Wodka als wortel

.
Frank staat op, en het eerste wat hij doet is een paar flinke slokken wodka rechtstreeks uit de fles nemen. Hij doet zijn voordeur open en wordt geconfronteerd met sneeuw. Sneeuw op de veranda, sneeuw op de trap, sneeuw op de stoep. Frank schroeft de dop op de fles wodka, gooit ‘m een paar meter weg, pakt een schep en begint sneeuw te ruimen. Eenmaal bij de fles aangekomen neemt hij weer een paar slokken en gooit de fles weer een paar meter voor zich uit – om vervolgens verder te gaan met sneeuw verwijderen. Wodka als wortel: het is duidelijk dat Frank enigszins een drankprobleem heeft.
~
Leoni
Eenmaal in San Francisco duurt het niet lang voor Frank min of meer bij toeval een soort van surrogaatfamilie krijgt. Bij de verplichte AA-bijeenkomsten maakt hij vrienden met Tom (Luke Wilson) die tevens zijn sponsor wordt. En dan is daar de louche makelaar Dave (een bijna onherkenbare Bill Paxton) die door de familie is ingeschakeld om ervoor te zorgen dat Frank wel echt zijn verplichtingen nakomt. Dave bezorgt hem bovendien een baantje in een mortuarium waar hij Laurel (Téa Leoni) ontmoet. En op de een of andere manier klikt het meteen tussen de intense, introverte en bovendien verslaafde huurmoordenaar, en de eenzame, zakelijke haaibaai.
Regisseur John Dahl maakte eerder sterke neo-noirs als Red Rock West en The Last Seduction. You Kill Me deelt de zwarte humor met deze films, maar mist de femme fatale, en ook het cynisme. Want hoe amoreel Franks werk ook is, en hoe ondoorgrondelijk Laurel soms ook reageert, je kunt alleen maar sympathie voor ze opbrengen. Kingsley ziet er weer uit als het menselijke equivalent van een strakgespannen snaar die hij bijvoorbeeld in Sexy Beast ook was, maar tegelijkertijd straalt hij een serieus gebrek aan levensvreugde uit waar geen enkele hoeveelheid alcohol tegenop kan. Dat verandert met de komst van Laurel in zijn leven.
~
Glimlach
In mindere handen was de film ongetwijfeld hard uit de bocht gegierd. Maar het strakke scenario, de scherpe dialogen, de effectieve regie en vooral het sterke spel van de fantastische cast – met Kingsley en Leoni voorop – zorgen ervoor dat je gefascineerd blijft kijken. Het is geen komedie die je buik doet schudden of je dijen laat kletsen, maar wel eentje die constant een glimlach op je gezicht tovert en je zo nu en dan flink laat grinniken. Zo’n typische ‘kleine’ film die dreigt te verzuipen in het gat tussen blockbuster en arthouse, maar meer verdient dan dat.