Film / Achtergrond
special: Deel 2

IFFR 2007

~

Het vlot alweer aardig met het grootste filmfestival van Nederland, het International Film Festival Rotterdam, dat loopt tot 4 februari. Vele tientallen speelfilms, documentaires, debatten en optredens voor de duizenden bezoekers zijn al de revue gepasseerd, waarbij 8WEEKLY er natuurlijk wederom bovenop zit. Hier is deel 2 van ons verslag, met uiteraard weer nieuwe verslagen en updates.

Overzicht verslag IFFR 2007

2 februari

Oorlogsdeformatie
Waarom heeft niemand mij verteld dat het zo erg zou worden in Afghanistan? – Time & Tide
Cyrus Frisch • Nederland, 2007

Cyrus Frisch is waarschijnlijk één van de meest geëngageerde filmmakers van Nederland. Zijn vorige film, Blackwater Fever, was een confronterend commentaar op de scheve geo-sociale verhoudingen, en ook zijn nieuwste film kijkt buiten de landsgrenzen. Waarom heeft niemand mij verteld dat het zo erg zou worden in Afghanistan? bekijkt de wereld door de ogen van een oorlogsveteraan die net uit Afghanistan is teruggekeerd. Hij kan maar moeilijk wennen aan het gewone leven in Amsterdam – overal waar hij kijkt ziet hij dreiging. Van de hangjongeren in de buurt, van politie op straat, zelfs van een opgebroken weg. Langzaam maar zeker lijkt de hoofdpersoon zijn verstand te verliezen.

~

De beklemmende sfeer wordt mogelijk gemaakt door een bijzondere manier van filmen: Waarom… is bijna geheel met de camera van een mobiele telefoon opgenomen. Het maakt de film tot een afzichtelijke pixelpuinhoop, maar dat was ook de bedoeling: de moeilijk te onderscheiden beelden werken vervreemdend en verontrustend, en maken de toenemende paranoia van de hoofdpersoon voelbaar.

Later in de film gebruikt Frisch beelden uit andere films om flashbacks en hallucinaties te suggereren. De film was er echter meer bij gebaat geweest als deze beelden van dezelfde kwaliteit waren als de rest van de film, omdat het verschil tussen realiteit en fantasie nu te duidelijk is. Ook is het jammer dat Frisch niet helemaal op de kracht van zijn beelden heeft durven vertrouwen: de muziek en extra geluidseffecten die hij inzet zijn veel te duidend en distantiëren de kijker juist van de hoofdpersoon, hetgeen lijnrecht ingaat tegen de opzet van de film.

Waarom… slaagt er wel in een beklemmend beeld van de belevingswereld van een getraumatiseerd man te laten zien, maar de film duurt eigenlijk te lang om het gegeven boeiend te houden. Frisch had beter een compactere, korte film over dit onderwerp kunnen maken; nu wordt de impact van zijn filmische statement ondergraven door verveling en een door pixels veroorzaakte koppijn. (Marijn Lems)

Visueel spektakel in Casablanca
WWW – What a Wonderful World – Time & Tide
Faouzi Bensaïdi • Frankrijk / Marokko, 2006

Beginnende filmmakers grijpen in hun jeugdige overmoed vaak naar alle middelen die tot hun beschikking staan – kijk eens wat ik allemaal kan! – waardoor het geheel te vol en vermoeiend uitpakt. In WWW – What a Wonderful World is dat niet het geval. Ja, de Marokkaanse regisseur Faouzi Bensaïdi heeft in zijn tweede lange speelfilm flink uitgepakt met tegendraadse camerabewegingen en montages, maar al zijn trucjes vallen precies op de juiste plaats.

~

Ze houden de vaart in zijn platonische-liefdesverhaal in modern Casablanca. Het plot draait om een huurmoordenaar (gespeeld door Bensaïdi zelf) die hopeloos verliefd wordt op de stem aan de telefoon, die hem altijd doorverbindt met zijn favoriete prostituee. Zij heeft haar portie liefde wel gehad, en lijkt in eerste instantie immuun voor zijn grote woorden. Zijn toenaderingspogingen en de tests waar zij hem aan onderwerpt laten de spanning van het doek spatten.

Door enkele subplots rond een hacker en een mensensmokkelaar is het geheel niet goed te volgen, maar het visuele spektakel maakt veel goed. Hoewel de inhoud dus enigszins ondergeschikt is aan de vorm, blijft de film zeer de moeite waard. Al was het alleen maar om die ene, telkens terugkerende, scène waarin de vrouw in haar baan als verkeersagente op een druk kruispunt het verkeer in een verrassende choreografie weet te dirigeren. (Marcel van den Haak)

1 februari

Genregrenzen aan stukken gescheurd
The Host – Rotterdämmerung
Joon-ho Bong • Zuid-Korea, 2006

Na Memories of Murder komt de Zuid-Koreaanse topregisseur Joon-ho Bong met een nieuwe, onmogelijk te classificeren genremix. The Host is op de eerste plaats een monsterfilm waarin het schoolmeisje Hyun-seo wordt aangevallen door een enorme vis/hagedis-hybride die opeens opduikt in de Han-rivier. Het beest is ontstaan nadat een onverantwoordelijke Amerikaanse wetenschapper besluit zijn chemisch afval door de afvoer te spoelen. Hyun-seo’s uiteengevallen familie herenigt zich om haar uit de klauwen van het monster te redden.

~

De titel verwijst naar twee ‘monsters’: de gemuteerde amfibie én de Amerikaanse legermacht die in Zuid-Korea gestationeerd is. Gedurende de hele film maken de Amerikanen door grove nalatigheid, hebzucht en imperialistische arrogantie de situatie alleen maar erger. Vanwege het vermeende virus dat het monster verspreidt, stelt de legerleiding de bevolking van Seoel bloot aan het anti-virus ‘Agent Yellow’, een verwijzing naar ‘Agent Orange’ dat tijdens de oorlog in Vietnam werd ingezet.

Behalve horror en maatschappijkritiek is The Host ook nog een familiedrama, én een slapstick-komedie. Bong schakelde in zijn eerdere films ook al veelvuldig tussen genres, en ook hier komt hij er met behulp van zijn uitstekende acteurs, waaronder Bong-veteraan Kang-ho Song en enkele Amerikaanse acteurs die heerlijk karikaturale rollen mogen neerzetten, glansrijk mee weg. Ondanks de vele abrupte toonwisselingen blijft de film van begin tot eind op alle fronten overtuigen. Het horroraspect loopt voorop, met dank aan het fantastische monster dat door Amerikaanse effectenstudio’s en WETA (van The Lord of the Rings) in elkaar werd gezet. Het monster is zo overtuigend dat de regisseur het aandurft het vanaf het begin veelvuldig in beeld te laten zijn, wat enkele adembenemende scènes oplevert. De cinematografie is sowieso van grote klasse, maar dat zijn we inmiddels wel van de Zuid-Koreaanse cinema gewend. (Marijn Lems)

The Host mag dan qua dramatische elementen niet zo gelaagd zijn als Memories of Murder; het is wel de beste horror/avonturenfilm in jaren. Dat vonden de Amerikaanse studio’s ook: er staat al een remake in de planning. Zonder de kritiek op het imperialisme, natuurlijk. (Marijn Lems)

31 januari

Intens lief wraakepos
Hana – Kings & Aces
Hirokazu Kore-eda • Japan, 2006

Hirokazu Kore-eda, hier vooral bekend door zijn films After life en Nobody knows, wilde eens iets anders. Een samoeraifilm wilde hij maken, maar dan een heel ander soort samoeraifilm dan we gewend zijn. In het genre draait het gewoonlijk om erekwesties als wraak en seppuku. Kore-eda laat in zijn epos echter verzoening en verdraagzaamheid de boventoon voeren.

~

De vader van de jonge samoerai Soza is vermoord in een duel na een uit de hand gelopen ruzie over een potje Go. Op zijn schouders ligt nu de verantwoordelijkheid om zijn vader te wreken, hetgeen hem niet alleen aanzien, maar ook landerijen en een vaste toelage van zijn clan zal opleveren. Er is echter één probleem: Soza is nou niet bepaald een ware krijger. Hij kan niet tegen bloed, is tamelijk bang aangelegd en zijn zwaardvechtkunsten laten ook nogal te wensen over. Soza is neergestreken in het dorpje waar de moordenaar van zijn vader ook woont en houdt zich daar bezig met het lesgeven van de buurtkinderen. Soza’s clan wordt echter steeds ongeduldiger.

Hana is niet alleen anders dan andere samoeraifilms; de film vertoont ook weinig overeenkomsten met de rest van Kore-eda’s oeuvre. Weg is het naturalistische acteerwerk en de droomachtige ambiance uit zijn eerdere films. Hana lijkt qua toonzetting veel op een jeugdfilm – de nevenpersonages zijn vrij karikaturaal, de humor neigt naar slapstick, er komen veel kinderen in voor. Gelukkig zijn de personages zo sympathiek neergezet dat er veel te genieten valt in de interacties tussen de simpele bewoners van de nederzetting.

De film is wel wat anecdotisch geworden, en in het midden van de speelduur verliest Kore-eda zich wat te veel in subplotjes. Tegen die tijd heb je Soza en zijn dorpsgenoten echter al volledig in je hart gesloten, en is het kabbelende tempo juist weldadig. De regisseur verloochent zijn vredelievende insteek geen moment – behalve een mooi tijdsbeeld is Hana vooral een hele lieve, innemende film geworden. (Marijn Lems)

Overlevingsstrijd in de jungle
Rescue Dawn – Kings & Aces
Werner Herzog • VS, 2006

Christian Bale heeft in zijn acteercarrière al heel wat ontberingen moeten doorstaan, met natuurlijk als voorlopig hoogtepunt (dieptepunt?) zijn fysieke transformatie in The Machinist. Ook voor Werner Herzogs nieuwste film werd er een beroep gedaan op zijn fysieke weerbaarheid. In de jungles van Thailand vonden de opnamen plaats voor Rescue Dawn, dat het ongelofelijke verhaal vertelt van Dieter Dengler, een Duits-Amerikaanse piloot die vlak voor de Vietnam-oorlog boven Laotiaans grondgebied werd neergehaald en krijgsgevangen genomen.

~

Dit gebeurt al binnen het eerste kwartier van de film; het verhaal draait vooral om Denglers ontsnapping uit het gevangenenkamp en uit de ongenadige jungle die tussen hem en de Thaise grens lag. In de vertolking van Bale beschikt Dengler over een haast onuitputtelijke hoeveelheid optimisme. In relatie tot het levensgevaar dat de krijgsgevangenen iedere dag bedreigt wordt zijn aanhoudende positivisme bijna absurd, maar het stelt de piloot wel in staat zijn medegevangenen te overtuigen hem te helpen bij zijn ontsnappingsplannen. Na het wat clichématige begin levert deze fase van de film de mooiste scènes op; de kameraderie tussen de POW’s wordt goed voelbaar gemaakt en Denglers strijd om de moraal van zijn ‘troepen’ hoog te houden is psychologisch zeer interessant. Vooral Jeremy Davies maakt indruk als Gene, een Amerikaanse soldaat die ze na twee jaar gevangenschap niet allemaal meer op een rijtje heeft.

Na de ontsnapping aan de Pathet Lao wacht Dengler een helse tocht door de jungle. Hier krijgt Herzogs cameraman Peter Zeitlinger alle ruimte om de natuur in al haar onverbiddelijke pracht de boventoon te laten voeren. Hier ook wordt Bale’s rol meer een fysieke krachttoer, een strijder in het archetypische gevecht van de mens tegen de elementen. Zijn levenslust wordt overlevingsdrang, zijn blik wordt steeds verbetener en het gebeurde begint ook zijn tol te eisen op zijn mentale gezondheid.

Hoewel de afloop natuurlijk allang bekend is (zeker voor iedereen die Herzogs documentaire over hetzelfde onderwerp, Little Dieter Needs to Fly, al gezien heeft), blijft Rescue Dawn tot het einde toe zenuwslopend vanwege alle obstakels die Dengler moet overwinnen. Na zo’n lijdensweg gun je Dengler het ietwat zoetsappige einde dan ook van harte. (Marijn Lems)

30 januari

Een misplaatste hommage
Belle Toujours – Cinema Regained
Manoel de Oliveira • Frankrijk / Portugal, 2006

Het is zeer de vraag of eigenzinnige Spaanse filmregisseur Luis Buñuel blij zou zijn geweest met Belle Toujours, een hommage aan Belle de Jour, zijn meest conventionele en succesvolle film. In het dubieuze eerbetoon van de Portugese regisseur Manoel de Oliveira worden twee personages uit Buñuels origineel – Henri Husson (ook ditmaal gespeeld door Michel Piccoli) en Séverine Serizy (dit keer niet gespeeld door Catherine Deneuve maar door Bulle Ogier) – opnieuw opgevoerd.

~

Het zwaar gestileerde Belle Toujours ontbeert helaas elke vorm van diepgang. In plaats van de thematiek van het origineel op te pakken en in nieuwe richtingen uit te werken, wordt de ambiguïteit van Belle de Jour de nek omgedraaid en worden de banale vragen centraal gesteld. Zoals: wat zit er toch in dat muziekdoosje waarmee de Aziatische man aan Severine kenbaar maakt wat hij van haar wil? Of: heeft Husson aan het einde van Belle de Jour nu wel of niet aan Severines verlamde man verteld dat zijn vrouw een hoer is?

Dat deze vragen uiteindelijk niet beantwoord worden doet niets af aan de banaliteit ervan. Bovendien vormen onbeantwoorde vragen geenzins een garantie voor ambiguïteit en diepgang. De eigenlijke thematiek van Buñuels origineel – de verheerlijking van het hoerenbestaan door de bourgeoisie die wel de lusten maar niet de lasten ervan accepteert; de ophemeling van een niet bestaande liefde en het goed praten van het verraad daar aan, etc. – gaat dan ook volledig verloren in overdadig estheticisme, opzichtige verwijzingen en oppervlakkige verklaringen. (Martijn Boven)

Plaatsvervangende schaamte
A Man’s Job (Miehen työ) – Time & Tide
Aleksi Salmenperä • Finland, 2007

Als Juha ontslagen wordt, probeert hij aan de bak te komen als zelfstandig klusjesman. De vrouw die hem inhuurt, blijkt echter meer geïnteresseerd in zijn gespierde lichaam dan in zijn vakmanschap. Juha meent dat hij een gat in de markt heeft ontdekt. Met een koffertje vol seksspeeltjes verhuurt hij zich aan alle eenzame vrouwen die zijn stad rijk is. Uiteraard mogen zijn vrouw en zijn drie kinderen van niets weten.

~

In eerste instantie is A Man’s Job vooral grappig, maar het duurt niet lang tot de plaatsvervangende schaamte de overheersing krijgt. Juha vindt zijn nieuwe baan al snel niet leuk meer, maar hij heeft het geld nodig en hij ziet geen andere mogelijkheid om zijn gezin te onderhouden. De getergde blik van Tommi Korpela, die Juha speelt, als hij door een geestelijk gehandicapte vrouw op zijn hoofd wordt geslagen omdat haar dat kennelijk opwindt, doet je huiveren. Vrouwen blijken in deze film al net zo sadistisch als mannen wanneer ze iemand betalen om hen te bevredigen. Het is verbazingwekkend hoe je blikveld verandert als de machteloze prostituee geen gedwongen arme vrouw of een verslaafde jongen is, maar een sterke huisvader. De film roept vragen op over macht en seksualiteit, maar blijft tegelijkertijd lichtvoetig en daardoor verdraaglijk. Sterk spel van de acteurs en heel mooi camerawerk doen de rest. (Marjolein van Trigt)

Aanklacht tegen de porno-industrie
Princess – Rotterdämmerung
Anders Morgenthaler • Denemarken, 2006

Een jonge Deense regisseur maakt een op Japanse anime gebasseerde tekenfilm over een priester die zich wreekt op de porno-industrie… Vooraf was Princess daarmee natuurlijk al een van de meest besproken films van het IFFR. Er was ook kritiek op de animatiefilm, omdat de regisseur de porno en het geweld dat hij zegt te verafschuwen uitgebreid in beeld zou brengen.

~

Om met dat laatste te beginnen: met de hoeveelheid ondraaglijke beelden valt het in Princess reuze mee. Regisseur Anders Morgenthaler heeft goed begrepen dat het genre hem de vrijheid geeft om akeligheden in beeld te brengen die in live action nogal zwaar op de maag zouden liggen, zoals kindermisbruik, maar hij gaat daar wel integer mee om. Princess is een vlammende aanklacht tegen de porno-industrie. Dat maakt de film origineel en interessant. Morgendaler laat zien dat een pornoactrice geen gebruiksvoorwerp is, maar een levende vrouw die ook familie heeft, en wellicht ook een kind, dat op een dag in de vitrine van een tijdschriftenwinkel haar moeder op confronterende wijze de cover van een magazine ziet staan.

Als de beroemde pornoactrice The Princess overlijdt, neemt haar broer, een priester, haar vijfjarige dochtertje Mia in huis. Wanneer hij merkt hoezeer het meisje beschadigd is door de pornowereld waarin ze is opgegroeid, besluit hij wraak te nemen op alle mensen die verantwoordelijk zijn voor haar geestelijke en lichamelijke wonden. Wat volgt is een wat saaie opeenvolging van wraakacties, waarin ook de kleine Mia een rol speelt. De priester geeft haar de mogelijkheid om haar verkrachter met een ijzeren staaf in zijn kruis te slaan. Als het meisje nog niet getraumatiseerd was door het misbruik, doen de rondvliegende bloedspetters wel hun werk. What you see is what you get lijkt het credo te zijn van Princess, zowel wat betreft het rechtlijnige verhaal als de teleurstellende animatie. De achtergronden zijn prachtig en de combinatie met live action werkt uitstekend, maar de personages zijn storend lelijk getekend. Alleen het schattige levende knuffelkonijntje roept emoties op. Al met al is Princess ietwat teleurstellend, al is het bewonderenswaardig dat Morgenthaler het ingedutte debat over porno met zijn verder toch wel originele animatiefilm weer op gang heeft gebracht. (Marjolein van Trigt)

Pretentieloos sprookje
No Mercy for the Rude (Ye-ui-up-nun-gut-deul) – Rotterdämmerung
Park Chul-Hee • Zuid-Korea, 2006

Killa, de doofstomme held in No Mercy for the Rude, verhuurt zichzelf als moordenaar om het bedrag bij elkaar te sparen dat nodig is voor een operatie waarmee hij zijn spraak terug kan krijgen. Niks geen bloeddorstige roeping dus en bovendien neemt hij zich voor alleen echte slechteriken om te leggen; zijn bijdrage aan een betere wereld. Ach, als huurmoordenaar de kost verdienen verschilt niet veel van een doorsnee kantoorbaan. Killa en zijn collega’s hebben evengoed sores en stuk geslagen carrièredromen – variërend van kungfuleraar tot matador en balletdanser – en een personeelsuitje bovendien: samen vissen en dan een picnic of killers.

~

Killa compenseert zijn spraakgebrek met een cool (lees: zwart leer) imago inclusief eeuwige zonnebril, waarachter een trouwhartige blik verscholen gaat. Zijn leven wordt gecompliceerd als een eigengereid en dominant meisje uit een nachtclub haar intrede doet en hij vervolgens ook nog met straatschoffie ‘Kid’ wordt opgescheept. De een eist hem als geliefde op, de ander als vader. Killa zelf geeft in voice-over commentaar op de verwikkelingen, die aanleiding zijn voor hilariteit en drama. Vooral als blijkt dat werk en privé niet bepaald gescheiden zijn. En dan ontvlamt in Killa de liefde, wat de aanzet is voor een melodramatische apotheose.

Parks regiedebuut is een aanstekelijke mix van melodrama, slapstick en harde actie, die geweld en huiselijke alledaagsheid lichtvoetig aaneensmeedt. Pretentieloos en voortvarend grotestadssprookje. (Marjanne de Haan)

Bevrijdingsideaal in New York
Building a Broken Mousetrap – Music Please!
Jem Cohen • USA, 2006

~

De registratie van het concert dat de Nederlandse band The Ex in 2004 gaf in de New Yorkse Knitting Factory is in deze film plezierig versneden met beelden uit The Big Apple zelf. De inmiddels veertigers ex-punkers zijn uitgegroeid tot volwaardige muzikanten die nog steeds goede muziek maken. Muziek die goed past bij de impressies van de stad die doen denken aan het fotografisch werk van fotograaf / filmer William Klein (1928) uit de jaren zestig. Building a Broken Mousetrap maakt goed duidelijk dat de muziek van The Ex niet ten onder is gegaan aan zijn eigen bevrijdingsideaal. Uit alles blijkt dat de groep muzikaal de punk heeft overstegen, maar nog steeds haaks staat op andere commerciële stromingen, en tot op heden zijn geheel eigen experimentele stijl heeft behouden. (Antoinette van Oort)

Poëtische aanklacht
Bamako – Filmmaker in Focus
Abderrahmane Sissako • Frankrijk / Mali / USA, 2006

Abderrahmane Sissako, dit jaar filmmaker in focus op het IFFR, behoort tot een groep mensen die het begrip ‘thuis’ niet langer kent. Geboren in Mali, opgegroeid in Mauretanie, studeerde hij in Moskou en woont hij nu in Frankrijk. De ervaren ‘thuisloze’, connaisseur en observator van vele culturen put duidelijk uit eigen ervaring.

~

Op de binnenplaats van een Afrikaanse huis vindt een ongebruikelijk proces plaats. De aanklagers zijn gewone mensen, allemaal geven ze voorbeelden van de absurde praktijken die ze dagelijks tegenkomen. De rollen zijn deze keer omgedraaid. De zwetende rechters met toga en zonnebril lijken niet op hun plaats tussen plastic stoelen, langslopende verkopers en opgestapelde archiefstukken. De pleidooien van de aanklagers vragen om rechtvaardigheid voor het hele continent. Onderwerpen als migratie, schuldenlast, internationale betrekkingen en de eeuwige roofzucht van het Westen komen aan bod. Krachten die volgens Sissako vrij spel hebben op het continent en zo Afrika’s ondergang bewerkstelligen.

Bamako is bij vlagen amusant maar het blijft vooral een poëtische aanklacht. De onmiskenbaar steekhoudende argumenten en getuigen spreken uit ervaring, nu eens op eigen bodem. Wie in hun argumenten geïnteresseerd is zal Bamako interessant vinden, anderen zullen de observerende cameravoering en het langdradige tempo vooral als traag ervaren. Ook Sissako’s humor ligt verborgen en zijn verwijzingen die verweven zijn in het proces. Sissako’s abstrahering van Afrika, intellectueel en visueel, wordt afgesloten met een weemoedig en onvertaald lied van een oude man, een van de getuigen. Afrika versus het Westen? De onvertaalde kreten uit de keel van deze verweerde man brengen je, mocht je het even vergeten zijn, in ieder geval weer terug bij de kern van de problematiek. (Antoinette van Oort)