Kliekjesmentaliteit

In het Hong Kong van Andrew Lau en Alan Mak wonen geen burgers. Dat de politie daar nog wat gedaan krijgt met die gangsters overal, mag wel in de krant. Of eigenlijk: mocht wel in de krant, want Infernal Affairs II speelt zich af in 1991. Vóór het eerste deel dus. Infernal Affairs II is namelijk een prequel en is als concept ontstaan terwijl Mak en Lau deel I draaiden. Het leek ze wel interessant om te laten zien hoe alles zo gekomen was.
~
Want hoe zat het ook al weer? Deel I draaide, zoals je hier kunt lezen, vooral om de strijd tussen een politie-infiltrant en een mol van de onderwereld. Omdat die twee in 1991 begrijpelijkerwijs nog op de politieschool zitten, hebben ze nu een minder prominente rol gekregen. Infernal Affairs II richt zich dan ook vooral op de machtsstrijd die de basis heeft gevormd voor de verhoudingen zoals we die aantreffen in deel I. Twee spelers zijn daarbij essentieel: kleine maffiabaas Sam (Eric Tsang) en grote politiebaas Wong (Anthony Wong). Ondanks de scherpe professionele scheidslijn tussen hen, kunnen de twee het goed vinden. Maar terwijl Sam langzaam maar zeker naar boven klimt, moet Wong lijdzaam toezien hoe zijn sterke arm steeds minder ver reikt.
Clowneske overdaad
~
Beetje zielig
Maar Infernal Affairs heeft op meer manieren dan één te lijden onder haar eigen sentimentaliteit. In een nostalgische bui hebben de makers allerlei ‘ironische’ verwijzingen naar het eerste deel in deel II gezet. Dat werkt alleen als de kijker Infernal Affairs I na II ziet. Dan krijgt zoiets een meerwaarde, een soort van ‘de geschiedenis herhaalt zich’-effect. Maar Infernal Affairs II is een prequel. Achteraf verwijzen naar wat nog zou moeten komen, is helemaal niet knap. Dat is een beetje zielig.
Losse handjes
De regisseurs hebben, zoals gezegd, om verhaaltechnische redenen de aandacht verlegd van de jonge naar de oude garde. Toch is dat jammer, want juist de jongere spelers zetten misschien wel de beste prestaties neer. Shawn Yue (de politie-infiltrant) met zijn losse handjes en het overgevoelige personage van Edison Chen (als mol van de onderwereld) zijn van alle dubbelzinnige karakters het meest meeslepend. In hun jeugdige naïviteit maken ze allebei geregeld overhaaste beslissingen. Toch hebben ze ontegenzeggelijk kijk op de zaak. Een van hen verzucht tijdens een bezoek aan een begraafplaats: “Laten we het verleden vergeten.” Was iedereen maar zo verstandig geweest.