Boeken / Non-fictie

Italiaanse sensaties

recensie: Tim Parks (vert. C.M.L. Kisling) - Italië op het spoor

.

Italian ways luidt de oorspronkelijke en veel treffender titel. Parks, schrijver van zowel vele romans als non-fictie, gebruikt het reizen per trein in al zijn facetten als prisma van de Italiaanse identiteit. In en om de stations en treinen registreert hij de gebruiken, tegenstellingen, inconsistenties, dialecten en andere verbluffendheden. Als ze hem vragen: ‘Waarom schrijft u dit boek, “professore”?’ dan antwoordt Parks dit: omdat in het treinreizen het ‘Italiaans-zijn’ tot uitdrukking komt.

Italië in geur, kleur en geluid
Vergeet dus de Fyra, vergeet ook het idee van een reisboek; dit boek gaat over cultuur. Bijna dagelijks forenst Parks van Verona naar Milaan. Hij vertrekt vanaf het heerlijk beschreven stationnetje Verona Porta Vescovo (letterlijk: bisschopspoort) en komt aan op Milaan Centraal, dat een van ‘s werelds mooiste stations is, ware het niet dat de schoonheid ervan onder een belachelijk-vulgaire laag commercialiteit bedolven is.

Nu woont Parks (1954) weliswaar 32 jaar in Italië, maar hij is een Engelsman. Ik bedoel: hij kent de Italianen goed, maar verbaast zich over hen zoals een noordelijker Europeaan dat kan doen. Parks adoreert treinen en stations – hij houdt afwisselende (en herkenbare!) lofzangen op treinlegendes als het compartiment en het leeslampje in het plafond – maar zoekt ook continu naar een rustige treinplek. Want er is geen fijner plek om te lezen dan in de trein, ‘midden in het leven en toch erbuiten’. Dit blijkt een continue zoektocht aangezien de Italianen – en nu komt het – nogal rumoerig zijn, en het concept ‘stiltecoupé’ hen letterlijk vreemd is.

Anderzijds, als Parks iedere treinrit lezend had kunnen doorbrengen, was dit boek er niet geweest. Hij biedt de lezer een reeks smakelijke verhalen doorsijpeld van Italiaanse geluiden, kleuren en geuren. Dit wordt versterkt doordat Parks veel woorden en uitdrukkingen onvertaald heeft opgenomen, zodat de lezer de speciale schoonheid van de Italiaanse taal kan proeven.

Smakelijke absurditeiten
Met de juiste mengeling van verbazing, ergernis en toegevendheid wijdt Parks uit over het verbluffende Italiaanse treinkaartjessysteem, over opeens streng opererende ‘Capo treni‘ (treinchefs) en over stations die midden op de dag afgesloten blijken. Zo is er de afdeling voor zoekgeraakte voorwerpen, de ‘oggeti smarriti‘ (waarbij Parks aantekent dat ‘smarrito‘ ook betekent: ‘in de war’, ‘verbijsterd’). Natuurlijk heeft megastation Milaan Centraal zo’n afdeling, maar waar die te vinden?

De lezer duikelt zo van de ene smakelijke absurditeit in de andere. Parks zoekt een verklaring: 

Een van de voornaamste kenmerken die je moet zien te doorgronden in alle aspecten van het Italiaanse leven, is dat deze natie geen problemen heeft met de afstand tussen ideaal en realiteit. Ze zijn de hypocrisie voorbij. Ze registreren gewoon geen tegenstelling tussen retoriek en gedrag.

Italiaanse trots
Naast zijn forensentraject beschrijft Parks bijvoorbeeld ook het treinreizen in Zuid-Italië en de verschillen tussen de treinen. Zo zijn het niet de hypermoderne en daardoor on-Italiaans aandoende ‘Freccie‘ (‘pijlen’ in het Italiaans), maar de interregionale treinen waar Parks verliefd op is. Weer een detail dat de lezer een hupje van plezier doet maken: lange tijd (helaas, nu niet meer) droegen deze interregionale treinen eigennamen: ‘Michelangelo’, ‘Ludovico Sforza’. Wanneer de stationsomroeper dan een trein aankondigde, werd die naam met extra trots uitgeroepen: ‘Treno – Intercity – Otto – uno – tre – Gabriele D’Annunzio!’

Daarnaast zijn de stationsomroepberichten opzienbarend lang. Zo werd de bovenvermelde omroep gevolgd door een hele riedel details – aantal klassen, minibar en restauratie aan boord – om ten slotte als volgt te eindigen: ‘(…) delle ore – diciassette – zero – cinque – per Bari Centrale – è – Soppresso!’ Dat wil zeggen: vervallen, opgeheven. Na circa dertig seconden bericht is daar de essentie: de trein rijdt helemaal niet.

De treinen voeren Parks en de lezer langs allerhande Italiaanse sensaties en vreemdheden. Het maakt Italië op het spoor tot het boek dat het wil zijn: plezierig en onpretentieus met centraal een overdadig fijn onderwerp.