorgen over haar verouderende uiterlijk en grijpt steeds vaker naar de fles. Nee, de meest stabiele figuren in het tweede deel zijn toch echt Henny en Theo, wier liefdesgeschiedenis eindelijk tot bloeit komt. Zij zijn de pilaren waarop alle andere vrienden en familieleden kunnen leunen en voortbouwen.

Diversiteit ten top

Zoveel levens, zoveel familiegeschiedenissen: Carmen Korn laat veel diversiteit doorschemeren in haar roman. De familieleden en vrienden hebben allemaal een geheel eigen leven, geaardheid en zeer uiteenlopende interesses en ambities. Korn weet keer op keer weer te verrassen met de komst van een personage. Iedereen en alles is met elkaar verweven en het klopt gewoon. Altijd. Laat het maar aan Korn over om een trilogie te schrijven, die zo verfilmd kan worden. Het zal haar geen moeite kosten om er nog paar extra bijfiguren bij te bedenken. Een groots schrijver worden op je 65ste: doe het maar eens na.

Muziek / Album

Als een ijzig takje in de sneeuw

recensie: Winterreise, Franz Schubert
Creative Commons

Het gaat goed met Franz Schubert. Altijd eigenlijk wel, maar nu verschijnen opnames die een actuele laag aan zijn werk toevoegen. Bijvoorbeeld aan zijn liedcyclus Winterreise. De een nog spectaculairder dan de ander. Om nog maar te zwijgen over de nieuwe biografie over hem van de hand van Robert Joost Willink, die de componist in Beethovens schaduw belicht.

Om te beginnen eerst iets over de vroeg-romantische Winterreise zelf. Het is een cyclus van maar liefst 24 liederen op tekst van Wilhelm Müller, die Schubert in 1827 schreef voor een niet nader aangeduide, naar eigen keuze in te vullen zangstem en piano. De cyclus vormt achter elkaar gezongen het verhaal van een man die door zijn geliefde is verstoten en vol liefdesverdriet de winter instapt. Hij zoekt zielenrust en vindt die op het eind, wanneer hij op een bevroren meer een man met een draailier (de dood) tegenkomt.

Martijn Cornet

Het begon met een opname door de bariton Martijn Cornet met het Ragazze Quartet. Een strijkkwartet, terwijl het origineel voor piano is gecomponeerd? Ja, maar niet in de zin van pianobegeleiding; de piano heeft een verre van ondergeschikte rol, en als je het goed doet, biedt de klank van het strijkkwartet soms zelfs een meerwaarde. Die strijkers kunnen door de mogelijkheid om aan de kam te spelen (sul ponticello) bijvoorbeeld méér geven dan een piano kan doen, namelijk een ijzige, winterse sfeer oproepen. Ook de draailier mag er zijn, met de doorgaande toon in de cellopartij. De bewerker van de pianopartij, de inmiddels 92-jarige Wim ten Have – zelf strijker –, heeft dit begrepen en ten volle uitgebuit, zonder ook maar ergens over de schreef te zijn gegaan met klankschilderingen.

Joyce DiDonato

Toen kwam er een opname van de Amerikaanse mezzosopraan Joyce DiDonato met Yannick Nézet-Seguin aan de piano, de man die wij kennen als de chef-dirigent die onlangs afscheid nam van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Nu is de vraag: mezzosopraan in plaats van bariton? Is het niet lang traditie geweest dat een lage mannenstem deze liederen over een verlaten man zingt, zoals vrouwen traditiegetrouw Frauenliebe und -leben van Robert Schumann uit dezelfde tijd op hun repertoire hebben? Ja, en dat is nu het spannende, hoewel het niet opeens iets van deze tijd is, want de Duitse, inmiddels 81-jarige mezzo-sopraan Brigitte Fassbaender ging haar bijvoorbeeld al in 2004 voor.

DiDonato ziet de Winterreise als het dagboek van een verlaten geliefde. Na zijn dood blikt de vrouw die hem de laan uit had gestuurd terug op zijn tocht door het winterse landschap. Zij is nu degene die deze reis als het ware beleeft, doorleeft. Soms neemt ze een iets rustiger tempo; ‘Der Lindenbaum’ duurt bij haar vijf minuten, bij Cornet ruim vier. Een opvallend verschil zit bijvoorbeeld in ‘Der Leiermann’, waar het kwartet hun partijen meer dóórzingt en accenten geeft op toonafstanden die Nézet-Seguin niet aaneengebonden, maar los neemt.

Verder zingt DiDonato soms al bijna net zo ijl als de strijkers van het Ragazze Quartet. Neem bijvoorbeeld het lied ‘Auf dem Flusse’, waarin ze op een gegeven moment zó zacht zingt, dat haar stem lijkt te breken. Als een ijzig takje in de sneeuw.

Twee verschillende opnames van een prachtige liedcyclus. Twee verschillende opvattingen, allebei afwijkend van wat we kennen en meer dan de moeite waard.

Boeken / Non-fictie

Nederlands perspectief op Frans-Duitse conflict flinterdun

recensie: Paul Moeyes - Vuistrecht en wisselgeld. Nederland en de Frans-Duitse oorlog 1870-1871.

In de aanloop naar de Frans-Duitse oorlog van 1870 hield Nederland zich strikt afzijdig. In het ‘spel der tronen’ van de Europese grootmachten konden kleine staten als Nederland gemakkelijk worden gebruikt als wisselgeld, vreesde de Nederlandse regering.

Moeyes (1957) is een specialist op het gebied van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. In zijn nieuwste boek Vuistrecht en wisselgeld belicht hij aan de hand van krantenartikelen het Nederlandse perspectief op de Frans-Duitse oorlog. Die oorlog resulteerde honderdvijftig jaar geleden in de Duitse eenwording. Tijdgenoten wisten al dat de kroning van koning Wilhelm I van Pruisen in de Spiegelzaal wel tot Franse wraakgevoelens én een nieuwe oorlog moest leidden.

Luxemburg

Fraai beschrijft Moeyes hoe Nederland in de jaren 1860 door de ‘kwestie Luxemburg’ al eens ongewild in de spotlights van de Europese politiek kwam te staan. Luxemburg was persoonlijk bezit van koning Willem III, maar maakte ook onderdeel uit van de Duitse Bond. Sinds zijn aantreden als Pruisische kanselier zinspeelde Otto von Bismarck (1815-1898) al op het aaneensmeden van de Duitse lappendeken van koninkrijken, groothertogdommen, vorstendommen en vrije steden. Pruisen moest de leiding krijgen.

In de jaren die volgden bleek dat oorlog voor Bismarck enkel een voortzetting van de politiek met andere middelen was. Toen Willem III zijn groothertogdom Luxemburg aan keizer Napoleon III (1808-1873) van Frankrijk wilde verkopen, dreigde Bismarck met oorlog. Uiteindelijk werd Luxemburg een neutrale staat, maar de oorlogsdreiging van Pruisische zijde was voor het kabinet Van Zuylen-van Nijevelt voldoende reden om zich voortaan angstvallig afzijdig te houden.

Slecht voorbereid

Moeyes komt het best uit de verf wanneer hij de aanloop en het verloop van de oorlog uiteenzet. Het Franse leger had door recente successen in koloniale oorlogen internationaal een goede reputatie. Onterecht, wist de leider van Frankrijk, keizer Napoleon III. De Franse krijgsmacht was hopeloos verouderd en werd geleid door oude, verwaande conservatieve generaals die niet met hun tijd waren meegegaan. Napoleon pleitte voor hervormingen, maar daar wilde de oppositie niets van weten. Met lede ogen keek Napoleon toe hoe Pruisen in 1864 eerst Sleeswijk Holstein annexeerde en in 1866 de Oostenrijkse ‘broeder’ na een razendsnelle mobilisatie versloeg.

Toen in juli 1870 bekend werd dat in Spanje een neef van de Pruisische koning op de troon zou komen, voelde Frankrijk zich van alle kanten bedreigd en was voor Napoleon de maat vol. Zonder goed aanvalsplan en zonder goede tactiek stortte opperbevelhebber Napoleon Frankrijk in een bij voorbaat kansloze missie. De Franse mobilisatie mondde uit in pure chaos. Het door generaal Helmuth von Moltke (1800-1891) geleidde Pruisische leger mobiliseerde juist razendsnel en kreeg daardoor het initiatief.

Embedded

De Frans-Duitse oorlog werd in heel Europa met argusogen gevolgd. Welke gevolgen zou de oorlog hebben voor het precaire machtsevenwicht? En hoe zou het aflopen met de kleine staten? Pruisen wist de publieke opinie beter te bespelen. Terwijl de Fransen geen oorlogscorrespondenten toelieten, mochten alle neutrale verslaggevers met de Pruisen meereizen. Tot afgrijzen van de Britse waarnemer Charles Beauchamp Walker konden de Pruisen op Frans grondgebied blijven communiceren met Berlijn via Franse telegraafpalen. Geen enkele Franse generaal kwam op het idee om de lijnen te verbreken.

De Nederlandse kranten konden zich geen verslaggevers ter plaatse veroorloven. Door dit euvel blijft het Nederlandse perspectief op de oorlog – toch een belangrijke doelstelling van de auteur –  onderbelicht. Nederlandse kranten moesten afgaan op Franse en Duitse berichtgeving.

Vol verbazing beschreven ze hoe de Franse legers in de maanden augustus en september achtereenvolgens in Metz, Straatsburg en Parijs werden opgesloten. Napoleon werd gevangengezet. De nieuwe regering van Léon Gambetta (1838-1882) wist na het uitroepen van de Derde Republiek in Orléans het Franse elan kortstondig aan te wakkeren. Hij vormde razendsnel drie nieuwe volkslegers, maar ook deze ongetrainde revolutionairen waren geen partij voor de goed geoliede Pruisische machine.

Afgedreven

In januari 1871 begonnen de Pruisen met het langverwachte bombardement op Parijs. Het Franse leger ondernam nog een laatste halfslachtige uitbraakpoging, maar de inwoners van Parijs zagen het leger nog dezelfde dag terugkeren. In arren moede werden luchtballonen opgelaten om de naar Bordeaux uitgeweken regering op de hoogte te brengen van de onhoudbare situatie. Door de wind dreven de ballonnen echter naar Nederland.

Ballonvaarder Vibert en artillerieofficier Goleron landden op 18 januari 1871 buiten het dorpje Hierden. De burgemeester van Harderwijk zorgde er na een korte maaltijd voor dat het tweetal via Amsterdam naar Bordeaux kon reizen. Enkele dagen later kreeg de burgemeester een bedankbrief van de Franse consul-generaal in Amsterdam voor de gulle ontvangst. ‘Die ontvangst is het Nederlandse begrip van neutraliteit en van menslievendheid en zal ook in Frankrijk op rechte prijs worden geschat.’ De andere ballon had 150 kilo aan brieven en pakketten aan boord. Terwijl in Versailles al de kiem voor de volgende oorlog werd gelegd, kregen Nederlandse journalisten pas voor het eerst een indruk hoe het er in het belegerde Parijs werkelijk aan toe ging.

Met de ondertekening van het vredesverdrag in Hotel zu Schwan in Frankfurt kwam op 10 mei 1871 officieel einde aan de Frans-Duitse oorlog. De Nederlandse regering bleef dezelfde koers varen. In april 1874 werd de Vestingwet aangenomen. Niet het opvangen van de vijand aan de landsgrenzen, maar de verdediging in het hart van het land werd de norm. Het onderstreept de voortzetting van de Nederlandse neutraliteitspolitiek, die in 1914 nog één keer goed uitpakte, maar in mei 1940 hopeloos achterhaald bleek te zijn.

Afbeelding: Franse krijgsgevangenen in Wesel (1870)

Boeken / Non-fictie

(Om)keerpunt

recensie: De fundamenten – Ramsey Nasr

Ramsey Nasr schrijft met De fundamenten een indringend verslag van Nederland in de coronapandemie. Nasr schrijft niet alleen mooi, hij durft ook kritisch, open en creatief te denken en ontpopt zich in het bijna 150 pagina’s tellende boekje als een maatschappijcriticus en filosoof.

De fundamenten bestaat uit drie essays, gedateerd in maart 2020, september 2020 en februari 2021. Daarmee voelt het boek direct als een dagboek, wat Nasr in de inleiding bevestigt. “Drie ellenlange dagen in een stilstaand jaar.”

Maart 2020 – Vermaak

In het eerste essay vergelijkt Nasr onze huidige tijd met het door de pest geteisterde Florence van 1348. Boccaccio schreef er een boek over: Decamerone. Nadat de pest is uitgewoed trekt een groep vrienden zich terug in de Toscaanse heuvels, waar ze elkaar tien dagen lang vermaken door verhalen te vertellen. Dat deden zij niet zomaar. Ook wij moesten ons zien te vermaken gedurende de lockdown. Blijf thuis was het devies. We sloegen massaal aan het netflixen. Hoe banaal het ook mag klinken, vermaak is niet zomaar iets, niet slechts een tijdsopvulling. Hier komt de etymologie om de hoek kijken. Ver-maken betekent hetzelfde als re-creëren, oftwel: her-scheppen. Door ons te vermaken scheppen wij onszelf opnieuw. Doordat we in de lockdown op onszelf waren aangewezen, kregen we de mogelijkheid onszelf te ver-maken.

September 2020 – Hysterie

Nasr schrijft over de schoonheid van de lege straten van Amsterdam, waar hij zich direct ook weer schuldig over voelt. Een stad in lockdown mag je niet mooi vinden. Gesprekken vonden ineens plaats in de toekomende tijd, bij gebrek aan een heden, want het heden lag stil. Mensen waren beschaafder, vriendelijker. De lucht was schoon en de Dodenherdenking nog stiller dan andere jaren.

Toen sloeg de stemming om, kwam het verzet, de spandoeken met “DICTATUUR” erop. Volgens Nasr wordt deze hysterie voortgestuwd door gevoel, niet door reflectie. Daarom is een gesprek niet mogelijk, omdat de “hysterie per definitie waar is”. Wie zijn het slachtoffer van corona? De duizenden coronadoden en ic-patiënten of de leden van Viruswaarheid? En in het geval van zwarte Piet: de zwarte Nederlanders of de witte Nederlanders die hun traditie wordt afgenomen? Deze hysterie van “zelfverklaarde oorlogsslachtoffers” sluimerde al langer onder de oppervlakte (denk aan de boerenprotesten waarbij snelwegen werden geblokkeerd) maar komt in deze crisis tot uitbarsting.

Wat al deze boze burgers volgens Nasr gemeen hebben is dat zij niet reflecteren en naar de toekomst kijken, maar dat ze gericht zijn op de ander, de schuldige die alle blaam treft. Deze mensen hebben geen idee meer wat vrijheid inhoudt, zo zijn we door de vrijheid opgeslorpt. “Vrijheid – zo heet het virus dat ons aantast. We zijn er zo van doordrongen geraakt dat we in het dagelijks leven geen idee meer hebben van haar oorsprong, haar waarde. Dáárom wanen wij ons nu zo graag in oorlog: we hebben geen benul wat het is.”

Februari 2021 – Opstand

Het laatste essay, De fundamenten, kijkt naar de middenmoot. Wat willen zij? Uit onderzoeken die Nasr noemt blijkt dat zij meer voor het klimaat willen doen sinds ze door de coronacrisis weten dat onze omgang met de planeet negatieve gevolgen heeft. Deze meerderheid van de Nederlanders wil ook meer belasting betalen voor vlees, vaker de fiets pakken en minder vaak vliegen. Ze willen dus niet doorgroeien maar afremmen. En dat terwijl ons systeem juist gericht is op groei, winst en welvaart. Zelfs in de coronacrisis zijn het de grote bedrijven (zoals KLM en Booking.com) die het grote geld krijgen van de overheid. Toch wil de meerderheid van de Nederlanders het dus anders. Deze wens zou blootgelegd worden bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart. Maar niks bleek minder waar. De meerderheid stemde juist op partijen die door willen met groeien, het spekken van de multinationals en het uithollen van het onderwijs en de zorg – om over de kunstsector nog maar niet te spreken. Nasr legt deze januskop die Nederland klaarblijkelijk is bloot.

Ook stelt hij dat je van een volwassen en rationeel mens zou mogen verwachten dat die geweten en handelen op één lijn stelt. ‘De daad bij het woord voegen’, zoals we dan zeggen. Maar uit die verkiezingsuitslag blijkt precies het tegenovergestelde. “Van alle diersoorten blijkt alleen de volwassen mens in staat tot groteske ontkenning.” Er gebeuren meer verschrikkelijke dingen binnen ons huidige systeem, maar we komen niet in opstand. Dat is wat Nasr lijkt te zeggen, eerst als een diagnose, later als onbegrip en woede. “Uitbuiting, onderbetaling, dierenmishandeling, vervuiling, ontbossing, plundering en vernietiging van de aarde vormen de motor van het vrijemarktprincipe.” En we komen niet in opstand.

Vanaf dit laatste essay kun je De fundamenten lezen als een pamflet, een oproep tot opstand, anders denken, revolutie. In zijn mooi gestileerde schrijven geeft Nasr een indruk van de coronapandemie in Nederland, die verwordt tot een scherpe, heldere en bondige maatschappijkritiek. Nasr laat in De fundamenten zien dat hij naast dichten en schrijven ook in staat is filosofisch te denken. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar behoeven reflectie en kunnen, hopelijk, tot een keerpunt leiden. We kunnen omdraaien, een andere weg inslaan. Maar dat kan wel pas als mensen geweten en handelen weer op één lijn durven stellen. Als wij in staat zijn de crisis te gebruiken om ons daadwerkelijk te ver-maken.

Boeken / Non-fictie

Een vrouwelijke blik op de filosofie

recensie: Frank Meester en Aline D’Haese - De zijkant van de filosofie

Frank Meester schreef met Meesters in de filosofie een overzichtswerk met voornamelijk mannelijke filosofen. “Lieve Meester”, schrijft Aline D’Haese in haar openingsbrief in De zijkant van de filosofie. “Waar zijn de vrouwelijke filosofen?”

In een vermakelijke en interessante dialoog beschouwen Frank Meester en Aline D’Haese de geschiedenis van de filosofie door een nieuwe bril. Vanaf de oudheid tot aan de 21e eeuw gaan ze samen op zoek naar de vrouwelijke denkers.

Een nieuwe definitie

Het gesprek gaat er verhit aan toe. “Praat niet steeds door me heen!” klinkt het al op pagina 20. Aanvankelijk vertegenwoordigt Frank de gevestigde orde; de gangbare ideeën over filosofie. Aline presenteert het tegengeluid, wat ze doet door het begrip ‘filosofie’ te verbreden. Ze laat zien dat in de oudheid en middeleeuwen vrouwen opstaan die zich tegen het patriarchaat keren, die heersende opvattingen over vrouwen in twijfel trekken. Het zijn geen filosofen in de klassieke zin van het woord, maar ze laten zien kritische en eigenzinnige denkers te zijn.

Soms zijn het geliefden van mannelijke filosofen – zoals Leontion, geliefde van Epicurus in de oudheid – of vrouwen die in briefwisselingen kritisch zijn op de ideeën van bekende filosofen. In de Verlichting uiten vrouwen zoals Elisabeth van de Palts en Anne Conway zich bijvoorbeeld bescheiden kritisch over het ‘lichaam-geestprobleem’ van Descartes. Hiermee hebben zij invloed gehad op het denken van deze beroemde filosoof.

Steeds meer unieke vrouwelijke denkers

Vanaf de Romantiek vindt een kentering plaats, wat ook gespiegeld wordt in de dialoog tussen Frank en Aline. Frank besluit vanaf hier ‘zijn huiswerk’ te gaan doen en hij gaat zich verdiepen in de materie. Hij openbaart zich zelfs als feminist.

In de 20e eeuw komt het denken over vrouwelijkheid, in termen van gender en sekse, tot een hoogtepunt, met publicaties van onder andere Simone de Beauvoir en Judith Butler. Zij denken na over vrouwelijkheid als cultureel construct. In hoeverre is gender aangeboren of juist aangeleerd?

In het volgende tijdvak laten de vrouwen zichzelf als onderwerp los. Aline:

“Vroeger was het zo vreemd als een vrouw filosoof wilde worden, dat haar eigen denken wel onderwerp móést zijn van haar filosofie. De positie van de (denkende) vrouw en hoe die verbeterd kon worden, was waar zij noodgedwongen over nadacht. Dat er nu al zoveel vrouwen zijn die over andere dingen kunnen nadenken, betekent dat het de goede kant op gaat met de vrouwelijke filosofie.”

Ze doelt op een groep jonge vrouwen in de 21e eeuw, waaronder Eva Meijer en Lieke Marsman, die niet langer de mens centraal stellen maar denken vanuit ‘dingen, dieren, bergen en rivieren’. Aline: “Weg van het humanisme. Weg van de gedachte dat de mens tegenover de natuur staat.” Zo komt het vrouwelijk denken in geheel nieuw vaarwater terecht, met een interessante nieuwe kijk op de wereld.

Met De zijkant van de filosofie laten Aline en Frank zien dat filosofie niet enkel toebehoort aan mannen. Waar de vrouwen in het verleden vaak onzichtbaar bleven doordat ze vaak geen toegang hadden tot onderwijs en wetenschap, komen ze vanaf de Romantiek steeds meer in de openbaarheid. Hoe meer rechten en kansen vrouwen kregen, hoe bekender ze ook werden. Met dit boek bieden Frank en Aline een goede introductie, met ook volop handvatten om je verder in de materie te verdiepen.

Boeken / Non-fictie

Abraham Kuyper: bouwer of breker?

recensie: De zeven levens van Abraham Kuyper - Johan Snel & Abraham Kuyper: een biografie - Jeroen Koch

Het academisch jaar 2020/21 is het Kuyperjaar. 140 jaar geleden richtte Abraham Kuyper de Vrije Universiteit op en in 2020 was tevens zijn honderdste sterfdag. Onlangs verschenen ook twee boeken over de oud-premier. Wie was Abraham de geweldige?

Wie Abraham Kuyper (1837-1920) was, is ook na het lezen van twee boeken over hem lastig te zeggen. De vraag wát Kuyper was is eenvoudiger, hoewel het nog niet zo makkelijk is om volledig te zijn. Want Kuyper was vooral heel veel: oprichter van de eerste politieke partij (de ARP), oprichter van de VU, theoloog, predikant, premier, verantwoordelijk voor een kerkscheuring en oprichter en hoofdredacteur van dagblad De Standaard waarin hij dagelijks veel stukken schreef (hij was een alom gewaardeerd journalist).

Historicus Johan Snel heeft ervoor gekozen zijn boek De zeven levens van Abraham Kuyper op te delen in hoofdstukken die elk een rol van Kuypers leven behandelen (Kuyper de journalist, staatsman, wetenschappers, activist etc.). Snel, die aan het promoveren is op Kuypers visie op de journalistiek, beschikt door de digitalisering van oude kranten over meer door Kuyper geschreven artikelen dan eerdere biografen. Wellicht mede als gevolg daarvan weet Snel een heel ander beeld te schetsen van Kuyper dan tot nu toe gebruikelijk was.

De Kuyper van Snel is een heel kleurrijk figuur met idealen die vandaag de dag nog sympathiek in de oren klinken. Hij streed voor verbetering van het lot van het gewone volk, door Kuyper de kleine luyden genoemd (toen al een archaïsme). Hij was een radicale democraat en wilde het machtsmonopolie van de liberale elite – de mannen met dubbele namen, ‘de heren millioenairs’ zoals Kuyper ze noemde – breken. Zowel in de kerk als in de politiek.

Schoolstrijd

Het begon met de schoolstrijd, waarin Kuyper streed voor het recht op en gelijkstelling van bijzonder onderwijs. De orthodoxe protestanten wilden zich niet voegen naar het staatsonderwijs waar vanuit een soort algemeen liberaal christendom werd lesgegeven. Deze strijd verbond de (orthodoxe) protesten en katholieken (die eerder zo verdeeld waren) in hun strijd tegen de liberalen. Vrijheid van onderwijs moest ervoor zorgen dat katholieken katholiek onderwijs konden volgen en orthodoxe protestanten onderwijs dat op orthodox protestantse lees geschoeid was. Door het mobiliseren van de achterban slaagden zij daar uiteindelijk in.

De door hem opgerichte politiek partij (de eerste in Nederland) was met name voor die schoolstrijd in het leven geroepen. Voor wat traditionelere figureren binnen de partij zat hun taak er hiermee op. Niet voor Kuyper: de mobilisering van de achterban smaakte naar meer.

Door het zeer beperkte kiesrecht, waardoor alleen welgestelde heren mochten stemmen, was slechts een kleine bovenlaag van de maatschappij vertegenwoordigd in de Kamer. ARP’ers wisten wel in de Kamer te komen, maar hun achterban was in werkelijkheid veel groter dan het zetelaantal van de ARP deed vermoeden.

Kuyper, die zich eerder al hard had gemaakt voor democratisering binnen zijn kerk, wilde opnieuw de achterban gebruiken om de liberale macht te breken. Het algemeen kiesrecht was hiervoor een geijkt middel.

De ARP was verdeeld. Ook binnen zijn partij botste Kuyper met de mensen met dubbele namen. De aanvoerder van de tegenstanders was Alexander de Savornin Lohman. Uiteindelijk leidde het tot een breuk. De partij die Kuyper had opgericht viel uit elkaar: de groep rond Savornin Lohman ging verder in de Christelijk Historische Unie (samen zouden zij een halve eeuw later met de KVP fuseren tot het CDA).

Tweede Tachtigjarige Oorlog

Tot een breuk kwam het ook in de kerk. En ook daar zette Kuyper zich af tegen een liberale elite. Kuyper, begonnen als een modernist, had zich inmiddels ‘bekeerd’ tot de orthodoxie. De Hervormde Kerk, destijds de volkskerk van Nederland, ging volgens Kuyper aan vrijzinnigheid ten onder. De boel werd volgens hem slechts bij elkaar gehouden door onduidelijkheid over de leer. En als Kuyper ergens niet van hield, was het onduidelijkheid. In 1886 kwam het onder zijn leiding tot een kerkscheuring: hij en zijn volgelingen gingen verder als de Nederduitse Gereformeerde Kerk (die samen met de eerder afgescheiden Christelijke Gereformeerde Kerk samen ging en de Gereformeerde Kerken in Nederland vormden).

Kuyper zag ook dit als een vrijheidsstrijd. Hij noemde het de tweede Tachtigjarige Oorlog. De Hervormde Kerk was nu wat Spanje en de Kerk van Rome toen waren. Kuyper hield van historische vergelijkingen en van grootspraak. Hij vergeleek zichzelf met Luther en Mozes.

Calvinisme als oorsprong van de democratie

De oorsprong van vrijheid en democratie ligt volgens Kuyper ook in de tijd van de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog. In zijn lezingen over het calvinisme zet hij die leer in zes kernpunten uiteen: 1) geen enkele onderwerping van mens aan mens, 2) onderwerping van de mens aan God, 3) alle soevereiniteit bestaat bij de gratie Gods en wordt in toom gehouden door de soevereiniteit in eigen kring, 4) huismankiesrecht, 5) godsdienstvrijheid en 6) onderwijsvrijheid.

Het door hem verder uitgewerkte calvinisme, ook wel eens neocalvinisme genoemd, zette hij neer als een alternatief voor het liberalisme. Niet de Verlichting en de Franse Revolutie, maar de Reformatie enkele eeuwen eerder was de kraamkamer van de democratie. Kuyper voorzag hiermee het gereformeerde volksdeel van een ideologische basis.

Modern of anti-modern?

Een veel genuanceerder beeld van Kuyper komt naar voren in de biografie van Jeroen Koch. Ja, hij was een democraat, maar Koch benadrukt dat Kuyper daar lang ambivalent tegenover stond en het vooral uit opportunistische overwegingen was: het was slechts een middel dat goed van pas kwam om zijn doel(en) te bereiken.

Dat uiteindelijk doel van Kuyper was volgens Koch de herkerstening van Nederland. Het breken met de Hervormde Kerk ging niet om geloofsvrijheid, maar was een tijdelijk en noodzakelijk kwaad omdat de leiders binnen de Hervormde Kerk met hun modernistische ideeën de orthodoxie verkwanselden. Uiteindelijk moest heel Nederland weer op het pad van het ware geloof terugkeren. Evenzo verkwanselde de liberale politieke elite met hun modernistische ideeën de natie. Het mobiliseren van het volk gebeurde in eerste instantie omdat het volk in de ogen van Kuyper wars was van liberale en modernistische ideeën. Deze Kuyper valt nog het best te vergelijken met een hedendaagse aanhanger van de Moslimbroederschap.

Het beeld dat uit de biografie van Koch naar voren komt, is een Kuyper die zich vooral verzet tegen de moderniteit. Snel daarentegen, wijst erop dat Kuyper ondanks zijn bekering tot de orthodoxie, altijd deels de modernist is gebleven die hij in het begin van zijn leven was. En dat Kuyper uiteindelijk het calvinisme als politieke en levensbeschouwelijke visie, erg modern interpreteerde. Die moderne visie van zijn calvinisme bewoog hem tot oprechte inzet voor vrijheid, democratie en gelijkheid. Ondanks zijn verzet tegen de liberalen, was hij op sommige vlakken juist liberaler dan de liberalen.

Hoewel Kuyper veel heeft opgebouwd, heeft hij ook veel gebroken. Dat werd Kuyper in zijn tijd ook verweten, met name het feit dat hij de nationale volkskerk heeft gespleten (hoewel het aantal mensen dat hem volgde tot zijn teleurstelling beperkt bleef). Maar brak hij vanuit de overtuiging dat ieder zijn eigen geloof moest kunnen belijden of brak hij om uiteindelijk Nederland en de Hervormde Kerk weer samen op het rechte pad te brengen? Wie Snel leest, vermoedt eerder het eerste; wie Koch leest, het tweede.

Kuypers erfenis

Waar zowel Koch als Snel het over eens zijn, is dat de verzuiling waar Kuyper ontegenzeggelijk aan heeft bijgedragen nooit zijn bedoeling is geweest – zeker het sterk naar binnen gekeerde karakter van de gereformeerde zuil zal hij niet hebben voorgestaan. Kuyper zette zich niet af van de rest van het land, maar wilde het land veranderen.

Waar de verzuiling een onbedoeld gevolg is van Kuypers inzet, was hij juist op de doelen waar hij zich wel voor inzette niet altijd doorslaggevend. Uiteindelijk was niet Kuyper verantwoordelijk voor het doorvoeren van het algemeen kiesrecht. Op het sociale vlak had Kuyper de beste bedoelingen, maar hij slaagde er uiteindelijk niet of nauwelijks in het lot van de arbeiders en armen te verbeteren met concrete wetten.

Al met al is Kuyper een zeer fascinerende maar moeilijk te vatten figuur in een even zo fascinerende tijd in de Nederlandse geschiedenis. Kochs biografie geeft behalve een gedegen beeld van Kuyper ook een goed beeld van zijn tijd. Het boek van Snel dient meer als introductie, maar zijn kleurrijkere interpretatie van Kuyper maakt nieuwsgierig naar een volwaardige biografie van zijn hand. Wie weet komt dat er nog ooit van.

De zeven levens van Abraham Kuyper: portret van een ongrijpbaar staatsman        
Johan Snel
Prometheus
Prijs: € 25
400 bladzijden
ISBN 9789044645088
Sterren: 4
https://uitgeverijprometheus.nl/catalogus/de-zeven-levens-van-abraham-kuyper.html 

Abraham Kuyper: een biografie
Jeroen Koch
Boom
Prijs: € 44,90
676 bladzijden
ISBN 9789024434114
Sterren: 4
https://www.boomgeschiedenis.nl/product/100-213_Abraham-Kuyper 

Boeken / Non-fictie

De donkere kant van de wetenschap

recensie: Het blinde licht - Benjamín Labatut

Wetenschappelijke revoluties leiden niet altijd tot iets goeds. In het ambitieuze Het blinde licht – dat onlangs genomineerd werd voor de International Booker Prize 2021 – gaat de Chileense schrijver Benjamín Labatut op zoek naar de persoonlijke verhalen die schuilgaan achter enkele gruwelijke ontdekkingen.

Waar ligt de grens tussen genialiteit en waanzin? Valt het de onderzoeker altijd aan te rekenen wanneer die met zijn ontdekking een doos van Pandora geopend blijkt te hebben? Labatuts uitgangspunt is interessant en tot op heden vaak onderbelicht gebleven in de wereld van fictie. In een vijftal korte verhalen lezen we onder andere over de briljante wiskundige Alexander Gothendieck, die zo bang was voor wat zijn ontdekkingen zouden kunnen ontketenen dat hij alle banden met de wereld verbrak.

Dwarsverbanden

Labatut grijpt je meteen bij de lurven in het eerste verhaal ‘Pruisisch Blauw’. Zowel het mosterdgas dat in de Eerste Wereldoorlog werd gebruikt als Zyklon B (het middel dat Nazi’s in de gaskamers gebruikten) blijken hun oorsprong te hebben bij de kleurstof Pruisisch Blauw. In een razend tempo voert Labatut zijn grimmige personages op, waaronder alchemist Johann Dippel (die vermoedelijk Mary Shelley inspireerde voor Frankenstein) en Fritz Haber (die met zijn gasaanvallen in de Eerste Wereldoorlog tientallen duizenden soldaten doodde).

Of neem ‘De singulariteit van Schwarzschild’, over een beduimelde brief die Albert Einstein in 1915 toegezonden krijgt vanuit de loopgraven. Einstein is verbluft: de brief bevat de eerste exacte oplossing voor de vergelijkingen van de door Einstein geponeerde algemene relativiteitstheorie. De schrijver van de brief, Karl Schwarzschild, is wiskundige en tevens luitenant. Zijn oplossing zorgt voor het eerste begrip van het fenomeen ‘zwarte gat’. Helaas krijgt Einstein geen kans om hem te bedanken; vlak na het verzenden van zijn brief overlijdt Schwarzschild aan de gevolgen van een gasaanval.

Tussen feit en fictie

Het blinde licht houdt het midden tussen fictie en non-fictie. In zijn dankwoord gaat Labatut hier kort op in: ‘Pruisisch blauw’ bevat slechts één fictieve passage. De daaropvolgende teksten bevatten meer vrijheden, hoewel hij benadrukt de wetenschappelijke concepten wel zoveel mogelijk trouw gebleven te zijn.

Het past wellicht in de Zuid-Amerikaanse magisch-realistische traditie, maar desondanks is het soms frustrerend niet te weten welke delen fictie zijn en welke niet. Eigenlijk wens je iets op te steken van de leeservaring, maar Labatut dwingt je vervolgens Wikipedia erop na te slaan wil je écht weten hoe het zit. Het is de vraag of we in tijden van nepnieuws en deepfakes wel zo veel behoefte hebben aan nog meer vervagende grenzen.

Daarnaast zullen de complexe wetenschappelijke theorieën en concepten die voorbijkomen de pet van de meeste lezers te boven gaan. Enige explicaties zouden welkom zijn om de lezer bij de les te houden. Onduidelijk blijft vooral wat Labatut exact wil bewerkstelligen en hij laat de lezer hierdoor  achter met een wat onbestemd gevoel.

Boeken / Non-fictie

Groepsgevoel bindt en verblindt

recensie: Jonathan Haidt – Het rechtvaardigheidsgevoel - Vert. Karl van Klaveren en Indra Nathoe

Waarom zijn conservatieven en progressieven zo verdeeld en waarom is iedereen overtuigd van zijn eigen gelijk? In Het rechtvaardigheidsgevoel onderzoekt Jonathan Haidt de aard van het morele oordelen.

Het rechtvaardigheidsgevoel werd al meerdere malen bejubeld als een boek dat hard nodig is in het licht van politieke verdeeldheid en florerende complottheorieën. Het belangrijkste punt: blind geloof in het eigen gelijk komt voort uit evolutionair verklaarbare overlevingsmechanismen. Het besef dat niemand hieraan ontkomt, of je nu links of rechts stemt, zou een eerste stap richting depolarisatie zijn. Hoe waterdicht is Haidts verhaal?

De olifant en de berijder

Het rechtvaardigheidsgevoel verscheen al in 2012 als The righteous mind. Het is verdeeld in drie delen en steunt op een aantal metaforen voor menselijk functioneren. De eerste is die van een olifant en zijn berijder, die de intuïtie en de rede representeren. Morele intuïties zijn gebaseerd op de wens om iets te mijden of te naderen ten behoeve van overleven, zegt Haidt. Dingen die walging oproepen, zoals het eten van hondenvlees, keuren we moreel af. Om die afkeuring kracht bij te zetten verzinnen we er een verhaal bij, dat honden te intelligent zijn bijvoorbeeld, of dat ze ziekten bij zich kunnen dragen, maar eigenlijk keurden we het al af voordat we hierover nadachten.

Iemands politieke voorkeur hangt vooral af van de ‘receptoren’ die hij gebruikt, als een tong met verschillende smaakreceptoren. Vind je loyaliteit bijvoorbeeld een belangrijk fundament, dan reageer je op de ‘adaptieve uitdaging van het vormen en onderhouden van coalities’. Een sterke visie op eerlijkheid en bedrog komt weer voort uit het willen tegengaan van uitbuiting.

Groepsgevoel

Onze overlevingsstrategieën zijn niet alleen gericht op onszelf. Volgens de psycholoog zijn mensen voor 90% te vergelijken met egoïstische chimpansees, maar gedragen ze zich daarnaast voor 10% als bijen. Ze zijn namelijk ook heel bedreven in grootschalig organiseren en samenwerken.

Een belangrijke bijdrage van Haidt is zijn herintroductie van een verdrongen nuance uit Darwins theorie van natuurlijke selectie. Die manifesteert zich namelijk niet alleen tussen individuen, maar ook op groepsniveau. De implicatie hiervan is dat ons vermogen tot groepsvorming zowel verbindt als verblindt. Polarisatie is volgens de auteur geen product van individualisme, maar juist van deze groepsvorming: we beschermen de belangen van onze groep, maar creëren daarbij blinde vlekken voor de belangen van andere groepen.

Interpretatie

Haidts verhaal leest zelf ook als een intuïtieve woordenstroom en daar maakt hij dan ook geen geheim van. Wat je leest is de weg die hij zelf binnen de academische wereld heeft afgelegd en wat hij daarbij ontdekte. Hierbij gebruikt hij talloze voorbeelden uit de psychologie, maar verzaakt daarbij de interpretatieve aard van de bevindingen te benoemen. Conclusies uit psychologisch onderzoek zijn interpretaties gegoten in een verhaal, maar Haidt presenteert ze iets te veel als empirisch verkregen waarheden. Zo wordt het bestaan van de een bevestigingsbias ‘aangetoond’ aan de hand van een studie met cijferreeksen. Het is nogal een sprong van cijfers naar morele overtuigingen, die toch meer conceptuele complexiteit moeten bevatten.

Haidts uitspraken zijn vaak generaliserend en overmatig relativerend: hij is niet geïnteresseerd in de verschillen tussen individuen of gradaties van ontwikkeling van culturen. Ondanks alles is Het rechtvaardigheidsgevoel een belangrijke publicatie. Haidt laat zien dat het een bedwelmende illusie is dat of links, óf rechts gelijk zou moeten kunnen krijgen door moreel te redeneren. Hij pleit voor meer bescheidenheid, pluralisme en begrip voor het streven van anderen, en sluit daarmee mooi aan op de behoefte aan verbinding.

Boeken / Fictie

Van der Vlugt heeft er kaas van gegeten

recensie: De kaasfabriek - Simone van der Vlugt

De kaasfabriek, de nieuwe historische roman van Simone van der Vlugt, is de kroon op haar schrijversjubileum. Maar liefst 25 jaar lang trakteerde ze haar lezerspubliek op bloedstollende thrillers, jeugdboeken en historische verhalen. Ditmaal siert de auteur zelve de voorkant van het boek: ze ging in negentiende-eeuwse klederdracht op de foto om – vermoedelijk – in de huid te kruipen van haar protagoniste, de eveneens sterke vrouw Lydia. De kaasfabriek is één heerlijke ´fondue´, waarin allerlei smaken rond wemelen. Van bittere rouw tot zoetsappige liefde.

Deze roman telt niet één, maar zelfs twee dappere, vrouwelijke hoofdfiguren: Lydia Oorthuys en haar dochter Eleonora (kortweg ´Nora´). Hoewel ze beiden opgroeien in totaal verschillende periodes (1892 versus 1913), blijkt dat er voor vrouwen in beide periodes nog flink wat winst valt te behalen. In juli 1892 is Lydia een jonge, rijke wees van adellijke afkomst en besluit ze om een kaasfabriek op te starten in de buurt van haar buitenhuis Welgelegen in Purmerend, iets waar haar vader zich mee bezighield voor zijn dood. Ze stuit al snel op een compagnon: de boer Huib Minnes, geboren en getogen in Purmerend. Een man weliswaar, aangezien vrouwen in die tijd niet eens een eigen rekening konden openen, laat staan autorijden of stemmen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. De nauwe samenwerking drijft de jonge aristocrate in de brede armen van de – eveneens verweesde – boer, met zijn woeste, bruine krullen. De samenwerking tussen Huib en Lydia blijkt al snel héél vruchtbaar. Na korte tijd is Lydia zwanger en twijfelt ze of ze het kind moet houden. Ze vreest dat ze met haar bastaardkind niet langer welkom zal zijn in de hoge, sociale kringen van Amsterdam én daarbij: hoeveel kan ze het kind bieden op De Purmer, de kaasfabriek van Lydia en Huib?

Enkele jaren later, in november 1913, staat Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Lydia´s dochter is uitgegroeid tot een verwende jongedame die haar eerste ontdekkingen doet op het gebied van de liefde. Al snel dienen de eerste vrijers zich aan en dingt de Belg Ralph Reymaekers naar haar hand. In eerste instantie weifelt Nora, maar na een fikse ruzie met haar moeder, besluit ze om zich in dit huwelijk te storten. Nora verhuist met haar echtgenoot naar Antwerpen, alwaar het prille geluk van de tortelduifjes in duigen valt. Ralph blijkt grootse geheimen te hebben en de ontrafeling daarvan leidt ertoe dat Nora levensbepalende keuzes moet maken, terwijl de Duitse kogels en granaten haar letterlijk om de oren vliegen.

Geschiedenisles

Het bovenstaande toont aan dat Van der Vlugt wederom verschillende belangrijke historische gebeurtenissen met elkaar weet te verweven: de eerste feministische golf (ook belangrijke feministische figuren passeren de revue), de Eerste Wereldoorlog, verboden liefde, de standenmaatschappij, de uitvinding van de stoommachine en radioactiviteit, de industrialisatie en ga zo maar door. Keer op keer weet de schrijfster de lezer te boeien, omdat er telkens weer nieuwe zijpaden ontstaan in het verhaal. Nieuwe personages en nieuwe verhaallijnen volgen elkaar in steeds hoger tempo op. Dit deed de schrijfster eerder al in Nachtblauw, een roman over het ontstaan van het Delfst blauw en hoofdpersonage Cathrijn zowel meesterschilder Rembrandt van Rijn als Johannes Vermeer ontmoet. Zo komen de personages in De kaasfabriek onder andere met Marie Curie in aanraking. Die ontmoetingen geven, ondanks het feit dat ze wel heel onwaarschijnlijk lijken, het boek juist iets reëels. Tevens benadrukken deze personages de tijdsgeest waarin Nora en Lydia leven. Een tijd waarin de technologie nog in de kinderschoenen stond en het haast opmerkelijk was dat vrouwen mannen in hun werk konden evenaren of zelfs overstijgen.

Vrouwelijke opmars

Gezien alle verwikkelingen in het boek, is het bijna verrassend dat Van der Vlugt het boek De kaasfabriek heeft genoemd. Naarmate de tijd in het boek verstrijkt, lijkt die immers een ondergeschikte plek te krijgen. Het draait meer om de ingewikkelde familierelaties in het boek en de worsteling om los te komen van de denkbeelden die je al van vroeg af aan zijn aangepraat of jou worden opgedrongen door de maatschappij waarin je leeft. De kaasfabriek staat vooral symbool voor de vrouwelijke opmars. De kracht van een vrouw, die van moeder op dochter wordt doorgegeven.

Literaire eenvoud

Hoewel het boek vele personages kent, wordt het verhaal nooit complex. Personages worden zo vertrouwd beschreven en zozeer uitgekleed, dat je gemakkelijk meegaat in hun belevingswereld. Zo is ook de schrijfstijl verre van ingewikkeld. Van der Vlugt bedient zich van simpel taalgebruik en weet in alle eenvoud haar verhaal aan de man (én vrouw) te brengen. Verwacht van deze schrijfster geen literaire hoogstandjes of gegoochel met allerlei stijlfiguren en omslachtige zinnen vol details: inhoud gaat hier boven taal. Die afwezigheid van figuurlijk taalgebruik, zorgt ervoor dat je met gemak door 384 pagina´s heen slaat. Dat gaat overigens met zoveel gemak dat het einde zich nogal abrupt aandient. Op het einde boort Van der Vlugt alle hoop de grond in en blijf je met vragen zitten. En juist die vragen zorgen ervoor dat meer kennis over deze fascinerende periode lokt. Hoe zou het échte mensen, echte vrouwen, zoals Nora en Lydia zijn afgegaan? Het antwoord daarop weten we deels: in 1922 kregen de vrouwen in Nederland het kiesrecht, waar enkelen zo hard voor hadden gevochten.

Kortom, ook deze historische roman is weer een rijke vertelling. Van der Vlugt is de ideale geschiedenisdocent: alle gebeurtenissen rondom de Eerste Wereldoorlog worden opgediend en opgesmukt met romantiek. Dit zorgt ervoor dat je haast omstander wordt van deze oorlogsjaren: het is een zoveel persoonlijker inkijkje dan elk non-fictief boek over de Eerste Wereldoorlog je kan geven. En dát, dat is de magie die de historische verhalen van Van der Vlugt omhult.