Boeken / Fictie

Stratenpatroon van oude Fès in verhalenbundel

recensie: Sjoerd Venema - Een man met suikerhaar. Verhalen uit Marokko

Een man met haar als een suikerspin, die als dandy obert in een café. Een oude man die langs de deuren gaat om oud brood te verzamelen. Of de blinde zanger/bedelaar, die twee vrouwen heeft. Deze bijzondere ontmoetingen in de kleine straatjes van Fès, Rabat en Tetouan vormen de bundeling verhalen De man met suikerhaar. Verhalen uit Marokko van Sjoerd Venema.

Tien jaar lang was Venema correspondent vanuit Parijs voor onder andere de Volkskrant, maar in deze bundel staan zijn impressies van enkele Marokkaanse steden centraal. Het boek houdt het midden tussen een verhalenbundel en een reisverslag. Venema is namelijk wel vaak de bewoner van de stad, maar staat daarentegen niet erg dicht bij de bevolking, en waarschijnlijk heeft hij daar ook niet zo’n behoefte aan, want hij portretteert zich graag als een (rijke) buitenlander, die de stad probeert te leren kennen als een inwoner, hoewel de nodige vooroordelen hem in de weg zitten.

Associatief schrijven

Hoewel je door de arrogantie van Venema heen kunt zien, vraagt de structuur van zijn verhalen meer, en dan vooral negatieve, aandacht. In alle verhalen probeert hij meer dan één verhaal te vertellen. Het beschreven moment vormt vaak de aanleiding voor een ander verhaal dat al eerder plaatsvond. Je kunt dit alles een ketting van verhalen lezen, die door associaties aan elkaar geregen worden, maar aan de andere kant is het nog al rommelig en van de hak op de tak.

Chaotisch

~

Die rommeligheid is soms vergelijkbaar met het chaotische stratenpatroon en de onverwachte ontmoetingen, want bovenal is Een man met suikerhaar een sferische kennismaking met Marokko. Venema beschrijft geuren, kleuren, personen, die ondanks de soms droge schrijfstijl juist goed uit de verf komen. Een van die intrigerende figuren is de man met suikerhaar. Het haar van deze ober doet Venema denken aan een suikerspin; een roodrozige tint en een krans van uitgekamd, krullend haar rond een schedel.
Maar ook de stad komt veelvuldig ter sprake, zoals in het verhaal ‘Terra incognita’ over Venema’s zoektocht naar een gedetailleerde plattegrond van de medina van Fès. Hij wil de straatjes te kunnen volgen, of de stad op kaartniveau te kunnen doorgronden. De uiteindelijke kaart die hij te zien krijgt, is zo gedetailleerd dat hij uit de droom geholpen wordt van dat mysterieuze gangenstelsel van straten, steegjes en overhangende huizen, dat hij zelfs iets teleurgesteld is. Maar zijn liefde voor de medina is niet verdwenen uit zijn beschrijving.

De medina is als één grote woning, met de in zichzelf gekeerde huizen als kamers en de smalle straatjes als gangen. Je ziet mensen in pyjama’s ‘s ochtends brood halen. Tenminste diegenen die niet zelf hun brood bakken bij de stookplaats van het badhuis. Ooit na een hete augustusdag ontvluchtte ik mijn ondraaglijke hotelkamer voor een middernachtelijke, verkoelende wandeling in het centrum van Beni Mellal, een kleine stad diep in het binnenland. In de smalle steegjes lagen tientallen mensen voor hun deur te slapen op naar buiten gesleepte matrassen.

Als de straten van Fès

Het boek wil geen reisverslag zijn – Venema benadrukt vaak dat hij vooral bewoner is van de steden waar hij over schrijft – maar Een man met suikerhaar heeft op bepaalde momenten het karakter van een reisdagboek. De gebeurtenissen die beschreven worden, hebben meer een toeristisch karakter dan dat ze een uitsnede zijn van het dagelijks leven in een Marokkaanse stad. Wat dat betreft lijkt de bundel niet helemaal aan de verwachtingen van de schrijver te voldoen. Het bekoort de lezer wel, maar een goede redacteur had de stroom van momenten die leiden tot al die verhalen misschien beter gekanaliseerd. Nu voelt de lezer zich soms als in de medina van Fès; je weet dat je je in een straatje bevindt, maar er is geen licht meer door de huizen die dicht op elkaar staan, je weet niet meer zo goed waar je bent, of in – Venema’s geval – waar het heen gaat.