Mozart uit het lood

Met nerds moet je oppassen. Vraag een programmeur naar zijn werk en voor je het weet zit je met Dire Straits op de achtergrond een paar uur vast in een discussie over de voordelen van deze tegenover die programmeertaal, Windows versus de Macintosh of de voordelen van een laser- boven een inkjetprinter. En geen moment zul je er evenveel van snappen als hij.
~
Steve Vai
Ik weet dat ik met mijn mening duidelijk in de minderheid verkeer. En ik zal ook grif toegeven dat het allemaal best goed is. Maar net zoals ik weet dat, om maar eens iets te noemen, Steve Vai goed kan gitaarspelen, zal ik niet snel iets van Mozart (of Steve Vai) opzetten. Maar er zijn uitzonderingen, stukken waarin Mozart zichzelf beter wist te beheersen dan gebruikelijk. Die Zauberföte is zo’n voorbeeld waarbij hij boven het gebruikelijke gekrakeel uitsteeg. Of zijn Requiem.
Krap bij kas
Nou ja, zijn Requiem… zoveel Mozart zit er eigenlijk niet in. Veel meer Süssmayr eigenlijk. Nadat Wolfgang Amadeus na een leven van werken, zuipen en gokken in 1791 zijn laatste adem had uitgeblazen ging deze leerling op aandringen van de altijd krap bij kas zittende mevrouw Mozart aan de slag met wat de meester had nagelaten. Veel was dat niet: het meeste van de koordelen was voltooid, maar van de orkestpartituur was alleen het openingsdeel, Introït, klaar.
Amadeus
Maar Süssmayr produceerde wel iets moois. Iedereen die Milos Formans film Amadeus wel eens heeft gezien (en gehoord) is vertrouwd met zijn handwerk. Onmiskenbaar Mozartiaans is het wel. Anderzijds is dat ook een beetje een kip-en-ei kwestie omdat het Requiem mede bepaalt wat we als ‘mozartiaans’ zien. Indrukwekkend is het ook, vooral als het met wat panache wordt uitgevoerd.
Lenny
~
Bifocaal
Bernstein was een eigengereid mens. Soms liep dat goed af, soms minder goed. Hier is het laatste het geval, vrees ik. Aan energie geen gebrek, wel aan snelheid. Waar Bernsteins ingehouden tempi in bijvoorbeeld zijn Mahler-opnamen heel goed kunnen werken is dit stuk veel meer gebaat bij een vlotter tempo. Nu klinkt alles wel heel erg ‘uitgerekt’ en daardoor onnodig pompeus en bombastisch. Gecombineerd met de disbalans in de opname zorgt dat voor een vreemd vervormd geluidsbeeld. Een beetje alsof je door de bifocusbril van je oma kijkt.
Ik sluit niet uit dat ik na enige gewenning gehecht ga raken aan deze opname, maar vooralsnog zie ik het niet gebeuren – een technische off-day van DG gecombineerd met de zwarte kant van Bernsteins eigenzinnigheid maken dit tot een weliswaar opmerkelijk, maar niet erg charmant document.