Emotionele politieke thriller

‘The Olympics of Peace and Joy’ van 1972 worden in de tweede week van het toernooi opgeschrikt door een gijzeling, waarbij twee leden van het Israëlische team worden vermoord en negen anderen worden vastgehouden. De massaal aanwezige media volgt het drama tot aan de ontknoping: een chaotisch vuurgevecht op het vliegveld waarbij alle gegijzelde atleten omkomen en de Olympische spelen voorgoed hun onschuld verliezen. Negenhonderd miljoen mensen zijn hier live getuige van.
~
Bloedig politiek spel
Spielberg verkleint de Palestijns-Israëlische situatie tot de besloten wereld van deze vijf mannen. Elke moordpartij heeft een ander karakter, een andere emotionele spanning en sensatie. Naarmate de jacht op de terroristen voortschrijdt groeit de twijfel over de rechtvaardigheid van hun missie. Het realistische geweld spiegelt de twee kanten van het bloedige, politieke spel. Spielberg maakt de Israëlische kant helder als Avners moeder de stichting van de staat memoreert (“We learned we have to take it, because no one will give it to us”), maar laat nauwelijks ruimte voor een Palestijns weerwoord. Alleen in Athene (waar het ‘safe house’ ook door de concurrent blijkt te zijn geboekt) raakt hij de keerzijde van de zaak. Spielberg doet niets meer dan laten zien dat Israëliërs door het verleden zijn gevoed met wantrouwen en geweld – het dilemma in het bestaan van een Sabra, een in Israël geborene.
Gevoelige bommenmaker
~
Twin Towers
Jammer, want met zoveel kwaliteit in acteurs, productie en cinematografie (van Janusz Kaminski), was de opkomst en ontwikkeling van de politiek met een gewelddadige bevrijdingsagenda (die in het Midden-Oosten werd/wordt gevolgd) misschien voor een groter publiek begrijpelijker geworden. Dat we met de consequenties op mondiale schaal nog steeds te maken hebben laat Spielberg zien in de eindscène, met een computer gegenereerde Twin Towers op de achtergrond. Maar verder dan dat statement naar de toekomst en het openen van het geschiedenisboek gaat hij niet. Wat je doet afvragen of historici de jaren zeventig niet eens nader moeten bekijken als kantelpunt in de geschiedenis, met de ‘groeimarkt’ die het terrorisme inmiddels is geworden.