Van jongen naar Beatle

Als een succesvol beeldend kunstenaar als Sam Taylor-Wood, die bekend werd met haar kunstzinnige video-installaties en korte films, haar speelfilmdebuut maakt, verwacht je niet direct een biopic die netjes binnen de lijntjes kleurt. Toch is dat precies wat Nowhere Boy is geworden. Een heel aardig inkijkje in de jeugd van John Lennon, maar als film te conventioneel en weinig verrassend om lang te beklijven.
Over de jeugd van John Lennon in Liverpool was, zeker in vergelijking met zijn leven sinds The Beatles, nog maar weinig bekend. Dat was voor de makers van Nowhere Boy reden wat dieper in te gaan op deze fase van Lennons leven. Matt Greenhalgh, die ook al meewerkte aan Control (het regiedebuut van Anton Corbijn over Joy Divison-frontman Ian Curtis) schreef het scenario, dat Lennon volgt tot het moment dat hij wereldfaam bereikt met The Beatles.
Gecompliceerd
~
Er is op filmisch vlak heel weinig mis met Nowhere Boy. De film ziet er uiterst verzorgd uit, met fraai camerawerk van Seamus McGarvey (Atonement) dat een prettig, zacht filter over de film legt. Ook op de wijze waarop de makers het naoorlogse Liverpool in de film afschilderen, is weinig aan te merken. Probleem is echter dat de film geen moment weet te verrassen. Het scenario van Greenhalgh getuigt van een enorme degelijkheid, maar dat is niet altijd genoeg om de film boven de middelmaat te doen uitstijgen. De makers mikken er overduidelijk op een zo groot mogelijk publiek aan de film te binden, en gaan ervan uit dat de naam van John Lennon daartoe voldoende aanknopingspunten biedt.
Risico’s
Die risicomijdende houding maakt van Nowhere Boy wellicht geen spectaculaire film, leuk om naar te kijken is het wel. Vooral in een aantal losse scènes valt genoeg te beleven. Zo wordt de eerste ontmoeting tussen Lennon en Paul McCartney (Thomas Sangster) leuk uitgewerkt en levert het contrast tussen Lennons stijve Britse tante en zijn losbandige moeder enkele fraaie momenten op.
~