Boeken / Fictie

Mooi verpakte wijsheid

recensie: Paul Claes & Omar Chajjaam - Kwatrijnen

Wat stelde Nederland voor in de elfde eeuw? Aan de Duits- en Franstalige grensgebieden begon mondjesmaat zoiets als ‘onze’ cultuur te dagen. Vergelijk dat eens met een rijk als het Perzische, waar de legendarische Omar Chajjaam (1048-1131) zijn Kwatrijnen schreef, puur om even bij te komen van zijn wiskundige en astronomische denkwerk.

Die kwatrijnen zijn nu door Paul Claes met losse hand omgedicht, en wel uit het simultaan afgedrukte, wat meer dichterlijke Engels van Edward FitzGerald (1859). Uit diens selectie blijkt een voorkeur voor genotvol leven, en dat beviel de strenge Victorianen stiekem wel. Maar ook buiten Engeland begon dat danig in de smaak te vallen, met tal van vertalingen als gevolg, tot in het Fries.

Liefde en wijn
Helemaal in de lijn van sommige Griekse en Romeinse wijsgeren, raadt Chajjaam je aan met volle teugen van liefde en wijn te genieten, want plotsklaps kan het afgelopen met je zijn. Zoiets verderfelijks wilden zeker de sjiieten niet lezen. Het lijkt dan ook paradoxaal dat de dichter in het huidige Iran geenszins wordt ondergeschoffeld.

Wat er natuurlijk altijd wel mee door kon, was de stichtelijke variant van de mystieke soefi’s. Die hadden vooral keurig oog voor de geestelijke werkelijkheid achter de lichamelijke. In hun symbolische taal bezongen zij de vereniging met hun geliefde, in wie we God dienen te zien, en tevens een absoluut als geestelijk te begrijpen dronkenschap. Dat doet aan onze eigen mystica Hadewijch (dertiende eeuw) denken: ook haar gedichten kennen door de wijze van formuleren een erotisch schijn.

Kringloop
Chajjaam ziet zowel in de dag van vandaag als in de dagen van het hele bestaan een kringloop: alles keert eeuwig hoe dan ook terug. De mens vergaat tot stof, van die stof wordt een kruik gebakken, die kruik wordt gevuld met wijn, aan de wijn laaft zich de mens, de mens vergaat tot stof. Intussen begrijpen we in de kern niets van het bestaan, wat al snel de slotsom wettigt dat alles zinloos en vergeefs is. Dus: pluk de dag dan maar, en niet zo’n beetje ook! Dat is in de verwende tijd van ons westelijk halfrond een boodschap die ongeveer tot een gemeenplaats is verworden. Des te meer komt het op de vorm aan waarin die gegoten is.

En wij die in dit bloeiend Jaargetijde
Ons hier als onze Voorgangers verblijden,
Verdwijnen wijzelf in het Bed der Aarde
Om zo onszelf tot Bed – voor wie? – te spreiden?

Het is maar goed dat Paul Claes per kwatrijn toelicht, anders ontgaat je toch wel wat. Door zijn aantekeningen geniet je meer van de poëzie. Een voorbeeld.

Ach, Liefste, vul de Beker van het HEDEN,
Vrees voor geen Toekomst, rouw om geen Verleden –
En Morgen? Morgen, ach, ben ik wellicht
In Gisterens Zevenduizend Jaar vergleden.

De ‘liefste’ blijkt de jongen te zijn die de wijn schenkt. En: ‘De wereld zal volgens sommige sekten zevenduizend jaar duren: duizend jaar voor elke planeet.’ Zo kom je nog ‘s wat te weten.

Parels
Claes volgt getrouw de selectie van Fitzgerald. De vooroorlogse vertalers Leopold en Boutens (die Chajjaam bewonderde als ‘een schoone waanzin van de hoogste dichterlijke soort’) gingen kriskras te werk. Dat leverde meer parels op, zoals deze van Leopold 

Goud en veel koper als een klokkespijs
goot eens de Maker in mijn vormmatrijs
naar Zijnen dunk. Wie is er dan aansprakelijk,
wanneer de klok nu klinkt op hare wijs?

Emeritus hoogleraar De Bruijn heeft vorig jaar het licht doen zien van De ware zin heeft niemand nog verstaan, waarvoor hij rechtstreeks uit het Perzisch heeft vertaald. Bij hem heb je meteen ook een nawoord dat de kwatrijnen in een ruime en boeiende context plaatst.