Schaamteloos gemakkelijk

Het schaamteloze gemak. Van die ik-schud-ze-zo-even-uit-mijn-mouw riffs en solo’s. Dat moeiteloos musicerende oppermachtige ritmeduo. Die bulls eye-doorborende refreinen die je nooit meer vergeet. Echt, dát gemak maakt mij pissig, maar de band Nuff Said spót met mijn woede. Vorig jaar liet hun derde album perfect horen waartoe de ‘twee broertjes Slager en die ene van Berrevoets’ muzikaal in staat zijn, en nu komt de opvolger van dat titelloze album alweer uit. Want ook nieuwe liedjes schrijven gaat hen zeer simpel af: van writers block wil dit trio niets weten, het nieuwe Ebony & Ivory is zelfs een dubbelalbum. Welja, waarom ook niet? Dergelijk ‘gemak’ is jaloersmakend. Helemaal omdat de kwaliteit van de composities steeds maar weer van zeer hoog niveau is.
Zag je de Amsterdamse band Nuff Said toevallig al eens ergens optreden, dan weet je dat ze terecht de Live XS-Award voor beste nationale live act hebben gewonnen. Dat is ook wel een beetje balen, want ook live oogt het allemaal weer zo eeuwig moeiteloos. Bezeten rockt de band van pril begin tot bitter eind. Inmiddels is het uitbrengen van albums door deze band op eenzelfde manier benaderd: zo min mogelijk nadenken en releasen dat materiaal. Het is verbazingwekkend met welk gemak duizelingwekkende riffs en grandioze akkoordencombinaties altijd leiden naar zo’n hitgevoelig Top 40-refrein. Al bracht Nuff Said zes cd’s tegelijk uit, dan nog zou het materiaal binnen de kortste keren voorgoed in je hoofd geramd zitten. Muzikale compromissen zijn Nuff Said volkomen vreemd, ze doen enkel lekker wat ze zelf willen, dat waar ze goed in zijn. Als ik toch een verbetering ten opzichte van het vorige album zou moeten noemen zijn het de zangpartijen, die nu wat meer in de muziek zijn gemixt. Het maakt dat accentjes die je bij voorgaande albums nog wel eens storend zou kunnen vinden, nu voorgoed uitgewist zijn.
Stuivend als een Sahara-storm
~
Ivory
Ivory laat heerlijke ballades horen die door gebruik van zo’n talkbox-muziekinstrument soms zelfs aan Air (Splinter) doen denken. Soms zet Marijn Slager een waanzinnige tokkel in, soms krijgen violen de overhand of knort de stand-up bas van Michiel Slager lekker dicht tegen de speakerbuitenkant aan. Cold Wind Blows heeft die typische jaren-zeventig-akkoordenreeks. Violen en een ingetogen zang versterken daar het mooie intieme sfeertje. Keyboard en mondharmonica en falsetzang komen in Victor Nobel zeer mooi tezamen, Stars on the Ceiling heeft een echte David Gilmour-slide. Echt, het is allemaal een genot om naar te luisteren. Heus. Maar dat schaamteloze gemak? Vreselijk.