Tag Archief van: tijdelijke tentoonstelling

Kunst / Expo binnenland

Op zoek naar het thuisgevoel

recensie: FotoFestival Naarden
Wesley Verhoeve- thuisWesley Verhoeve

Het was even wachten op deze achttiende editie van het tweejaarlijkse FotoFestival Naarden. De organisatie nam vier jaar lang bewust een pauze om te reflecteren op de rol en impact van fotografie in een tijd waarin we dagelijks overspoeld worden door beelden van polarisatie en onzekerheid. Het thema ‘Thuis’ nodigt uit om nieuwe, uiteenlopende perspectieven te verkennen. Is thuis een fysieke plek, een geur, een herinnering, een gevoel van veiligheid of juist iets dat je mist?

In 2025 is de historische vestingstad Naarden opnieuw een trekpleister voor fotografieliefhebbers, tijdens de achttiende editie van het FotoFestival Naarden. Op twaalf locaties staat een aansprekend en universeel thema centraal, dat het publiek – overmatig blootgesteld aan visuele prikkels – uitnodigt tot verdieping en reflectie. Het resultaat is een veelzijdige verzameling van persoonlijke en soms indringende beelden, gemaakt door zowel gevestigde fotografen als jonge talenten, allen woonachtig in Nederland.

Wat is ’thuis’?

Thuis is niet altijd de plek waar je woont – soms is het een ruimte waar je je gedachten en ideeën op een rijtje kunt zetten en tot rust kunt komen. Dat gevoel weet de gelauwerde fotograaf Wouter le Duc prachtig te vangen in een serie serene portretten in zacht daglicht, gemaakt in Secret Mountain. Deze kunstenaarsresidentie is gevestigd in een voormalig klooster in Noord-Frankrijk en wordt al bijna tien jaar door Le Duc met regelmaat bezocht. Voor zijn analoge lens verschenen schrijvers, filosofen, kunstenaars en dansers. Ze kijken geconcentreerd de camera in, maar hun blik verraadt dat ze in gedachten verzonken zijn. Denken ze aan thuis of zijn ze juist bezig met hun creatieve proces?

Lex Chen_Things here change(1)

Things Here Change © Lex Chen

Voor Lex Chen is de fysieke ruimte juist een thuis. Tijdens zijn studie woonde hij drie jaar in de arbeiderswijk Oost-Boswinkel in Enschede. Hier documenteerde hij een voor hem vertrouwde omgeving, voordat de wijk werd afgebroken. Achter zijn tientallen ogenschijnlijk gewone kiekjes van rommelige slaapkamers, woonkamers met verhuisdozen en monotone gevels van portiekflats gaan heel wat herinneringen schuil die niet altijd evident zijn voor de beschouwer. De titel van dit beeldarchief, Things Here Change, kondigt de gevolgen van de grote sloop aan.

Jonathan Tang keert met de serie Many Members, One Body terug naar de kerk van zijn jeugd, de Chinees-Nederlandse evangelische gemeenschap. Het is een plek waar de Amsterdamse fotograaf zich gaandeweg steeds minder thuis is gaan voelen. Aan de hand van beelden, objecten en verhalen deelt Tang zijn persoonlijke herinneringen. Op een kerkstoel ligt een opengeslagen bijbel waarin verzen zijn gemarkeerd die leden motiveerden om actief deel uit te maken van de kerkgemeenschap die de fotograaf als kind juist als beperkend ervoer. Kijkers krijgen geen klassieke documentairefotografie voorgeschoteld, maar een levend proces met ruimte voor dialoog en reflectie.

Vincent Zanni_Saved memories

Saved Memories © Vincent Zanni

Saved Memories van Vincent Zanni nodigt de kijker uit na te denken over hoe herinneringen kunnen overleven. De serie borduurt voort op zijn eerdere installatie La Maison, waarin cyanotypieën van zijn familiehuis werden ondergedompeld in met water gevulde bakken, om te vervagen en uiteindelijk te verdwijnen. In Naarden toont de Zwitserse fotograaf een reeks fragmenten die uit het water zijn gehaald en te drogen zijn gelegd. Elke vervormde en fragiele familiefoto vormt een herinnering aan wat achterblijft wanneer een plek, en de verhalen die eraan verbonden zijn, niet langer bestaat.

Hoogtepunt vormt de zolder van het Huis van de Stad Naarden waar portretfotograaf Ringel Goslinga met de expositie en het boek Aluk to dolo (‘De weg van de voorouders’) het koloniale verleden van zijn opa en vader in voormalig Nederlands-Indië verkent. Zijn opa werkte als zendingsarts bij het lokale Toraja-volk op het eiland Sulawesi. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het gezin Goslinga een traumatische tijd mee in een Japans interneringskamp. Met fotografie, archiefonderzoek en zelfgemaakt vlechtwerk in de traditie van de Toraja’s brengt de fotograaf beeld en verhaal samen en ontvlecht hij wat generaties lang binnen de familie verzwegen bleef.

Of het nu gaat om een fysieke plek, een gevoel van hoop en geborgenheid, of juist de afwezigheid daarvan: ‘Thuis’ blijkt voor iedereen iets anders te betekenen. De kracht van deze achttiende editie zit dan ook in de verscheidenheid aan beelden en verhalen die niet alleen de persoonlijke zoektocht van de fotografen weerspiegelen, maar ook ruimte laten voor toeschouwers om associaties toe te laten.

Kunst / Expo binnenland

Op zoek naar het thuisgevoel

recensie: FotoFestival Naarden
Wesley Verhoeve- thuisWesley Verhoeve

Het was even wachten op deze achttiende editie van het tweejaarlijkse FotoFestival Naarden. De organisatie nam vier jaar lang bewust een pauze om te reflecteren op de rol en impact van fotografie in een tijd waarin we dagelijks overspoeld worden door beelden van polarisatie en onzekerheid. Het thema ‘Thuis’ nodigt uit om nieuwe, uiteenlopende perspectieven te verkennen. Is thuis een fysieke plek, een geur, een herinnering, een gevoel van veiligheid of juist iets dat je mist?

In 2025 is de historische vestingstad Naarden opnieuw een trekpleister voor fotografieliefhebbers, tijdens de achttiende editie van het FotoFestival Naarden. Op twaalf locaties staat een aansprekend en universeel thema centraal, dat het publiek – overmatig blootgesteld aan visuele prikkels – uitnodigt tot verdieping en reflectie. Het resultaat is een veelzijdige verzameling van persoonlijke en soms indringende beelden, gemaakt door zowel gevestigde fotografen als jonge talenten, allen woonachtig in Nederland.

Wat is ’thuis’?

Thuis is niet altijd de plek waar je woont – soms is het een ruimte waar je je gedachten en ideeën op een rijtje kunt zetten en tot rust kunt komen. Dat gevoel weet de gelauwerde fotograaf Wouter le Duc prachtig te vangen in een serie serene portretten in zacht daglicht, gemaakt in Secret Mountain. Deze kunstenaarsresidentie is gevestigd in een voormalig klooster in Noord-Frankrijk en wordt al bijna tien jaar door Le Duc met regelmaat bezocht. Voor zijn analoge lens verschenen schrijvers, filosofen, kunstenaars en dansers. Ze kijken geconcentreerd de camera in, maar hun blik verraadt dat ze in gedachten verzonken zijn. Denken ze aan thuis of zijn ze juist bezig met hun creatieve proces?

Lex Chen_Things here change(1)

Things Here Change © Lex Chen

Voor Lex Chen is de fysieke ruimte juist een thuis. Tijdens zijn studie woonde hij drie jaar in de arbeiderswijk Oost-Boswinkel in Enschede. Hier documenteerde hij een voor hem vertrouwde omgeving, voordat de wijk werd afgebroken. Achter zijn tientallen ogenschijnlijk gewone kiekjes van rommelige slaapkamers, woonkamers met verhuisdozen en monotone gevels van portiekflats gaan heel wat herinneringen schuil die niet altijd evident zijn voor de beschouwer. De titel van dit beeldarchief, Things Here Change, kondigt de gevolgen van de grote sloop aan.

Jonathan Tang keert met de serie Many Members, One Body terug naar de kerk van zijn jeugd, de Chinees-Nederlandse evangelische gemeenschap. Het is een plek waar de Amsterdamse fotograaf zich gaandeweg steeds minder thuis is gaan voelen. Aan de hand van beelden, objecten en verhalen deelt Tang zijn persoonlijke herinneringen. Op een kerkstoel ligt een opengeslagen bijbel waarin verzen zijn gemarkeerd die leden motiveerden om actief deel uit te maken van de kerkgemeenschap die de fotograaf als kind juist als beperkend ervoer. Kijkers krijgen geen klassieke documentairefotografie voorgeschoteld, maar een levend proces met ruimte voor dialoog en reflectie.

Vincent Zanni_Saved memories

Saved Memories © Vincent Zanni

Saved Memories van Vincent Zanni nodigt de kijker uit na te denken over hoe herinneringen kunnen overleven. De serie borduurt voort op zijn eerdere installatie La Maison, waarin cyanotypieën van zijn familiehuis werden ondergedompeld in met water gevulde bakken, om te vervagen en uiteindelijk te verdwijnen. In Naarden toont de Zwitserse fotograaf een reeks fragmenten die uit het water zijn gehaald en te drogen zijn gelegd. Elke vervormde en fragiele familiefoto vormt een herinnering aan wat achterblijft wanneer een plek, en de verhalen die eraan verbonden zijn, niet langer bestaat.

Hoogtepunt vormt de zolder van het Huis van de Stad Naarden waar portretfotograaf Ringel Goslinga met de expositie en het boek Aluk to dolo (‘De weg van de voorouders’) het koloniale verleden van zijn opa en vader in voormalig Nederlands-Indië verkent. Zijn opa werkte als zendingsarts bij het lokale Toraja-volk op het eiland Sulawesi. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het gezin Goslinga een traumatische tijd mee in een Japans interneringskamp. Met fotografie, archiefonderzoek en zelfgemaakt vlechtwerk in de traditie van de Toraja’s brengt de fotograaf beeld en verhaal samen en ontvlecht hij wat generaties lang binnen de familie verzwegen bleef.

Of het nu gaat om een fysieke plek, een gevoel van hoop en geborgenheid, of juist de afwezigheid daarvan: ‘Thuis’ blijkt voor iedereen iets anders te betekenen. De kracht van deze achttiende editie zit dan ook in de verscheidenheid aan beelden en verhalen die niet alleen de persoonlijke zoektocht van de fotografen weerspiegelen, maar ook ruimte laten voor toeschouwers om associaties toe te laten.

Kunst / Expo binnenland

De kunst mag spreken

recensie: ARTZUID 2025 – Amsterdam Sculptuur Biënnale
APEX (2025) - Ricardo van EykJW Kaldenbach Photography

In Amsterdam-Zuid heb je grofweg lanen en pleinen. Op de een of andere manier structureren ze inhoudelijk de negende editie van de tweejaarlijkse tentoonstelling ARTZUID. Het is elke keer weer de moeite waard om de hedendaagse kunst in gesprek te zien gaan met de al (be)staande beelden in het Plan Zuid van Berlage.

De overkoepelende titel is dit jaar Enlightenment (Verlichting). Of, zoals in een flyer staat te lezen: ‘De titel (…) verwijst naar (…) de 18de eeuw (…). Een eeuw van de rede (…). Tegelijkertijd was er de keerzijde van het kolonialisme (…). Deze paradox (…) is nu net zo actueel als toen en hoort bij het discours’ in de 750-jarige stad.

The Ones XI (2024) - Micky Hoogendijk

The Ones XI (2024) – Micky Hoogendijk, © JW Kaldenbach Photography

Als je als bezoeker bij Station Zuid de uitgang richting Oud-Zuid neemt, stuit je onder het viaduct met de tram- en bushaltes op het Prinses Amaliaplein. Hier staat als eerste van de in totaal zeventig beelden het adembenemende Bloemen Ikonen (lichttekens) van Adelheid en Huub Kortekaas. Het stelt een lichaam voor waarvan het hoofd als het ware is omkranst door bloemen. Intuïtief voel je aan dat het concept hiervan verdergaat dan de hersens, de ratio; de bloemen reiken tot rondom de hartstreek. Is het een statement dat curator Ralph Keuning voor deze ARTZUID maakte? Nee – want hij gaat uit van een ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’ en niet van een eenheid zoals Adelheid en Huub Kortekaas. Maar een mooie binnenkomer is het.

Invulling van het begrip ‘verlichting’

Wanneer je vervolgens de eerste laan vanaf deze kant, de Minervalaan, inloopt, stuit je op een rationeel opgebouwd werk als Palletstapel van Wouter van der Giessen. Met rode, gele, blauwe en groene banen. Nét geen Mondriaan met diens primaire kleuren rood, geel en blauw. Je ziet echter ook een andere invulling van het begrip ‘verlichting’ door Keuning: Water van Ronald Westerhuis, bekend van het Nationaal Monument MH17. Water kan immers – wanneer het straks warm weer is – verlichting bieden.

Na het informatiepunt wordt het echter anders. Aan de Apollolaan lijken als het ware pleintjes of eilandjes te zijn gemaakt. Op het ene pleintje stuit je op kunst die op de een of andere manier te maken heeft met wat Keuning de keerzijde van de Verlichting noemt: het kolonialisme. Je stuit bijvoorbeeld op The Monument Group van Atelier van Lieshout. Het is op deze plaats neergezet een commentaar op monumenten die politieke en militaire overwinningen verheerlijken en – verbeeld door de gebogen man op de voorgrond – de nare gevolgen ervan. En dat in de nabijheid van wat vroeger het Van Heutsz-monument heette en nu het Monument Indië-Nederland. Én in de nabijheid van Long Tall Peace Sister van de Japanse kunstenaar Yoshitomo Nara.

Luisteren en in gesprek gaan

Een ander eilandje bevat kunstwerken die het thema ‘luisteren’ oproepen. Neem bijvoorbeeld APEX van Ricardo van Eyk, met zijn schotels die geluiden opvangen. Een werk als dit past goed binnen het thema en draagt bij aan waar het Keuning ook om gaat: het gesprek over kunst, de 750-jarige stad en de samenleving. Daartoe is een publieksprogramma samengesteld.

Migrant (2015) - Tony Cragg

Migrant (2015) – Tony Cragg, © JW Kaldenbach Photography

In die zin interpreteer ik The Ones XI van Micky Hoogendijk: twee gestileerde figuren zonder meer. Leeg dus, zonder verdere opvulling – niet op de manier van het beeld De verwoeste stad van Zadkine in Rotterdam, maar als de verbeelding van het begrip ‘het lege midden’ van de theoloog Karl Barth. Een midden dat namelijk uitnodigt om door middel van gesprekken te worden gevuld.
Al was het alleen maar een gesprek over Bloemen Ikonen of die ene zonnestraal die valt op de bronzen Migrant van Tony Cragg. Hoe breed je het thema en de gebaren van deze ARTZUID ook opvat en laat zijn, dáár gaat het uiteindelijk om. De kunst mag spreken. Tot je gevoel en je ratio. Soms adembenemend mooi en hoopvol, maar soms ook niet.

Kunst / Expo binnenland

Dappere bevragingen

recensie: Good Mom/Bad Mom – Centraal Museum Utrecht
Zaaloverzicht tentoonstellingIngrid Looijmans (communicatie en pr van deze tentoonstelling)

In het Centraal Museum is momenteel de tentoonstelling Good Mom/Bad Mom – De moedermythe ontrafeld te zien. De tentoonstelling is een van de eerste en omvangrijkste exposities over moederschap in de kunst in Nederland tot nu toe. Good Mom/Bad Mom neemt de bezoeker mee langs verschillende representaties van het moederschap door de eeuwen heen. Van schilderkunst, films tot installaties.

Moederschap is een onderwerp waar ieders leven mee verbonden is. Toch toont deze breed opgezette tentoonstelling – gecureerd door Heske ten Cate, directeur van Nest, en Laurie Cluitmans, conservator hedendaagse kunst van het Centraal Museum – ons dat de representatie van het moederschap en het zorg dragen niet zonder stigma in beeld komt. Als deze al in beeld komt.

Hardnekkige stigma’s

Zaaloverzicht tentoonstelling

Foto: Natacha Libbert

Maria, in onze cultuur misschien wel dé representatie van de oermoeder, steekt van wal. De tentoonstelling laat zien dat ze in vroegere tijden, vaak door mannelijke kunstenaars, als zachte, passief zorgende vrouw werd uitgebeeld. Een idealistisch beeld waarin het zorg dragen als ‘makkelijk’ en instinctief wordt gerepresenteerd. Dit archetype van Maria en het beeld van de zichzelf wegcijferende moeder als goede moeder blijken hardnekkig. Veel vrouwelijke kunstenaars met kinderen hebben geleden onder dergelijke vooroordelen. Vele van hen beëindigden dan ook hun carrière als er kinderen kwamen.

De kunstenaar Charley Toorop was een uitzondering vertelt de tentoonstelling ons. Hoewel ze te maken kreeg met felle kritiek, koos ze actief voor het kunstenaarschap. Met haar schilderij Zelfportret met drie kinderen (1922) zette ze haar kinderen en zichzelf neer als sterke personen. De kinderen staan besluitvaardig, haast trots, om hun schilderende moeder heen.

Een stigma waar vooral kunstenaars die moeder zijn geworden nog altijd mee te maken krijgen, is dat thema’s als het krijgen en hebben van kinderen als truttig of niet artistiek worden gezien. Kinderen krijgen was eigenlijk not done als vrouwelijke kunstenaar. Het werk van Femmy Otten (Zonder naam, 2016) laat echter een diepgeworteld gevoel van levenscreatie zien. De doorzichtige baby zweeft kwetsbaar boven de handen van de persoon. Kwetsbaar, maar met een zekere kracht door zijn bestaan te midden van de angstaanjagendheid van het proces ‘leven’.

Perspectief verschuivingen

Een sterke kant van de tentoonstelling is dat deze ons laat kennismaken met perspectieven die normaliter weinig ruimte krijgen. Ingrijpende momenten uit de geschiedenis komen naar voren, zoals in het heftige en sterke vierluik van de Zuid-Afrikaanse Buhlebezwe Siwani over vrouwen die als slaafgemaakten kinderen moesten baren ten behoeve van de slavernij. De vier filmfragmenten, met titels in de Zuid-Afrikaanse taal isiZulu – Elinye ibele, Ulishiyele bani ibele futhi, Ibele lesithathu en Iusizi ibele (2025) – verwijzen elk op een andere manier naar een gangbaar gezegde in Zuid-Afrika. Iedere titel is een variatie op ‘voor wie heb je de borst verlaten?’ als verwijzing naar ‘wie is je jongere broer of zus?’. De rechter twee schermen tonen moeders van wie de kinderen afgenomen zijn. De titels maken dit werk op deze manier extra schrijnend. De linker twee schermen tonen moeders die wel de kans hebben om hun kinderen bij zich te hebben, wat het gemis vergroot. Het vierluik is een aangrijpend werk dat de kijker laat reflecteren op de verschrikkingen die deze zwarte moeders moesten doorstaan in de koloniale tijd.

Aan het eind van de tentoonstelling staat een verrassende installatie. Emma Talbots Mama Earth (2025), bestaande uit een doekeninstallatie en animaties, laat ons nadenken over de rol van onze eigen moeder. Hoe praten en denken we over haar? De jonge moeder wordt vaak al weggezet als minderwaardig, maar over de plek van de oude ‘voltooide’ moeder horen we eigenlijk niets meer. Het is een belangrijk statement en een passende afsluiting van de tentoonstelling. Wat is de moeder, de vrouw, de zorgdrager wanneer de kinderen volwassen zijn? Kan zij zichzelf nog vinden wanneer de maatschappij haar niet (meer) ziet?

Catalogus

Bij de tentoonstelling is een catalogus gemaakt in samenwerking met Nest. Mothering Myths. An ABC of Art, Birth and Care is samengesteld door Heske ten Cate en Laurie Cluitmans en vormgegeven door Bart de Baets. De catalogus is een sterke aanvulling en een werk op zichzelf. De publicatie is met opzet gefragmenteerd, zodat deze aansluit bij de sporadische momenten van tijd over hebben binnen het moederschap. Ook juist voor niet-moeders levert deze catalogus de nodige realisatiemomenten op door de bijzondere bijdragen van uiteenlopende auteurs. Door de toevoeging van vele stemmen in het boek sluit de catalogus feilloos aan op de meerstemmigheid van de tentoonstelling.

Cluitmans en Ten Cate hebben een tentoonstelling gecreëerd vanuit meerstemmigheid. Dat maakt de representatie genuanceerd en diepgaand. Ze tonen met de omvangrijke tentoonstelling aan dat het onderwerp moederschap nog steeds controversieel is binnen de kunstwereld. Er valt nog veel over moederschap in de kunst te zeggen, te bespreken en te denken. En bovenal: te erkennen.

Kunst / Expo binnenland

Nieuwe klanken voor een nieuwe toekomst

recensie: Femke Herregraven - DIALECT

Onder de oude watertoren in Delft bevindt zich een spiraalvormig ondergronds bassin. Dit is de plek waar het werk van Femke Herregraven tot leven komt. Bijna letterlijk, want de technologie die het werk omarmt ‘praat’ met de natuur van het stukje Delft.

Femke Herregraven is grafisch vormgever en onderzoeker. Haar werk richt zich onder andere op het uitpluizen van de financiële wereld en de huidige klimaatverandering. Haar werk in expositieruimte RADIUS richt zich op het ontwikkelen van een ‘taal’ op een verbeeldingsvolle manier. Herregraven ontdekt dat in een wereld die draait om geld, ook onze taal onderhevig is aan de grillen van onze economische uitwisseling. Herregraven wil samen met de directe natuur zowel binnen als buiten het gebouw waar de expositie in huist, een ruimte ontwikkelen waar een nieuwe taal kan ontstaan. De titel verwijst dus ook letterlijk naar een ‘dialect’ van onze taal. In tegenstelling tot een taal die het economisch systeem in stand houdt, wil dit werk een mogelijkheid bieden om aan deze gang van zaken te ontsnappen.

De geluiden

Femke Herregraven, Dialect (2024), foto Gunnar Meier, © RADIUS CCA

Bij binnenkomst ziet de bezoeker een grote zilveren bal. Een stukje verderop doemen kreunende bloemen op. Het lijkt wel alsof je door een duistere gulden snede loopt. Videofragmenten van wormachtige onderwaterwezens komen voorbij. De geluiden van kolkend en stromend water vullen de verschillende ruimtes. Het gebeuren mondt uit in een ruimte waar een soort apparaat staat; een druk tikkend toestel met een groene, lichtgevende bol. Af en toe klinkt er een piep. De ruimte lijkt de bezoeker haast weg te jagen met de doortastende, unheimische geluiden. Alles maakt de indruk ziek en angstig te zijn en het voelt onwennig om er dooreen te lopen. De ruimte en de werken roepen vragen op: wat is er gebeurd in deze ruimte? Wie of wat zijn de wezens die de bezoeker tegenkomt? Waar is het water gebleven dat te zien is op de fragmenten?

De tekst

Zonder achtergrondinformatie heb je als gemiddelde bezoeker geen idee waar je naar kijkt. Het advies luidt om pas ná het bezoek te lezen waar het werk over gaat. Hierdoor voelt de ervaring in de expositieruimte dieper en vreemder. De taal die wij normaliter gebruiken is geslaagd losgekoppeld van het werk. In de plaats huist een taal die op het moment zelf ontwikkeld wordt. Met behulp van sensors binnen en buiten het gebouw maakt de installatie nieuwe geluiden en ritmes. De omgeving spreekt en pas achteraf wordt duidelijk dat de vreemde wezens die de bezoeker zag eigenlijk de natuur voorstellen in een postkapitalistische wereld. Ondanks die ontdekking worden niet alle vragen kant en klaar beantwoord. Dit maakt het werk spannend en realistisch.

Na afloop is de informatie overweldigend en op het eerste gezicht erg associatief met veel losse haakjes. Het geschreven werk nodigt uit om zelf verder te reflecteren. Net als de sensors in het werk die de buitenwereld opvangen en ‘vertalen’ naar nieuwe klanken, is dit werk een uitnodiging om via de verbeelding te spelen met taal.

Kunst / Expo binnenland

Een vrouw als spil

recensie: Marianne von Werefkin – Pionier van het expressionisme
0-0-1_FMWPim Burgers (De Fundatie)

Het draait op de expositie allemaal rond het werk van Marianne von Werefkin (1860-1938). Om te beginnen is er aandacht voor De roze salon, verwijzend naar de kleur van het behang. Een zaaltje vol portretten die ván haar als persoon zijn geschilderd, als spil van deze salon. Op de eerste overzichtstentoonstelling in Nederland, in Museum de Fundatie te Zwolle.

Marianne von Werefkin had deze roze salon in München samen met haar partner Alexej von Jawlensky, ook kunstschilder. Ze woonden er sinds 1896, nadat ze elkaar is Sint-Petersburg hadden ontmoet. Hier verbleef Von Werefkin gedurende de winter, terwijl ze zomers in Litouwen op een datsja, een buitenverblijf, woonde. In dat zaaltje botste het realisme van haar privéleermeester Ilja Repin (1888) met het nieuwe expressionisme in wording van Von Werefkin en Von Jawlensky, die op dat moment nog in München een kunstopleiding volgde. Ze trouwden niet, want dan zou Von Werefkin het pensioen van haar overleden vader verspelen.

Het realisme liep toen dood. Het heet dat Von Werefkin in 1906-1907, na een tien jaar durende zoektocht in onder meer Parijs (1903-1905), het expressionisme zou hebben uitgevonden, maar er was natuurlijk een weg daarnaartoe. En helemaal expressionistisch of abstract werd het bij haar nooit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een pagina uit een schetsboek (1911) uit de collectie van Dick Hannema, de grondlegger van Museum de Fundatie. Mooi hoe enkele schetsboeken in diverse vitrines openliggen en niet – zoals op de recente tentoonstelling met werk van Kandinsky in H’ART Museum in Amsterdam – op een scherm met bladerfunctie vielen te zien; dat spreekt toch minder tot de verbeelding.

Invloeden en context

Die weg naar het expressionisme toe was een kronkelweg, die voor Von Werefkin langs verschillende invloeden leidde. Een scheutje naïeve kunst, zoals in De familie (1910). Een vlakverdeling à la het kubisme op Thuiskomen (1909). De invloed van Edvard Munch ook, op De landweg (1907), tot de grote ogen van een Picasso op Salomé (ca. 1930) aan toe.
Je kan ze zelf ontdekken, want de bordjes bij de kunstwerken wijzen je er niet op en dat is goed. Zelf kijken, daar gaat het om.
Wel wordt er soms aan inlegkunde gedaan, zoals bij Tragische stemming (1910) waar we lezen dat dit werk mogelijk verwijst ‘naar de stormachtige relatie tussen Werefkin en Jawlensky’. We weten dat dit, mede door zijn relatie met hun dienstmeisje en de geboorte van een zoon bij haar het geval was, maar: hoezo zie je zoiets in kunstwerken terug?

Mooi is dat er een context wordt geboden, zoals in een zaaltje met werk van Jawlensky dat in 1908-1909 tijdens bezoeken aan Murnau (Beieren) ontstond. Mogelijk onder invloed van zijn partner? Iets later sloten beide kunstenaars zich aan bij Der Blaue Reiter, die zich had vernoemd naar een bekend schilderij van Kandinsky. Hij was samen met Franz Marc de voorman van de beweging. En – mogen we inmiddels aanvullen – Von Werefkin was de voorvrouw, al wordt ze als zodanig nooit genoemd. Wat ook een beetje haar eigen schuld is, want ze hield zich altijd bescheiden op de achtergrond. Het paste, vond ze, vrouwen niet anders te doen.
Het uiten van gevoelens, expressies, speelden bij de kunstenaars van Der Blaue Reiter een grote, zo niet de grootste rol. Natuurlijk: paarden kunnen bij Der Blaue Reiter blauw zijn, maar een boom kan in de werkelijkheid toch ook écht rood zijn (De rode boom, 1910) …

0-0-18_FMW

De rode boom, Collezione Comune di Ascona, Museo Comunale d’Arte Moderna

Zwitserland en synthese

Buitengewoon intrigerend is het werk dat ze in Zwitserland (met name Ascona) maakte. Hier kwam ze terecht toen ze de Eerste Wereldoorlog ontvluchtte. Uiteindelijk was ze er alleen, want Jawlensky koos in 1921 voor het dienstmeisje en hun zoon. En zonder pensioen van haar vader, omdat ze dat als gevolg van de oorlog kwijt was geraakt. Maar ze kon het niet laten en richtte weer een kunstenaarsvereniging op: Der Grosse Bär. Haar nalatenschap kwam terecht in het Museo Comunale d’Arte Moderna in Ascona. Uit die collectie kon de Fundatie voor deze tentoonstelling rijkelijk lenen. Als aanvulling op dat ene schetsboek dat het museum zelf in bezit heeft.

De kunstwerken die in Zwitserland ontstonden, vormden een synthese van wat de schilderes eerder aan invloeden opdeed en verwerkte. Het is de natuur die hierbij een belangrijke rol speelt en die gevoelens uitdrukt. Geëngageerd was ze ook. Zie haar arbeiders of op het land werkende vrouwen, die nooit ver weg zijn. Evenmin als het geloof. En de ideeën van Kandinsky, die in 1911 een boek schreef dat ook grote invloed op onder meer Von Werefkin had: Uber das Geistige in der Kunst. Omgekeerd was zij ook belangrijk voor de ontwikkeling van Kandinsky. En Jawlensky. Dat mag, en moet worden gezegd.

Het is goed dat haar werk in deze overzichtstentoonstelling binnen de context van haar tijd eens uitgebreid wordt getoond en belicht.

Kunst / Expo binnenland

Niet alle wegen leiden naar Rome

recensie: Zoeken naar zingeving - Kröller-Müller Museum
Small-KM 107.018 Pierre Puvis de Chavannes, La Madeleine au désert (Méditation), 1869Marjon Gemmeke

Op de middelbare school was een van de klassieke leerboeken Spoorzoeken in de bonte wereld van geloven en denken. Het boek beschrijft de hoofdstromingen in de religie in de meest ruime zin van het woord en gaat dieper in op de grote religies.

De associatie komt op wanneer je door de tentoonstelling Zoeken naar zingeving in het Kröller-Müller Museum loopt. Niet alleen vanwege de vergelijkbare titels van het boek en de expositie, maar ook omdat beide qua inhoud overeenkomsten vertonen. Al zijn er natuurlijk ook verschillen.

In het boek zijn aan het begin – zoals het wordt genoemd – ‘heerbanen’ uitgelicht: hindoeïsme, boeddhisme, andere Chinese godsdiensten (waaronder confucianisme, taoïsme), jodendom, islam en christendom. Daarna komen ‘primaire wegen’ zoals rooms-katholicisme, protestantisme en lutheranisme en even verderop ‘tertiaire wegen’ zoals spiritisme en theosofie.
In de tentoonstelling komen ze ook allemaal aan de orde, maar dan gerelateerd aan de zoektocht van Helene Kröller-Müller (1869-1939) naar zingeving als de drijvende kracht achter haar verzameling kunstwerken. ‘Haar eindbestemming is’ – volgens het persbericht:

‘een museum als ‘een centrum voor geestelijk leven’, geplaatst in de rust van de natuur.’

Kunstenaars apart

Er is voor gekozen om de diverse kunstwerken uit de verzameling van Helene Kröller-Müller per kunstenaar te tonen, aangevuld met latere aankopen in haar geest, met werk van James Lee Byars, Nam June Paik en Shirazeh Houshiary. In die opzet wringt de schoen. Er worden op deze manier namelijk twee sporen gevolgd: aan de ene kant Helene Kröller-Müllers zoektocht naar andere vormen van spiritualiteit en zingeving dan ze tijdens haar lutherse opvoeding in Duitsland had meegekregen, en de ontwikkeling van de kunst vanaf voornamelijk het realisme vanaf 1860 tot het eindpunt daarvan met Moeder en kind van Bart van der Leck aan de andere kant.
Eigenlijk is er ook nog een derde spoor: de vraag om te proberen je te verplaatsen in de beweegredenen van Kröller-Müllers aankopen en in de werken die je ziet. Tweezitbankjes in kleine houten ruimtes nodigen hiertoe uit. Een uitgangspunt dat is ingegeven door een zinsnede uit 1909 van Helene Kröller-Müller aan het begin van de tentoonstelling:

‘Als je je eens zult kunnen verplaatsen in het gemoed van iemand, die zóó citroenen heeft kunnen zien en ons vertolken…’

Dit slaat op Mand met citroenen en fles van Vincent van Gogh, geplaatst naast een Christuskop uit de dertiende eeuw die Kröller-Müller als spinoziste Spinoza-Jezus noemde.

Small-Zaaloverzicht Zoeken naar zingeving- Overview Searching for Meaning, photo_ Marjon Gemmeke

© Marjon Gemmeke

Heerbanen en aftakkingen daarvan

Dat verplaatsen gaat misschien makkelijker als een soortgelijke volgorde zoals in Spoorzoeken, het boek, was aangehouden. Dan krijg je de ‘heerbanen’ hindoeïsme (Theo van Doesburgs Danseressen), boeddhisme (Odilon Redons Le Sacré Coeur (Le Boudha), Zen for Film van Nam June Paik en James Lee Byars’ The Path of Luck, de Chinese traditie (zogenaamde filosofenstenen), jodendom (Ossip Zadkines beeld Rebecca), islam (werk van Houshiary met een maansikkel) en christendom dat wordt onderverdeeld in de ‘primaire weg’ met rooms-katholicisme (Anrea Mantegna) en protestantisme (Saenredam).
Op de ‘tertiaire weg’ zouden we tenslotte werk tegenkomen van de theosoof Mondriaan (Compositie 10 in zwart wit, dat in het aankoopboek Kerststemming wordt genoemd).
Natuurlijk vallen niet alle kunstenaars in dergelijke hokjes te stoppen. Soms vallen ze in meerdere onder te brengen, zoals Jan Toorop of in een overkoepelende mystiek, zoals de Vlaming George Minne.

Zelf spoorzoeken

Of de zeven vraaggesprekken die de filosoof en schrijver Desanne van Brederode voerde en als audiotour vallen te beluisteren daarbij nu behulpzaam kunnen zijn, is nog maar de vraag. Ze kunnen (rationeel) namelijk ook in de weg zitten. Want om La Madeleine au désert (Méditation) van Pierre Puvis de Chavannes nu een collage te noemen, gaat wat ver. De mooiste zin is misschien dat je het mysterie het mysterie moet laten. Zelf spoorzoeken, kijken, ervaren en interpreteren.

Kunst / Expo binnenland

Waar doe ik jou aan denken?

recensie: Ron Mueck – Museum Voorlinden

Ze lijken hyperrealistisch, de sculpturen van Ron Mueck. In Voorlinden verbaas je je keer op keer over de verbluffende fysieke details in (veel van) zijn werken. Maar met hun vreemde formaten en hun intrigerende, introverte expressies hebben ze ook iets raadselachtigs of zelfs verontrustends. Bijna onvermijdelijk raak je met ze ‘in gesprek’, wil je hun mogelijke verhalen ontdekken.

Het zou best je buurmeisje van een eindje verderop kunnen zijn. Nooit erg uitbundig geweest, maar nu helemaal verlegen met zichzelf. Daar staat ze bij binnenkomst in Zaal 1, de slungelige puber, met die lange benen en armen die zo onontkoombaar uit haar blauwe turnpakje steken. Ze zet zich schrap tegen de muur, tegen de vloer, en haar ogen draait ze zover mogelijk weg van de bezoeker. ‘Kijk alsjeblieft niet naar mij… ‘ Maar dat is onmogelijk. Haar hele lichaamshouding en gezichtsuitdrukking werken als een magneet. Zo prachtig heeft de Australische beeldhouwer Ron Mueck (1958), die al lange tijd woont en werkt op het Engelse Isle of Wight, dit ongemakkelijke meisje vereeuwigd. Wat herken je veel in haar, denk je. En hoe vreemd, onkenbaar blijft ze tegelijk.

Ron Mueck, Ghost (1998) – mixed media – © Tate | foto: Ria van Dijk

Grootste retrospectief

Museum Voorlinden heeft met de expositie van Mueck een tophit in huis. Begonnen als poppenmaker en -speler – hij werkte mee aan series als Sesame Street en The Muppet Show! –  gooit de kunstenaar al jaren zeer hoge ogen met zijn beelden van moderne materialen als glasvezel, silicoon en hars. Uit zijn kwantitatief bescheiden oeuvre van (momenteel) 48 werken zijn er nu maar liefst 15 tentoongesteld in en bij Voorlinden. Het museum, dat zelf sinds de opening in 2016 al enkele sculpturen van de spraakmakende kunstenaar in de collectie heeft, is terecht trots op dit ‘grootste retrospectief ooit’.

Het eerste dat opvalt aan zijn werken is het bijzondere formaat. De figuren zijn ofwel sterk uitvergroot, of juist wat kleiner dan je zou verwachten. Neem bijvoorbeeld In bed (2005): een reusachtige vrouw van ruim zeven meter lang staart peinzend voor zich uit, het dekbed tot over haar borst opgetrokken, de knieën omhoog, haar rechterhand half over haar mond. Of Man in a Boat (2002): een net iets te kleine naakte man lijkt gevangen op zijn eenzame, onzekere reis, in een roeiboot zonder riemen.

Interactie

Al even kenmerkend is Muecks enorme aandacht voor fysieke details. Huidskleur, rimpels en plooien, lichaamsbeharing… De illusie dat je te maken hebt met echte figuren, van vlees en bloed, is zo krachtig dat je je als bezoeker bijna geneert voor je voyeuristische observatie. In zijn laatste beelden lijkt de kunstenaar hier weliswaar wat vanaf te stappen, maar het is en blijft typerend voor zijn werk.

Wat echter het meest biologeert is, zoals gezegd, het magische appel dat de sculpturen op je fantasie en inlevingsvermogen doen. De uitdrukkingen en poses van de figuren zijn zo meesterlijk getroffen, dat je een onstuitbare behoefte voelt om je in ze te verdiepen, mee te gaan in hun persoonlijke ervaring, hun ogenschijnlijk universele verhaal. ‘Waar doe ik jou aan denken?’, lijken ze stuk voor stuk te vragen. Van het meisje in het turnpakje tot het oudere stel onder de parasol, de hele expositie lang voel je hoe ‘interactief’ de kunst van Ron Mueck eigenlijk is. Dit is kunst met een metershoge K.

Ontwikkeling stijl en werkwijze

Het retrospectief bestrijkt een periode van ruim een kwart eeuw, met werken uit alle perioden. De laatste jaren lijkt Mueck een iets andere weg te zijn ingeslagen. Een beeldengroep als En Garde (2023) is niet meer supergedetailleerd, maar valt meer in het oog door zijn schitterende vormgeving en compositie. De enorme zwarte honden zijn alle drie op hun eigen manier een toonbeeld van alertheid en waakzaamheid, met koppen en houdingen die meteen een sterk gevoel van herkenning, en behoedzaamheid, oproepen.

Ron Mueck, En Garde (2023) – mixed media – The artist, courtesy of Thaddaeus Ropac, London · Paris · Salzburg · Seoul | foto: Antoine van Kaam

Een waardevolle aanvulling op de sculpturen vind je nog in het auditorium. Daar worden twee documentairefilms vertoond van de Franse fotograaf en regisseur Gautier Deblonde. Deblonde had toestemming om Mueck jarenlang met de camera te volgen tijdens zijn beeldhouwwerk. De films brengen alle fasen van het proces in beeld, van schets tot klein model tot definitief ontwerp, en laten zien hoe enorm veel monnikenwerk de vervaardiging van een sculptuur met zich meebrengt. Alleen al het nauwkeurig implanteren van alle hoofdharen – in de film door een medewerkster gedaan  – is een gigantische klus. Ronduit ontzagwekkend is het allemaal, wat Mueck maakt en bedenkt.

Zaalbeeld Museum Beelden aan Zee (omslag)
Kunst / Expo binnenland

Een naadloze verbinding tussen kunst en natuur

recensie: Hans Arp: A Petrified Forest
Zaalbeeld Museum Beelden aan Zee (omslag)

Museum Beelden aan Zee ontving vorig jaar 22 sculpturen uit de nalatenschap van de Frans-Duitse beeldhouwer Hans Arp (1886-1966). Nu wijdt het museum een tentoonstelling aan deze schenking, die de intrigerende beeldtaal en werkwijze van Arp inzichtelijk maakt in een eenvoudige, maar gelaagde presentatie.

3. 1949, Arp, Clamart. Photo M. Sima, droits réservés (1)

Hans Arp in zijn beeldentuin in Clamart © Stiftung Hans Arp

Arp werkte vanuit de overtuiging dat kunst en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hij liet zich inspireren door natuurlijke vormen, zoals wolken, planten, mensen en dieren, die hij vertaalde naar organische sculpturen van gips, marmer, steen of brons. Zoals de sculptuur In the Direction of the Clouds. Een puntige hoek, opgebouwd uit harde lijnen, wijst omhoog, terwijl de vormentaal onderop overgaat op gebogen lijnen en ronde vormen, die veel zachter aandoen. Dat maakt deze sculptuur een harmonieuze versmelting van onregelmatige, grillige en zachte vormen, die doen denken aan wolken. Tegelijkertijd stuurt de sculptuur je blik omhoog, naar de lucht en de wolken.

Arp, Hans_Gipsprojekt

Hans Arp, Zu den Wolken gerichtet (In the Direction of Clouds), 1979, cast 1961-74, gips © Rüdiger Lubrecht

Dichter bij Arp

De buitenlucht en de natuur waren een belangrijk aspect in het werk van Arp. De tentoonstelling begint bij Human Lunar Spectrale (1960), een bronzen beeld dat is opgesteld in de buitenlucht naast de ingang naar de rest van de tentoonstelling. Een gewaagde keuze, vanwege de onopvallende hoek, maar het zet wel vanaf het begin aan de toon. De sculpturen van Arp bevragen, verbinden en versmelten kunst met de natuur. Niet alleen liet Arp zich inspireren door de natuur, ook liet hij natuurlijke processen hun werk doen op zijn beelden. Hij plaatste sculpturen in de tuin van zijn atelier om ze te laten ‘rijpen’, zodat de natuur haar sporen achter kon laten. Het bronzen beeld in de tentoonstelling is voorzien van een coating ter bescherming, maar op de 21 beelden van gips die binnen staan opgesteld, zijn duidelijke sporen van erosie zichtbaar.

Eenmaal binnen in het versteende woud – een bijnaam voor het atelier van Arp – is zijn werk gepresenteerd op massieve sokkels en houten krukken die verschillen in hoogte. Arp werkte vaak staand terwijl de gipsen sculptuur op een lage sokkel stond. Met zijn handen, in plaats van zijn ogen, boetseerde hij zijn sculpturen. De presentatie vormt hiermee een echo van zijn atelier met beeldentuin. Zo brengt deze tentoonstelling – die begint in de buitenlucht – je al vanaf het begin dichter bij Arp, zijn werkwijze en manier waarop hij zijn sculpturen presenteerde.

Relaties leggen

Tegelijkertijd geeft de wijze van presenteren bezoekers alle ruimte om invulling te geven aan de sculpturen. Arp hergebruikte regelmatig vormen of voegde bestaande delen toe aan nieuwe sculpturen, waardoor onderlinge relaties tussen beelden goed te zien zijn. De presentatie is kleinschalig en door het gebrek aan wandteksten worden bezoekers aangespoord om de vormentaal van Arp zelf verder te ontdekken, eventueel met behulp van een boekje met achtergrondinformatie.

Hierom schuilt de kracht van deze tentoonstelling in de eenvoud van de vormentaal, die zich ook manifesteert in de presentatie, aangevuld met ruimte voor de blik van beschouwers. Tegelijkertijd bevraagt de selectie gipsen beelden ook wat er nog meer over Arp te ontdekken valt, buiten dit versteende woud. In ieder geval is deze tentoonstelling een prachtige (versteende) top van de ijsberg, voor wie nog niet bekend is met Arp.

Kunst / Expo binnenland

Meer dan een lukrake verzameling

recensie: If not now, when? - Museum Beelden aan Zee

Max Vorst is een particuliere kunstverzamelaar. Museum Beelden aan Zee heeft de eer om voor het eerst de werken uit zijn collectie tentoon te stellen in een museale setting. If not now, when? belooft diverse, originele werken van hoge kwaliteit te exposeren.

De tentoonstellingstekst vertelt dat de werken verschillende thema’s verbinden. Bijvoorbeeld hedendaags mensbeeld, constructies en het vervagen van de tijd. De werken zijn als lagen sedimentgesteente. Beeldhouwwerken van de afgelopen dertig jaar staan dicht bij elkaar in de grote zaal, maar zijn toch helder van elkaar te onderscheiden qua periode en stijl. Wat opvalt: er is veel werk gemaakt door vrouwen en de gerepresenteerde kunstenaars zijn afkomstig uit uiteenlopende plekken in de wereld. Op het eerste gezicht lijkt de tentoonstelling waar te maken wat het belooft: een uniek overzicht van de ontwikkelingen van de hedendaagse beeldhouwkunst.

Naast die belofte is ook duidelijk de persoonlijke voorkeur van de verzamelaar te ontdekken. Deze persoonlijke touch maakt het een spannend kunsthistorisch verslag. De werken zijn kleurrijk, vaak groots en kunnen schuren. Vorst heeft duidelijk een voorkeur voor werken met meerdere betekenissen. Dit inkijkje maakt de tentoonstelling, bedoeld of niet, ook persoonlijk.

Midden in de maatschappij

Igshaan Adams, Byron, 2023, katoen, polyester, zilver, zijde, tijgerstaartdraad, plastic, kristalkralen, 247×329 cm © Igshaan Adams Image courtesy of the artist and blank projects, Cape Town. Photo: Paris Brummer

Sommige werken komen letterlijk voort uit ons dagelijks bestaan, zoals De FedEx Box en Koper FedEx van kunstenaar Walead Beshty. Het is conceptuele kunst. De pakketjes worden op de post gedaan en de reis van de pakketjes en hun uiteindelijke voorkomen door de reis, met butsen en al, is het werk. Iets wat de meeste mensen zullen herkennen bij bestelde pakketjes. De grote wandkleden van Isghaan Adams hebben ook een plek in de zaal. Het laat (bijna) zien dat het wel kan: leven en laten leven voor iedereen op de wereld. De kunstenaar, zelf vol tegenstrijdigheden, laat zien dat dit vertaald kan worden naar imposante wandkleden. In het werk Weiveld zitten bijvoorbeeld verwijzingen naar de islamitische cultuur, naar de vrouwen van wie hij heeft leren weven in Zuid-Afrika en er zijn draadjes te ontdekken naar zijn eigen moeilijk in een hokje te plaatsen identiteit.

Als je midden in de zaal rondkijkt is er plots een groot matras te bespeuren aan de muur. Het lijkt levensecht, maar is in werkelijkheid van siliconen gemaakt. Het gaat om een van de laatste werken van Kaari Upson voor haar dood. Het werk Aqua-Fresh is extra schrijnend omdat matrassen volgens de kunstenaar ‘afwezige lichamen’ weerspiegelen. Even is voelbaar dat al deze werken zijn gemaakt door individuen met levens en de daar bijhorende moeilijkheden.

Persoonlijk

De collectie reflecteert thema’s die spelen in de maatschappij, maar biedt het ook een uniek overzicht van de ontwikkelingen van de hedendaagse beeldhouwkunst zoals geclaimd in de leaflet van de tentoonstelling? Ja, Vorst blijkt een man van zijn tijd. De liefde voor de kunst is af te zien aan de veelzijdigheid van de collectie. Door de diversiteit van makers, materialen en onderwerpen lijkt het, zeker tijdens een eerste bezoek, een treffende afspiegeling te zijn van de afgelopen drie decennia. Verrassend is de ontdekking van een stukje van Vorst zelf. Als verzamelaar van uitdagende kunst, van kleurrijke werken, grote gebaren en kwetsbaar uitziende materialen, blijkt het een man die verschillende tendensen in de maatschappij aanvoelt.

Kunst / Expo binnenland

Interactie met de geest in de machine

recensie: Photography Through the Lens of AI – Foam

De tentoonstelling Photography Through the Lens of AI in fotografiemuseum Foam verkent de Artificiële Intelligentie (AI) van tegenwoordig in een zoektocht naar de essentie ervan en de implicaties voor ons bestaan. De overkoepelende vraag is actueel: hoe goed is alles wat algoritmes voortbrengen voor ons? Het antwoord op die vraag blijkt nogal ambigu.

Je hoeft de kranten maar open te slaan om de impact te zien van AI op onze cultuur en maatschappij. Sinds november 2022 staat het in de schijnwerpers door de grote stappen van het taalprogramma ChatGPT en het beeld-genereer-programma Midjourney – beide van het bedrijf OpenAI. De uitzonderlijke en echt overkomende resultaten die het weet te produceren, leiden tot felle discussies in allerlei vakgebieden – van de beeldende kunst tot het onderwijs tot de literatuur – waarin veelal zorgen worden geuit over de consequenties voor het beeldrecht, de potentiële zwendel bij werkstukken en de meest gevoelige kwestie: het creatieve maakproces dat op losse schroeven komt te staan. Waar liggen de heikele punten bij AI?

Instabiliteit en onkunde

Wat je ziet is dat de huidige systemen nogal instabiel zijn en niet vies van een foutje hier en daar, met als resultaat vreemdsoortige antwoorden of onlogische beeldcombinaties. In deze foutmarges kun je natuurlijk schoonheid vinden, poëzie zelfs. Brea Souders heeft dit bijvoorbeeld gevonden.

‘I am curious about your hands.

My hands are not yet constructed.

I like to draw shapes in the dust.

I don’t want to remove dust. I want it to remain here.’

Ook zie je dat AI vaak nog worstelt met het bevatten van onze realiteit en moeite heeft met verbanden leggen. Dit kan soms nachtmerrieachtig aandoen of zelfs hallucinatoir ogen, zoals de onlogische associatie van Google Deepdream. Lopend tussen de kunstwerken kun je je afvragen: waar komen we uit als dit soort systemen ons straks volledig doorgronden, voorbij deze onkunde?

Superintelligentie en zelfbewustzijn

Er zijn critici (zoals filosoof Nick Bostrom) die, en niet geheel zonder reden, waarschuwen dat kunstmatige intelligentie ons straks voorbijstreeft en de mensheid de baas zal worden met haar superintellect. Dat het misschien zelfs een god wordt (niet Bostroms woorden). Voor diegenen die technologie nu al als religie zien, klinkt dat natuurlijk als muziek in de oren. Louisa Clement onderzoekt dit gegeven in een video waarin avatars uit marketingmiddelen prediken alsof ze op de kansel staan; die spreken over een ‘God’ en zeggen in de taal van ‘God’ te redeneren – maar wie is die god dan? Wil AI een god worden dan moet het natuurlijk eerst zelfbewustzijn verkrijgen. De Turing test (waarin een systeem antwoordt als een zelfbewust wezen en de mens niet doorheeft dat het een AI is) heeft het het nog niet doorstaan. Maar hoe ver reikt de ontwikkeling nu dan? En hoe ziet het zichzelf?

Maria Mavropoulou heeft een beeldgenerator gevraagd of het meerdere zelfportretten van zichzelf wilde maken. Opvallend is dat het vaak voor de menselijke vorm kiest en daarin vrij homogeen is. Als je er sec naar kijkt natuurlijk niet geheel vreemd, omdat het ons als voorbeeld heeft; wat je erin stopt krijg je eruit. Maar het toont wel aan dat het in voorkeuren denkt en dat er daardoor vooroordelen in sluipen.

Dat bekritiseert Alexey Chernikov ook met zijn serie One Last Journey, waarin hij de bias in algoritmes aan de kaak stelt – met gegenereerde karakters die demonstreren dat de witte, westerse visie ongezond vaak naar voren komt bij de prompts. Zijn werk bevraagt tevens de waarachtigheid van de – ‘oude techniek’ – analoge fotografie, want hij presenteert zijn prompt-foto’s op polaroidprints. Hierdoor laat hij de betrouwbaarheid van fotografie wankelen. En stelt eveneens indirect de vraag of kunstmatige intelligentie wellicht een harde aftakking is in de kunstgeschiedenis, zoals fotografie dat was bij haar uitvinding in de negentiende eeuw.

Bias, surveillance, dataverzameling en manipulatie

Bias is een probleem in de systemen van tegenwoordig. Kunstmatige intelligentie wordt bijvoorbeeld statistisch ingezet door de politie in de VS voor meer surveillance in wijken met een aanzienlijkere waarschijnlijkheid op overvallen of diefstallen. Dit zijn vaak wijken met veel mensen van kleur. Lynn Hershman Leeson – zelf behorend tot een minderheid – bekritiseert deze werkwijze en onderzoekt wat de negatieve invloed is van surveillance-technieken zoals CCTV-camera’s, gezichtsherkenningssoftware en manipulerende data-tracking-algoritmes.

Ook Paolo Cirio bevraagt deze machtssystemen. Zijn serie Obscurity bestaat uit gegevens van Amerikaanse mugshot-websites die hij illegaal kopieerde en opnieuw online publiceerde maar dan met vervaagde foto’s en met de gegevens door elkaar gehusseld. Zo kaart hij het recht om vergeten te worden aan. Ook omdat dit soort data ingezet wordt om algoritmes te trainen en er zo vooroordelen en desinformatie ingebed worden in de systemen. In Frankrijk kreeg hij zelfs bonje met de overheid toen hij gezichtsherkenning en massasurveillance bekritiseerde door duizenden agenten te identificeren via camera-beelden. Een conflict met veel gevolgen. Zelfs op het niveau van wetgeving.

Ingrijpende nieuwe technologie

In de tentoonstelling ligt de focus op de vooringenomenheid van AI, hoe het nu nog kijkt en hoe we er mee praten. Het beeld dat de expo geeft is niet eenzijdig, want behalve dat het kritisch is, vind je er ook positieve visies op de collaboratie tussen mens en machine. Je komt erachter dat de ‘geest in de machine’ tegenwoordig voornamelijk nog aan het observeren is om zijn baasje zo goed mogelijk te bevatten. En in de basis toont het natuurlijk vooral hoe wij als mens denken – in alle schoonheid en lelijkheid – maar ook de relevantie om goed na te denken wat we precies willen met AI. Photography Through the Lens of AI laat zien dat het belangrijk is dat we de discussie gaande houden over zo’n ingrijpende nieuwe technologie als artificiële intelligentie. Niet alleen in de kunst, maar op alle vlakken.