Boeken / Fictie

De laatste dagen van Szulski

recensie: Theodor Fontane (vert. Martin Michael Driesen) - Onder de perenboom

Onder de perenboom: een klein misdaadverhaal, geschreven door Theodor Fontane, de auteur van Der Stechlin. De vertaler van dienst is ECI-prijswinnaar Martin Michael Driessen. Een fijn tussendoortje.

Onder de perenboom in Abel Hradscheks tuin wordt een lijk gevonden. Zijn het de overblijfselen van de Poolse handelsreiziger en bankier Szulski? Nadat de Krakauer in alle vroegte uit de herberg van Hradschek vertrok, wordt zijn koets in de rivier teruggevonden. Van de brug gestort. Maar van Szulski geen spoor. Ook het lijk blijkt, eenmaal opgegraven, niet van de Pool te zijn, maar van een Franse soldaat.

Mysterie

Rondom dit mysterie bouwt Theodor Fontane (1819–1898) zijn oorspronkelijk als feuilleton verschenen misdaadroman Onder de perenboom. De lezer weet meer dan Abels dorpsgenoten, die in het duister tasten rondom Szulski’s verdwijnen. Abel had een schuld bij hem, en de enige manier om daarvan af te komen was door de arme man om te brengen. Dader en motief zijn dus bekend, maar niet de methode: hoe heeft Abel het gedaan? En hoe gaat deze puzzel opgelost worden?

De kracht van deze korte roman zit in de manier waarop Abel en zijn vrouw Ursul zich langzaam maar zeker steeds meer bezwaard voelen. Hun schuld is met de Pool in de rivier verdwenen, maar echt genieten kunnen ze niet. Deels komt dat door de buurvrouw, die haar neus iets te graag in andermans zaken wil steken. Zij blijkt op de hoogte te zijn van cruciale informatie.

Pruisisch bewustzijn

Daar komt bij dat de bewoners van Tschechin, het kleine dorp waar de Hradscheks wonen, Abel en Ursel niet helemaal vertrouwen. Het is interessant om te zien hoe Fontane hier speelt met een Pruisisch bewustzijn. Onder de perenboom speelt zich rond 1850 af, decennia voordat het moderne Duitsland gevormd werd. In die constellatie is Krakau net zo vertrouwd als Hildesheim, de plaats in de buurt van Hannover waar Ursul vandaan komt. Hradschek zelf is van Tsjechische origine, en hij gaat regelmatig naar Berlijn om theatervoorstellingen te bezoeken. Zo lopen er vier lijnen naar ‘het vreemde’, waardoor Abel Hradschek al bij voorbaat verdacht lijkt te zijn.

Dialect

In Driessens vertaling komt het taalspel van Fontane niet zo goed naar voren als in het Duitse origineel. Elk personage spreekt in een herkenbaar dialect of met een typisch accent, maar in dit boekje zijn de accenten en dialecten min of meer gelijkgetrokken. Heel erg is dat niet, want Onder de perenboom blijft onderhoudend vanwege zijn vaart en de aangename plot. Veel heeft de roman niet om het lijf, maar toch wil je weten hoe die arme Szulski aan zijn einde is gekomen. Dat maakt Onder de perenboom tot een fijne novelle.