Berichten

Theater / Voorstelling

Als gouden bergen uitblijven

recensie: De Nationale Opera: Girls of the Golden West

Peter Sellars’ en John Adams’ antiwestern Girls of the Golden West heeft een duidelijke boodschap, maar het gefragmenteerde verhaal weet minder te prikkelen dan de muziek.

Girls of the Golden West is de openingsvoorstelling van het Opera Forward Festival, een initiatief van De Nationale Opera dat in het teken staat van nieuw werk en nieuw talent. Peter Sellars en John Adams, respectievelijk in de zestig en zeventig, zijn weliswaar niet meer de jongsten, maar hebben zowel individueel als samen de operawereld vernieuwd met gewaagde eigentijdse opera’s met een vaak maatschappijkritische insteek. Ook in Girls of the Golden West, over de Californische gold rush in het midden van de negentiende eeuw, zijn de parallellen met de actualiteit niet te missen.

Goud zonder glans

Het idee van Girls of the Golden West kreeg Sellars toen hij gevraagd werd voor de regie van Puccini’s La Fanciula del West. In deze opera wordt een romantisch beeld geschept van de Californische goudkoorts. Het Californië van Adams en Sellars is echter weinig idyllisch. Bij aankomst blijkt voor de meeste mijnwerkers al dat er hier vrij weinig te halen is. Er ontstaat een gewelddadige ad-hocsamenleving, met als belangrijkste faciliteiten saloons en hoerenkasten. De frustratie en teleurstelling over het uitgebleven goud slaat om in een dictatuur, waarbij de mijnwerkers hun woede afreageren op de minderheden – vrouwen, mensen met een Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse achtergrond en de oorspronkelijke bevolking van Amerika. Deze laatste groep is niet vertegenwoordigd in de personages, maar wordt wel benoemd: er stierven immers in een klein decennium honderdduizenden Indianen aan de kolonisering van Californië.

De muziek van Adams is stuwend en dynamisch, een staalkaart van de verschillende technieken die hij de afgelopen vijftig jaar heeft gebruikt. Er is een sterk contrast tussen de monotone koorpassages – bijna spreekkoren – en de lyrische melodielijnen van de eenling. Adams grillige klanken passen goed bij de hectische, explosieve groei van de mijnwerkerssteden en worden daarbij nog eens krachtig gespeeld door het Rotterdams Philharmonisch Orkest, onder leiding van Grant Gershon.

Onttoverd

Even eclectisch als Adams’ muziek is het libretto van Sellars, waarbij hij zich heeft laten inspireren door tal van bronnen. Krantenberichten worden geplaatst naast mijnwerkersliedjes, activistische toespraken en passages uit Macbeth. Een belangrijke rol is toebedeeld voor de dagboekfragmenten van Dame Shirley, een welgestelde vrouw uit New Jersey die de goudkoorts uitvoerig heeft beschreven. Maar waar de muzikale variatie wervelend werkt, vertelt het samengestelde libretto een fragmentarisch verhaal. De personages zijn archetypisch en weinig complex – de onderdrukte individuen als slachtoffer van een briesende, anonieme mijnwerkersmassa – waardoor de opera in psychologisch opzicht niet erg spannend wordt.

Het is duidelijk dat Sellars en Adams de ontreddering van de goudzoekers willen spiegelen aan de teleurstelling van de huidige witte middenklasse, die omslaat in woede jegens zondebokken. Deze boodschap wordt gebracht met prachtige muziek, fonkelende decors en levendige, groots opgezette groepsscènes. De potentie is er, alle elementen lijken aanwezig, maar door het gebrek aan frictie boet Girls of the Golden West aan urgentie in.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Als gouden bergen uitblijven

recensie: De Nationale Opera: Girls of the Golden West

Peter Sellars’ en John Adams’ antiwestern Girls of the Golden West heeft een duidelijke boodschap, maar het gefragmenteerde verhaal weet minder te prikkelen dan de muziek.

Girls of the Golden West is de openingsvoorstelling van het Opera Forward Festival, een initiatief van De Nationale Opera dat in het teken staat van nieuw werk en nieuw talent. Peter Sellars en John Adams, respectievelijk in de zestig en zeventig, zijn weliswaar niet meer de jongsten, maar hebben zowel individueel als samen de operawereld vernieuwd met gewaagde eigentijdse opera’s met een vaak maatschappijkritische insteek. Ook in Girls of the Golden West, over de Californische gold rush in het midden van de negentiende eeuw, zijn de parallellen met de actualiteit niet te missen.

Goud zonder glans

Het idee van Girls of the Golden West kreeg Sellars toen hij gevraagd werd voor de regie van Puccini’s La Fanciula del West. In deze opera wordt een romantisch beeld geschept van de Californische goudkoorts. Het Californië van Adams en Sellars is echter weinig idyllisch. Bij aankomst blijkt voor de meeste mijnwerkers al dat er hier vrij weinig te halen is. Er ontstaat een gewelddadige ad-hocsamenleving, met als belangrijkste faciliteiten saloons en hoerenkasten. De frustratie en teleurstelling over het uitgebleven goud slaat om in een dictatuur, waarbij de mijnwerkers hun woede afreageren op de minderheden – vrouwen, mensen met een Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse achtergrond en de oorspronkelijke bevolking van Amerika. Deze laatste groep is niet vertegenwoordigd in de personages, maar wordt wel benoemd: er stierven immers in een klein decennium honderdduizenden Indianen aan de kolonisering van Californië.

De muziek van Adams is stuwend en dynamisch, een staalkaart van de verschillende technieken die hij de afgelopen vijftig jaar heeft gebruikt. Er is een sterk contrast tussen de monotone koorpassages – bijna spreekkoren – en de lyrische melodielijnen van de eenling. Adams grillige klanken passen goed bij de hectische, explosieve groei van de mijnwerkerssteden en worden daarbij nog eens krachtig gespeeld door het Rotterdams Philharmonisch Orkest, onder leiding van Grant Gershon.

Onttoverd

Even eclectisch als Adams’ muziek is het libretto van Sellars, waarbij hij zich heeft laten inspireren door tal van bronnen. Krantenberichten worden geplaatst naast mijnwerkersliedjes, activistische toespraken en passages uit Macbeth. Een belangrijke rol is toebedeeld voor de dagboekfragmenten van Dame Shirley, een welgestelde vrouw uit New Jersey die de goudkoorts uitvoerig heeft beschreven. Maar waar de muzikale variatie wervelend werkt, vertelt het samengestelde libretto een fragmentarisch verhaal. De personages zijn archetypisch en weinig complex – de onderdrukte individuen als slachtoffer van een briesende, anonieme mijnwerkersmassa – waardoor de opera in psychologisch opzicht niet erg spannend wordt.

Het is duidelijk dat Sellars en Adams de ontreddering van de goudzoekers willen spiegelen aan de teleurstelling van de huidige witte middenklasse, die omslaat in woede jegens zondebokken. Deze boodschap wordt gebracht met prachtige muziek, fonkelende decors en levendige, groots opgezette groepsscènes. De potentie is er, alle elementen lijken aanwezig, maar door het gebrek aan frictie boet Girls of the Golden West aan urgentie in.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Klucht zolang het nog kan

recensie: De Nationale Opera - Il Barbiere di Siviglia

Lotte de Beer behoudt in het prachtig vormgegeven Il Barbiere di Siviglia de bekende kluchterige toon, maar aan de randen knaagt een op handen zijnde revolutie.

De Nationale Opera brengt met Il Barbiere di Siviglia een van de beroemdste opera buffa’s (komische opera’s) op de planken. Regisseur Lotte de Beer toonde in onder meer The New Prince al haar hang naar visuele overdaad. Ook deze klassieker is vanaf het begin een lust voor het oog. De Nationale Opera zou echter De Nationale Opera niet zijn als er onder al die beeldenpracht niet iets zou wringen.

Oogkleppen

Foto: Marco Borggreve

Rossini’s vroege meesterwerk – hij schreef de opera op zijn 24ste – is gebaseerd op de komedie Le Barbier de Séville ou la Précaution inutile van Pierre Beaumarchais uit 1772. In dit verhaal probeert graaf Almaviva (René Barbera) zijn geliefde Rosina (Nino Machiadze) te trouwen door in verschillende vermommingen het huis van haar voogd Bartolo (een briesende Misha Kiria) binnen te komen. Almaviva krijgt hierbij hulp van de titelheld, Figaro (Davide Luciano).

Rossini zag in het verhaal vooral een draaideurklucht die als vehikel diende om zijn virtuoze muzikale humor tentoon te spreiden. Het toneelstuk van Beaumarchais is echter ook een maatschappelijke satire waarin de geest van de Franse Revolutie al rondwaart. Beide kanten komen in De Beers regie aan bod. De kern van het verhaal is een traditionele opera buffa en speelt zich nog af binnen een overzichtelijk aristocratisch systeem (een levensgroot poppenhuis met meerdere kamers). Via de kiertjes sluipen anonieme sansculotten het huis binnen. Hebben de personages wel door dat hun huis wordt leeggeroofd?

Overdadige onvrijheid

Foto: Marco Borggreve

Producties van De Nationale Opera blinken vaker uit in imposante decors en kostuums, maar ontwerper Julian Crouch steelt hier de show vanaf de ouverture. Hij schotelt ons een parade voor van dansende taarten en cupcakes, maar ook van herderinnetjes en – iets minder zoet – onthoofde vijanden van de revolutie. Via een stijl die duidelijk geïnspireerd is op de 18de eeuw, maar ontegenzeggelijk modern is, laat hij al in de eerste minuten zien dat er hier sprake is van een systeem van exorbitante weelde en tegelijkertijd, zeker in het geval van Rosina, een gebrek aan vrijheid.

De Beer vertelt tegelijkertijd Rossini’s en Beaumarchais’ Barbier van Sevilla. Beide perspectieven zetten het andere weer in een nieuw daglicht. Een enkele keer komt de focus in het gedrang, met chaos tot gevolg. Tegelijkertijd zit er in die chaos misschien wel de belangrijkste les van de voorstelling: juist in die verwarrende momenten is het noodzaak goed om je heen te blijven kijken. De personages zijn te zeer bezig met hun eigen verwikkelingen en hebben niet door dat er gewelddadig aan de stoelpoten van hun gezag wordt gezaagd. Is het een waarschuwing aan een bezadigd operapubliek? Hoe het ook zij, hou je hoofd erbij, de revolutie is onomkeerbaar.

Reageer op dit artikel