Obligate romantiek in een gefantaseerd India

Op papier ziet het er allemaal goed uit voor Shadows of Time: een universeel liefdesverhaal met prima acteurs, een regisseur (Florian Gallenberger) met twee Oscars (beste buitenlandse studentenfilm en beste korte film) op zijn nachtkastje en schitterend camerawerk op prachtige locaties. Maar in de praktijk is het allemaal niet meer dan ‘adequaat’.
Neem de beginscènes, die verreweg de sterkste van de film zijn. Met goed gecomponeerde shots van ratelende machines en opwaaiend stof wordt een tapijtfabriek aan de rand van Calcutta neergezet. Twee kindslaven, Revi en Masha, ontfermen zich over elkaar. De jonge, onervaren acteurs (Sikander Agarwal en Tumpa Das) weten zonder veel woorden te gebruiken te laten zien hoe de liefde voorzichtig opbloeit.
~
Lot
Bovendien, zo lijkt de Duitse scenarioschrijver en regisseur Florian Gallenberger te denken, kun je een universeel verhaal ongestraft verplaatsen naar elke willekeurige plek op de wereld. Hij koos voor India. Revi koopt Masha vrij, en ze spreken af elkaar bij volle maan bij de grootste Shiva-tempel te ontmoeten. Dat mislukt natuurlijk, en jaren lopen de twee, zonder het zelf te weten, vaak letterlijk langs elkaar heen.
Een interessante keuze, India. Door het kastenstelsel speelt juist het lot een belangrijke rol in de maatschappij; de Bollywoodfilms lijken op dit soort romantiek een patent te hebben. Toch heeft de film zelf weinig met India te maken. De eerste ontmoeting van de twee hint nog even naar het Hindoeisme: Revi, blauw door kleurstof, rijdt voorbij Mascha, die een amulet in de vorm van een stier vasthoudt: twee verwijzingen naar Shiva.
~