Berichten

Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.
Kunst / Expo binnenland

Kijken en nog eens kijken

recensie: Herman Gordijn | 60 jaar nieuwsgierig onderzoeken
Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.

De prachtige, overzichtelijke tentoonstelling met werk van Herman Gordijn (1932-2017) in Museum Nairac in Barneveld laat voorstudies zien die de kunstenaar voor zijn schilderijen maakte. Evenzeer de moeite waard als de eindproducten zelf, waarvan sommige ook te zien zijn.

Annelies Barendrecht Herman Gordijn

Annelies Barendrecht, Portret Herman Gordijn.

Op de expositie van Gordijn in Museum MORE te Gorssel van 2017 lag de nadruk op zijn bekendere eindwerk. Zonder de onderzoeken, voorstudies en experimenten die Museum Nairac nu toont, was dat er echter nooit geweest.

Het museum is genoemd naar een negentiende-eeuwse burgemeester van Barneveld, waar in de vaste opstelling een stijlkamer aan is gewijd. Gordijn was overigens beschermheer van het museum, dat zich in de flyer bij de expositie met zijn werk terecht een pareltje noemt, een van ‘de kleine musea die het grote publiek nog verder moet ontdekken’.

Herman Gordijn Voorstudie Beatrix Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Voorstudie Beatrix. Museum Nairac Barneveld.

Meekijken en nog eens kijken

De partner van Gordijn, Joseph Kessels, vond het werk in het atelier in Terschuur (gemeente Barneveld), waar de schilder vanaf 1984 werkte. Kessels fungeerde ook als gastconservator. Tot het niet eerder geëxposeerde werk behoren de schetsboeken voor het bekende portret van (de toenmalige) koningin Beatrix.

Door het tonen van etsplaten, voorstudies en schetsboeken kijk je over Gordijns schouder mee én leer je, door goed te kijken, de verschillen zien tussen die studies en de eindproducten. Niet dat dit laatste van alles valt te bewonderen; van bijvoorbeeld het bekende doek Mona met kussen hangt ter afsluiting van een reeks schetsen alleen een foto. Het origineel is in Museum MORE te zien.

Kinderwagens en zelfportretten

Herman Gordijn Zelfportret 1977 Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Zelfportret, 1977. Museum Nairac Barneveld.

Op een van de voorstudies voor Kinderwagen II is goed Gordijns zoektocht te zien; hij heeft er met potlood aantekeningen op gemaakt: ‘pop? hondje?’ Op de ene voorstudie zie je drie personen, op een andere vier. Op het uiteindelijke schilderij (collectie De Heus-Zomer) zijn het er drie geworden, maar in andere poses: een kijkt in de wagen, een houdt de hand voor ogen en een heeft het hoofd achterover geworpen. Pal bij deze wand hangt een pentekening die Gordijn zo’n zeven jaar eerder in Amsterdam maakte van tal van kinderwagens onder een boom in het Vondelpark. Zo bij elkaar, doet het de lippen krullen. Een zekere humor kan het museum te midden van de pluimveelteelt en -handel ook niet worden ontzegd; in het winkeltje zijn Fabergé-eieren te koop.

Ook de wand met zelfportretten trekt de aandacht. Het oudste, een pentekening, dateert uit 1950, het jongste is een niets ontziende iPad-tekening uit 2017. Deze wand wordt aangevuld met foto’s van Gordijn, die Ingrid Bakker in 2009 maakte tijdens een atelierbezoek. Het museum mag ze nu in overleg met haar laten zien, om een extra kijkje in het kunstenaarschap van Gordijn te kunnen bieden.

Aanvullen en invullen

Deze zorgvuldig samengestelde en ingerichte expositie vult zo het beeld dat Museum MORE in 2017 van Herman Gordijn neerzette, op een bijzondere manier aan. Of misschien moeten we zeggen: vult deze op een bijzondere manier ín. Met weinig woorden over de inhoud van het werk, Gordijn eigen, en wat meer achtergrondinformatie over enkele geportretteerden en de gebruikte technieken (houtsnede, aquatint, litho, ets), is het een tentoonstelling die ook voor scholieren bijzonder instructief kan zijn. Nieuwsgierig meekijken over de schouder van de kunstenaar en nog eens kijken om verschillen te ontdekken tussen de studies en het eindresultaat, daar gaat het om. Het museum is er ruimschoots in geslaagd om het publiek deze kans te geven.

Reageer op dit artikel

Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.
Kunst / Expo binnenland

Kijken en nog eens kijken

recensie: Herman Gordijn | 60 jaar nieuwsgierig onderzoeken
Ingrid Bakker Herman Gordijn 2009.

De prachtige, overzichtelijke tentoonstelling met werk van Herman Gordijn (1932-2017) in Museum Nairac in Barneveld laat voorstudies zien die de kunstenaar voor zijn schilderijen maakte. Evenzeer de moeite waard als de eindproducten zelf, waarvan sommige ook te zien zijn.

Annelies Barendrecht Herman Gordijn

Annelies Barendrecht, Portret Herman Gordijn.

Op de expositie van Gordijn in Museum MORE te Gorssel van 2017 lag de nadruk op zijn bekendere eindwerk. Zonder de onderzoeken, voorstudies en experimenten die Museum Nairac nu toont, was dat er echter nooit geweest.

Het museum is genoemd naar een negentiende-eeuwse burgemeester van Barneveld, waar in de vaste opstelling een stijlkamer aan is gewijd. Gordijn was overigens beschermheer van het museum, dat zich in de flyer bij de expositie met zijn werk terecht een pareltje noemt, een van ‘de kleine musea die het grote publiek nog verder moet ontdekken’.

Herman Gordijn Voorstudie Beatrix Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Voorstudie Beatrix. Museum Nairac Barneveld.

Meekijken en nog eens kijken

De partner van Gordijn, Joseph Kessels, vond het werk in het atelier in Terschuur (gemeente Barneveld), waar de schilder vanaf 1984 werkte. Kessels fungeerde ook als gastconservator. Tot het niet eerder geëxposeerde werk behoren de schetsboeken voor het bekende portret van (de toenmalige) koningin Beatrix.

Door het tonen van etsplaten, voorstudies en schetsboeken kijk je over Gordijns schouder mee én leer je, door goed te kijken, de verschillen zien tussen die studies en de eindproducten. Niet dat dit laatste van alles valt te bewonderen; van bijvoorbeeld het bekende doek Mona met kussen hangt ter afsluiting van een reeks schetsen alleen een foto. Het origineel is in Museum MORE te zien.

Kinderwagens en zelfportretten

Herman Gordijn Zelfportret 1977 Museum Nairac Barneveld

Herman Gordijn, Zelfportret, 1977. Museum Nairac Barneveld.

Op een van de voorstudies voor Kinderwagen II is goed Gordijns zoektocht te zien; hij heeft er met potlood aantekeningen op gemaakt: ‘pop? hondje?’ Op de ene voorstudie zie je drie personen, op een andere vier. Op het uiteindelijke schilderij (collectie De Heus-Zomer) zijn het er drie geworden, maar in andere poses: een kijkt in de wagen, een houdt de hand voor ogen en een heeft het hoofd achterover geworpen. Pal bij deze wand hangt een pentekening die Gordijn zo’n zeven jaar eerder in Amsterdam maakte van tal van kinderwagens onder een boom in het Vondelpark. Zo bij elkaar, doet het de lippen krullen. Een zekere humor kan het museum te midden van de pluimveelteelt en -handel ook niet worden ontzegd; in het winkeltje zijn Fabergé-eieren te koop.

Ook de wand met zelfportretten trekt de aandacht. Het oudste, een pentekening, dateert uit 1950, het jongste is een niets ontziende iPad-tekening uit 2017. Deze wand wordt aangevuld met foto’s van Gordijn, die Ingrid Bakker in 2009 maakte tijdens een atelierbezoek. Het museum mag ze nu in overleg met haar laten zien, om een extra kijkje in het kunstenaarschap van Gordijn te kunnen bieden.

Aanvullen en invullen

Deze zorgvuldig samengestelde en ingerichte expositie vult zo het beeld dat Museum MORE in 2017 van Herman Gordijn neerzette, op een bijzondere manier aan. Of misschien moeten we zeggen: vult deze op een bijzondere manier ín. Met weinig woorden over de inhoud van het werk, Gordijn eigen, en wat meer achtergrondinformatie over enkele geportretteerden en de gebruikte technieken (houtsnede, aquatint, litho, ets), is het een tentoonstelling die ook voor scholieren bijzonder instructief kan zijn. Nieuwsgierig meekijken over de schouder van de kunstenaar en nog eens kijken om verschillen te ontdekken tussen de studies en het eindresultaat, daar gaat het om. Het museum is er ruimschoots in geslaagd om het publiek deze kans te geven.

Reageer op dit artikel

Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam
Kunst / Expo binnenland

‘Terugblik op de toekomst’

recensie: Connecting Time
Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam

In 1993 verscheen een boek van Marcus van Loopik – kenner van het jodendom én beeldend kunstenaar – onder de titel Terugblik op de toekomst. Hoewel het over iets heel anders gaat dan het werk van de Amerikaan Daniel Arsham (namelijk over ‘een joodse visie op tijd en geschiedenis’), lijkt er geen betere omschrijving van Ashrams kunst te bedenken dan deze titel.

Kunstwerken van Arsham zijn momenteel op twee plaatsen in Amsterdam te zien: in Galerie Ron Mandos (tot en met 16 maart aanstaande) en in het MOCO Museum (Modern Contemporary Museum Amsterdam). Dit museum is in 2016 op particulier initiatief opgezet in Villa Alsberg, op de hoek van het Museumplein. Een in het begin van de vorige eeuw gebouwde villa door Eduard Cuypers, broer van de bekende architect Pierre. Een kruip-door-sluip-door gebouw, hetgeen zijn voors en tegens heeft. Aan de ene kant komt kunst in de veelal kleine ruimtes optimaal tot zijn recht, met een of enkele werken die elkaar zo niet in de weg zitten. Aan de andere kant is het soms moeilijk om tussen de bezoekers door te laveren. Veelal jonge(re) bezoekers, die afkomen op moderne kunst van bijvoorbeeld Bansky, die permanent te zien valt.

Het MOCO Museum stelt dat hij het eerste museum in Nederland is dat Arsham presenteert. Dat zou wel eens kunnen kloppen, maar Arshams kunst is hier toch niet helemaal onbekend; al sinds 2001 toont Galerie Ron Mandos regelmatig werk van hem. Ook nu is daar werk van hem te zien, waaronder de mooie, verstilde installatie Tree for Zen Garden.

Daniel Arsham

Wie Daniel Arsham is, kom je in het MOCO Museum gaandeweg te weten aan de hand van informatieve teksten op de wanden. Teksten die thematisch zijn geordend en telkens een tipje van de sluier oplichten, in relatie tot de getoonde kunstwerken.

Arsham werd in 1980 in Miami geboren en maakte in 1992 Hurricane Andrew mee, die – hoe kan het ook anders – een grote indruk op hem maakte. Zijn drie Eroded Dogs (2018) zijn zoveel jaar later daar nog het gevolg van: honden als kwamen ze uit de hel van Pompeï. Als kind was hij gek op sport; football legende Dan Marino was zijn held. Maar ook de popmuziek uit die tijd had zijn belangstelling. Iets daarvan wordt getoond in het zaaltje Iconic Objects, waarin een bronzen Eroded Fender Guitar hangt en een Eroded Basketball Rack staat. Later werd hij geobsedeerd door de Griekse en Romeinse oudheid; Cracked Face lijkt terug te gaan op het in tweeën gebroken Romeinse beeld van het hoofd van Marcus Aurelius.

Wit of kleurig

Daniel Arsham Calcified Room 2016 MOCO Museum Amsterdam

Daniel Arsham, Calcified Room, 2016. MOCO Museum Amsterdam.

Een wit hoofd, zoals de meeste kunst van Arsham wit is, hoewel in sommige werken wat kleur zit; Arsham is kleurenblind, maar kreeg in 2015 een bril die dit deels verhielp. Wit is de nooit eerder getoonde installatie Calcified Living Room, een woonkamer gevuld met meubels uit de jaren vijftig van de vorige eeuw die er versteend bij staan.

Een en al kleur, monochroom, zijn weer de sportballen die een gehele ruimte in het souterrain van het MOCO Museum vullen: Amethyst Ball Cavern, Arshams eerste architecturale installatie. De grotachtig gevormde ruimte wordt volledig ingenomen door tennis- en volleyballen. Drie lichtgevende basketballen hangen ertussen en in een spiegel ziet de museumbezoeker zichzelf.

Daniel Arsham Amethyst Ball Cavern 2016 MOCO Museum Amsterdam

Daniel Arsham, Amethyst Ball Cavern, 2016. MOCO Museum Amsterdam.

Zowel de grot als het heilige getal drie, het licht en de spiegel uit een Nieuwtestamentische brief van Paulus (die al heel wat kunstenaars inspireerde) verwijzen naar een van de drie thema’s uit Arshams werk: religie. Dit, en de twee andere thema’s (liefde en oorlog) worden in het boek Fictional Archeology over Arsham (uitgave Galerie Perrotin, 2015) als zodanig benoemd. Een boek dat ook ingaat op de vraag of Arsham’s kunst nu over het verleden of de toekomst gaat, of dat het een terugblik op de toekomst biedt. De drie genoemde thema’s komen overigens in beide tentoonstellingen niet of nauwelijks terug.

Zo kun je concluderen dat zijn eerste Nederlandse solotentoonstelling, zoals nu in het MOCO Museum, Arsham terecht bij een groter, en voornamelijk jong publiek bekend zal maken. Het werk van Daniel Arsham bergt bovendien nog thema’s genoeg in zich voor nieuwe exposities. Zo blijft er altijd wat om naar uit te zien.

 

Reageer op dit artikel

Raquel van Haver zaalopname Spirits of the Soil 2018 Stedelijk Museum Amsterdam
Kunst / Expo binnenland

Public Celebration

recensie: Raquel van Haver. Spirits of the Soil
Raquel van Haver zaalopname Spirits of the Soil 2018 Stedelijk Museum Amsterdam

Klein maar fijn dekt de lading van de expositie ‘Spirits of the Soil’ (Geesten van de grond) met werk van Raquel van Haver maar half. Ja, de solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam is relatief klein (zes zalen). Nee, haar werk is verre van fijn in de betekenis die bij dit gezegde aan het woord wordt gehecht. 

Zelf omschrijft de in 1989 in Bogotá (Colombia) geboren en in Nederland bij adoptiefouders opgegroeide kunstenaar haar werk als ‘luide’ schilderkunst. Het is kunst die eenzelfde verpletterende indruk maakt als de kennismaking met die van Anselm Kiefer (1986) in het Stedelijk.

Figuratieve verhalen

De vergelijking met Kiefer komt niet uit de lucht vallen. In de eerste plaats bestaat de textuur van beider werk uit dikke lagen van verschillende materialen. Bij Van Haver gaat het dan om bijvoorbeeld olieverf op jute, zelfgemaakte verf, karton, teer en houtskool.

In de tweede plaats zijn hun verhalen gedrenkt in leed. Dat van Kiefer in dat van de Tweede Wereldoorlog, dat van Van Haver in dat van migratie en kolonialisme, de vragen van armoede en geloof. De kunst van Van Haver is echter ook positiever gekleurd, door de universele overeenkomsten tussen mensen in noord en zuid. Die vindt ze in het samen eten en drinken. 

Raquel van Haver, Spirits of the Soil, 2018. Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto: Gert Jan van Rooij. 

Kijkdozen en collages

Raquel van Haver A Shrine of a Deity L’enyin ise aye Lo Ku 2018 Stedelijk Museum Amsterdam Foto Hans Wilschut
Raquel van Haver, A Shrine of a Deity: L’enyin ise aye Lo Ku, 2018. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Hans Wilschut.

In vier kabinetten hangen vier grote werken met bovengenoemde textuur. Ze lijken uit hun voegen te barsten, terwijl je als toeschouwer er zo in zou willen stappen om te voelen hoe het is, tussen mensen aan de rand van de samenleving die hun verdriet verdrinken. Met dit soort werk is de kunstenaar inmiddels vooral bekend geworden. 

Maar er is meer, want de tentoonstelling begint met foto’s van collages achter plexiglas uit de serie ‘A Shrine of a Deity: L’enyin ise aye Lo Ku’. Binnen een kader heeft Van Haver onder meer foto’s, tekeningen, bankbiljetten en woorden aangebracht, zoals in ‘Central of Nigeria’; Nigeria was een van de landen die ze bereisde. Het kader werkt als een soort baarmoederwand waarbinnen de werken ontstaan. Neem ‘Sharp’, dat je moet lezen als een gebrandschilderd raam: van onderen naar boven. Wat je dan ziet, is haast een monoliet, zoals de beelden van Vigeland in het Vigelandpark in Oslo, culminerend in een man met een halo om zijn hoofd. Het is ander werk dan waarmee de meeste mensen Van Haver tot nu toe zullen associëren. 

Ruimtelijke installatie

Wandvullend is in de laatste zaal de installatie ‘We Don’t Sleep As We Parade All Through The Night’ (vier bij negen meter). Je herkent hierin, net als in alle werken in deze zaal, religieus geladen symbolen: druiven, een haan. Dit werk roept voorts associaties op met het ‘Laatste Avondmaal’ van Da Vinci. Grootse kunst, zowel qua vorm als inhoudelijk.

Dat geldt voor de hele, overweldigende tentoonstelling met politiek geladen werk. Dat we nog maar vaak in de gelegenheid mogen zijn Van Havers kunst te zien, zeker ook om haar ontwikkeling bij te houden, want dat is spannend.

Reageer op dit artikel