Film / Achtergrond
special: Deel 2

AFFF 2008

.

In dit tweede deel van ons festivalverslag wordt duidelijk hoe breed het aanbod is op het AFFF, en dat er veel meer draait dan horror. Een liefdesverhaal en tijdsdocument aan de hand van Beatles songs, een bijzondere variant op het zombiegenre, een gestoorde detective, een knotsgekke sushiwestern, een sfeervolle spookhuisthriller, en een romance tussen suïcidalen illustreren dat.

Introductie | Deel 1 | Deel 2 | Deel 3

Inhoud:
Across the Universe |
Fido |
Mad Detective |
Sukiyaki Western Django |
El Orfanato |
Wristcutters: A Love Story

Strawberry Fields Forever
Across the Universe
Julie Taymor • VS, 2007

~

Engelse jongen trekt naar de VS, ontmoet Amerikaans meisje, ze worden verliefd, meisje radicaliseert in de studentenprotesten rondom Vietnam, jongen raakt vervreemd van haar, jongen keert terug naar Liverpool, jongen komt niet over haar heen en gaat terug, ze ontmoeten elkaar weer bij een dakconcert, jongen zingt “All You Need Is Love“, eind goed al goed. Zo, nu weten we het plot van Across the Universe. Maar dat doet er dan ook nauwelijks toe, het gaat om de muziek. Beatles muziek! De iconische songs van Lennon en McCartney vormen de motor achter het verhaal, en stuwen de personages voort door de turbulente jaren zestig. Regisseur Julie Taymor (Frida, Titus) staat bekend om haar theatrale kleuren en kostuums, en hier haalt ze werkelijk alles uit de kast. Across the Universe schiet van tederheid naar explosiviteit en van realiteit naar psychedelica. Veel personages zijn gemodelleerd naar bestaande sixties iconen als Timothy Leary, Ken Kesey, Janis Joplin en Jimi Hendrix. En anders zijn hun namen wel ontleend aan Beatles nummers: Jude, Lucy, Sadie, Prudence, Mr. Kite en Dr. Robert. Als Jude’s vriend Max hem uit de put haalt doet hij dat uiteraard met “Hey Jude“. De film refereert daarnaast aan de klassieke Hollywood musicals, maar ook aan Baz Luhrmanns red curtain trilogy (Strictly Ballroom, Romeo + Juliet en Moulin Rouge).

Taymors pogingen om elk nummer van de juiste context te voorzien zodat het zingen ervan volledig integreert met de verhaallijn, neigen soms naar parodie en krampachtigheid. En de Beatles puristen zullen de nieuwe arrangementen waarschijnlijk afdoen als heiligschennis. Ook is de uitwerking van plekken als het vrije Greenwich Village en het grauwe Liverpool wel erg clichematig. Maar diegenen die hun remmingen los kunnen laten belanden in een sprookjesachtige wereld waarin de nummers onontkoombaar en volstrekt op hun plaats zijn. En dan zijn gastrollen van Bono – als een soort Timothy Leary die “I Am the Walrus” zingt – en Joe Cocker (die als zwerver uitbarst in “Come Together“) alleen maar prachtig, evenals de metaforische vertaling van Strawberry Fields Forever naar de slagvelden van Vietnam. Een Beatles revival zal het niet opleveren, maar deze wonderschone en hartveroverende film weet wel uiterst doeltreffend te tonen hoe relevant de teksten van Lennon en McCartney nog steeds zijn. (Erik Kersten)
Terug naar boven

Zombies zijn net mensen
Fido
Andrew Currie • Canada, 2006

~

Timmy’s moeder is erg statusbewust. Alle buren hebben een zombie, dus waarom zij niet? Dus schaft ma er ook een aan, al is haar man eerst mordicus tegen. Sinds die zijn eigen vader een kogel door het hoofd heeft moeten jagen omdat die ook een zombie was geworden, is hij huiverig voor de levende doden. Maar dat was een tijd geleden, toen Amerika ternauwernood de Zombieoorlog won. De rust is sindsdien teruggekeerd en nu woont Timmy in een zuurstokgekleurd suburbia met een dikke glazuurlaag erop; een jaren vijftig wereld waar onder de oppervlakkige laag van optimisme en vooruitgang niet alles is wat het lijkt, eentje welke we kennen van films als Pleasantville en de melodrama’s van Douglas Sirk.
Maar dan met zombies.
Want – zo zien we in een hilarisch propagandafilmpje – de Zombieoorlog werd met dank aan het bedrijf ZomCom gewonnen, die tevens een manier verzon om zombies te domesticeren. Sindsdien worden zombies en masse ingezet als een soort huisdieren die ook allerlei huishoudelijke klusjes kunnen doen. Zombies bezorgen de post, laten je hond uit of harken het park aan.

Timmy – eenzaam als hij is – maakt al snel vriendjes met hun huiszombie, die hij Fido noemt. De band wordt steeds hechter, zeker als Fido (een fantastische Billy Connolly) Timmy verlost van een paar pestkoppen. Deze actie zet echter een kettingreactie in gang die verstrekkende gevolgen zal hebben. De variaties op de zombiefilm lijken telkens wel weer uitgemolken, maar het genre wil maar niet doodgaan. En volkomen terecht, zolang films als Fido aan het firmament verschijnen. De Canadese regisseur Andrew Currie heeft met deze film namelijk een van de origineelste en leukste herinterpretaties van het zombie-universum ooit gemaakt. (Marcel Westhoff)
Terug naar boven

Geniale gek
Mad Detective
Johnny To, Ka-Fai Wai • Hong Kong, 2006

~

Detective Bun is een rare, maar geniale detective. Op originele wijze weet hij telkens weer de meest moeilijke zaken op te lossen. Zo kruipt hij in een koffer, laat zich vervolgens van een eindeloze hoeveelheid trappen afgooien, om vervolgens te weten dat de ijscoman het heeft gedaan. Hoe geniaal hij ook is, als hij op de afscheidsreceptie van zijn chef ter plekke zijn rechteroor afsnijdt en dat als geschenk aanbiedt, kan hij vertrekken. Jaren later roept detective Ho echter zijn hulp in om een zaak op te lossen waarbij een agent vermist wordt en er meerdere moorden zijn gepleegd. Ho komt er al snel achter dat de scheidslijn tussen genialiteit en gekte bij Bun een erg dunne is.

Welkom in de wondere wereld van Johnny To, de Hong Kongse filmmaker die gemiddeld zo’n twee speelfilms per jaar maakt en in 2007 nog Filmmaker in Focus op het Filmfestival Rotterdam was. Hij weet op originele wijze de gedachtewereld van Bun (een sterke rol van Lau Ching-Wan) weer te geven. Zo zegt Bun dat hij de innerlijke persoonlijkheden van mensen kan zien. Bij de hoofdverdachte ziet hij er maar liefst zeven – die je als kijker dan ook allemaal krijgt te zien. De zoektocht naar de dader en de atypische methodes die Bun daarvoor gebruikt zorgen ervoor dat de spanning erin blijft, waarbij de verandering van rol die detective Ho ondergaat subtiel is uitgewerkt. Dat kan helaas niet van de climax gezegd worden, waarin de makers nogal doorschieten in hun filmische Hong Kong-invloeden. Er komen nog net geen opvliegende duiven aan te pas. (Marcel Westhoff)
Terug naar boven

Sushiwestern
Sukiyaki Western Django
Takashi Miike • Japan 2007

~

Miike, Miike. Waar was je toch al die tijd? In het verleden waren jouw films op zo’n beetje elke Filmfestival Rotterdam vaste prik of kregen ze – zoals het hoort – een bioscooprelease. Waren er regisseurs te bedenken die elk jaar weer op de proppen kwamen met een of meerdere nieuwe producties van zo’n hoog niveau? Audition, Ichi the Killer, Zebraman, Gozu, etcetera. Allen inventief, origineel, vakkundig, maar vooral knettergek. De afgelopen jaren was het echter hier heel stil rond jouw persoontje. Te stil. Tot dit festival. Een nieuwe Miike! En zonder ook maar een beeld gezien te hebben werden we al vrolijk. Want de titel (Sukiyaki Western Django) en de summiere beschrijving (een knotsgekke potpourri van Western en Samoerai met een vleugje Shakespeare) beloofde een ouderwetse blik in de heerlijk verknipte geest van Miike Takashi.

En werden we teleurgesteld? Integendeel! Geheel volgens verwachting is Sukiyaki Western Django – net als veel andere Miike-films – een waanzinnige en virtuoze mix van diverse stijlen en invloeden, en staat het bol van de filmische verwijzingen. En hij komt er nog mee weg ook. Het plot mag dan weinig origineel zijn (een naamloze pistoolheld rijdt een stoffig stadje in en komt letterlijk tussen twee benden in te staan), de uitwerking is dat wel. Dat de Japanse cast hierbij Engels spreekt en Engels ondertiteld wordt maakt het alleen maar leuker. Voeg hierbij tenslotte de oogstrelende cinematografie, een effectieve score (Morricone meets didgeridoo!), veel humor, en een verrassend leuke bijrol van Quentin Tarantino. Heerlijk. Wat wil een mens nog meer? Dus Nederlandse distributeurs en festivals: wij eisen minimaal eenmaal per jaar een nieuwe Miike! (Marcel Westhoff)
Terug naar boven

Onzichtbare weeskinderen
El Orfanato (The Orphanage)
Juan Antonio Bayona • Mexico/Spanje, 2007

~

“Was je vroeger nooit bang in dit huis?”, vraagt de kleine Simon aan z’n moeder Laura (Belén Rueda) in de beginminuten van The Orphanage. Laura heeft het grote landhuis aan zee zojuist gekocht met haar welgestelde man Carlos om er een verpleeghuis voor kinderen te beginnen. Zelf groeide ze ooit op in het voormalige vrijstaande weeshuis. Spookhuisverhalen zijn al zo oud als het horrorgenre zelf, dus een regisseur moet van goeden huize komen wil hij imponeren. Maar de Spaanse debutant Juan Antonio Bayona kreeg niet voor niets de zegen van Guillermo del Toro (Pan’s Labyrinth), die de film mede-produceerde. Bayona zet met The Orphanage een zelfverzekerde en sfeervolle film neer, die zijdelings doet denken aan The Others en The Haunting maar ook onmiskenbare Hitchcock-elementen bevat.

Nadat het gezin naar het voormalige weeshuis is verkast, gaat zoontje Simon zich al snel merkwaardig gedragen. Hij praat over onzichtbare vriendjes, waarmee hij zoekspelletjes in en rond het huis speelt. ‘s Nachts klinkt in de gangen spookachtig gebonk en dan is er ook nog een griezelig oud dametje met jampotglazen die opduikt in de schuur. Op de feestelijke dag dat het pleeghuis open gaat, verdwijnt Simon van de aardbodem. Waarna een vertwijfelde zoektocht begint en Laura uiteindelijk de hulp van een medium (een sterke cameo van Geraldine Chaplin) inroept. The Orphanage overtuigt op vrijwel alle fronten en ontspoort eigenlijk alleen tijdens de pathetische strandscène, als Simon net verdwenen is en de cameraman z’n nek breekt over de golven. Voor de rest is het een vlekkeloos, spannend debuut met een paar fantastische schrikmomenten. (René Passet)
Terug naar boven

Is er liefde na de dood?
Wristcutters: A Love Story
Goran Dukic • VS, 2006

~

De melancholieke Zia (Patrick Fugit, Almost Famous) maakt zijn apartement grondig schoon. Niet omdat hij iemand verwacht, maar zijn zelfmoordplek moet netjes zijn. Hij snijdt zijn polsen door omdat hij teveel verdriet heeft over zijn ex. Na zijn dood blijkt Zia bij Kamikaze Pizza te werken, hij hangt rond in kroegen, en speelt pool onder het genot van een “Love will tear us apart” zingende Ian Curtis. Dit is zijn post-mortem wereld, waar zelfmoordenaars in een eigen kaal universum wonen, en waar alles net een paar slagen viezer en kleurlozer is. De suïcidalen draaien er in hun sociale contacten niet omheen, en in een amusante uitwisseling van ervaringen worden de diverse zelfmoordmethodes uit de doeken gedaan.

Zia mist zijn ex nog meer dan hij dacht. Het feit dat alle contact met haar nu onmogelijk is geworden maar dat de herinneringen nog het zo levendig zijn, maakt het alleen maar pijnlijker. Als hij toevallig hoort dat ze ook uit het leven is gestapt, bedenkt hij zich geen moment en gaat met zijn kroegmaat Eugene (Shea Whigham) op zoek. Ze pikken de sexy liftster Mikal (Shannyn Sossamon) op, en samen trekken ze door het barre landschap. Met Gogol Bordello op cassette komen ze uiteindelijk uit bij Tom Waits, die een soort leider blijkt te zijn van deze dodengemeenschap. Tegen die tijd is het verhaal al behoorlijk uit de bocht gevlogen, maar dat neemt niet weg dat er in het eerste deel genoeg te genieten is. Het had echter allemaal net wat vetter aangezet mogen zijn, en ook de grappen missen net die knal die je met een basisidee als dit had kunnen maken. Het voornaamste bezwaar is echter dat de film iets gecalculeerds heeft. Alsof de makers bewust intappen op de trend van ‘gekke’ Amerikaanse films van regisseurs als Wes Anderson, Noah Baumbach en Miranda July. (Erik Kersten)
Terug naar boven