Film / Achtergrond
special: De beste films volgens de filmredactie

2011

De schrijvers van de filmredactie kozen elk drie films die ze de beste en/of de meest onterecht onderbelichte van het jaar vonden. Van Aziatische festivalfilms tot mainstreamhits: een bonte verzameling.

Paul Caspers | Ralph Evers | Toprak Goksu | Erik Kersten | Pieter-Jos van Kampen | Cor Oliemeulen | Marcel Westhoff | Tom Willemsen

~

Chang-dong Lees films zijn sterk literair, maar allesbehalve pretentieus. Poetry

is zijn meest complexe tot nu toe, maar lijkt de meest eenvoudige. Dat is een knappe prestatie. De slotscène – pure poëzie – is de meest hartverscheurende van het jaar. (Recensie en interview)

The Crab (Rona Mark • VS, 2010)
Een man met misvormde handen gebruikt zijn verbale talenten om de cynicus uit te hangen en maakt daarmee uiteindelijk net iets meer kapot dan hem lief is. De meest gevatte komedie van het jaar is helaas na het IFFR nog nergens in distributie gebracht. (Recensie)

Winter Vacation / Han jia (Hongqi Li • China, 2010)
Deze unieke tragikomedie is ook grappig, maar op een radicaal andere manier: zo droog zijn verbale uitwisselingen zelden in beeld gebracht. En ook deze film is voorzien van een geweldige slotscène, waarin een wanverhouding tussen beeld en geluid een even stekelig als hilarisch effect heeft. (Recensie)

~

Met The Turin Horse

nemen we afscheid van Béla Tarr, een regisseur die zich kan meten met Andrei Tarkovsky en Stanley Kubrick. Als thema voor zijn zwanenzang kiest hij toepasselijk de ondergang van onze soort. En geheel in zijn lijn wordt die ondergang bar, verlaten, kil en een tikje metafysisch getoond. Nog een keer kun je je onderdompelen in de prachtige sfeer die Tarr keer op keer neer wist te zetten. Nog een keer kan er genoten worden van de prachtige filmmuziek van Mihály Vig. Ditmaal huilende cello’s, in gevecht met de woedende storm. Met zijn typerende zwartwitstijl en een subliem ritme neemt Tarr nog eenmaal alle tijd om zijn stijl, die hij met Kárhozat (Damnation) in 1988 ingezet heeft, af te sluiten. En als hij ermee kapt, ja dan mag de mensheid ook wel stoppen! (Recensie)

Ovsyanki (Aleksei Fedorchenko • Rusland, 2010)
Een verrassend mooie film, authentiek en integer, haast documentaire-achtig, over dood en rouw in een Finno-Oegrische cultuur, de Merya, die vrijwel uitgestorven is. Ondergedompeld in de zwaarmoedige sfeer van de rouw, ondersteund met prachtige muziek, heeft de regisseur oog voor de schoonheid en eenvoud van het leven. Nauwgezet worden de rituelen in beeld gebracht. De cameraman heeft oog gehad voor de desolate omgeving en de muziek is uitstekend gekozen. Beiden begeleiden ze als stille getuigen het verdriet van de nabestaanden. Het ritme sluit naadloos op de gebeurtenissen aan, waardoor je als kijker bij dit ritueel betrokken kan raken en haast zou vergeten dat je naar een film kijkt.

We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay • Verenigd koninkrijk, 2011)
Een gordijn wappert als een mysterieuze sluier in de wind. Tegelijk onheilspellend en sereen. Er lijkt iets verhuld te worden… In We Need to Talk About Kevin wordt de mythe van de onvoorwaardelijke moederliefde op meedogenloze wijze ter discussie gesteld. Een vraag die de film oproept is of je als ouder verantwoordelijk bent voor de daden van je kind. In de fragmentarische opzet van de film zien we hoe Kevin alles op alles zet om de relatie met zijn moeder zo goed mogelijk te vergiftigen. Een hallucinante cameravoering, en een heen en weer flitsen tussen verleden en heden, maakt de wanhopige zoektocht van Eva voelbaar. En evenals Eva, nodigt de film je als kijker uit mee te gaan in die hopeloze zoektocht naar antwoorden, naar enige troost. (Recensie)

Toprak Goksu

Melancholia (Lars von Trier • Denemarken, 2011)
Op het Cannes filmfestival kwam Melancholia in een verkeerd daglicht te staan door de uitspraken van Lars von Trier. En dat is jammer, want de film is op verschillende vlakken meesterlijk. Het verhaal over twee zussen die op hun eigen manier met de naderende ondergang van de wereld omgaan, is niet alleen vanwege het uitmuntende acteerwerk of de lyrische camerabeelden prachtig om te zien, maar ook de manier waarop von Trier de ziekte depressie probeert uit te beelden, is onvergetelijk. Pijnlijk, grappig, verleidelijk en bij vlagen beangstigend.

The Artist (Michael Hazanavicius • Frankrijk, 2011)

~

The Artist is alleen al de moeite waard om te zien, omdat hij zo gedurfd is. Zonder een gesproken woord of een scene in kleur, zet Hazanavicius met deze ode aan de stomme film een zeer geloofwaardige jaren-twintigfilm neer. De overgang naar de ’talkies’ en de moeite die sommige acteurs hiermee hadden, wordt simpel maar zeer amusant weergegeven. Het is puur genieten op een manier die we anno 2011 niet gewend zijn. (Recensie)

The Tree of Life (Terrence Malick • Verenigde Staten, 2011)
Geen film riep dit jaar zoveel tegenstrijdige reacties op als The Tree of Life. Geen duidelijk narratief, maar een overweldigende visuele meditatietrip, met als uitgangspunt: wat is de zin van het leven. Vanuit het perspectief van een jongen uit een gezin in de jaren vijftig met een goedaardige moeder en een strenge vader, zien we hoe Malick ‘het leven’ ontrafelt en allesomvattende vragen aan de mensheid stelt. We krijgen geen antwoorden, maar zien allegorische beelden die niet in woorden zijn uit te drukken. (Recensie)

~

In deze essayistische tour de force wordt je als kijker drie uur lang ondergedompeld in het wereldbeeld van een totaalheerser. In het Roemenië onder Nicolae Ceausescu gold slechts één visie en werd naar één man geluisterd. Hoewel het tijdens zijn vijfentwintig jaar durende bewind aan alle kanten gruwelijk misging in het land, is daar in de film weinig van te merken. Ujica focust op het beeld dat Ceausescu wilde uitstralen naar de buitenwereld, en dat zowel in eigen land als ver daarbuiten op weinig tegenspraak stuitte. Ceausescu was lang de favoriete Oostblokleider van het westen, vooral omdat hij zich verzette tegen de invasie van Tsjechoslowakije in 1968 door de andere Warschaupactlanden. In een schijnbaar eindeloze stroom aan nationalistische beelden en homemovies toont Ujica hoe Ceausescu langzaam het contact met de werkelijkheid verliest. Monumentaal en uniek. (Recensie en interview)

Incendies (Denis Villeneuve • Canada, 2010)
Dit is zo’n voorbeeld van een film die nog een paar dagen blijft doordreunen na het zien ervan. Incendies is zo sterk dat zelfs de grootste cynicus zich mee zal laten slepen door dit drama. De film is gebaseerd op het succesvolle toneelstuk van Wajdi Mouawad, woonachtig in Canada maar op jonge leeftijd vanuit Libanon gevlucht. De tweeling Jeanne en Simon krijgen van de notaris de laatste wensen van hun overleden moeder te horen. Ze moeten twee brieven afgeven. Voor hun broer, waarvan ze het bestaan nooit hebben geweten, en voor hun vader, van wie ze dachten dat hij overleden was.

Terwijl de zoektocht begint leert de kijker via flashbacks de levensgeschiedenis van moeder Nawal kennen. Zo wordt in een mix van heden en verleden langzaam het raadsel rond Nawal en haar laatste wens ontrafeld. Hoewel melodrama bij een verhaal als dit op de loer ligt weet regisseur Denis Villeneuve dat vakkundig te omzeilen door te kiezen voor rauw realisme en een, ondanks de ellende die haar overkomt, vastberaden houding van Nawal. Incendies werkt ook op een tweede front: als algemene aanklacht tegen oorlog en wraak en de blijvende wonden die er door worden aangebracht. Als geweld altijd wordt vergolden met nog meer geweld, waar stopt het dan? Incendies is heftig en hartverscheurend tegelijk en laat je niet gauw meer los. (Recensie)

Guilty of Romance / Koi nu tsumi (Shion Sono • Japan, 2011)
In het festivalaanbod op Camera Japan stak deze bijzondere film boven alles uit. Guilty of Romance is de nieuwste van regisseur Shion Sono, die aan een opmerkelijk oeuvre werkt met uiterst inventieve en gedurfde films. Eerder viel hij op met het vier uur lange Love Exposure en vorig jaar nog met Cold Fish. Guilty of Romance is zowel een thriller als een relatiedrama en een erotisch kleurenballet waarin alles mogelijk lijkt. Een expliciete, rauwe maar ook aangrijpende film die Sono’s status van eigenzinnig regisseur nog maar eens bevestigt.

~

Het laatste filmische meesterwerk van Raúl Ruiz, die in augustus overleed. Zowel als serie van zes films als in de viereneenhalf uur durende edit is dit een unieke film. Het jongetje João, achtergelaten in een katholiek weeshuis, wordt bezocht door een onbekende vrouw. De beschermheer van João, Pater Dinis, vertelt hem dat zij gravin en zijn moeder is. Ze kan hem echter niet meer bezoeken omdat zij wordt opgesloten door haar man. Als de oorlog met Frankrijk uitbreekt hebben de pater en het jongetje de kans om de gravin te bezoeken en haar uit haar kasteel mee te nemen. Jaren zonder contact tussen zoon en moeder veranderen als de gravin intrekt in het weeshuis.

De film bestaat uit veel verschillende verhalen die op ingenieuze wijze aan elkaar gesponnen worden. Mistérios de Lisboa kijkt zoals je een boek leest, een lang en zwaarmoedig epos over kloosterordes en adel waarin intriges en geheimen iedereen in de ban van het noodlot plaatsen. De grootste aanrader om de film te kijken is toch wel het geweldige filmische oog van Ruiz met prachtige camerawerk van landschappen en dialogen in de salons, waarbij hij vaak de beslissing neemt om bepalende gebeurtenissen niet te laten zien.

If I Want to Whistle, I Whistle / Eu când vreau să fluier, fluier (Florin Serban • Roemenië, 2010)
If I Want to Whistle is een film van snijdend realisme met het zeer emotionele weerzien van moeder en zoon als hoogtepunt. De film is zo rauw als de jeugd in de inrichting. Na vier jaar in de jeugdgevangenis is Silviu dichtbij zijn vrijlating. Een stille jongen die zich goed heeft gedragen. Nog enkele dagen te gaan voor hij de wijde wereld weer in mag komt zijn broertje op bezoek om te vertellen dat hun moeder hem mee naar Italië neemt. Het broertje dat hij heeft opgevoed lijkt aan hem te ontglippen. Ook zijn verliefdheid voor de sociaal werkster is een onbegaanbare weg. Silviu moet onder druk van de omstandigheden en de harde gevangeniscultuur zijn eigen oplossingen vinden. Zelfs zijn medegevangenen zijn er stil van.

De met de Zilveren Beer bekroonde debuutfilm If I Want to Whistle, I Whistle is een film over het broze en gewelddadige puberbrein achter de tralies in Roemenië. De langzame film van Florin Serban voert de kijker mee in de emoties van een jongen in het nauw. Een indrukwekkende vertelling over de woede van een jongen die afgesloten is van alles wat hij wil. Waarin de vrijheid in de lucht hangt maar de jongen is gevangen in zijn liefde.

In a Better World / Hævnen (Susanne Bier • Denemarken, 2010)
Susanne Bier slaat de plank raak, beter dan in Brodre. Christiaan komt aan in een nieuwe klas. Zijn moeder is net overleden en zijn vader is weer op reis in Londen. Hij wordt bevriend met Elias, die de pispaal is van de klas. Christiaan laat het er niet bij zitten en pakt de pestkoppen terug en tuigt de grootste treiteraar af. Als de vader van Elias geweldloosheid in de praktijk wil laten zien zegt Christiaan dat hij niet van opgevers houdt. Met hun gevoel van rechtvaardigheid gooien de jochies er nog een schepje bovenop. Daar moeten ze dan ook de gevolgen van dragen.

In a Better World is een film waarin alle karakters de keuze moeten maken of ze laf zijn of lef hebben. Het is een groots drama dat werd bekroond met een Oscar en een Golden Globe voor de beste buitenlandse film. Het sterke script en het ijzingwekkend goede acteerwerk van de jonge acteurs maken de film een must see.

~

Het is veel te gemakkelijk om dit mysterieuze meesterwerk af te doen als sentimentele draak. De maker bewees zijn talenten al met het visuele hoogstandje Maelström

(2000) en het schokkende relaas in Polytechnique (2009). Niet minder confronterend is de geschiedenis van een moeder die postuum haar tweelingkinderen opdracht geeft een enveloppe te bezorgen bij hun onbekende vader en hun broer, van wie ze het bestaan niet weten. In flashbacks wordt langzaam duidelijk waartoe de verschrikking van etnische conflicten, vernedering en haat kan leiden. De nauwelijks voorstelbare apotheose, die nog wel een tijdje in je hoofd blijft rondspoken, doseert subtiel thema’s als (nood)lot en vergeving. (Recensie)

Melancholia (Lars von Trier • Denemarken, 2011)
De timing van deze einde-der-tijdenparabel van enfant terrible Lars von Trier had niet beter kunnen zijn nu (volgens sommigen) de wereld is bevangen door naderend onheil door een economische crisis, een tekort aan water, milieucatastrofes en een groeiend verzet tegen heersende elites. Mooie vertolkingen en cinematografie, psychologische en emotionele lagen alsook lyriek en symboliek bieden alle tijd voor reflectie in deze multi-interpretabele diptiek over twee gedeprimeerde zussen en een onheilspellend naderende planeet. Alleen al de artistieke slow motions uit het intro en de 2001: A Space Odyssey-achtige finale – beiden weldadig ondersteund door Wagners Tristan en Isolde – zijn verplichte kost voor liefhebbers van cinema met een grote C.

A Seperation / Jodaeiye Nader az Simin (Asghar Farhadi • Iran, 2011)
Na zijn met prijzen overstelpte About Elly (Darbareye Elly, 2009) slaat een veelbelovende Iraanse regisseur opnieuw krachtig toe met een verhaal over de perikelen van een gezin in Teheran. Moeder wil emigreren om hun elfjarige dochter betere kansen te geven, maar haar man voelt zich geroepen om voor zijn demente vader te zorgen. Een conflict met de huishoudster leidt tot een aangrijpende reeks van gebeurtenissen waarin de hoofdpersonen zo uit het dagelijkse leven lijken getrokken. Leugens, belangen, trots, eer, spijt en rechtvaardigheid zijn de universele thema’s van dit inhoudelijk zeer sterke drama dat de volle twee uur blijft boeien en ontroeren om te eindigen in een onmogelijke spagaat.

~

Aan zwartgallige Britse gootsteendrama’s geen gebrek, maar het is acteur Paddy Considine met zijn regiedebuut Tyrannosaur

gelukt een indringende, indrukwekkende loot aan deze boom af te leveren – eentje die aankomt als een mokerslag. Met dank aan het sterke acteren van Peter Mullan, Olivia Colman (vooral zij is een revelatie) en Eddie Marsan en de strakke regie, wordt een fascinerend portret van geweld in de samenleving gegeven. Geen gemakkelijke kost, maar nogmaals: indrukwekkend. (Recensie)

Rango (Gore Verbinski • Verenigde Staten, 2011)
Zeg ‘animatie’ en je krijgt geheid als antwoord ‘Pixar’. En heel misschien ‘Aardman’. Maar een film van Gore ‘Pirates of the Caribbean‘ Verbinski samen met George Lucas’ ILM? En toch is de animatiewestern Rango precies dat. Met veel (morbide) humor, een tikkeltje surrealisme, oogstrelende, bijna fotorealistische beelden, en een keur aan kleurrijke personages en knipogen naar westernklassiekers, werd een van de leukste (animatie)films van 2011 afgeleverd.

Monsters (Gareth Edwards • Verenigd Koninkrijk, 2010)
De titel dekt de lading, maar zal velen toch op het verkeerde been hebben gezet. Want Monsters is niet zozeer een monsterfilm maar vooral een als road movie verpakt liefdesverhaal, waarin toevallig monsters voorkomen. Visueel maakt de film enorme indruk; wie weet hoe het tot stand is gekomen kan niet anders dan een diepe buiging voor multitalent Gareth Edwards (scenario, camera, regie, CGI) maken. Met zeven crewleden in een busje door Latijns-Amerika trekken en al improviserend opnames maken, om vervolgens een film af te leveren waar Hollywood een puntje aan kan zuigen. Chapeau. (Recensie)

Altijd arbitrair zo’n top drie, want evengoed hadden hier kunnen staan: het unheimische We Need to Talk About Kevin, arthouseactiefilm Drive, Malick’s persoonlijke en ontroerende The Tree of Life, Soderberghs hyperrealistische pandemiedrama Contagion, de sterke IFFR-publiekswinnaar Incendies, en de heerlijke feelgood hommage aan de zwijgende film, The Artist.

~

Jack Bauer pleegt zelfmoord, Kirsten Dunst ligt naakt te zonnen in de nacht terwijl de zus haar zit te bespieden, een planeet die de aarde opslokt en ze zijn allemaal nog depressief ook. Mooier wordt het niet, wel melancholischer.

The Tree of Life (Terrence Malick • Verenigde Staten, 2011)
Meer films zouden zo krachtig over de zin van het leven moeten gaan.

Drive (Nicolas Winding Refn • Verenigde Staten, 2011)
De tandenstoker in de mond, de dromerige blik, die gebalde vuisten, de onverwachte momenten van extreem geweld, de soundtrack, de autoachtervolgingen. Prachtig.