Boeken / Achtergrond
special: 5. Armada

Tijdschriften over literatuur

De komende maanden kun je bij 8WEEKLY een serie artikelen verwachten waarin een dwarsdoorsnede wordt gegeven van het aanbod aan Nederlandstalige literaire tijdschriften. Vandaag nummer vijf: Armada.

De Wereldbibliotheek bestaat honderd jaar, en terecht. Het bedrijf begon met de Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart en bracht later werk van auteurs als Dante, Goethe, Multatuli, Schopenhauer, Spinoza, Isabel Allende, Sándor Márai, Alberto Moravia en Susanna Tamaro. Ook heel bijzonder: De Wereldbibliotheek is één van de laatste serieuze uitgeverijen in ons land die nog zelfstandig zijn. Sinds tien jaar geeft de uitgeverij bovendien het kwartaaltijdschrift Armada uit.

Idealistisch project

~

Een particulier initiatief lag aan de basis van de uitgeverij. In 1905 begon ene Leo Simons de Maatschappij voor Goede en Goedkope literatuur. Een idealistisch project. Lezers konden abonnementen nemen op de uitgaven en zo op relatief voordelige wijze kennis nemen van hoogtepunten uit de wereldliteratuur (de naam wijst daar al enigszins op) en van werken over uiteenlopende onderwerpen van maatschappelijk belang. Honderden titels zijn het inmiddels, in een oplage van bij elkaar miljoenen.

Als uitvloeisel werd bovendien in 1925 de WB-vereniging opgericht, ter ondersteuning van wat de Winkler Prins noemt het ‘door de maatschappij ondernomen volksontwikkelingswerk’, wat dan ook weer een korting opleverde bij de aanschaf van boeken uit het fonds. Kom daar tegenwoordig maar eens om. Niet dat het altijd even voorspoedig ging, de uitgeverij spreekt zelf al van een historie met pieken en dalen, maar het is toch knap dat hij nog bestaat en bloeit als zelden tevoren, en daarbij nog steeds kwaliteit brengt. Dat mag ook wel eens worden gezegd.

De Wereldbibliotheek geeft sinds tien jaar ook een eigen tijdschrift uit: Armada. Daarvan zijn inmiddels veertig nummers verschenen, over de meest uiteenlopende onderwerpen, met per editie een ander thema. Dat kan van alles zijn, waarbij de ondertitel Tijdschrift voor wereldliteratuur als leidraad en baken dient. Als je alle aangesneden onderwerpen beziet, valt daar enorm veel onder – wat logisch is, de aarde is nu eenmaal erg groot en vol met schatten, ook literaire en culturele. Armada houdt het bovendien niet strikt bij de literatuur, wat het wel zo interessant maakt.

Wagner

~

Een kleine greep uit de behandelde zaken geeft op zich al een aardig adequaat beeld van waar het tijdschrift zich mee bezighoudt: postkoloniale literatuur, indianen in de westerse beeldvorming, Arthur Schopenhauer, Richard Wagner en de kunst van het woord, exotisme in oost en west, censuur, wraak, de roman fleuve en in het laatste nummer van alles en nog wat over de romanschrijver, essayist en criticus W.G. Sebald, die dankzij recente vertalingen hier ernstig in de belangstelling staat.

De daarvoor verschenen editie over tuinen in de literatuur – met als titel O heerlijk paradijs – is een mooie kennismaking met de algehele sfeer waar het blad naar streeft. Die kenmerkt zich door breedte, diepte en toegankelijkheid. De breedte wordt gewaarborgd door het grote aantal verschillende deelnemers, die uit diverse hoeken commentaar leveren op het hen toegewezen dan wel zelf gekozen onderwerp. Het aardige is, dat de schrijvers en redacteuren zich daardoor eerder laten uitdagen dan intomen, wat een boeiende mengelmoes oplevert waarin voor ieders gading iets te vinden is.

Een overzicht in een notedop zegt eigenlijk al genoeg: Piet Gerbrandy analyseert de Laaglandse Hymnen, weer iemand anders schrijft over de Hongaarse schrijver (daar zijn we weer) Márai, er is proza van Erik Hartveld, Willem G. Weststeijn brengt een inleiding over de cultuur van de tuin in algemene zin, Anton Korteweg levert vier tuingedichten, Peter van Zonneveld drie, Ton van Strien belicht ‘de buitenplaats in de Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw’, van de zestiende eeuwse Spanjaard Luis de León zijn tuingedichten vertaald, van William Carlos Williams een gedicht over een mus en van Zola een prozafragment. Ieme van der Poel tuiniert met Colette, en dan is er ook nog aandacht voor de tuin in Japan en maken we kennis met de Surinaamse dichter Trudi Guda. Dat alles in een bestek van niet meer dan 120 bladzijden, een hele prestatie.

~

Niet alles zal naar ieders zin zijn, en strikt gesproken passen veel bijdragen uiteraard ook in concurrerende uitgaven. Maar alles bij elkaar is het een geslaagd amalgaam. Alles uit den treure bespreken is ondoenlijk. Naast de analyse van Gerbrandy – over Ter Balkt kan niet genoeg geschreven worden –, springt wat mij betreft de bijdrage van Lotte Jensen over Friese tuinpoëzie uit de zeventiende en achttiende eeuw eruit. Dit alleen al vanwege het feit dat je niet eens wist dat het bestond, wat weer moed geeft in deze zware tijden. Centraal staat de minor poet Klaas Pieters Hoeckstra, van wie in 1679 het verzameld dichtwerk verscheen waarin regels voorkomen over borsten die volgens Jensen van een ‘verpletterende stunteligheid’ zijn. Wat op zich alweer nieuwsgierig maakt, want wat een vreemde man moet dat zijn geweest.

Niet dat we veel over hem weten; Jensen meldt een aantal levensfeiten, en verder moeten we op de poëzie afgaan. Het weerhoudt haar overigens niet van lustig speculeren. Hoeckstra was straatarm en schreef zijn verzen, waarvan veel over zijn tuin, als excuus voor het vragen van een aalmoes aan hoge heren en dames, waarbij hij zich regelmatig volledig liet meeslepen. Dat heeft uiteindelijk nog effect gehad ook. We lezen zijn poëzie nog steeds, maar ook verscheen na zijn debuut als spoof een tweede druk vol spotverzen van andere dichters. Die overigens in het licht der geschiedenis nou ook weer niet zo hemelhoog boven de regels van Hoeckstra uitsteken als ze zouden willen. En in de eeuwen daarna zagen uiteenlopende lieden zich nog steeds genoopt tot het leveren van zonder uitzondering smalend commentaar, dus helemaal voor niets is het toch niet geweest. Hoeckstra leeft, sterker nog: hij is nooit dood geweest. Waar een literair tijdschrift al niet goed voor kan zijn.

Voorzaten

Uiteraard speelt de eigen voorkeur bij de waardering een belangrijke, zo niet een doorslaggevende rol. Een aanzienlijk deel daarvan komt in eerste aanleg onbewust tot stand; door visuele en tactiele sensaties die het oordeel sturen, de manier waarop het blad vorm heeft gekregen, aanvoelt, er uitziet. Armada heeft de vorm van een dunne paperback, is meer een boek dan wat je je in eerste instantie voorstelt bij een tijdschrift. Fijn rustig opgemaakt en voorzien van relevante illustraties, leest het bovendien aangenaam. De inhoud is vervolgens telkens weer een aangename verrassing. De redactie slaagt tot op heden in het aantrekken van boeiende en interessante medewerkers, die niet alleen allerlei wetenswaardigheden debiteren, maar ook en vooral kennis laten maken met voordien niet of slechts vaag bekende culturele fenomenen, wat in eerste aanleg ook het uitgangspunt was van de Wereldbibliotheek en dier voorzaten – waarmee de cirkel weer rond is.

Armada
– Losse nummers: € 11,00 (alleen per stuk verkrijgbaar)
– ISSN: 1384105X
– Uitgeverij Wereldbibliotheek
Armada verschijnt 4x per jaar.

Zie ook in deze reeks: 1. Het Trage Vuur, 2. Passionate Magazine, 3. Tzum, 4. De Revisor, 6. Bunker Hill, 7. Raster, 8. De Gids, 9. Hollands maandblad, 10. Hard gras, 11. Parmentier, 12. Deus ex Machina, 13. Het liegend konijn, 14. Lava en 15. Yang.

Reageer op dit artikel