
AFFF 2007
~
Ga hier naar het overzicht van het festivalverslag.
21 april
Een lach en een traan
Dead Silence
(James Wan, 2007)
Is het handig- of luiheid, dat Saw-bedenker en -regisseur James Wan gebruik maakt van de intrinsieke perversiteit van buikspreekpoppen, clowns en het doodgraverberoep? Jamie Ashen (Ryan Kwanten) ontvangt een enorm pakket zonder afzender, maar met inhoud: Billy de buikspreekpop, die hij alleen thuislaat met zijn vriendin, terwijl hij even Chinees haalt. Bij thuiskomst is zijn vriendin een bouwdoos – de pop, zich van geen kwaad bewust, vijlt zijn nagels.
~
Geslaagd debuut
Firefly
(Peter Marcy, 2005)
Naar verluidt voor 6000 dollar draaide Peter Marcy dit juweeltje met voornamelijk vrienden en familie in elkaar. De hoofdpersonen in Firefly zijn een bedrogen nerd, een dakbedekkende amateur-sciencefiction-regisseur, een aangerand meisje, en een kale helderziende. Op een dronken Halloweennacht, als er een UFO laag bij de grond lijkt te vliegen, komen ze ongemerkt met elkaar in aanraking. Gedurende de resterende anderhalf uur van de film wordt het hoe en waarom van die avond secuur en met humor uit de doeken gedaan.
~
RPG op waterverf
GamerZ
(Robbie Fraser, 2005)
Alweer een innemend debuut, deze film over een groepje Schotse Role Playing Games-fanaten. Ralph is een ontzettende nerd, die zijn oma capes laat naaien terwijl hij op zijn slaapkamer een fantastische RPG ontwikkelt voor zijn vriendenclubje. Als leider van het spel heeft hij het voor het zeggen, maar hij werkt zich in de nesten als hij smoorverliefd raakt op het gothmeisje uit de groep. De bullebak van de buurt, die Ralph dwingt om hem mee te laten spelen, gooit bovendien roet in het eten, zodat Ralph moet proberen de zaken zowel via zijn spel als in het echte leven weer in goede banen te leiden.
~
20 april
Sensationeel
Pan’s Labyrinth (El laberinto del fauno)
(Guillermo del Toro, 2006)
Guillermo del Toro is een sensationeel goede regisseur. In zijn regie van films als The Devil’s Backbone en Cronos weet hij een perfecte balans te vinden tussen enerzijds fantasie en anderzijds een bepaald aspect van de menselijke tragedie, vaak getoond door de onbedorven ogen van kinderen. Deze observatie geldt zeker ook voor Del Toro’s laatste film, een uitgekiend, griezelig en ontroerend kwaliteitsproduct dat hopelijk een blijvende invloed heeft op het fantasieloze en dorre landschap dat Hollywood heet.
~
Het lijkt zo simpel, alsof het Del Toro geen enkele moeite kost, maar wat een prachtfilm heeft het opgeleverd. De regisseur smeedt alle individuele elementen van het filmproces om tot een meesterlijk geheel, zonder te veel excessen, maar met een uitgebalanceerd juweeltje tot gevolg. Laten we hopen dat de Spaanstalige wind die waait aan de westkust van de VS niet snel gaat liggen en dat regisseurs als Guillermo Del Toro een bijdrage kunnen leveren aan een nieuw Hollywood. (Dennis Seine)
18 april
Parijs in sfeervol zwart-wit
Angel–A
(Luc Besson, 2005)
In tegenstelling tot eerder werk zoals Léon en The Fifth Element, is Angel–A een verrassend ingetogen film voor Luc Besson, sfeervol in zwart-wit geschoten en begeleid door een al even sfeervolle soundtrack. De regisseur zet zo een beeld neer van Parijs dat doet denken aan de klassieke films uit de jaren vijftig.
~
Prettig aan deze film is dat er nergens een opdringerige moraal te vinden is. De engel is geen vervelend prekende puritein, maar een geweldplegende, kettingrokende ‘del’. Helaas is de film toch niet echt een klassieker in spe. Na het vermakelijke en vlotte begin zakt de film in en volgt een rommelig verloop naar het sentimentele einde toe. Angel-A is een aardige film met een aardig verhaal, maar had beter uitgepakt zonder de verplichte romantische draai. (Anouk Werensteijn)
Slechte parodie
The Tripper
(David Arquette, 2006)
The Tripper zou een ode zijn aan de slasherfilms van de jaren zeventig en tachtig en ook nog politiek getint, maar is vooral gewoon slecht. Het begint al met de stereotiepe stonede, slecht acterende jongeren die hoe dan ook meteen op de zenuwen werken. Gooi er een hippiefestival in het bos tegenaan en een seriemoordenaar met een bijl en – voilà – weer een dertien-in-een-dozijn-horrorfilm geboren.
~
Arquette maakt er een grote grap van, hoewel er nergens echt wat te lachen valt. Voor een parodie doet deze film te onintelligent aan en als slasher is de film ook gewoon te slecht. Hoewel bij zo’n beetje elke film uit het genre het verhaal voorspelbaar is, is het zelden zo saai en oninteressant. Daarnaast is de spanning ver te zoeken en zijn goed werkende schrikeffecten ook maar weggelaten. Het resultaat is een saaie en rommelige film, die op elk front mislukt is. (Anouk Werensteijn)