Boeken / Achtergrond
special: Een interview met Norbert de Beule

Een langzaam stormend talent

Norbert De Beule werd in 1957 geboren in Hamme als een bizarre literaire kruising tussen Christine Guirlande en Herman Brusselmans en had ongeveer veertig jaar nodig om tot zijn poëticale zelf te komen. Een aanstormend talent? De storm is in dit geval een najaarsstorm, die echter niet aan heftigheid inboet. Hoewel zijn debuut YELLe! relatief laat kwam, werd het over het algemeen ervaren als een krachtige en bijzondere bundel. De bundel die verscheen bij uitgeverij Contact in 2003, werd genomineerd voor de Cees Buddinghprijs en onlangs bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. Dit leken ons dan ook redenen genoeg om deze Vlaamse dichter uit te nodigen voor een gesprek.

~

Opvallend aan zijn nieuwe bundel EBdiep is de thematiek die minder heftig is dan in de eerste bundel. Waar de gedichten in YELLe! bijna karikaturale schetsen werden van jeugd en verzet, gaat het in EBdiep over de natuur, verstilling en De Beules vader. De dichter is zachter, tederder geworden en kiest daardoor ook een minder luid schreeuwende titel.

De bundel was oorspronkelijk bedoeld voor adolescenten en ging ook over pubers en adolescenten. Die willen wel eens om aandacht schreeuwen. In die zin kun je, althans volgens De Beule, zeggen dat EBdiep alweer een debuut is. Het is zijn eerste bundel voor een volwassen publiek dat houdt van diepe rust en weemoedig terugblikken:

De titel vond ik pas nadat mijn werktitel werd afgekeurd. Het woord borrelde op uit mijn onderbewuste. Vrij snel ontdekte ik dat het de naam was van een restaurant in Sint-Amands. Het restaurant ligt aan een bocht van de Schelde, vlakbij het graf van Emile Verhaeren, een voor mij heilige plek. Op de website van het restaurant vond ik de volgende verklaring: ‘Tot voor enkele decennia splitste een eiland ,tussen Sint-Amands en Mariekerke, de stroom in twee armen.De arm waar vooral het wegtrekkende water het eb doorliep,en waar de schepen altijd konden varen, heette het ebdiep.’ Onlangs was ik er terug en toen pas viel mij de wegwijzer naar het restaurant op. Best grappig. Het eiland is nu aan de rechteroever dichtgeslibd. Aan de overkant ligt Moerzeke, mijn geboortedorp, waar ik begraven wil worden met mijn voeten in het water zoals Emile Verhaeren. Ik vond het een prachtig woord met een symbolische betekenis die paste bij de gedichten.

Het is opvallend dat De Beule in zijn twee eerste bundels, YELLe! en EBdiep twee enorm verschillende richtingen opgaat, alsof hij twee verschillende stijlrichtingen wil onderhouden. De vraag is dan ook wat hierin zijn bedoeling is: “Stijlrichting is hier niet het juiste woord. Doelpubliek drukt beter uit wat ik bedoel, al klinkt het dan weer of ik jacht maak op lezers. Ik wil met elke bundel een geschikte poëtica uitvinden, zodat het volgende project, Boekhouder, er weer totaal anders zal uitzien. Daarom duurt het bij mij soms zo lang. Gedichten moeten hun meest geschikte vorm vinden en dat vraagt tijd.”

De dichter en de leraar

YELLe! was een redelijk laat debuut en EBdiep was eigenlijk een betrekkelijk ‘snelle’ bundel. Bovendien lijken er nu plots meerdere projecten op stapel te staan. Ik vraag hem naar zijn parcours als dichter.

Heb ik een parcours als dichter? Help! Ik mag hopen van niet. Mijn parcours in het echte leven bestaat uit vallen en me weer laten oplappen. Als dichter breng ik mijn tijd door met geduldig wachten: liggend op bed, wekend in bad, weken zittend op een bankje bij een bocht van Schelde en dan vissen naar woorden en daar dan nog geduldiger mee aan de slag gaan tot het gedichten worden en dan nog geduldiger, maar al heel wat hopelozer, wachten tot er genoeg gedichten zijn die bij elkaar willen horen in een bundel.

De Beule werkte 27 jaar als leraar, maar besloot uiteindelijk volledig voor de poëzie te leven. Heel sober dus. De Beule nam een loopbaanonderbreking om meer en beter te kunnen schrijven, maar voelt hij er nog voor om terug te komen lesgeven? Is hij nog steeds leraar?

Tsja, ik mis het lesgeven, maar voel me zò bevrijd van leerplannen, correctiewerk, neurotische gesprekken in leraarskamers, roddels enzomeer, dat de kans wel heel klein lijkt dat ik nog terugkom. Ik blijf wel leraar van inborst. Daarom maak ik met veel plezier poëzieprogramma’s voor scholen. ‘Een Adonis met een buikje’ is ontstaan vanuit mijn fascinatie voor Griekse mythologie. Ik gaf die lessen daarover dolgraag. Soms droom ik dat een school mij voor een paar uur inhuurt om alleen maar met cultuur bezig te zijn.

Ambities uit een vorig leven

Cultuur is belangrijk voor de Beule. Waar hij zich voor YELLe! graag liet inspireren door de jonge muzikantenbranie uit zijn klas, is EBdiep schilderachtiger. Opvallend is dat het een bundel vol beelden, stillevens is geworden, die ook vaak verwijst naar schilders en kunstenaars. Norbert De Beule over zijn affiniteit met het beeld:

Eigenlijk wou ik als kind zanger worden, maar ik kon helaas niet zingen. Ik had ook een voorliefde voor schilderen en tekenen. Dat kon ik wel, zij het dat door mijn onhandigheid vaak ook tafels en kleding kunstzinnig werden ‘behandeld’. Poëzie is de ideale manier om te zingen met beelden en kleuren. Dus als dichter ben ik nu én beeldhouwer én muzikant zonder in mijn handen te hakken of vals te zingen. Mijn lievelingskunstenaars zijn Berlinde De Bruyckere en David Claerbout omdat zij mij eenvoudigweg ontroeren met hun relatief eenvoudige maar krachtige en poëtische beelden. De paarden van Berlinde hangen met hun schrikwekkende schaduwen over heel wat van de gedichten in EBdiep, uiteraard vooral in het gedicht De Blankaart. Ook het werk Ruurlo, 1910 van David Claerbout, een projectie van een oude postkaart waarbij je bijna onmerkbaar de bladeren van de boom ziet bewegen, ademt in de cyclus STEENdorp. Ooit zat ik bijna een uur in een museum in een verduisterde afgesloten ruimte als in een kerk te genieten van dit werk terwijl de suppoost een paar keer verontrust kwam kijken. Maar er zijn uiteraard nog tal van andere kunstenaars die me weten te raken.

Vormgeving is dus blijkbaar erg belangrijk voor Norbert De Beule. In beide bundels is die dan ook zeer dominant. Typografische interventies sturen de interpretatie, gedichten worden door vet en cursief in verschillende delen uiteengedreven. Ik vraag hem of hij zijn lezers zo niet te erg stuurt.

Ik ben dolgelukkig met de vormgeving van Melle Hammer. Hij is een waar godsgeschenk, maar vergis je niet, hij ‘kleurt’ alleen maar duidelijker in wat de gedichten zelf willen. Daarom maakt die bezielde man voor elke nieuwe bundel een uniek vormconcept. Zowel in YELLe! als in EBdiep gebruikte ik zelf in mijn manuscript verschillende lettertypes. Niet als louter vormspelletje, wat soms werd gesuggereerd, maar om de complexe inhoud beter te bepalen. Tot mijn verbazing hebben zelfs geoefende lezers ondanks Melles rode kleurpotlood vaak niet door dat je die rode tekstblokken ook apart kunt lezen of belangrijker nog dat je bij de cyclus ZWAARveld telkens drie verschillende gedichten kunt lezen binnen een en hetzelfde gedicht.

Aan de binnenkant van de achterflap vinden we een foto van de dichter met zijn vader in 1963. Dat is een verwijzing naar de thematiek uit een deel van de gedichten. In EBdiep neemt de dichter zichzelf onder de loep. Wat heeft hem gemaakt tot wie hij is? Is het de zwijgzaamheid van zijn grootouders, zijn fascinatie voor paarden of de zorg voor zijn aan alzheimer bezweken vader? Ik vraag hem naar het gedicht dat hijzelf het meest tekenend vindt voor de bundel.

VEERman, omdat het een centrale plaats inneemt in de bundel. Het verbindt alle thema’s met elkaar: de dood van de vader, de plaatsen van de kindertijd, de kunst die de brug is tussen doden en levenden. De regels in rood vatten de opzet van de bundel samen: er is een graf dat breekt/ de dood en neemt het woord. Dat sprekend graf is dan zowel het ZWAARveld, het graf van de vader, als het STEENdorp, het versteende dorp van het kind, als het RUUSbroek van de dichter zoals Verhaeren, de schilder en beeldhouwer, de fotograaf.

Tot slot hebben we het over zijn ambities. Waar denkt of hoopt hij dat het schrijverschap hem nog zal brengen?

Oh, ik hoop gewoon dat ik mag blijven publiceren bij Uitgeverij Contact. Ik voel mij altijd de koning te rijk daar op die keizerlijke gracht. Ook hoop ik dat ik steeds betere gedichten ga schrijven. Verder hoop ik te kunnen samenwerken met bezielde mensen. Zo mag ik nu teksten schrijven voor een danstheaterstuk van een jonge danser Jan Martens. Ik kijk er al ontzettend naar uit.

EBdiep • Norbert de Beule • Uitgever: Conact • Prijs: € 16,90 • 46 bladzijden • ISBN: 9025425488

Reageer op dit artikel