Theater / Achtergrond
special: ISH mengt hiphop met opera

Baggy broeken tussen operaklanken

8WEEKLY bezocht de repetities van cross-over dansgezelschap ISH, dat hiphop mengt met opera. ‘Het moet een frisse wind door beide werelden worden’, aldus regisseur en choreograaf Marco Gerris.

‘Het moet een frisse wind door beide werelden worden’, aldus regisseur en choreograaf Marco Gerris.

Met één sprong, achterwaarts en zonder zijn handen te gebruiken, zit Marco Gerris in de vensterbank. ‘One more time!’ In zijn Engels klinkt voorzichtig een Vlaams accent, terwijl de choreograaf zijn crew tot stilte maant. ‘Focus, please!’ Twee dansers die niet aan de scène meedoen giechelen. Ze liggen op de vloer, hun benen omhoog tegen de muur. Achter hen haalt een meisje op een bankje alle hoge noten met gemak.

In een pand in Amsterdam Osdorp zijn de repetities voor MonteverdISH van dansgezelschap ISH in volle gang. ‘s Ochtends wordt in gescheiden groepen gerepeteerd. Tussen de blauwgroene wanden van de ene zaal – zeil op de vloer en een balustrade langs de achterwand – wordt door Gerris de laatste hand gelegd aan het bewegingsgedeelte van de voorstelling. In een ruimte aan de andere kant van de gang werkt Arnout Lems van VocaalLAB aan de muzikale stukken. In die zaal staat ook het decor: een koperbruine stellage met een verhoging in het midden en aan weerszijden zitplaatsen voor de muzikanten. Met een geluidsband werkt ISH uiteraard niet, benadrukt Gerris. Alle muziek wordt live gespeeld. Pieter Perquin – bekend als Perquisite, van Pete Philly – ontfermde zich over de composities. Hij mixte de oorspronkelijke opera met nieuwe klanken.

Cross-overbewerking van een klassieker
Het klinkt logisch dat het gezelschap ‘s ochtends wordt opgedeeld om te repeteren, als je weet dat in MonteverdISH twee totaal verschillende cultuuruitingen samenkomen: hiphop en opera. Het stuk is een moderne interpretatie van het vijftiende-eeuwse l’Incoronazione di Poppea van de Italiaanse componist Monteverdi. ‘Ik dacht: als we dan toch opera doen, nemen we ook meteen een stuk van de allergrootste componist’, lacht Gerris. Het is niet de eerste keer dat ISH zich aan een opvallende, cross-over bewerking van een klassieker waagt. Eerder maakte Gerris onder andere al STORMISH, een voorstelling rond het werk van Shakespeare.

~

In de pauze van de repetities staat de choreograaf even te roken bij de uitgang van het pand. Het zijn ambitieuze projecten, geeft hij toe. Hij neemt een trekje van zijn sigaret, tilt zijn capuchon tot over zijn kuifje en glimlacht. ‘Voor zover ik weet is dit niet eerder gedaan in Nederland. Niet op zo’n hoog niveau tenminste.’ De regisseur is zichtbaar trots. ‘Het is heel bijzonder. Ik werk met mensen die hun sporen allang hebben verdiend.’ Toch is dit project ook voor hen een uitdaging. Door de combinatie van hiphop en opera moeten de professionals in beide disciplines zich aanpassen. ‘De b-boys (breakdancers, red.) maken de hardste powermoves en underground hebben ze veel battles gewonnen. Ze zijn heel technisch.’ Toch vergt theater een andere benadering. ‘Ze denken normaalgesproken niet: nu zet ik verdriet neer als emotie of deze sfeer; ze willen gewoon het accent op de juiste beat leggen’, aldus Gerris.

Ook voor de operazangers en -zangeressen is het even wennen: waar de hiphoppers graag improviserend te werk gaan, hebben zij meer sturing nog. ‘De zangers zoeken naar de motieven van personages, willen graag uitleg en onderbouwing.’ Juist dat contrast maakt het spannend voor hem als choreograaf, vertelt Gerris. ‘Ik voel me een bruggenbouwer.’ Maar zijn er dan geen overeenkomsten tussen hiphop en opera? ‘Zeker wel! Het zijn beiden hele krachtige kunstvormen.’

Nog vier repetitiedagen
In de repetitieruimte lijkt de tengere operazanger, zo naast de brede hiphopper – in baggy broek en met petje – nogal klein en kwetsbaar. Maar zodra hij de eerste noten zingt, verdwijnt iedere broosheid. Voor de derde keer moet de scène over, voor de derde keer legt de danser zijn handen op de schouders van de zanger en draait hem met een ruk om. Daar ziet de jongen de fictieve liefde van zijn leven liggen. Met een ander. Verslagen laat de zanger zijn schouders zakken. En waar zojuist hij nog operaklanken zong, neemt de danser het nu van hem over. Hij rapt en kijkt de jongen, vooraan op het denkbeeldige toneel, meewarig aan. Ook Lems is nu in de bewegingszaal. Hij zit naast Gerris in de vensterbank en neuriet de melodie die bij de scène hoort. Het gespeelde lijkt misschien foutloos; toch moet het nog eens over.

‘Het zijn de puntjes op de i’, relativeert Gerris. Nog slechts vier repetitiedagen voor de boeg; toch voelt hij geen druk. ‘Natuurlijk kost het energie, maar je voelt de passie. Er hangt een hele positieve vibe.’ Nu het einde van het creatieproces in zicht is, heeft Gerris hoge verwachtingen. ‘De voorstelling is een frisse wind door de hiphop- én operawereld. Dat hoop ik tenminste.’ Hij leunt even nadenkend achterover. ‘Maar je kunt iets niet bewust hip maken. Zoiets moet ontstaan. Dat is de magie van theater.’

MonteverdISH gaat op 8 oktober 2011 in première in De Meervaart te Amsterdam. Daarna staat de productie in theaters door heel Nederland.