Genoeg drama voor een depressie

.
~
“Jij kunt ook overal aarden, he? In de suburbs, in New York, op het platteland…” stelt Bobby’s vriendin. “Is er dan niets waar je niet tegen zou kunnen?” “Eenzaamheid”, antwoordt Bobby. Zijn leven lang is hij al bezig dat gevoel te verjagen. Daarbij blijft het aanpassingsvermogen van Bobby niet beperkt tot zijn woonplaats. Een homo- of heteroseksuele relatie, echte ouders of pleegouders, een gezin of een driehoeksverhouding: zolang hij niet alleen is, lijkt het hem allemaal niet zo veel uit te maken.
Grote, bruine ogen
~
Grote Thema’s
Ook qua drama wordt de kijker op zijn wenken bediend. Een verhuizing, een geboorte, een sterfgeval en het beëindigen van een relatie: deze zaken staan bekend als de meest stressvolle gebeurtenissen in een mensenleven. Bobby krijgt het in A Home At The End Of The World allemaal voor de kiezen. Meerdere keren. Terloops worden bovendien Grote Thema’s aangesneden als aids en homoseksualiteit.
Onaantastbaar
En daar zit ‘m nu precies de crux. Er zitten prachtige momenten in, maar het is allemaal een beetje te veel. Binnen anderhalf uur zien we Bobby als negen-, veertien- en vierentwintigjarige. In die periode maakt hij zoveel drama mee dat een normaal mens er op zijn minst een kleine depressie aan over zou moeten houden. Toch lijkt Bobby onaantastbaar. We zien hem in die anderhalf uur slechts één keer huilen.
Te kil
A Home At The End Of The World is de verfilming is van het boek van Michael Cunningham (ook auteur van The Hours). Dat maakt de hoeveelheid ellende verklaarbaar: in een boek kan het drama gedoseerder worden opgediend. Misschien dat het personage van Bobby dan ook begrijpelijker wordt. In de film gaat het allemaal zo snel, dat identificatie, prikkende ogen of een glimlach niet langer duren dan een paar seconden. A Home At The End Of The World is daardoor uiteindelijk te kil om echt hartverwarmend te zijn.