Theater / Achtergrond
special: Festival aan de Werf

Geclusterde kunsten

Van intieme ervaringsvoorstellingen via werk van jonge makers tot highlights uit de kunsten. Festival aan de Werf biedt het van 17 tot en met 26 mei allemaal. Het programma omvat 66 voorstellingen, waarvan zeventien premières, en speelt zich af op twintig verschillende locaties in Utrecht.

Lees nu online de recensies van: Trajets de vie, Trajets de ville | Le Souk: le dit du bambou – souk de la parole | Derde | Lizzy vraagt Arend | Silencer | U bevindt zich hier | La Torera | Brood | Gerucht | Muze | Bye Bye Bella Vista | Black in Bakkum | Flater | Touch and Resist | SUZA | Surrender |

Foto: Moon Saris
Foto: Moon Saris

De voorstellingen van Festival aan de Werf zijn geclusterd. In Sense & Sensitivity zitten intieme ervaringsvoorstellingen. Proud to Present bestaat uit highlights uit het Nederlandse kunstenlandschap. If I Can’t Dance is het reizende platform voor performances in de hedendaagse beeldende kunst. In Recycle de Stad wordt gewerkt aan een duurzame samenleving. Verhalen Verteld staat open voor eigentijdse troubadours met een bijzondere beeldtaal centraal. In Premier Etage maakt het publiek kennis met werk van jonge theatermakers van de Hogeschool van de Kunsten.

Ieder jaar bevolken ook kunstenaars uit een ander land het festival. Dit jaar is dat Spanje, samengebracht in het cluster Spaanse Folias. Spektakelstuk van dit programmaonderdeel is Avión, een uniek project van een Spaans kunstenaars- en architectencollectief. Een neergestort passagiersvliegtuig is omgebouwd tot een culturele locatie. Het vliegtuig reist tijdens het festival naar tien verschillende Utrechtse wijken.

Het programma van Festival a/d Werf is te vinden op www.festivalaandewerf.nl.


Stillen
van Lotte van de Berg, Vielfalt van Jakop Ahlbom, Ins Blaue hinein van Le Nu Perdu, Heel erg gewoon van Het NUT en Kijk mama, ik dans van Vanessa van Durme werden eerder besproken op 8WEEKLY.

Surrender

door The Glasshouse, gezien op 24 mei 2007 in het Akademietheater, Utrecht

Verwarring en onduidelijkheid voeren de boventoon in de voorstelling Surrender van The Glasshouse. In het begin, omdat je maar geen vat krijgt op wat er precies aan de hand is en wie welke rol vervult. Later omdat wanneer je eindelijk denkt te weten hoe de vork in de steel zit, alle vaste grond onder je voeten wordt weggeslagen.
In een decor dat bestaat uit een houten vloer die omringd wordt door bouwlampen en eilandjes van maïskorrels zit een ongeïnteresseerd ogende Titus Muizelaar. Gekleed als klaploper; te groot pak met daaronder een onderhemd en witte sportschoenen met dito sokken en lange, grijze haardos. Een symbolische witte vlag staat in de hoek. Muizelaar wordt in rap tempo ondervraagd en met scherpe tong weet hij de verwijten te weerleggen of zijn tegenstanders op een verkeerd spoor te zetten door één van zijn vele filosofische uitspraken.
De indruk van een politieverhoor wordt gewekt door het prachtig stereotiepe good cop/bad cop spelletje wat Ruben Lürsen en Erik de Vries uitspelen. Bijna is de overtuiging rond dat het personage van Muizelaar de schuldige is. Hij beroept zich voortdurend op andere werkelijkheden (die van de Indianen) en lijkt geen antwoord te kunnen produceren wat geen dubbele bodem bevat. Maar precies dan draait de situatie 180 graden. De harde buitenkant van de personages van De Vries en Lürsen breken en de beoogde schuldige blijkt niet meer dan een vermoeide, hopeloze vader op zoek naar antwoorden over de dood van zijn dochter.

Regisseur Kees Roorda laat met Surrender een aantrekkelijk stuk zien waarin de spanning foutloos wordt opgebouwd en de aandacht van de toeschouwer tot de laatste minuut wordt vastgehouden. Het is niet storend dat niet alle losse eindjes vast worden geknoopt, aangezien de voorstelling niet pretendeert realistisch te willen zijn. Wat wel hindert is het Indiaanse reinigingsritueel waar Titus Muizelaar mee eindigt. Het duurt vooral te lang en het vraagt van het publiek de nodige inzet om hierbij de kaken op elkaar te houden. Maar wel een dikke pluim voor degene die bedacht dat maïskorrels poffen als ze op een bouwlamp liggen. Resultaat; geweldige, kleine sputterende vulkanen om het reinigingsritueel kracht bij te zetten. (Lieke Jordens)

SUZA

door Hanna Jansen, gezien op 23 mei 2007 in Huis aan de Werf, Utrecht

~

De ‘kamer’ is een rommeltje. Om de surrealistische designtafel van een klassiek houten blad met koeienpoten eronder zwerven diverse kleine en grote tekenen van destructie. Een mesthoop met maden. Kapotgeslagen blokken ijs. Kleding die naar de kringloop moet. Dit gevoel van verval contrasteert sterk met het beeld op de achterwand: een schilderij van een naakte vrouw in frisse kleuren. In de rechterbovenhoek hangt een tastbare lijst om een schilderij op het schilderij.
De tegenstelling, en vooral die van werkelijk/onwerkelijk, doordrenkt SUZA , de voorstelling waarmee de jonge actrice Hanna Jansen pas afgelopen januari afstudeerde. Geen eitje, het in je eentje over het voetlicht brengen van de complexe, fragmentarische tekst vol tijdsprongen die soms binnen een en dezelfde zin schakelt tussen hoogromantisch en plat fysiek, tussen magisch realisme en de harde werkelijkheid van vandaag.
In een klein uurtje flitst het leven van een nog jonge vrouw aan haar, en aan ons, voorbij. Langzaam maar zeker worden we ingewijd in haar leven. En ook in haar aanstaande dood. Dat voelt een beetje gek bij zo veel levendigheid. Maar dat zou wel eens precies de bedoeling kunnen zijn: ze is immers in de lente van haar leven, deze meid, maar stevent via een grauwe herfst toch in rap tempo op het einde af. Ook mooi gedaan: ze neemt ons enerzijds in vertrouwen, vertelt haar diepste zielenroerselen, maar maakt anderzijds dat we ons schuldig, of toch minstens een beetje medeverantwoordelijk voelen voor haar (on)geluk. Ja, dit is gewoon teksttoneel, er is een vierde wand, maar Jansen priemt er met een simpele, directe vraag op z’n tijd dwars doorheen.

De woordenstroom in SUZA is eindeloos. Lief en zacht bij de mooie herinneringen, stevig en ruw bij de vervelende. Naast de verwarrende, maar prachtige poëtische tekst vertellen ook de ogen van Jansen een heel verhaal. Ze schitteren bij romantische momenten, ze worden op slag dof als ze zich weer realiseert dat het allemaal niet even fraai en fijn was wat ze meemaakte. Enne, wedje maken dat je nog nooit iemand liefdevoller over het naadje van de balzak hebt zien praten?
Af en toe snak je als kijker naar stilte, naar een echt klein moment om even adem te halen. Maar de rollercoaster dendert door. Voor haar, en dus ook voor ons.
(Moon Saris)

Touch and Resist

door Jutta Koether, gezien op 22 mei 2007 in Huis aan de Werf, Utrecht

Foto: Cassander Schattenkerk
Foto: Cassander Schattenkerk

Festival aan de werf is niet alleen theater, het is ook beeldende kunst. Of beter, performance art. Op het grensgebied tussen beeldende kunst en theater begeeft zich, onder de zeer tot de verbeelding sprekende titel If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution, een aantal performancekunstenaars van divers pluimage. If I Can’t Dance… is overigens geen gelegenheidsgebeuren, het is een “reizend platform” dat al een paar jaar bestaat. Tijdens dit festival zal het zich voor de derde (en laatste) keer presenteren.
De term “performance art” doet velen wellicht aan de jaren ’70 denken, toen het conceptuele in de beeldende kunst tot volle wasdom kwam en daarnaast de kunstenaar als individu steeds belangrijker werd. Toch is deze kunstvorm anno nu verre van uitgestorven, er wordt zelfs gefluisterd dat er sprake is van een nieuwe golf “performance-artists”. Of dit werkelijk zo is, of dat deze golf eerder zijn oorsprong vindt in het vervagen van grenzen tussen de verschillende kunstvormen, daarover is het laatste woord nog niet gesproken. Maar de nieuwsgierigheid is er niet minder om, een performance van een jonge kunstenaar moet worden bezocht. In Jutta Koether’s Touch and Resist… “wordt de schilderkunst opengebroken en onderdeel gemaakt van een breed scala aan disciplines als performance en muziek. Schilderkunst is voor Koether niet een autonoom medium maar een ‘vehikel’.” Aldus de publiciteitstekst. Dat klinkt interessant. Wat te verstaan onder “opengebroken” en “vehikel”?

Wat de festivalkrant helaas niet vermeldt, is dat Touch and Resist in twee delen wordt gepresenteerd. Het eerste deel – de eigenlijke performance – vindt op maandag plaats. De presentatie van de film die hiervan is gemaakt en de reflectie op de performance, staan dinsdag op het programma. Hadden we dat maar eerder geweten. De helft van het aanwezige publiek komt namelijk geheel onvoorbereid op deze zogenaamde performance af. Deze mensen (inclusief ondergetekende) worden overspoeld door een esthetisch mooie maar inhoudelijk onduidelijke film en een in potentie interessant discussieonderwerp waar ze weinig over te zeggen hebben omdat ze er de vorige dag niet bij waren en het te complex is om nu zo snel volledig te begrijpen. Het is onbevredigend, zowel voor de bezoekers als voor de kunstenares die graag een inhoudelijke discussie over haar werk wil voeren. Ze geeft zelf toe dat ze niet goed heeft nagedacht over de opzet van het project. Ze heeft er geen rekening mee gehouden dat mensen niet twee avonden zullen komen. Zo blijkt wel dat zelfs de meest conceptuele kunst staat of valt met een heldere planning en communicatie. (Sara van der Kooi)

Flater

door De Vogelfabriek, gezien op 22 mei 2007 in Huis aan de Werf, Utrecht.

Foto: Robin Vogel
Foto: Robin Vogel

De binnenkomst bij Flater is meteen goed. Van Eg krijg je een glas in de handen geduwd en San schenkt je kwistig wodka in. Ook mogen we de kleur van het licht kiezen. Wil je paars? Dan wordt het paars. Hiermee is de toon gezet. Flater is een losse, grappige voorstelling waarin scènes en liedjes vloeiend in elkaar overlopen en samen een ijzersterk geheel vormen. Sanne Vogel is voor Flater de samenwerking aangegaan met Egbert-Jan Weeber. Beiden hebben ondanks dat ze autodidact zijn, al een behoorlijk c.v. opgebouwd. Met deze voorstelling schetsen ze een helder, maar vlijmscherp beeld van de Nederlandse showbizz, de fotoshoots, de audities en alles wat jonge mensen over moeten hebben voor een acteercarrière. Een generatie waarvan veel gevraagd en geëist wordt, maar waaraan je net niet kunt voldoen. Het gaat over ‘net-niet’ broeken, die net te klein en te strak zijn om je heupen helemaal te bedekken. Over schoonheidsidealen waar je net niet aan kunt voldoen. Over je ‘ik’ dat net niet of helemaal niet perfect is. Even is er een lichte teleurstelling wanneer Sanne doet wat ze vaker doet: namelijk haar lichaam, dat niet zonder vetrollen is, schaamteloos aan het publiek tonen. Vorig jaar deed ze dit bijvoorbeeld nog in Fantastische Fantast op de Parade. Maar even later neemt ze zichzelf hiermee weer op de hak en blijken ook San en Eg het niet zo gemaakt te hebben als misschien op het eerste gezicht lijkt. Dit alles maakt dat deze ‘net-niet’ voorstelling het ‘helemaal wel’ is. (Suzanne Groenland)

Black in Bakkum

door Orkater, gezien op 22 mei 2007 in bedrijfsgebouw aan de Cartesiusweg, Utrecht

Foto: Ben van Duin
Foto: Ben van Duin

Weggegooid is ze. In een blauwe prullenbak, tussen de andere ongewenste artikelen. Zo misplaatst als ze als baby was in die prullenbak, zo misplaatst blijft Jeannine Valeriano zich in haar jeugd voelen. Ook als het enige zwarte meisje in het boerendorp Bakkum of als Hollandse neger op Curaçao voelt ze zich niet op haar plaats.
Wie ben je en waar hoor je bij? Dat zijn de centrale vragen die Valeriano stelt in haar voorstelling Black in Bakkum, die ze bij Orkater maakte. Ze vertelt en zingt, begeleid door twee muzikanten, het verhaal van haar intrigerende jeugd en haar complexe achtergrond. Dat levert een interessant beeld op van hoe nauw identiteit, cultuur en uiterlijk wel niet met elkaar verbonden zijn. Als het Sinterklaas is in Bakkum, denkt de jonge Valeriano dat er eindelijk meer zoals zij het dorp hebben gevonden tot de Zwarte Pieten niet echt blijken. Bij gebrek aan rolmodel spiegelt ze zich aan de zwarte blueszangeres die ze in een film ziet.Maar op Curaçao vinden ze haar maar een kaaskop.

Precies door die blik op culturele relativiteit, door die genuanceerde blik op identiteit had Black in Bakkum zeer relevant theater kunnen zijn.
Helaas is dat het niet. Daarvoor rammelt er te veel aan de voorstelling en daarvoor is de gekunsteldheid te groot. De net te clichématig gestileerde teksten, de net te gekunstelde bewegingen van Valeriano en de net te experimentele muziek plaatsen de toeschouwer op afstand van het verhaal. Maar wat nog erger is, het plaatst ook Valeriano op afstand van haar eigen verhaal. Een gestileerde tekst, experimentele muziek en gekunsteld spel zijn legitieme theatrale middelen, maar niet als je een persoonlijk verhaal over identiteit wilt vertellen. Die zucht naar abstractie is zonde, want Valeriano’s levensverhaal en vooral de vragen die ze daarmee oproept zijn te belangrijk en te interessant om aan abstractie ten onder te gaan. De volgende keer daarom liever een minder oppervlakkige, maar meer authentieke Valeriano, graag. En kunnen we dan ook meteen stoppen met die eeuwige, vervelende en niets dan ergernis toevoegende videoschermen in het decor? Mijn dank is groot.
(Robbert van Heuven)

Bye Bye Bella Vista

door Aafke de Vries/Hulde, gezien op 20 mei 2007 in Theater Kikker, Utrecht

Foto: Anna van Kooij
Foto: Anna van Kooij

“De oude buurt. Barrio Viejo,
Al wat rest zijn resten
Waar ooit eens huizen stonden
Waar onze mensen woonden.”

Deze tekst krijgt de toeschouwer, geschreven op een klein blauw briefje in een klein wit envelopje, bij het verlaten van de zaal mee. De woorden vatten het uitgangspunt van Bye Bye Bella Vista treffend samen. Ergens in zuidelijk Amerika wordt een buurt gesloopt om plaats te maken voor een state of the art baseballstadion. De mensen zijn vertrokken, huizen gesloopt en daarmee ook het verleden weggevaagd. Alleen een wat oudere man zit nog in zijn huis en weigert weg te gaan. En een jonge vrouw staat op straat en maakt zich klaar om te vertrekken. Op weg naar een beter leven. Op weg naar de Amerikaanse droom. Ondertussen schept een bouwvakker op de achtergrond zand. Veel zand. Net zo lang tot de hele vloer bedekt is met een laag zand en de vernieuwing de oude bewoners definitief heeft weggejaagd.
Het verhaal van de oude man en de jonge vrouw wordt in een aantal beelden scènes neergezet. Maar het is vooral de muziek en het vele vele zand die Bye Bye Bella Vista tot een sfeervolle en poëtische voorstelling maken. Met een beetje moeite kan je meegaan in de tragiek van de personages, maar écht raken doet het helaas niet. (Erica Smits)

Muze

door Arnoud Noordegraaf en Luuk Vierhout,
gezien op 20 mei 2007 in Huis aan de Werf, Utrecht

Foto:Anna van Kooij
Foto:Anna van Kooij

Wat is een kunstenaar zonder zijn muze? Zonder een drijfveer, iets om voor te leven. Elke grote kunstenaar heeft er een, toch? Componist en multimediakunstenaar Arnoud Noordegraaf maakte samen met dramaturg en ontwerper Luuk Vierhout de voorstelling Muze. Moderne composities, zowel elektronisch als (semi)akoestisch uitgevoerd, worden hierin gecombineerd met spel, film en een fascinerend toneelbeeld. Vorig jaar zag 8weekly tijdens Festival aan de Werf Solitude van de hand van Noordegraaf. Was dat meer een theatrale rondwandeling, Muze is veel meer traditioneel van opzet. Het publiek zit en kijkt. De muzikanten spelen. De film wordt geprojecteerd. Maar een verrassende voorstelling is het wel.

Op een vloer van zwarte blokjes ligt een man op zijn buik. Lange tijd ligt hij doodstil. Wanneer hij voorzichtig opstaat, kraakt de vloer onder zijn voeten. De zwarte blokjes blijken videobanden te zijn, oude banden waarop herinneringen van uiteenlopende mensen staan. De herinneringen – geprojecteerd op het achterdoek – gaan stuk voor stuk over de drijfveren die mensen nodig hebben om in het leven hun weg te vinden. Het begrip inspiratie in de breedste zin van het woord. Inspiratiebron voor Muze is het verhaal van Orpheus. Orpheus, wiens geliefde Euridice is gestorven en wiens herinneringen aan haar langzaam beginnen te vervagen. Hij onderneemt een tocht om zijn muze terug te vinden. Tevergeefs. Hij kijkt te vroeg om en verdoemt haar daarmee voor eeuwig tot het onderaardse rijk. De vorm die Noordegraaf en Vierhout kozen voor hun vertelling is complex. Door zang, muziek, interviews, film, projecties, toneelspel en een uitgesproken theatrale vormgeving te combineren proberen ze een subtiele, gelaagde presentatie te geven. En het moet gezegd, de afzonderlijke elementen zijn geslaagd. Het geluid is vaak verrassend en lekker onheilspellend. De video-interviews zijn aandoenlijk, de spannende film met Raymond Thiry Spannet als gewiekste geheimenbewaarder intrigeert. Bariton Romain Bischoff is subtiel en uitdrukkingsvol. De vormgeving is krachtig. Maar samen is het allemaal wat te veel van het goede. De elementen versterken elkaar niet genoeg, ze scheppen eerder afstandelijkheid dan nabijheid. ‘Ich wendete mich nicht’, citeert Noordegraaf Schuberts Der Lindenbaum. Maar de toeschouwer heeft zich al afgewend en zo gaat de herinnering aan Orpheus ook onherroepelijk verloren. (Sara van der Kooi)

Gerucht

door Lotte van den Berg, gezien op 20 mei 2007 op het Janskerkhof, Utrecht

Gewoon een plein in een gewone stad met gewone voorbijgangers, fietsers en autos. Een vrouw zet haar fiets weg, een jongen zingt een liedje, een vrouw zoekt steentjes en andere kleine schatten en een man voert een telefoongesprek. Dat het acteurs zijn en de passerende voetgangers en verkeer hun decor zijn, weet alleen het publiek van Gerucht.
Midden op het Janskerkhof staat een geluidsdichte, houten doos. Het publiek kijkt door een glazen wand naar buiten en ziet de stad met al haar anonieme passanten. De spelers begeven zich tussen de voorbijgangers. Via microfoontjes brengen zij het geluid van de stad de doos in. Ze vertellen in poëtische beelden het verhaal dat zo maar bij een van die voorbijgangers op het plein zou kunnen horen. Een verhaal over eenzaamheid en verliefdheid.

In Gerucht komen de wereld van de spelers en de wereld van de argeloze voorbijgangers samen. Soms leidt dit tot hilarische momenten als de passanten verbaasd opkijken naar die houten doos, zich afvragend wat dat meisje toch met die steentjes doet, of hun fiets tegen het raam van de doos willen zetten. Soms leidt het tot mooie en spannende beelden. Op zulke momenten wordt de kracht van de voorstelling voelbaar. Maar daarvoor is de voorstelling wel afhankelijk van de drukte van de stad. Op deze regenachtige zondagmiddag is het erg rustig op dit stadsplein. Daardoor is er minder te zien en te beleven en daar lijkt de voorstelling onder te lijden. Het verhaal van de spelers is dan niet genoeg om de spanning vijf kwartier vast te houden. Desalniettemin biedt Gerucht je een bijzondere blik op de alledaagse dynamiek van de stad. (Erica Smits)

Brood


door Roos van Geffen, gezien op 19 mei 2007 in het Aluingebouw, Utrecht

Ervaringstheater is bij uitstek geschikt om de bezoeker bewust te laten worden van zichzelf, zijn handelingen en emoties en zijn verhouding tot de ander. Door een uiterst persoonlijke belevenis te bieden, worden in het beste geval de zintuigen geprikkeld en de blik verruimd. Dat theatermaker Roos van Geffen gefascineerd is door het alledaagse wonder liet ze vorig jaar al zien met haar voorstelling Immens. In een individuele theeceremonie werd de bezoeker zich weer even bewust van de schoonheid van alledaagse dingen. Met Brood maakt van Geffen nu een wat minder ritualistische, meer aardse voorstelling. In het gebouw van het Utrechtse theatergezelschap Aluin wordt een groep bezoekers meegenomen op een tocht waarin zowel de individuele als de collectieve beleving centraal staat.

Met zijn tienen staan we te wachten tot we naar binnen mogen. Het duurt nogal. Opeen geperst staan we achter een witte streep. Praten mag ook al niet. De een kan er beter tegen dan de ander. Nadat we onze spullen in een witte doos hebben achtergelaten betreden we met blote voeten een ruimte waar een dikke laag graan op de vloer ligt. Het graan verhevigt alle zintuiglijke waarneming door het bijzondere gevoel, geur en geluid ervan. Als we de volgende ruimte in gaan is de mengeling van fabrieksgebeuren en huiselijkheid indringend en verwarrend. We worden in rijen gezet, onze voeten worden gestoken in kraakwitte slippers en we krijgen even zo witte blouses aan, vers gewassen en gestreken. Zacht dwingende handen gaan behoedzaam en vastberaden te werk. De blikken van onze begeleiders zijn helder, direct en zorgzaam. Zorgvuldig worden onze blouses dichtgeknoopt. Het gevoel een anoniem nummer te zijn strijdt constant met het gevoel een individu te zijn die persoonlijke aandacht krijgt.
Dan komt er een (voorlopig) einde aan het samenzijn. Teder geblinddoekt hoor je het ruisen van kleding, het druppen van water, voetstappen. Een intieme tocht waarin steeds weer diezelfde warme handen je leiden. Gefluister: “Ik zou zo graag eens met jouw ogen willen kijken”. Aan een grote tafel komen we weer samen. Een warm en huiselijk tafereel voltrekt zich. Alles in de voorstelling Brood prikkelt onbewuste, collectieve herinneringen en gevoelens. De hitte van de oven. Deeg als levend, ademend wezen. De geur van brandend hout. Pas op dat je je vingers niet brandt. De tijd staat bijna stil. Een klein wonder voltrekt zich.
(Sara van der Kooi)

La Torera

door Odd Enjinears, gezien op 19 mei 2007 in bedrijfsgebouw aan de Cartesiusweg, Utrecht

Foto: Rene den Engelsman
Foto: Rene den Engelsman

Neem als uitgangspunt een universeel verhaal over menselijk verlangen. Denk aan een hoorspel, maar vervang de kracht van het woord door de kracht van het beeld. Realiseer je meteen dat je alle effecten niet alleen hoort, maar ook ziet. Voeg er tal van ingenieuze huis-, tuin- en keukenuitvindingen aan toe. Resultaat is een koket kijkspel, typerend voor de jonge regisseur Bram de Goeij.
Hij liet dit vorig jaar op de zomerfestivals al zien in Mobil gemaakt samen met Gienke Deuten – dat was bijzonder en goed genoeg voor een plekje in de Serie Nieuwe Theatermakers van het Theaterinstituut Nederland. Afgelopen seizoen maakte hij in Spanje in een paar weken tijd samen met de Odd Enjinears en twee Spaanse kunstenaars La Torera. Deze voorstelling overtreft de eerste ruimschoots, vooral qua spanningsboog, inventiviteit én universaliteit. Ze is voorlopig alleen nog te zien op Festival aan de Werf, en dan ook nog maar tot en met maandag 21 mei.
Helaas, want een charmant stukje subtiele slapstick als La Torera zou ieder chagrijnig stuk vreten voorgeschreven moeten krijgen om een glimlach op z’n smoel te toveren en zou ieder fijn mens cadeau moeten krijgen om even lekker te genieten. Niet bestemd voor mensen die alleen waardering kunnen opbrengen voor hogere, intellectuele kunst, maar verder voor werkelijk iedereen. Geschikt om te kijken in één figuurlijke dimensie, maar voor verder-dan-hun-neus-lang-is-kijkers desgewenst ook in twee of drie.

Foto: Moon Saris
Foto: Moon Saris

In La Torera zien we een gezellige woonkeuken. Om de kamer heen staat de enorme ruimte links en rechts vol met ingewikkelde constructies die dienen als instrument voor licht-, geluids- en andere effecten. Drie mensen bedienen ze, terwijl in het hart van de zaal een Spaanse Sidonia in het halfdonker rustig aan het rommelen is met tafelkleedjes en andere huisraad.
Na zonsopgang komen de gebeurtenissen al gauw in een kleine stroomversnelling. De wasmeneer, schijnbaar de man van haar dromen, luidt die in. Een tekenfilmachtig, en na een volgende stroomversnelling, regelrecht surrealistisch schouwspel volgt. Met bijzondere bijrollen voor een door een verbrande kersentaart roodgekleurd laken, een devote arm, een muziekdoosje-maria en een stampvoetende strijkplank. En met een glorieuze hoofdrol voor de schrikachtige huisvrouw, die op vindingrijke wijze transformeert tot een dolle stierenvechtster en zo eerst haar kleinste angst en vervolgens haar grootste angst overwint. Toptheater! (Moon Saris)

U bevindt zich hier

door Dries Verhoeven, gezien op 19 mei 2007 in Jaarbeurs Utrecht

Foto: Anna van Kooij
Foto: Anna van Kooij

Veel voorstellingen tijdens Festival aan de Werf kunnen onder het kopje ervaringstheater worden geschaard. Ervaringstheater is een betrekkelijk nieuwe theaterwetenschappelijke term die het theatergenre aanduidt waarin (hoe verrassend) de theatrale ervaring van de bezoeker centraal staat. Er wordt getornd aan de traditionele verhouding tussen de toeschouwer die zit en kijkt naar de acteur die zich op een podium presenteert, de toeschouwer wordt handelend onderdeel van het kunstwerk. Een vaak intieme, persoonlijke en altijd zeer subjectieve belevenis is het resultaat.
Theatermaker en -vormgever Dries Verhoeven wil in U bevindt zich hier de bezoeker bewust maken van de onbekenden met wie we ons leven delen. Waarvoor is de overbuurvrouw bang, waaraan denkt de man die twee verdiepingen hoger woont? En hoe maak je contact met deze mensen die net zo kwetsbaar zijn als jij? In Verhoevens hotel krijgt iedere toeschouwer de sleutel voor zijn eigen kamer.
Er staat een bed met een hoofdkussen en er ligt een schrijfplankje met pen. Iemand schuift een vragenlijst onder de deur door. Wat heb je vannacht gedroomd? Wat heb je aan? Ga je nog op vakantie? Waaraan had je vandaag tekort? Na de vragen te hebben beantwoord, ga je op het bed liggen. Dan, door een ingenieuze ingreep, krijg je langzaamaan zicht op de andere mensen in het hotel. Een vrouwenstem klinkt. Ze vertelt over de onbekende aan de andere kant van de muur. In haar tekst verwerkt ze de antwoorden van de vragenlijsten, zodat alle bezoekers zich een beetje kunnen herkennen in het verhaal. Een aardige vondst maar door de repeterende en ontkennende vorm van de tekst weet het je niet echt te raken. En dat geldt ook voor veel van de overige aspecten van de voorstelling. Ze zijn wat te bedacht, te weinig direct of persoonlijk. Hoewel de met zaklampen door de gangen ronddolende mensen een prachtig schouwspel vormen, hoewel het bijzonder is om toegedekt te worden door iemand die daarna onder je bed verdwijnt, U bevindt zich hier heeft ‘het’ net niet. De poëtisch bedoelde tekst is niet verrassend. De constructie van het hotel en de voorstelling als geheel maakt dat je er (ondanks de innemende vormvondsten) niet helemaal in wordt meegezogen, je blijft vooral observator. Maar ook dat is natuurlijk een even persoonlijke als subjectieve ervaring.
(Sara van der Kooi)

Derde
door Rauser & Co, gezien op 18 mei 2007 in bedrijfsgebouw aan de Cartesiusweg, Utrecht

Foto: Rauser & Co
Foto: Rauser & Co

Eigenlijk mag je van deze voorstelling niks verklappen. Alles wat je vertelt, kan de ervaring beïnvloeden en dat zou onmogelijk jammer zijn. Maar niks zeggen, is ook weer zonde, want de jongens en meisjes van Rauser & Co verdienen beslist meer aandacht dan alleen deze drie zinnetjes.
Het kan geen kwaad vooraf te weten dat de derde voorstelling van dit gezelschap om een vermissing draait. Anders zijn de gebeurtenissen in een grote zaal in het bedrijfsgebouw aan de Cartesiusweg misschien een tikje te moeilijk te volgen. De kracht van de suggestie is sterk en Rauser & Co weet ontzettend goed hoe die te gebruiken. De richting van de voorstelling is redelijk eenduidig, maar er blijft altijd nog wat ter persoonlijke invulling over. Is de vermiste zelf weggegaan of door een ander weggekaapt, bijvoorbeeld? En is het een hij of zij? Zien we haar of zijn vluchtonderkomens, of zijn het gevangenissen? Het is aan ieders perceptie – en dat mag ook, want Rauser & Co presenteert geen honderd procent vastgelegd verhaal.

Wel doet het gezelschap er alles aan om iedere bezoeker een bijzondere ervaring mee te geven; een spannende ervaring die gelukkig niet grimmig wordt door een vleugje glimlachhumor. Licht, of het gebrek eraan, speelt de allerbelangrijkste rol in Derde. En dan vooral het effect wat het teweeg kan brengen. In dit geval bepaalt het licht, het gebrek eraan of de plek ervan ontzettend veel: waar je kijkt, wat je al dan niet ziet, hoe snel de tijd gaat, waar de reis heen gaat. En je merkt er weinig van, maar de suspense die het licht oproept, krijgt subtiele bijval van geluid.
Dat er geen acteurs aan hun werk te pas komen, komt in dit geval natuurlijk bijzonder goed van pas: een vermiste zie je immer niet. Het gebrek aan ‘performer’ maakt, zoals de vaktheorie beweert, niet dat wat Rauser & Co maakt geen theater is. Zeker niet zelfs, de zoektocht naar de vrouw of man, het meisje of de jongen wint aan kracht door niemand aanwezig te laten zijn. Nou ja, niemand behalve dan de centraal in de zaal staande toeschouwer, die zijn eigen verhaal maakt aan de hand van wat hij ziet, hoort, voelt en denkt. (Moon Saris)

Lizzy vraagt Arend
door Lizzy Timmers, gezien op 18 mei 2007 in Theater Kikker, Utrecht

Foto: Anna van Kooij
Foto: Anna van Kooij

Lizzy Timmers is een onmiskenbaar talent. Ze kan spelen, ze kan zingen, ze kan dansen; ze staat er altijd, met haar pezige lijf, haar glimmende ogen, haar krachtige uitstraling. Dat laat ze allemaal ook zien in haar nieuwste voorstelling, Lizzy vraagt Arend. Ze krijgt daarbij steun van haar mannelijke evenknie, de eveneens multigetalenteerde Arend Pinoy, die zelfs fysiek goed bij deze meisjesvrouw past.
Ze kan ook theater maken, de jonge Timmers. En ook dat laat ze weer zien in Lizzy vraagt Arend. Maar het verhaaltje is misschien wel iets te dun voor haar doen – of het lukt onvoldoende de verschillende lagen over het voetlicht te brengen.
In een hyperrealistisch decor van een rijtje trieste galerijwoningbalkonnetjes staan een synthesizer (voor on stage toetsenist William) en een stel enorme speakers. Uit een niet-deur komt de drop-out videotheekmedewerker Arend, die vertelt hoe hij de atypische ‘anita’ Lizzy, het vreemdste meisje van de school, ontmoette. Ze vroeg hem haar teen te breken om onder het turnexamen uit te komen. Een deel van de voorstelling zien we dat doordat Lizzy wat moeilijk loopt, maar af en toe lijkt dat ook vergeten. De vertelstijl – soms bewust, soms onbedoeld wat moeilijk verstaanbaar – is aandoenlijk; beide spelers frutselen vrijwel onophoudelijk aan hun eigen kleding, haar of lijf. Elkaar raken ze de eerste helft eigenlijk niet aan. Die afstand werkt spannend.

Foto: Anna van Kooij
Foto: Anna van Kooij

Dromertje Lizzy en simpele ziel Arend maken dat het publiek zich aanwezig voelt, tot op de bovenste rij van Theater Kikker, doordat ze af en toe worden aangekeken alsof ze om een mening of goedkeuring wordt gevraagd. De tekst is slim geschreven, het spel geloofwaardig, juist doordat het soms geïmproviseerd lijkt en wat hapert. Heel af en toe spreekt een van de twee zelfs de toeschouwers aan. Ze trekken op die manier iedereen mee op hun gefantaseerde reis, eigenlijk een ontdekkingsreis naar elkaar, waarin hij steeds het mannelijke gemak tentoonspreidt en zij de vrouwelijke neiging tot een omweg. Het is mooi om te zien hoe ze elkaar proberen te pleasen, deze twee jonge mensen die niet voor elkaar gemaakt zijn maar elkaar toch gevonden lijken te hebben.
Er gebeurt wel iets geks in de tweede helft van de voorstelling: het gaat van een redelijk rustige, logische vertelling met af en toe een liedje over in een wilde, montageachtige aaneenschakeling van scènes. Die lijken overigens soms alleen in het stuk te zitten omdat ze het wel lekker deden in het repetitieproces – hilarisch, knap, grappig, maar ‘not the point’. De Jekyll- en de Hyde-kant van deze schizofrene voorstelling zijn redelijk strikt gescheiden en komen niet meer echt samen. Verwijst dat misschien naar de onverenigbare karakters van de twee hoofdrolspelers die hun best doen samen te smelten? Of laat het zien hoe de vrijheid kan doorslaan als je de luxe niet kan dragen? Het lijkt allebei wat vergezocht, maar er moet toch iets zijn om te verklaren waarom de fantastische reis op slag verandert in een grimmige trip. (Moon Saris)

Silencer
door Cilia Erens, gezien op 18 mei 2007 in Huis aan de Werf, Utrecht

Voordat je bij Silencer van Cilia Erens naar binnen mag krijg je instructies. Als belangrijkste regel geldt: er wordt niet met elkaar gepraat. Dit is in het begin nog wat onwennig, maar later is dat niet meer dan logisch. De voorstelling maakt deel uit van het cluster Sense & Sensitivity en dit betekent dat de ervaring centraal staat. In het geval van Silencer is dit een ervaring waarbij alle zintuigen worden aangesproken, maar waarbij je oren de hoofdrol toebedeeld krijgen.
In pakweg een half uur krijgt Cilia Erens het voor elkaar om je enkel door middel van geluid een enorme reis te laten maken. Zo ben ik op stap geweest met een groep jagers, heb ik langs de spoorlijn gewandeld, een trektocht door het bos gemaakt en met een tentje gekampeerd in de regen. Daarbij verschoof in gedachten mijn rol van toehoorder naar protagonist.
Complimenten voor de rijke soundtrack zijn dan ook zeker op zijn plaats. Bovendien is hij op zo’n manier opgenomen dat het geluid van alle kanten lijkt te komen. Ondanks die volle soundtrack, duurt het toch even voordat je alles los kunt laten en je over kunt geven aan het geluid. Wanneer dit dan lukt, is het erg vervelend dat je er ook weer uitgehaald wordt door het aangaan van de felle lampen boven je hoofd. Op zo’n moment wordt toch het visuele weer dominant. Pas wanneer het licht langzaam dooft, kan het geluid je weer meenemen. Ook na afloop werkt alles wat je hebt meegemaakt nog even door, want wanneer ben je er klaar voor om de stilte te doorbreken? (Suzanne Groenland)

Trajets de vie, Trajets de ville
door Ex Nihilo, gezien op 17 mei op de Mariaplaats, Utrecht

Foto: Moon Saris
Foto: Moon Saris

Op de trappen van de Mariaplaats zit het publiek geduldig te wachten tot de tijdelijke stadsbewoners van Ex Nihilo aan komen wandelen. De dansers vertoefden al vaker in de stad. Vorig jaar rond deze tijd stonden ze bijvoorbeeld voor het Utrechtse stadhuis, een paar straatjes verderop. Daar gaven ze de aanzet voor het project Trajets de vie, trajets de ville, waarmee ze afgelopen jaar rondreisden. Overal namen ze plaatselijke dansers mee. En nu zijn ze terug, met tien van de zeventien mensen, om te laten zien hoe de voorstelling is gegroeid.
Het is een dag voor de première. De regen van de afgelopen weken heeft zich teruggetrokken en plaatsgemaakt voor de zon. Het door platanen omringde pleintje voor het conservatorium ziet er idyllisch uit. Maar die schijnbare rust wordt snel genoeg verstoord, want een voor een komen de dansers vanuit het publiek en tussen de gebouwen en fietsenrekken vandaan. Soms loopt er een ‘valse’ tussen, maar die zijn vrij makkelijk te herkennen omdat de Ex Nihilo’ers er allemaal net ietsje metropolitaanser uitzien.

Foto: Rene den Engelsman
Foto: Rene den Engelsman

Wat Ex Nihilo vervolgens laat zien, is een abstract maar zonder moeite te begrijpen spel van aanklampen en wegduwen, van negeren en koesteren, van vijandschap en vriendschap, van groepsgedrag en individualisme. Deze mensen staan voor verre of nabije buren van elkaar; laten zich soms niets, soms alles aan elkaar gelegen liggen. Dat geven ze vorm in lichaamstaal. De dansers laten elkaar op de grond vallen, proberen elkaar op te vangen. Ze hangen elkaar om de nek of staan elkaar naar het leven. Ze rennen als dollen groepsgewijs rondjes, wandelen rustig ieder op hun eigen weg. Lopen tegen elkaar aan of springen en buitelen om elkaar heen. Uit de speakers en de microfoon komen tussen de live gespeelde muziek door af en toe veeltalige woorden die – voor zover je ze kunt verstaan – ondersteunen wat je ziet. Stond vorig jaar vooral het laten vallen of opvangen (te) erg centraal, nu gebeurt er in een net ietsje langere tijdsspanne van ongeveer een uur zeker twee keer zo veel in Trajets de vie, trajets de ville: Ex Nihilo vangt het jachtige stadsleven met al z’n goede en slechte dingen in een intrigerend kijkspel. Die extra diepgang hebben artistiek leiders Anne Le Batard en Jean-Antoine Bigot waarschijnlijk gehaald uit de stukjes stadsfeer die ze tijdens hun reis hebben opgepikt. (Moon Saris)

Le Souk: le dit du bambou – souk de la parole

door Caracol & Bambuco, gezien op 17 mei 2007 in het Griftpark, Utrecht.

Foto: Moon Saris
Foto: Moon Saris

Een markt van woorden, dat is Le Souk van de gezelschappen Caracol & Bambuco. Maar de meeste indruk maakt toch wel de zwijgzame man van het houten carillon, die met de warme klanken uit honderden houten pijpjes en met steun van de zingende-zaagspeler alle aanwezigen betovert als was hij de rattenvanger van Hamelen. Gedreven spelend trekt hij iedereen die verdiept is in de aflopende vertellingen van een van de verhalenvertellers naar het midden van de houtje-touwtje bamboebazaar voor het slotakkoord. Of beginakkoord, zo je wil. Want het is een doorlopende voorstelling met een begin en een eind, zodat mensen weten wanneer ze hetzelfde nog eens gaan zien en horen.
Tussen de betoverende miniconcerten in is Le Souk overigens ook een prima en prettige plek om te zijn. Want niet alleen de carillonspeler – die tussen het spelen door zijn eigen instrumenten staat te maken – zorgt voor een feelgood moment. Overal in het bamboebouwsel staan hartverwarmende vertellers voor je klaar. En hoewel ieder z’n eigen open ruimte heeft en de buurman op een paar meter staat, weten ze allemaal een bijzondere intimiteit in hun voorstellinkjes te brengen.
We zien en horen dames die in afwisselend Frans en Nederlands raadsels opwerpen en liedjes zingen; Nederlandse heren die op verzoek helpen bij het maken van brieven; mannen die met hun ‘waargebeurde’ verhalen de toehoorders aan hun lippen laten hangen; een jongeman die claimt in de hele wereld opnameapparatuur te hebben staan zodat je via de koptelefoons een werkelijk Babel kunt gewaarworden.

Foto: Rene den Engelsman
Foto: Rene den Engelsman

Een bijzondere vermelding verdient de jonge vrouw die op iedere kwaal niet een kusje maar een gedicht of een bijzonder stukje proza legt. Ze haalt zelfs een Franse dichter uit de 16e eeuw van stal om iemands ingewikkelde probleem op te lossen. Serieus worden de woorden gedeclameerd; vol humor worden ze omgezet tot een recept. Onverwacht op deze fantasievolle, bijna sprookjesachtige plek is het in de basis technische verhaal over de geur van chemische elementen. Maar de verrassende verteller omlijst het zo fantastisch met invoelbare voorbeelden, met mystiek en mythologie dat hij vast en zeker in iedere omloop een bezoeker voor zijn vak weet te winnen.
Wie een lijn verwacht, wordt mogelijk teleurgesteld in Le Souk. ‘Woorden’ is een te breed begrip om een consistente context te creëren. Maar wie openstaat voor een wereldse ervaring met hemelse trekjes, kan op deze markt beslist iets van zijn gading vinden. (Moon Saris)