Kunst / Expo binnenland

Ingetogen Hans Arp

recensie: Arp: The Poetry of Forms

Het is puur toeval dat de stoelen in buslijn 106, die bezoekers gedurende de onderhoudsperiode van de kleine Mercedesbus naar het Kröller-Müller Museum brengt, dezelfde kleuren hebben als de vijftien houtsneden, Zon hercirkeld (1966), van Hans (Jean) Arp (1886-1966); het was een opvallende bus die in 2011 op Busworld in Kortrijk stond. Het is géén toeval dat de grote, zo’n tachtig werken omvattende expositie in Otterlo uitgerekend in het herdenkingsjaar van De Stijl plaatsvindt.

Kijk maar eens naar Arps Statische compositie in olieverf op paneel uit 1915, dat niet voor niets pal bij het gedicht Secondenwijzer (1924) hangt. Hierin gaat het over ‘is’ en nog eens ‘is’, ‘zijn’ in plaats van ‘worden’, het bewegende en organische dat later als veel kenmerkender voor Arps werk wordt beschouwd. Je kunt je voorstellen dat de voormannen en –vrouwen van De Stijl dit oké vonden.

Overzicht/overview Arp: The Poetry of Forms. Foto: Marjon Gemmeke.

De s/Stijl

Niet voor niets voelt Arp in de jaren twintig van de vorige eeuw verwantschap met de Stijlbeweging. Hij woonde zelfs met zijn Zwitserse vrouw Sophie Taeuber, ook een begenadigd kunstenares met wie hij in 1922 trouwde, op slechts enkele kilometers verwijderd van de Stijl-man Theo Doesburg. Arp in Clamart, Van Doesburg in Meudon.

Toeval bestaat niet – en als Arp ons wil laten geloven dat de collages die hij in 1917 maakte door papiersnippers zó op papier te plakken zoals ze erop waren gevallen, dan slaat de twijfel toe. Het Freudiaanse onbewuste dat eruit zou moeten spreken, heeft Arp op z’n minst een handje geholpen om de mythe in stand te houden. Zoals hij een drukker bewust van de wijs bracht door zijn gedichten onleesbaar te maken. Het gevolg was wél, dat deze drukker participeerde in het kunstwerk door het te moeten ontcijferen. Het begin van een proces dat er steeds meer toe leidde dat de toeschouwer van een kunstwerk er onderdeel van uit gaat maken.

Overzicht/overview Arp: The Poetry of Forms. Foto: Marjon Gemmeke.

Concrétions

Na 1930 verandert de werkstijl van Arp. Geen Stijl-invloeden meer of Dadaïstisch georiënteerd werk, houten reliëfs of ‘stabiles’ (platte sculpturen), maar abstracte beelden (‘concrétions’). Abstract, maar toch duidelijk geënt op natuurlijke vormen. Maar vooral niet langer als een ‘is’ of ‘zijn’, maar vloeiend, fluïde van uitstraling. ‘Kunst is een vrucht’, heet het in een essay van één van de gastcuratoren van de expositie, Eric Robertson (Londen), in het begeleidende Nederlands-Engelstalige boek The Poetry of Forms. Het andere essay is van de hand van de tweede curator: Frances Guy. Het is een mooi boek, met helaas wat veel ontsierende afbreekstreepjes midden in een woord die zijn blijven staan (ge-scheurd, ver-want, beeld-houwkunst enz.).

Dat essay geeft een prachtig doorkijkje in de achtergronden van de tentoonstelling. Poëzie en vormen, maar ook de ‘milde humor’ van het werk van Arp worden erin benoemd. Dit blijkt meteen al aan het begin van de tentoonstelling uit diens Stropdassen en hoofd (1925), waar hij in 1950 weer mee verder is gegaan.

Aan het eind van de expositie valt nog een werk te zien dat Arp weer heeft opgepakt. Het is een ontroerende collage van verscheidene tekeningen die Sophie Taeuber en hij in 1939 samen hebben gemaakt, en die Arp weer opnam na het tragische overlijden van zijn vrouw ten gevolge van koolmonoxidevergiftiging in 1947. Deconstructie en constructie ineen.

Jean Arp, Berger de nuages (Wolkenherder/Cloud shepherd), 1953. Foto: Marjon Gemmeke.

Ingetogen schoonheid

In het essay staat terecht een paar keer een omschrijving waarin het woord ‘ingetogen’ voorkomt. Dat geldt niet alleen voor het werk van Taeuber, maar ook voor veel van dat van Arp. Dat is wat beklijft als je zo door de ruimtelijk ingerichte zalen in het Kröller-Müller Museum loopt, met als afsluiting panelen over Aubette, een groot amusementsgebouw in Straatsburg, de geboorteplaats van Arp.

Wat opvalt aan de hele expositie is de prachtige achtergrondkleur, een grijstint, waartegen alle werken optimaal tot hun recht komen. Een kleur die terugkomt in de vitrines en de schuin afgeplatte zuilen waarop de begeleidende teksten staan afgedrukt. Uitgebreide teksten die in schril contrast staan tot de minimale tekstbordjes bij de kunstwerken. Wat daarop wordt gemist is de naam van de ontwerpers ervan, bijvoorbeeld bij de tentoonstellingscatalogi van de expositie in het Stedelijk Museum (1960) en het Haags Gemeente Museum (1967). Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk.

Wie naar buiten loopt kan in de beeldentuin overigens nog een Arp in volle glorie bewonderen: Wolkenherder (1953). Dit beeld staat er sinds 1961. Een groot beeld van een kunstenaar die begon met klein werk en wiens kunst steeds meer in de belangstelling kwam te staan, tot deze grote overzichtsexpositie aan toe.

Afbeelding bovenaan: Arp met Navel-monocle/Arp with Navel-Monocle, 1926, collection Arp Stiftung Berlijn.

Reageer op dit artikel