Kunst / Expo binnenland

Karel Appel in het Temporary Stedelijk, twee wandschilderingen gerestaureerd

recensie: Karel Appel in het Temporary Stedelijk Museum Amsterdam

Nu het Stedelijk Museum tijdelijk weer open is, zijn ook de twee wandschilderingen die Karel Appel er in de jaren vijftig maakte voor eerst sinds zeven jaar weer te zien. Tijdens de verbouwing van het museum zijn de zogenaamde ‘Appelbar’ uit 1951 en de ‘Appelwand’ uit 1956 gerestaureerd. De twee monumentale opdrachten maakten onderdeel uit van de tentoonstelling Taking Place in het Temporary Stedelijk en zullen weer permanent te zien zijn als het museum open is.

Karel Appel tijdens werkzaamheden aan de Appelbar (1951)

Karel Appel tijdens werkzaamheden aan de Appelbar (1951)

De opdracht voor de eerste wandschildering in 1951 was een gevolg van het afdekken van de wandschildering Vragende Kinderen die Appel in 1949 voor het Amsterdamse Stadhuis had gemaakt. Appels ontwerp veroorzaakte zoveel commotie onder de ambtenaren dat ze ondanks een positief oordeel van de stedelijke commissie voor wandschilderingen, waarin onder andere Stedelijk Museum directeur Willem Sandberg zitting had, aan het oog werd onttrokken. Ter compensatie kreeg Appel enige tijd later de opdracht in het Stedelijk Museum, waar zijn experimentele werk naar verwachting minder ophef zou veroorzaken. Vijf jaar later na een verbouwing in het museum, kreeg Appel opnieuw een opdracht: een grote wandschildering met daarin een raam van gekleurd glas.

Appelbar
Aanvankelijk was Appels eerste wandschildering voor het Stedelijk Museum gepland in de nieuwe aula van het museum. Sandberg was echter van mening dat deze een neutraal karakter moest hebben, vandaar dat werd gekozen voor de aangrenzende koffiekamer. Appel liet de commissie voor wandschilderingen in 1951 weten dat hij bij deze wandschildering verder wilde gaan dan bij zijn werk in het stadhuis. Daarbij had Appel veel rekening had gehouden met de bestaande ruimte waardoor de schildering voor zijn doen ingetogen van aard was. In het museum wilde hij in plaats van alleen een wand, de gehele ruimte, inclusief deuren, plafonds en de vloer, beschilderen. Iets waarmee hij in 1949 na wandschilderingen in Denemarken samen met andere Cobra kunstenaars was gaan experimenteren.

Appelbar (detail)

Appelbar (detail)

Vanwege het unieke karakter van de wandschildering en vermoedelijk ook vanwege de ophef rondom Appels eerdere opdracht werd er in de commissie uitgebreid overlegd over de schildering en werd Appel zelf uitgenodigd om zijn ontwerpen: verschillende studies van mens- en dierfiguren, te presenteren. Het geven van toelichting op de ontwerpen was echter niet de enige reden waarom Appel naar Nederland kwam. Hij schreef de commissie: ‘Wanneer ik eventueel de opdracht krijg, kom ik naar Amsterdam […] en kan dan pas mij concentreeren in bedoelde ruimte om tot de kleur- en vormcompositie te komen’.  Het was dus voor Appel belangrijk om de ruimte daadwerkelijk te ervaren om tot zijn definitieve ontwerp te komen waarbij de voorstellingen uit de losse studies samensmolten en als één geheel doorliepen over de muren, het plafond, rolluiken en deuren in de ruimte. Ook beschilderde Appel op verzoek van de commissie een glazen scherm dat op de plek van het rolluik geplaatst kon worden als dit geopend was. Alleen Appels voorstel om ook de vloer te beschilderen werd niet gehonoreerd. Over de uitvoering zei de kunstenaar later tegen Simon Vinkenoog: ‘Die ruimte is net een zwembad, ‘t was een probleem om daar nog iets van te maken, op alle muren vogels, vissen, figuren, toch helemaal vol gekregen’.

De commissie was tevreden met de schildering en besloot deze ‘met lof’ te aanvaarden. Ze zat wel een beetje in haar maag met de presentatie van de schildering aan de pers, die zich ten tijde van de ophef in het stadhuis voor een groot deel achter de protesterende ambtenaren had geschaard. Uiteindelijk werd ervoor gekozen om niet al te veel ruchtbaarheid aan de zaak te geven ‘om onnodige kritiek te voorkomen’. Om te laten zien hoe het ontwerpproces in zijn werk ging en daarmee zijn werk toe te lichten vroeg  Appel aan Sandberg om bij de presentatie van de wandschildering ook de schetsen die aan de opdracht vooraf gingen te tonen. Het leek te helpen: de reacties in de pers waren aanmerkelijk milder gestemd als destijds bij de wandschildering in het stadhuis het geval was. De meeste kranten waren positief over het vrolijke kleurgebruik van de wandschildering. Sommige recensenten hadden wel moeite met de voostelling. Deze werd door hen te druk bevonden en daardoor de ruimte overheersend.

Appelwand
Toen het Stedelijk Museum in 1956 een nieuw  restaurant, bibliotheek, leeszaal en prentenkabinet kreeg werd de door Appel beschilderde koffiekamer overbodig. Het is niet bekend of dit een rol heeft gespeeld bij het verlenen van een nieuwe monumentale opdracht aan Appel, maar hij werd in ieder geval gevraagd om voor het nieuwe restaurant in de zogenaamde tuinzaal van het museum weer een wandschildering te maken. Hoewel Sandberg zich over het algemeen geen voorstander toonde van vaste kunst in het museum maakte hij voor Appel wederom een uitzondering. Sandberg liet in een vergadering van de adviescommissie op 19 december 1955 weten dat hij de architect had vrijgelaten in zijn keuze voor een kunstenaar, en dat deze keus dus niet door hem bepaald was. Hoewel de betrokken architect Bart van Kasteel, Appel datzelfde jaar ook inschakelde om een ontwerp te maken voor een raam van glas in staal in een door hem ontworpen kerk is het ondanks Sandbergs uitspraak waarschijnlijk dat deze wel degelijk weer betrokken was bij de keus voor Appel.

Appelwand tijdens de verbouwing

Appelwand tijdens de verbouwing

In de vergadering werd een voorstel van Van Kasteel voor de opdracht besproken met daarbij een schets voor de wandschildering en een detail op ware grootte. Omdat Appel reeds een opdracht had uitgevoerd in het Stedelijk Museum is de commissie – met uitzondering van Sandberg – van mening dat hem, ondanks een positief oordeel over het ontwerp, niet opnieuw een dergelijke opdracht te moeten verlenen. Er werd daarom gezocht naar een andere mogelijkheid om deze opdracht toch aan Appel te gunnen. Het honorarium voor de opdracht werd uiteindelijk geregeld uit een begrotingspost van een Van Gogh tentoonstelling die al een tijdje openstond. Op 20 februari 1956 schreef Sandberg een briefje aan de wethouder voor kunstzaken waarin hij liet weten dat de financiële regeling in orde is: ‘een opdracht aan Karel Appel zou – na advies van de Commissie voor de Gebonden Kunsten – gegeven kunnen worden’.

De muurschildering is net als Appels eerdere werk in het Stedelijk Museum uitgevoerd in keimse verf, waardoor de verf zich met de muur verbond. Omdat het deels een buitenwand betrof, en vermoedelijk omdat Appel in die tijd regelmatig in contact stond met Van Tetterode, uitvoerders van monumentaal glas, nam Appel in zijn ontwerp een ovaalvormig raam op. Het raam was zo geplaatst dat de zon er tegen het middaguur recht door heen scheen, waardoor het raam schitterde en de ruimte kleurde. Ook de deuren in de wand en het aan de aangrenzende wand bevestigde balkon werden door Appel van kleuren voorzien. ‘Zo is de ruimte één object, en waar je ook gaat vind je hetzelfde ritme’, stelde Appel twee jaar later in een interview over zijn monumentale werken.

De wandschilderingen in hun huidige situatie
Wat bij de Appelbar al eerder het geval was geldt sinds de verbouwing ook voor de appelwand: de ruimte waarin het werk geplaatst is heeft haar oorspronkelijke functie verloren. In het Temporary Stedelijk heeft de zaal nog wel tijdelijk de functie van restaurant, straks na het betrekken van de nieuwbouw wordt het een tentoonstellingsruimte en is daar ook al op ingericht. Het werk komt daarmee net als de Appelbar op zichzelf te staan en heeft het door grote  aanpassingen in de ruimte waarin het werk is aangebracht een belangrijk deel van haar verbinding met de ruimte verloren.

Appelwand in de nieuwe situatie (foto: Gert Jan van Rooij)

Appelwand in de nieuwe situatie (foto: Gert Jan van Rooij)

Meer dan bij de Appelbar het geval is, is bij de Appelwand naast de functie ook het oorspronkelijke karakter van de ruimte verloren gegaan. Het balkon is uit de ruimte verwijderd en ook een van de deuren waarvoor Appel de kleur had bepaald is aangepast. Door het verlaagde plafond met geïncorporeerde zaalverlichting wordt het werk bovendien aan de bovenkant visueel afgesneden. Op verschillende manieren is daarmee de beleving van de wandschildering ernstig aangetast. Dat is een gemis want ze vormde ooit een belangrijk voorbeeld van de integratie van beeldende kunst en architectuur die in de jaren vijftig door veel kunstenaars en architecten werd nagestreefd.