Muziek / Achtergrond
special: Dour Festival 2004

Dour trekt aan

Ook dit jaar was het de organisatie van het Waalse festival Dour gelukt om voor de 16e keer in haar bestaan de tenten op een relatief klein stukje grond in het Zuid-Belgische Dour te plaatsen. En ook dit keer slaagde het er in om veel grote ‘underground’ namen te programmeren en deze artiesten voor weinig geld aan het publiek aan te bieden. Jongeren uit Frankrijk, Nederland, Duitsland en natuurlijk uit heel België maken het ‘smerigste’ Belgische festival tot een interessante happening. En er zijn niet alleen jongeren, je staat naast mensen uit allerlei leeftijdscategorieën. Van jongeren tot ouders en oma’s. Dour trekt aan.

Donderdag

~

De eerste dag van het festival startte met de Amerikaanse hillbillies van Zeke. Voor een redelijk gevulde tent creëerden de heren een flinke bak punkrockherrie, inclusief rauwe stem die er overheen brulde. Na de gierende gitaren en een aantal ‘Allright you motherfuckers…’ nam de aandacht af en begaven we ons richting de Clubcircuit Marquee-tent alwaar onze landgenoten van StuurbaardBakkebaard hun kunsten vertoonden. Het grotendeels Franstalige publiek werd echter weinig wijzer van de tekst van ‘Ou est le Bonbon’. Het was meesterlijk te zien hoe de meeste luisteraars elkaar hoofdschuddend aankeken. De band overtuigde Dour met een sterke set vol toeters en bellen. Daarna in de Eclectic Dance Hall een nogal opwindende, zij het bij vlagen weirde, act van Avril. Deze Parijsenaar bracht een soort combinatie van strakke rockmuziek en elektro/techno beats. Zanger Fred Avril danste wild en deed een soort primitieve regendans op het podium, terwijl hij zijn mix van Franse en Engelse tekst zong (“Be Yourself, Comme tout le monde”). Vooral tegen het einde van de set kwam de sound van Avril echt goed over. Apart en origineel. Daarna op weg naar een van de twee hoofdpodia alwaar Belgische ster Daan gehuld in een wit pak wat gitaarposes aannam. Zijn anders zo mooie stem kwam niet veel verder dan wat galmen over zijn veelkoppige band. De tijd van mooie liedjes uit de periode van Profools bleken verleden tijd te zijn. Het was nu allemaal wat meer gericht op het dansende publiek. Anders dan de coole rockshow van Mauro Pawlowsky & The Grooms. Het stevige gitaarspel werd afgewisseld met legendarische poses waardoor zijn set ontegenzeggelijk rockte. De set viel een beetje uit de toon van de avond, want donderdagavond kon bestempeld worden als dansbaar. Iemand die de menigte aan het dansen kreeg was Dr. Lektroluv,de Belgische man met het groene masker en de witte telefoon draaide zwijgend zijn DJ set vol vlammende electroclash. Ook Matthew Herbert mixte met succes fijne, soms jazzy beats in de grote La Petite Maison dans la Prairie-tent. Later op de avond deed James Murphy van LCD Soundsystem voor een select publiek nog een DJ set in dezelfde tent. Zijn hele fijne vervormde versie van eighties discohit “I Feel Love” van Donna Summer was een mooi hoogtepunt. Iets wat niet gezegd kon worden van de set van Audio Bullys op het buitenpodium. Het Britse duo, en vooral MCSimon Franks deed erg zijn best, maar na het tweede nummer Snake (“Got this feeling in my head, it won’t go away no more…”) werd het al snel een herhaling van beats en daardoor vervelend saai. De echte sensatie van de dag kwam pas bij de revelatie van dit moment, namelijk !!! (foto). “Bonjour, je m’appelle Chk Chk Chk.” Het massaal aanwezige publiek reageerde wisselend op de funky New Yorkers, die momenteel overal in Europa furore maken met hun plaat “Louden Up Now”. Voorin stonden wat mensen met flesjes te gooien, waarop de extreem nichterig poserende voorman Nic Offer weer reageerde door nog meer met zijn kont te schudden. Hij overleefde de rondvliegende projectielen en sprong zelfs het publiek in om wat dirty dancing op te voeren met een wild dansende getatoeëerde Belg (“That guy can really dance his ass off…”). De bonafide hit Me and Giuliani Down By the Schoolyard ging erin als koek, en ook de hysterische kreten in “Hello? Is This Thing On?” brachten de massa in beweging. Ze maakten het geroezemoes van de pers over hun band meer dan waar.

Vrijdag

~

De dag werd sterk geopend door het Poolse vijftal van Robotobibok.De Clubcircuit Marquee werd gevuld met een verassende instrumentale mix van jazz en elektronica. Ze lieten een zeer positieve indruk achter met hun ietwat vreemde sound. Een andere weirde band was Boo! (foto) uit Zuid-Afrika. Dit drietal, ondertussen lievelingen van het Nederlandse clubcircuit, maakten ook dit keer weer nieuwe fans met hun afwisseling van extreem dansbare en vrolijke monkipunk tot spraakmakende pop. Met hun undergroundhits Avrocado Pair en Champion kreeg Boo! al snel de aanwezigen aan het dansen. Ook The Skatalites weten ondertussen wel hoe ze een mensenmassa in beweging moeten zetten. Op het hoofdpodium deden de grijsaards van de ska waar ze goed in zijn: overtuigend oude skahits (Guns of the Navarone!) spelen en onverstaanbare dingen in de microfoon brabbelen die meestal starten met “…Djah, Djaah Djaaah…Rastafaaari..” Op het podium ernaast gaven vrijdag voornamelijk lokale bands acte de precense, waarbij Hollywood Porn Stars ondanks de buitengewoon lullige bandnaam toch een interessante mix neerzetten van indierock, pop en Blonde Redhead. In The Magic Tent speelden vrijdag vooral bands in de categorie snoeiharde meuk. Walls of Jericho konden met hun snelle metalcore niet lang boeien. Hoe actief de zangeres de mosh-pit ook aan het bespelen was, het grootste gedeelte van de tent stond met de armen over elkaar. Wat bij de DJ van Ladytron niet mogelijk was. Deze draaide een catchy mix van eigen werk met eighties pop van Salt ‘n Pepa, waarbij zelfs Sweet Child o’ Mine voorbij kwam. Ook de Belgen van Think Of One zetten met hun swingende latin de tent op de kop. Iets dat de DJ van Asian Dub Foundation amper lukte. Om de een of andere reden waren de beide Mc’s en daarmee het engagement, thuisgebleven en bleef er een nogal zouteloze mix achter. Vol verwachting togen we daarna naar de tent om Jazzanova aan het werk te zien. Helaas was er maar één afgevaardigde van het Berlijnse collectief gekomen om nogal obligaat wat plaatjes te draaien. Hoogtepunt van de dag vormde echter een gloedvol optreden van 16 Horsepower (foto). Met veel

~

materiaal van hun debuutplaat Sackcloth \’n\’ Ashes in de set, vulde een enigszins getergde David Eugene Edwards de zondige zieltjes met stichtelijke woorden. De trekzak en slidegitaar werden vanaf het krukje met verve bespeeld. Buiten enkele kletsende Fransozen luisterde het toegestroomde publiek ademloos toe. Het enige wat stoorde aan de set was het gregoriaanse gezang aan het begin van het optreden, waardoor de toon van het optreden en het steeds meer in de heer van Edwards te overdreven over kwam.

Zaterdag

~

Deze dag werd enigszins te vroeg geopend door de Walen van Tom Sweetlove (foto). Hun traag op gang komende instrumentale set kon op de vroege ochtend tot halverwege het optreden weinig boeien, daarna slaagden ze er in de luisteraar bij het optreden te trekken. Een eindje verderop werd er vol verve gespeeld door een verrassing van het festival, namelijk the Van Jets. Het zoveelste ‘the’ bandje speelde de heerlijkste beatmuziek met coole solo’s door de riffs heen. Terwijl er midden op het terrein een constante drukte was bij de gratis-zonnebrandcrème-uitdeel-tent speelde Shai Hulud op hun laatste tournee haar mix van hardcore en metal. Hoewel het geluid weer eens veel te hard stond vielen toch enkele sterke melodielijnen te ontdekken. Maar jammer genoeg kon je dat beter zonder oordoppen, een eind buiten de tent. Enige tijd later volgde de eerste band van het drukke avondprogramma. Lali Puna gaf het publiek Dour een ijzersterke optreden. Deze formatie uit München, met onder andere Micha Acher van The Notwist, bracht een mix van indietronica vergezeld van de zachte stem van Valerie Trebeljahr. De uiterst subtiel opgebouwde songs kwamen perfect tot hun recht in de steeds voller wordende tent. Vervolgens speelde Explosions in the Sky de postrock waar ze bekend om staan. Van stevige gitaarriffs naar heel subtiele passages. Het publiek lustte er wel pap van. Toch sloeg zo halverwege het concert de verveling toe. Misschien omdat door het te harde geluid in de tent de nummers soms verzandden een geluidsbrij. Misschien ook wel omdat sommige nummers gewoon te veel op elkaar gaan lijken. Volgende halte Karate. De normaal zo mooie liedjes kwamen vandaag niet echt goed uit de verf. De zanger probeerde het nog wel, maar was niet echt in vorm. Zo werden de songs al snel pathetisch geneuzel en dat was jammer. Magnus, het dansproject van Tom Barman en CJ Bolland, was een enthousiaste vertoning. Te meer omdat Barman wild dansend de platenspeler tot

~

drie keer toe over liet slaan. Na het derde nummer kwamen er vrouwen op het podium. Natuurlijk mag dit geen bezwaar zijn, ware het niet dat een eurohouse-type het publiek toeschreeuwde in de trant van “partypeople, wave your hands in the air”. De vooraf gemaakte keuze om Pinback niet te missen werd steeds makkelijker te verantwoorden. Pinback deed wat van ze verwacht werd en speelde sterk. Jammer was dat ze het schitterende nummer Penelope in een punkjasje hadden gestoken. 2 Many DJ’s en Jason Murphy van LCD Soundsystem voerden volgens het programmaboekje een DJ-battle, waarvan op het podium weinig te zien was. Dansbare beats werden over het publiek uitgestrooid en zonder enige moeite en daardoor zonder enige toevoegingen die de broertjes Dewaele anders zo de moeite waard maakt, werd de set afgemaakt. HipHop-DJ RJD2 wist met zijn set beter te boeien. Wild ronddraaiend bediende hij zijn vier draaitafels, smeet wild zijn gedraaide platen in het rond en liet nergens een steek vallen. Aereogramme, de laatste band van de avond speelde intens, gedreven en hard, ongelofelijk hard. Met Robin Hoods ‘Little John’ op bas kwam de muziek nog sterker over en samen maakten deze Schotten er iets memorabels van. Echter het hoogtepunt van de dag was ietsje eerder, namelijk de DJ-set van Erlend Øye, de bebrilde helft van The Kings of Convenience. In zijn eentje deed hij de Magic Tent bijkans exploderen met een erg goede mix van eigen nummers, en classics. Øye danste wild over het podium, ging op zijn draaitafels staan en zong live over sommige tracks heen, wat het contact met het publiek merkbaar goeddeed. De massa werd tot een hoogtepunt gebracht met remixen van onder andere Don’t you want me baby en Love will tear us apart. Een meesterlijke set.

Zondag

De dag begon voor velen te vroeg, getuige de kleine schare aan mensen die het optreden van Ikara Colt bijwoonden. En zij waren de gelukkigen van het festival want op papier was en jammer genoeg in de praktijk werd de zondag een anti-climax van het vierdaagse gebeuren. Desalniettemin speelden de Britten een geslepen aantal van inventieve punk-getinte songs die de slaap uit de ogen van velen lieten trillen. Later op de dag wisten de Xploding plastix met drums en draaitafels een grote groep mensen te boeien. Ook rapper Sole, bijgestaan door een drummer en gitarist, wist de mensen in de hitte van de tent te houden, en tot overmaat van rap vuurde hij zijn felle teksten af op zwetende menigte af. Maar waar Sole op alle fronten won, moesten de toerende rappers van DefJux in een tent verder op elk front toegeven. De anders zo gedreven rappers van dit vooruitstrevende label wisten nauwelijks te overtuigen. Ook Amp Fiddler, wist ondanks het bij vlagen geniale en over het algemeen gladde spel kwam de legende op dit festival niet over bij het publiek. The Misfits daarentegen hadden veel hanenkammen weten te verzamelen vooraan bij het podium en deze mensen met een gedateerde kledingstijl hadden de tijd van hun leven. Anderen vonden het meer interessant om legendarische punkers te zien die zo nu en dan de set moesten versterken met een nummer van muzikale voorbeelden. Monster Magnet deed wat er van ze verwacht werd. Gitaarmuziek met alle clichés die een echte rockband nodig schijnt te hebben, ventilatoren incluis. Niet vernieuwend, maar wel heel erg

~

hun eigen ding en daar zijn ze ook al jaren goed in. Ook Skinny Puppy (foto) deed met een mix van industrial en dance iets wat veel mensen op de been bracht. Veel beeldmateriaal moest er aan te pas komen om de eentonige klanken te versterken, ware het niet dat de linken tussen de beelden iets te overdreven en veelal voor de hand liggend waren. Stijn, de nieuwe Belgische revelatie, moest het getuige de late programmering in de ClubCircuit-Marquee. Maar hoe de knap vertroeteld wordt en nog gaat worden door de Belgische pers, was de conclusie dat het met rare-stemmetjes-optreden nergens boven het niveau van Bon Jovi’s Livin’ on a prayer uitkwam en dat de Belgen nog even moeten wachten op een betere ‘nieuwe ster’. DJ Donna Summer wist nauwelijks een beetje variatie in zijn draaien aan te brengen en maakte dat de avond als een nachtkaars uitging en gezien de dag ervoor is dat zonde. Het enige echte hoogtepunt van de dag was het optreden van het Texaanse Centro-matic. Gedreven bracht de band rondom songschrijver Will Johnson hun nummers en nergens lieten ze steken vallen. De band had er zin in, speelde met plezier hun dieptrieste nummers, voor een nauwelijks reagerend publiek. Centro-Matic kon slecht contact krijgen met haar toehoorders, maar nergens werd het optreden er minder door en het publiek bleef stil en luisterde aandachtig. Al met al een vreemde ervaring, maar wel heel mooi.