Uit het zwarte gat

Nederland kent één van ’s werelds beste symfonie-orkesten, maar met de componisten valt het bar tegen, lijkt het. In den beginne was er Sweelinck en daarna niet zo bar veel meer. Of toch wel? Als je de gebruikelijke blik op de Nederlandse muziekgeschiedenis bekijkt, valt er een lang, zwart gat tussen de oervader van de Nederlandse muziek, Jan Pieterszoon Sweelinck (ooit bekend als tronie op het briefje van vijfentwintig gulden) en moderne piep-en kraakbaksels zoals Louis Andriessen en Peter Schat.
Natuurlijk zijn er wel Nederlandse componisten geweest. Begin jaren negentig ontstond er in het spoor van de toenmalige Mahlermanie aandacht voor de negentiende-eeuwer Alphons Diepenbrock, een soort botsing van Rimski-Korsakov en Mahler, maar spijtig genoeg zonder de oorspronkelijkheid en demonische gekweldheid van de laatste. Dat deed weinig voor de belangstelling voor Nederlandse muziek in het algemeen en dat is jammer omdat er zo ontstellend veel moois is vergeten in de loop der jaren.
Romantiek
~
Middelmaat
Bij het beluisteren van het werk van Dopper en (in mindere mate) Verhulst wordt duidelijk waarom deze mensen zo snel werden vergeten; beide lukt het ze niet om boven de middelmaat uit te stijgen. Verrassingen blijven uit en hoewel conservatisme niet per se een probleem hoeft te zijn, ontbreekt het aan melodisch en harmonisch vermogen om echt een memorabel stuk te produceren. Ter vergelijking: Raff en Tsjaikovski waren ook geen nieuwlichters, maar hun gevoel voor melodie en structuur maakte alles goed.
Rembrandt
Net zoals Dopper gebruikte Zweers overwegend nationalistische thema’s. De ouverture Saskia werd geschreven voor een Rembrandt-tentoonstelling; de titel is de naam van Rembrandts echtgenote. De andere ‘filler’ op deze schijf bestaat uit muziek die Zweers schreef voor Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel. Zijn bekendste werk (de niet op deze CD aanwezige derde symfonie) heet dan ook niet voor niets Aan mijn vaderland. Maar Zweers stijgt op deze CD duidelijk boven het niveau van Verhulst en de zijnen uit. De symfonie begint met een Brahmsiaanse bravoure en verderop word je ook meer dan eens getroffen door overeenkomsten met het werk van Brahms en gelijkgestemden.
Oorspronkelijkheid
Zweers haalt Brahms’ niveau hier toch niet helemaal. Maar dat doet weinig af aan zijn grote oorspronkelijkheid, want hoewel hij strak vasthoudt aan het Brahmsiaanse schema, zijn zijn melodieën origineel genoeg om ze vast te slaan in je hoofd. De symfonie is daarbij veruit het meest interessante stuk, gevolgd door Gijsbrecht. De ouverture Saskia tiereliert vrolijk voor zich uit, maar mist een duidelijke focus. Gijsbrecht heeft de vertaling naar de suite-vorm goed doorstaan; wat overblijft is heel prettige, opgeruimde muziek die je eigenlijk niet met Vondels drama associeert (maar geldt hetzelfde niet voor Griegs Peer Gynt?). Zweers’ Tweede Symfonie daarentegen, is een in alle opzichten monumentale compositie waarin de componist het grote gebaar niet schuwt.
Onderspit
De drie stukken zijn met steeds ruim een decennium er tussen opgenomen en dat feit is duidelijk te horen op de CD. Vooral Saskia delft daarbij het technische onderspit; de opname uit 1973 is schel met heel weinig bas en tegelijkertijd af en toe erg dof – ik heb opnamen uit de Tweede Wereldoorlog gehoord die beter klonken. De in 2001 opgenomen symfonie klinkt onmetelijk veel beter: het is een heldere, transparante opname. Gijsbrecht ten slotte, ligt er een beetje tussenin maar je zou wat meer detail willen horen.
Toewijding
~
Iemand die serieus geïnteresseerd is in Nederlandse klassieke muziek kan ergere dingen doen dan de vijftien euro ophoesten die deze CD moet kosten. Daarmee steunt-ie dan tegelijk één van de meest interessante opnameprojecten van dit moment.