Film / Films

Toonders Pygmalion op DVD

recensie: Als je begrijpt wat ik bedoel

.

~

“Bij vuur en donderslag, dan komt de zwelbast. Die legt zijn ei, zijn zwelbastei”, leest butler Joost in een oud boek. Dat ei wordt vervolgens gevonden door stripheld Tom Poes, die direct onraad ruikt. Een zwelbast zet uit als hij blij of boos is, en richt dan grote schade aan. Maar Bommel slaat Poes’ waarschuwing in de wind: volgens Bommel heeft de jonge draak, die hij liefkozend Zwelgje noemt, gewoon een goede opvoeder nodig. En Bommel kan geen betere opvoeder bedenken dan een heer van stand.

Tragedie

Zo bezien is Olivier Bommel misschien wel ‘s Neerlands bekendste tragische stripheld: door zijn chronische zelfoverschatting en zijn vaak impulsieve manier van doen roept hij het ongeluk over zichzelf af.
Zijn passief-aggresieve huisknecht Joost is eigenlijk te deftig voor hem. Later in het verhaal, als Bommel Zwelgje wil beschermen tegen de gevaren van de welvaart, en de Zwarte Bergen intrekt, wordt de butler dan ook een metafoor voor de beschaving die Olivier B. zo ondoordacht achter zich heeft gelaten. Want hoewel Heer Olivier een hang naar avontuur deelt met koekoekskind Zwelgje (“ik wil dat je me nazingt / weg met de beschaving!”), biedt ook de cultuur geneugten, al moet men mes en vork gebruiken om er ten volle van te kunnen genieten. En Tom Poes, doet die nog iets? Die probeert zoals altijd op zijn eigen, opdringerige manier de beer in ‘t rood en geel te beschermen tegen zijn zelfdestructieve neigingen.

Bezoedeld

~

De film poogt Toonders kenmerkende ironiserende ondertoon te behouden, maar slaagt niet helemaal in haar opzet. Daar komt bij dat Toonders tekenvaardigheid bezoedeld wordt door de beroerde kwaliteit van de animaties: perspectieven kloppen niet, hoofden worden afgesneden, personages trekken ongemotiveerde grimassen. Dat is wellicht te verklaren door het gegeven dat er drie regisseurs op de aftiteling staan. Of misschien is de uitbesteding van de animering aan Japanners hier debet aan; hun stijl valt nog even te herkennen als kruidenier Grootgrut zich koelte toewuift met z’n hoedje. De uiteindelijke creatieve breuk tussen de beide artistiek leiders Marten Toonder en Rob Houwer, zal het resultaat ook geen goed hebben gedaan. (Zij konden het niet eens worden over de plotstructuur – en die laat inderdaad te wensen over.)

Geen betere Bommel dan Benavente

Dat de film de Toonder-toon niet raakt, daar wen je wel aan. Al was het maar omdat de stemmen niet beter gecast hadden kunnen zijn: Fred Benavente geeft Bommel een majestueuze bariton. Er is gewoonweg geen andere Olivier B. mogelijk. En hij kan nog prachtig zingen ook, op muziek van Harrie Geelen. Jammer genoeg wen je niet aan belabberde animatie, die valt juist meer op naarmate de film vordert.

Wat karig voor een collectie

De uitvoering van de dvd had tenminste een gedeelte van het leed kunnen verzachten. Hoewel de film is uitgegeven in de ‘Rob Houwer Collection’, is er echter nergens op de schijf iets interessants over Houwer te ontdekken (laat staan over Toonder, of wie dan ook). Geen interview, geen tekst, geen duiding van zijn oeuvre, geen tien-minuten-volgekletst-over-de ontvangst-van-de-film: niets. Ja, trailers, maar die hoeven we niet. Het ergste is misschien nog wel dat het menu van de dvd ‘zwemt’. Felwit op zwart – dat is vragen om moeilijkheden.

Nu ja. Gewoon stug doorkijken, hoor. Want de film is charmant, en vooral ook zielig genoeg om ondanks de mankementjes te blijven ontroeren. “…Zwelgje…”. Wie hier niet bij huilt, is een vrieskist.