Tag Archief van: Musical

Theater / Voorstelling

Het is nog niet gesleten, of nou ja….

recensie: Stage Entertainment – MAMMA MIA!

Is het toeval of een commerciële zet? Bij elke wereldwijde ABBA-herleving doet Stage Entertainment er in Nederland een schepje bovenop door de musical MAMMA MIA! opnieuw op te voeren. Het argument voor deze periodieke revivals dat vaak wordt aangehaald, is dat de muziek van ABBA tijdloos is. Is dat zo, of is de musical na 15 jaar zelf ook aan een revival toe?

Rond 2000 begon de eerste mondiale populariteitsgolf van MAMA MIA!. Nederland kon niet achterblijven, dus bracht Stage Entertainment in 2003 de musical naar Nederland. Toen in 2008 de filmbewerking met o.a. Meryl Streep en Amanda Seyfried een wereldwijde hit werd, presenteerde Stage ongeveer een jaar later een tweede MAMMA MIA!-productie. Die timing is nu nog beter. De vervolgfilm, MAMA MIA! 2: Here we go again, draait slechts enkele maanden in de filmzalen, en de derde MAMMA MIA!-revival is nu al een feit.

 Een te zoete cocktail

Dat het argument van ABBA’s ‘tijdloze’ muziek wordt aangehaald is overigens niet zo gek. Niet voor niets is de musical vernoemd naar een van ABBA’s grootste hits. Welgeteld 22 nummers zijn er in tweeëneenhalf uur durend verhaal gepropt (volgens een snelle berekening ongeveer om de zes minuten één nummer). En dat is te merken. Het verhaal heeft weinig om het lijf. Met die talloze musicalversies voelt het bijna overbodig om het verhaal nog uit te leggen, maar enfin: ‘Happy’ single moeder Donna (Antje Monteiro) woont samen met haar dochter Sophie (Jolijn Henneman) op een Grieks eiland. Sophie staat op het punt te gaan trouwen en wil graag door haar vader naar het altaar worden begeleid, alleen weet ze niet wie haar vader is. Om daarachter te komen, nodigt ze drie voormalige liefdes van haar moeder uit, met alle gevolgen en oud zeer van dien.

Volgens Trouw staat de musical met dit format ‘als een huis’. De krant noemt het zelfs een ‘romantisch’ verhaal, maar dat is juist het pijnlijke aan de musical: er moeten zoveel ABBA-nummers de revue passeren dat er nauwelijks ruimte is voor romantiek, laat staan voor diepgang. Terwijl er wel genoeg aspecten zijn om de personages karakter te geven. Neem bijvoorbeeld het gegeven dat Donna een zogenaamd hedonistisch leven leidt, maar soms – vooral in de eerste akte – met de harde, financiële werkelijkheid wordt geconfronteerd. Of dat Donna als product van de jaren ’70 niet helemaal begrijpt dat haar dochter zoiets burgerlijks als trouwen wil. Bovendien is de (problematische) vader-dochterrelatie en de bijbehorende zoektocht naar identiteit een interessant uitgangspunt. Helaas worden al die ingrediënten met elkaar vermengd tot een kluchtige, iets te zoete cocktail, die vooral wil dat je aan het einde een beetje aangeschoten mee gaat zingen.

Oppervlakkige personages

Mede door al die frivoliteit worden de acteurs vaak beperkt, vooral in hun acteerwerk. Antje Monteiro krijgt met Simone Kleinsma en Lone van Roosendaal als haar voorganger-Donna’s een pittige taak, maar ze slaagt erin een andere, zachtere Donna neer te zetten. Vocaal staat ze weliswaar stevig in haar schoenen, maar haar spel is nogal gedicteerd en aangezet. In het nummer ‘t Glipt me door mijn vingers combineert ze spel en zang echter heel subtiel, ja, zelfs ontroerend. Waarschijnlijk is dat mede te danken aan de mooie vertaling van Coot van Doesburgh.

Oké, niet alle nummers zijn even overtuigend vertaald. In de titelsong, bijvoorbeeld, zingt Donna, wanneer ze vader Sam na 21 jaar (!) weer ziet nadat hij haar abrupt had verlaten: ‘Mamma Mia, help daar ga ik weer/ oh jee, het is nog niet gesleten’. Wat één ogenblik wel niet met geloofwaardigheid kan doen… Het nummer Als ‘k maar weet hoe het heet tussen Sophie en vader Bart is zelfs zo klef dat je je afvraagt of dit nog wel over een vader-dochterrelatie kan gaan.  Daartegenover staat gelukkig dat Van Doesburgh met nummers als ‘t Glipt me door mijn vingers, Weet je moeder dat, Onze zomer, S.O.S. en Pak je kans bij mij prima werk aflevert en karakter aan de personages geeft.

Jolijn Henneman overtuigt overigens als Sophie. Hier en daar komt ze iets te verlegen over, vooral in haar zang. Ze zingt mooi, maar haar stem is soms nog te dun, wat ten koste gaat van de verstaanbaarheid. Sophia Wezer en Hilke Bierman, als respectievelijk Donna’s vriendinnen Tanja en Roos, zijn bijna het tegenovergestelde. Ze zijn platter, brutaler en hebben daarmee terecht de lachers op hun hand. Een enkele keer wordt het te clownesk. Dat geldt ook voor de vaders. Dieter Troubleyn (als vader Sam) wint het weliswaar op vocaal gebied wint en Emiel de Jong (als vader Bart) levert het meest gevarieerde acteerwerk van de drie, maar dan nog ontsnappen ze niet aan de oppervlakkigheid van hun personage.

Achterhaalde vrouwbeelden

In het NRC stond dat deze uitvoering ‘vetter en sneller’ is, waarbij de ‘seksuele toespelingen explicieter zijn’ en de musical met de tijden is mee veranderd. Zeker, de tijden zijn veranderd, maar deze musical laat daardoor juist zien dat de personages van MAMMA MIA! in de tijdsgeest van de jaren ’90 zijn blijven hangen. Drie belangrijke personages zijn alleenstaande vrouwen/moeders die beweren het zonder man prima voor elkaar te hebben, maar in werkelijkheid de bevestiging van de man nodig hebben. Tanja die al drie huwelijken heeft ‘verslonden’ en haar exen blut achterlaat; Roos, die een vrijgevochten feministe blijkt te zijn, maar vijf minuten voor de bruiloft nog een van de vaders wil verleiden; Donna, die in haar eentje een kind heeft opgevoed en een taverne runt, maar uiteindelijk zowel de financiële als de fysieke steun van een man accepteert – het zijn vrouwen die anno 2018 niet zelfstandig zijn, maar juist afhankelijk, bijna naïef. Ironisch genoeg zit daar juist de (onbedoelde) tragiek van de musical. Achter al dat meezingen zit dus zeker wel een urgent thema over man-vrouwverhoudingen. Hopelijk speelt een volgende revival daar meer op in.

Theater / Voorstelling

Het is nog niet gesleten, of nou ja….

recensie: Stage Entertainment – MAMMA MIA!

Is het toeval of een commerciële zet? Bij elke wereldwijde ABBA-herleving doet Stage Entertainment er in Nederland een schepje bovenop door de musical MAMMA MIA! opnieuw op te voeren. Het argument voor deze periodieke revivals dat vaak wordt aangehaald, is dat de muziek van ABBA tijdloos is. Is dat zo, of is de musical na 15 jaar zelf ook aan een revival toe?

Rond 2000 begon de eerste mondiale populariteitsgolf van MAMA MIA!. Nederland kon niet achterblijven, dus bracht Stage Entertainment in 2003 de musical naar Nederland. Toen in 2008 de filmbewerking met o.a. Meryl Streep en Amanda Seyfried een wereldwijde hit werd, presenteerde Stage ongeveer een jaar later een tweede MAMMA MIA!-productie. Die timing is nu nog beter. De vervolgfilm, MAMA MIA! 2: Here we go again, draait slechts enkele maanden in de filmzalen, en de derde MAMMA MIA!-revival is nu al een feit.

 Een te zoete cocktail

Dat het argument van ABBA’s ‘tijdloze’ muziek wordt aangehaald is overigens niet zo gek. Niet voor niets is de musical vernoemd naar een van ABBA’s grootste hits. Welgeteld 22 nummers zijn er in tweeëneenhalf uur durend verhaal gepropt (volgens een snelle berekening ongeveer om de zes minuten één nummer). En dat is te merken. Het verhaal heeft weinig om het lijf. Met die talloze musicalversies voelt het bijna overbodig om het verhaal nog uit te leggen, maar enfin: ‘Happy’ single moeder Donna (Antje Monteiro) woont samen met haar dochter Sophie (Jolijn Henneman) op een Grieks eiland. Sophie staat op het punt te gaan trouwen en wil graag door haar vader naar het altaar worden begeleid, alleen weet ze niet wie haar vader is. Om daarachter te komen, nodigt ze drie voormalige liefdes van haar moeder uit, met alle gevolgen en oud zeer van dien.

Volgens Trouw staat de musical met dit format ‘als een huis’. De krant noemt het zelfs een ‘romantisch’ verhaal, maar dat is juist het pijnlijke aan de musical: er moeten zoveel ABBA-nummers de revue passeren dat er nauwelijks ruimte is voor romantiek, laat staan voor diepgang. Terwijl er wel genoeg aspecten zijn om de personages karakter te geven. Neem bijvoorbeeld het gegeven dat Donna een zogenaamd hedonistisch leven leidt, maar soms – vooral in de eerste akte – met de harde, financiële werkelijkheid wordt geconfronteerd. Of dat Donna als product van de jaren ’70 niet helemaal begrijpt dat haar dochter zoiets burgerlijks als trouwen wil. Bovendien is de (problematische) vader-dochterrelatie en de bijbehorende zoektocht naar identiteit een interessant uitgangspunt. Helaas worden al die ingrediënten met elkaar vermengd tot een kluchtige, iets te zoete cocktail, die vooral wil dat je aan het einde een beetje aangeschoten mee gaat zingen.

Oppervlakkige personages

Mede door al die frivoliteit worden de acteurs vaak beperkt, vooral in hun acteerwerk. Antje Monteiro krijgt met Simone Kleinsma en Lone van Roosendaal als haar voorganger-Donna’s een pittige taak, maar ze slaagt erin een andere, zachtere Donna neer te zetten. Vocaal staat ze weliswaar stevig in haar schoenen, maar haar spel is nogal gedicteerd en aangezet. In het nummer ‘t Glipt me door mijn vingers combineert ze spel en zang echter heel subtiel, ja, zelfs ontroerend. Waarschijnlijk is dat mede te danken aan de mooie vertaling van Coot van Doesburgh.

Oké, niet alle nummers zijn even overtuigend vertaald. In de titelsong, bijvoorbeeld, zingt Donna, wanneer ze vader Sam na 21 jaar (!) weer ziet nadat hij haar abrupt had verlaten: ‘Mamma Mia, help daar ga ik weer/ oh jee, het is nog niet gesleten’. Wat één ogenblik wel niet met geloofwaardigheid kan doen… Het nummer Als ‘k maar weet hoe het heet tussen Sophie en vader Bart is zelfs zo klef dat je je afvraagt of dit nog wel over een vader-dochterrelatie kan gaan.  Daartegenover staat gelukkig dat Van Doesburgh met nummers als ‘t Glipt me door mijn vingers, Weet je moeder dat, Onze zomer, S.O.S. en Pak je kans bij mij prima werk aflevert en karakter aan de personages geeft.

Jolijn Henneman overtuigt overigens als Sophie. Hier en daar komt ze iets te verlegen over, vooral in haar zang. Ze zingt mooi, maar haar stem is soms nog te dun, wat ten koste gaat van de verstaanbaarheid. Sophia Wezer en Hilke Bierman, als respectievelijk Donna’s vriendinnen Tanja en Roos, zijn bijna het tegenovergestelde. Ze zijn platter, brutaler en hebben daarmee terecht de lachers op hun hand. Een enkele keer wordt het te clownesk. Dat geldt ook voor de vaders. Dieter Troubleyn (als vader Sam) wint het weliswaar op vocaal gebied wint en Emiel de Jong (als vader Bart) levert het meest gevarieerde acteerwerk van de drie, maar dan nog ontsnappen ze niet aan de oppervlakkigheid van hun personage.

Achterhaalde vrouwbeelden

In het NRC stond dat deze uitvoering ‘vetter en sneller’ is, waarbij de ‘seksuele toespelingen explicieter zijn’ en de musical met de tijden is mee veranderd. Zeker, de tijden zijn veranderd, maar deze musical laat daardoor juist zien dat de personages van MAMMA MIA! in de tijdsgeest van de jaren ’90 zijn blijven hangen. Drie belangrijke personages zijn alleenstaande vrouwen/moeders die beweren het zonder man prima voor elkaar te hebben, maar in werkelijkheid de bevestiging van de man nodig hebben. Tanja die al drie huwelijken heeft ‘verslonden’ en haar exen blut achterlaat; Roos, die een vrijgevochten feministe blijkt te zijn, maar vijf minuten voor de bruiloft nog een van de vaders wil verleiden; Donna, die in haar eentje een kind heeft opgevoed en een taverne runt, maar uiteindelijk zowel de financiële als de fysieke steun van een man accepteert – het zijn vrouwen die anno 2018 niet zelfstandig zijn, maar juist afhankelijk, bijna naïef. Ironisch genoeg zit daar juist de (onbedoelde) tragiek van de musical. Achter al dat meezingen zit dus zeker wel een urgent thema over man-vrouwverhoudingen. Hopelijk speelt een volgende revival daar meer op in.

Theater / Voorstelling

Musicalhelden aan het precisiewerk

recensie: SENF Theaterpartners en Kemna Theater – From Sammy with love

In From Sammy with love kruipen Nederlands meest geliefde mannelijke musicalhelden Freek Bartels en Stanley Burleson al dansend, zingend en swingend in de rol van topentertainer Sammy Davis jr. De zwarte artiest, die faam maakte met het nummer Mr. Bojangles moest in de jaren 60 en 70 de raciale opmerkingen doorstaan om te kunnen doen wat hij het liefst wilde: optreden. Bartels en Burleson nemen het publiek mee naar vroegere tijden en tonen hoe problematische én verrassende momenten in zijn leven, van Sammy zo’n passievolle performer maakten en een boegbeeld voor de Afro-Amerikanen. Hoewel de musical zeer vermakelijk is en de heren strak getimed werk afleveren, ga je er niet van swingen tot in je tenen.

Heart breaking American Dream

Wie de zaal inloopt, kan zomaar de wild enthousiaste Burleson tegen het springerige lijf lopen. De musicalster staat niet op de toneelvloer, maar plant zich gezellig tussen de toeschouwers op de eerste rij. Bartels komt nonchalant het podium oplopen, frutselend aan de knopen van zijn mouwen. Het losse karakter van de opening, kenmerkt ook de rest van de voorstelling. De auteurs springen namelijk gedurende de anderhalf uur durende voorstelling steeds uit de rol die ze spelen en worden weer zichzelf. De rolverdeling wordt bepaald aan de hand van een zwart bolhoedje. Wie het frivole hoedje op zijn hoofd heeft, speelt Sammy Davis jr. De ander vertolkt afwisselend de rol van grote vriend en idool Frank Sinatra, de vader van Sammy,  en Sammy’s vrouw May Britt.

In het begin is er wat onenigheid over die rolverdeling: wie mag als eerste Sammy spelen? Burlesons wint die eerste strijd op basis van zijn leuke kunstjes met de hoed. Dan begint de show. Sammy’s levensverhaal van zijn vierde tot aan (ongeveer) zijn 43ste levensjaar wordt door Bartels en Burleson verteld, bezongen en uitgebeeld. Het verhaal begint als één grote American Dream: een kleine, lelijke, zwarte jongen uit de wijk Harlem in New York weet zich te ontpoppen tot een ware cultheld in de muziek- en filmwereld, nadat hij jaren van leed heeft doorstaan. Beschermd door zijn vader, oom en dierbare oma – zijn moederfiguur na het vertrek van zijn eigen moeder – wordt de kleine Sammy behoed voor het racisme dat aan de orde van de dag is. Als Sammy in dienstplicht gaat tijdens de Tweede Wereldoorlog, worden zijn ogen én oren pas geopend voor het geweld tegen de zwarte populatie. Medesoldaten sloegen hem regelmatig het ziekenhuis in, maar wilden hem wel iedere vrijdagavond zien optreden. De ‘witte mensen’ vonden Sammy fantastisch…op het podium. In het licht van de schijnwerpers was Sammy een ster, maar voor en na zijn optreden werd hij door de achterdeur naar buiten gesmokkeld. Door dezelfde deur als het afval…

Vleugje Sammy

In de musical wordt duidelijk neergezet hoe verongelijkt Sammy Davis jr. in zijn tijd is. De gehele musical krijgt een treurig randje doordat er zoveel medelijden met de artiest wordt opgewekt. Er is echter ook ruimte voor opgewektheid: Burleson en Bartels hebben grote danskunsten en ze slijten hun tapschoenen wild aan de grond. De dans waar zij zich geregeld alleen of samen (spiegelend aan elkaar) aan wagen, heeft het meeste weg van de jive. Op die momenten pakken ze de toeschouwer helemaal in, want dan krijgt het publiek een ‘vleugje’ van de in 1990 gestorven Sammy Davis jr. te zien. De twee musicalsterren lichten met z’n tweeën de gehele toneelvloer op die sober oogt. Het decor bestaat uit enkele stalen vierkante tafels, verlichte staven en borden met daarop foto’s uit Sammy’s leven. Hoewel sober overkomend, werkt het heel goed omdat het toch steeds gestileerd lijkt. Daarnaast is er een vierkoppig orkest in de ruimte aanwezig, die ook nog eens de stemmen van de Amerikaanse soldaten en Amerikaanse en Engelse presentatoren vertolken.

Bartels en Burleson tonen niet alleen Sammy, maar ook zichzelf in deze voorstelling. Ze maken een parallel tussen het leven van de artiest en dat van henzelf. Soms krijgt dit een iets te dramatische ondertoon en is de vergelijking vergezocht. Het feit dat de acteurs zelf ook – naar eigen zeggen – ‘halfbloed’ zijn, kan niet de enige overeenkomst zijn waar de hele musical op stoelt. De misère die de jonge Sammy meemaakte, is gezien zijn tijd, haast onevenaarbaar voor de twee heren die zich vergelijken met de grote ster. De verhalen die ze vertellen, zijn echter wel interessant en aandoenlijk om te horen. Niemand kan vermijden dat er een glimlach op zijn of haar gezicht komt bij het aanhoren van Bartels humoristische anekdote over zijn coming out tegenover zijn oma.

Het is spijtig dat het levensverhaal van Sammy niet tot een einde wordt gebracht. De toeschouwer blijft met veel onbeantwoorde vragen zitten. Het einde van de voorstelling lijkt dan ook onaf en vooral bij de eindscène gaat de eens zo flakkerde vlam als een dovende kaars uit. From Sammy with love biedt de toeschouwer veel mooie muziek en dans die het publiek ontroert, maar zorgt niet voor dat lange, extatische nagevoel dat je ervaart bij grootse musicals waar alle toeters en bellen uit de kast worden getrokken.

Theater / Voorstelling

Fiddler on the Roof bespeelt je hart en zet je aan het denken

recensie: Theateralliantie en Stage Entertainment - Fiddler on the Roof

Hoe komt het dat de nieuwe Fiddler on the Roof nog zoveel zeggingskracht heeft? De musical is immers een halve eeuw oud en gemaakt in een land en cultuur die niet de onze is. Toch voelt de nieuwe versie van de Theateralliantie en Stage Entertainment nergens gedateerd aan. De groep alledaags geklede spelers die we bij aanvang zien maakt een helder statement: dit verhaal gaat ook over ons.

Traditie

Buiten de grenzen dreigt een revolutie, maar daar hebben de bewoners van Anatevka geen boodschap aan. Traditie, daar draait alles om. Vaders, moeders, zoons en dochters: ze weten precies wat hun plek in de gemeenschap is. Melkboer Tevye (Thomas Acda) is belast met het vinden van goede partijen voor zijn dochters Tzeitel (Eva van Gessel), Hodel (Hannah van Vliet) en Chava (Sarah Janneh). Zij hebben echter een andere toekomst voor ogen. Tzeitel verkiest haar jeugdliefde boven een rijke slager, Hodel valt voor een revolutionaire intellectueel en Chava verlaat haar familie voor een christen. Het lied Traditie, eerst nog een trotse ode aan het leven in de stetl, wordt uiteindelijk Tevyes wanhoopskreet. Het keert terug bij elke dochter die met zijn tradities breekt om een eigen leven te kunnen leiden, en onderstreept zijn machteloosheid.

Tragikomisch figuur

Bovendien draagt Tevye de zorg voor de Joodse gemeenschap op zijn schouders. De politie vertelt hem over een geplande pogrom, die uiteindelijk plaatsvindt op Tzeitels bruiloft. Na de verwoesting vraagt hij licht ironisch aan God of dat nou allemaal nodig was. ‘Jullie joden maken overal een grap van’ wordt hem verweten, en inderdaad: met humor wapent hij zich tegen alle ellende. Daarom past Thomas Acda zo goed bij deze rol. De relativering die hem zo makkelijk afgaat maakt van Tevye een tragikomische overlever. Het afscheid van Hodel en de verbanning van Chava zouden zelfs de meest geharde vaders doen breken, maar hier gebeurt het niet. Tevye houdt zich stug staande, waardoor deze scènes nog pijnlijker worden.

Vernieuwing

Fiddler on the Roof opent met een grote tafel waar de gehele cast omheen zit. Spelers van verschillende leeftijden en etniciteiten praten en lachen met elkaar. Ze zijn de fictieve nakomelingen van Anatevka, en benadrukken daarmee dat het verhaal van Tevye en zijn dochters ook een deel is van onze geschiedenis. Daarnaast is het vastklampen aan eigen tradities en de eigen gemeenschap, tegenover het omhelzen van vernieuwing vandaag nog steeds een actueel thema. De kleurblinde casting in deze voorstelling – een verademing in een theaterveld dat nog steeds worstelt met diversiteit – geeft daar een extra dimensie aan. We zien een gesloten gemeenschap uit 1905, gespeeld door een multiculturele cast in 2017. De onhoudbaarheid van een dorp als Anatevka, waar elke generatie een herhaling is van de vorige en elke invloed van buiten wordt geweerd, is al evident.