Berichten

illustratie Eyckerman
Boeken / Poezie

Poëzie voor iedereen in het bijzonder

recensie: Jaap Robben & Merel Eyckerman (illustraties) - 's Nachts verdwijnt de wereld
illustratie Eyckerman

Na zijn veelgeprezen debuutroman Birk is Jaap Robben niet meer weg te denken uit het Nederlandse literaire landschap. Zijn veelzijdigheid als schrijver wordt nog maar eens bevestigd met de onlangs verschenen dichtbundel ’s Nachts verdwijnt de wereld.

In ’s Nachts verdwijnt de wereld is werk opgenomen uit eerdere dichtbundels van Robben, evenals gedichten die hij schreef als stadsdichter van Nijmegen en niet eerder gepubliceerd werk. Zijn gedichten worden vergezeld door tekeningen van Merel Eyckerman, delicate tekeningen die losjes gebaseerd zijn op de teksten die ze begeleiden. Een mooie wisselwerking, die het geheel tot een onweerstaanbare bundel maakt die je enerzijds in één klap wil uitlezen en anderzijds wil koesteren en aandachtig tot je wil nemen.

Leeftijdloos

Bijzonder aan Robbens gedichten is dat ze niet voor een specifieke leeftijdsgroep geschreven zijn. Robben vertelt op een wijze die toegankelijk is voor jong en oud. Nu is schrijven voor kinderen deze auteur niet vreemd. Zo bracht hij in 2010 De zuurtjes uit, een combinatie tussen een jeugdroman en een prentenboek. Dit boek is ook vermakelijk voor volwassenen (vergelijk het met de boeken van Roald Dahl en David Walliams die ook gewaardeerd worden door de voorlezers). Maar de gedichten in ’s Nachts verdwijnt de wereld zijn werkelijk voor een breed publiek bestemd. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Vergeten gezichten’, voor in de bundel, dat slechts één enkele zin beslaat:

Waar zijn de gezichten gebleven
die niemand heeft onthouden
van middeleeuwse mensen
die niet op schilderijen staan?

Het universele karakter, het vermogen om tot de verbeelding van lezers van alle leeftijden te spreken, is bewijs voor Robbens kunde.

Ontroerend

Robbens gedichten bezitten een zeldzame tederheid. Ze lijken op het eerste gezicht luchtig, doordat hij met een haast kinderlijke onbevangenheid zijn onderwerpen benadert, maar ze resoneren nog lang door. In het treffende ‘Vier vingers en een duim’ spreekt Robben over ‘[k]leine dikke broer en zijn vier pianozussen’. Ook als volwassene leef je mee met de duim, die nog het meest alleen is in de winter: ‘Alle dagen in z’n eentje in een want.’ Het mag duidelijk zijn dat Robben weinig woorden nodig heeft om zijn lezers in te palmen.

Als er dan toch een minpunt moet zijn, dan is het dat de bundel voor een groot deel uit eerder gepubliceerd werk bestaat. De liefhebber heeft dat natuurlijk allang gelezen. De verschijning van ‘s Nachts verdwijnt de wereld lijkt niet geheel toevallig vlak voor de Poëzieweek te zijn geweest. Natuurlijk zijn de tekeningen van Eyckerman een mooie toevoeging en wie nog geen bundels van Robben in de kast heeft staan zou zichzelf tekortdoen dit boekje niet aan te schaffen.

illustratie Eyckerman
Boeken / Poezie

Poëzie voor iedereen in het bijzonder

recensie: Jaap Robben & Merel Eyckerman (illustraties) - 's Nachts verdwijnt de wereld
illustratie Eyckerman

Na zijn veelgeprezen debuutroman Birk is Jaap Robben niet meer weg te denken uit het Nederlandse literaire landschap. Zijn veelzijdigheid als schrijver wordt nog maar eens bevestigd met de onlangs verschenen dichtbundel ’s Nachts verdwijnt de wereld.

In ’s Nachts verdwijnt de wereld is werk opgenomen uit eerdere dichtbundels van Robben, evenals gedichten die hij schreef als stadsdichter van Nijmegen en niet eerder gepubliceerd werk. Zijn gedichten worden vergezeld door tekeningen van Merel Eyckerman, delicate tekeningen die losjes gebaseerd zijn op de teksten die ze begeleiden. Een mooie wisselwerking, die het geheel tot een onweerstaanbare bundel maakt die je enerzijds in één klap wil uitlezen en anderzijds wil koesteren en aandachtig tot je wil nemen.

Leeftijdloos

Bijzonder aan Robbens gedichten is dat ze niet voor een specifieke leeftijdsgroep geschreven zijn. Robben vertelt op een wijze die toegankelijk is voor jong en oud. Nu is schrijven voor kinderen deze auteur niet vreemd. Zo bracht hij in 2010 De zuurtjes uit, een combinatie tussen een jeugdroman en een prentenboek. Dit boek is ook vermakelijk voor volwassenen (vergelijk het met de boeken van Roald Dahl en David Walliams die ook gewaardeerd worden door de voorlezers). Maar de gedichten in ’s Nachts verdwijnt de wereld zijn werkelijk voor een breed publiek bestemd. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Vergeten gezichten’, voor in de bundel, dat slechts één enkele zin beslaat:

Waar zijn de gezichten gebleven
die niemand heeft onthouden
van middeleeuwse mensen
die niet op schilderijen staan?

Het universele karakter, het vermogen om tot de verbeelding van lezers van alle leeftijden te spreken, is bewijs voor Robbens kunde.

Ontroerend

Robbens gedichten bezitten een zeldzame tederheid. Ze lijken op het eerste gezicht luchtig, doordat hij met een haast kinderlijke onbevangenheid zijn onderwerpen benadert, maar ze resoneren nog lang door. In het treffende ‘Vier vingers en een duim’ spreekt Robben over ‘[k]leine dikke broer en zijn vier pianozussen’. Ook als volwassene leef je mee met de duim, die nog het meest alleen is in de winter: ‘Alle dagen in z’n eentje in een want.’ Het mag duidelijk zijn dat Robben weinig woorden nodig heeft om zijn lezers in te palmen.

Als er dan toch een minpunt moet zijn, dan is het dat de bundel voor een groot deel uit eerder gepubliceerd werk bestaat. De liefhebber heeft dat natuurlijk allang gelezen. De verschijning van ‘s Nachts verdwijnt de wereld lijkt niet geheel toevallig vlak voor de Poëzieweek te zijn geweest. Natuurlijk zijn de tekeningen van Eyckerman een mooie toevoeging en wie nog geen bundels van Robben in de kast heeft staan zou zichzelf tekortdoen dit boekje niet aan te schaffen.

Muziek / Concert

Lianne La Havas tovert de Oosterpoort om tot een intieme jazzclub

recensie: Lianna La Havas @ Oosterpoort Groningen, 12-11-2015

Als de altijd kritische Prince je vraagt om mee te werken aan een van zijn albums, doe je toch iets goed. Niet alleen his royal badness is onder de indruk van de hemelse stem van Lianne La Havas: haar vele fans wachtten dit jaar vol spanning op haar tweede album Blood. Net als haar debuutalbum is dit een plaat geworden vol met kleine liedjes die ergens tussen folk, jazz en soul in zitten. Jools Holland, North Sea Jazz, Pinkpop en Lowlands, ze heeft er allemaal gestaan, maar de eerste show van haar Europese tournee is vanavond in de Oosterpoort.

Als het voorprogramma begint zijn de meeste stoelen in de Grote Zaal van de Oosterpoort al bezet. Aandachtig zitten de mensen klaar in hun stoel voor amuse Roseau. Waar gaat de reis naar toe? Naar Florida blijkbaar: “I keep driving through to Florida”, zingt de jonge singer-songwriter. Met haar lijzige zang, ingebed in toetsen en drums, neemt ze ons mee op een road trip USA. Als ze later de elektrische gitaar ter hand neemt, schept ze de verwachting dat er nu misschien een wat pittiger nummer komt dan de toch wat slome electropop die ze tot nu toe heeft laten horen. Helaas blijkt dat een luchtkasteel: in tegenstelling tot wat de titel suggereert gaat ze met het nummer ‘Accelerate’ op dezelfde voet verder. Het publiek klapt beleefd, maar men is vooral vroeg gekomen om tijdens de hoofdact van een zitplaats te zijn verzekerd.

Zwarte tulp

Een levendig decor vol met bloemen is het resultaat van de korte ombouwsessie na het voorprogramma, zelfs in de microfoonstandaard wordt een bloem vastgeknoopt. Maar de mooiste bloem wordt voor het laatst bewaard: zwarte tulp Lianne La Havas verschijnt onder luid applaus ten tonele. Na een kort welkomstwoord wordt ‘Green and Gold’ ingezet – de laatste single van haar nieuwe album. Haar basgitaar produceert lage klanken, die tot diep in je lichaam doordringen. Zodra Lianne haar mond opentrekt staart jong en oud haar met hartjes in de ogen aan. Helder, maar niet te schoon. Hees, maar niet te ruw. Lianne heeft een stem die er nooit naast lijkt te zitten. Een stem om verliefd op te worden.
Aanstekelijk enthousiast, zo zou je de vibe van de band vanavond het beste kunnen typeren. Je proeft de ervaring die Lianne en haar band opdeden op al die grote podia. Tijdens Is ‘Your Love Big Enough’ staat de gitarist zelfs zo wild enthousiast mee klappen dat zijn gitaarband losschiet en keihard op het podium klettert. Dit zorgt kort voor hilariteit bij het publiek. Maar deze komische slapstickscene is gauw vergeten door de professionaliteit die de band hier tentoon weet te spreiden. Met de schitterende lap slide guitar in ‘Wonderful’ laat de gitarist zien dat hij meer met een gitaar kan dan hem uit zijn handen laten vallen. Ook het vraag en antwoord-spel tussen de elektrische gitaar en Lianne haar uitmuntende vocalen in Tokyo, is uit de kunst!

Rokerige jazzclub

Het is vanavond niet alleen de band die indruk maakt met haar spel, want ook Lianne heeft meer in huis dan alleen haar stem. Ze verruild vanavond al gauw haar basgitaar voor een elektrische hollowbody gitaar, een instrument waarmee ze inmiddels vergroeid lijkt te zijn. Met de uitgebreide akkoorden die haar nummers vereisen, de bekwame arpeggio’s in ‘Tease Me’ en de flageoletten in ‘Midnight’, laat ze zien dat ze haar instrument meester is. Tussen al dit mooie gitaarspel door, worden we getrakteerd op een schitterende uitvoerring van ‘Gone’, enkel door piano ondersteund. Haar stem kleurt wonderwel bij de piano en het publiek luistert ademloos.
“I wasn’t really leaving, I lied”, zegt Lianne, nadat ze even het podium heeft verlaten. Het publiek slikt elke leugen, als ze maar weer gaat zingen. En dat gaat ze zeker. Na een akoestische uitvoering van ‘Age’ gaat de rookmachine aan. Lianne beroert haar snaren en tovert de warmste klanken uit haar gitaar. Als ze vervolgens met haar fluwelen stem ‘Ghost’ inzet, waan je je in luttele seconden in een rokerige jazzclub in een of ander ver oord. Pure magie.
Na dit intieme afscheidsnummer neemt Lianne uitgebreid de tijd om vaarwel te zeggen tegen het enthousiaste publiek. Mensen vooraan krijgen een hand en er wordt nog een selfie met het hele publiek gemaakt. “I think I should be leaving now”, lacht Lianne naar de zaal. En het publiek is eindelijk bereid haar na deze onvergetelijke avond los te laten. Met zo’n aftrap van haar Europese tournee kan dit niet anders dan een groot succes worden. En dat is deze innemende Britse van harte gegund!

boekenweek 2016
Boeken / Achtergrond
special: 8WEEKLY tipt
boekenweek 2016

Lezen in de Boekenweek

Op 12 maart barst het grootste boekenfestijn van ons land weer los. Een week lang bots je in elke boekhandel tegen signerende auteurs aan, zijn er lezingen in schouwburgen en buurtcentra, en lezen we met z’n allen het boekenweekgeschenk. Met ‘Duitsland: Was ich noch zu sagen hätte’ als thema richt boekenland zich een week lang op onze oosterburen. 8WEEKLY zocht voor je uit welke boeken je in deze week kunt lezen.

Boekenweekgeschenk

Dit jaar is het boekenweekgeschenk geschreven door Esther Gerritsen. Voor het eerst sinds 2002 weer eens een vrouwelijke boekenweekauteur!

Broer gaat over Olivia, financieel directeur van een familiebedrijf.  Ze krijgt een telefoontje van haar broer Marcus. Zijn been dreigt te worden afgezet. Marcus en Olivia zien elkaar zelden, maar de amputatie raakt Olivia onverwachts, alsof het haar eigen been is dat ze verliest. Ze laat alles uit haar handen vallen in een hopeloze poging haar broer te redden. Maar het is de vraag of hij degene is die redding nodig heeft.

Net als voorgaande jaren kan er met het boekenweekgeschenk gratis gBroer en Zinkereisd worden in de trein. Op zondag 20 maart is Broer van Esther Gerritsen een geldig vervoersbewijs bij de NS.

Bij aankoop van € 12,50 aan Nederlandstalige boeken krijg je het boekenweekgeschenk mee. Weet je nog niet welk boek je wil kopen? Lees dan de rest van dit artikel voor leuke boekentips!

Boekenweekessay

Het Boekenweekessay 2016 komt van de hand van cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver David Van Reybrouck. Hij vergaarde bekendheid en erkenning met zijn grootse boek over Congo. Met Congo. Een geschiedenis won hij de Libris Geschiedenisprijs 2010.

Ook in zijn essay schetst Van Reybrouck een portret van een land. Een vergeten land dit keer. In Zink verkent Van Reybrouck een vergeten mini-staatje op de grens van Nederland, België en Duitsland: Neutraal-Moresnet. Dit grondgebiedje van slechts drieënhalve vierkante? kilometer hoort nu bij Duitstalig België, maar was tot 1918 een land met een eigen vlag, eigen postzegels en een eigen volkslied.

In zijn Boekenweekessay beschouwt David Van Reybrouck de bijzondere geschiedenis van dit vergeten land. Het essay roept vragen op over geschiedenis, grenzen en landen.

Het essay is tijdens de Boekenweek in de boekwinkel verkrijgbaar voor € 2,50.

Nicholas Stargardt – De Duitse oorlog

Met het thema Duitsland ontkom je natuurlijk niet aan het oorlogsverleden. Bij de Bezige Bij verschijnt komende maand De Duitse oorlog van Nicholas Stargardt. Hierin beschrijft hij de Tweede Wereldoorlog vanuit het perspectief van de gewone burger. Want ondanks dat er al bibliotheken vol geschreven zijn over de Tweede Wereldoorlog begrijpen we eigenlijk nog steeds niet waarom ‘gewone’ Duitsers achter de oorlog bleven staan.

Stargardt vertelt aan de hand van brieven, dagboeken en verslagen het verhaal van de soldaten, leraren en huisvrouwen die de oorlog meemaakten. Onze generatie maakte die oorlog gelukkig niet mee maar met dit boek geeft Stargardt je een inkijkje in die wrede wereld.

hans falladaAnne Folkertsma – Hans Fallada. Alles in mijn leven komt terecht in een boek

Hans Fallada is in Nederland niet heel bekend maar in Duitsland is zijn roem te vergelijken met die van Gerard Reve bij ons. Hij wist als geen ander het leven van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog te beschrijven. Wie was deze man, die een pseudoniem aannam voor zijn schrijverschap?
Volgens 8WEEKLY-recensent Vincent is deze biografie een echte aanrader: ‘Vanaf de eerste bladzijden word je Fallada’s wereld ingetrokken en krijgt ook de beginnende Fallada-lezer een sterk idee van de schrijver en de man daarachter.’ Lees hier de hele recensie!

Wouter Meijer – We kunnen niet allemaal Duitsers zijn 

Duitsland lijkt een van de beste landen van Europa te zijn. Duitsers zijn kampioen export, nemen de leiding in de vluchtelingendiscussie en gaan indrukwekkend goed met hun verleden om. Maar het is niet al goud wat er blinkt. Ondertussen kampt Duitsland met het opkomende extreemrechts, worstelen ze met de grote aantallen asielzoekers en groeit het aantal onderbetaalde flexwerkers.
Wouter Meijer onderzocht wat we kunnen leren van de Duitsers en schetst een interessant beeld van onze oosterburen.

Rüdiger Safranski – Nietzsche. Een biografie van zijn denken & Goethe. Kunstwerk van het leven

Ken je klassiekers: Rüdiger Safranski schreef biografieën over Nietzsche en Goethe. Hij vertelt je meer over het leven van deze grote Duitse denkers en analyseert hun filosofieën.

8WEEKLY-recensent André las eerder de biografie van Goethe en beloonde dit werk met maar liefst 5 sterren: ‘Naast de tientallen meters boeken die al over de grote Duitse dichter zijn gepubliceerd, is dit kunststukje van Safranski een ware openbaring. Op een luchtige, zeer leesbare manier brengt hij de levensgeschiedenis van Goethe in beeld, gekoppeld aan fragmenten uit brieven, dagboeken, gedichten en proza uit diens omvangrijke oeuvre. Zo weet Safranski nog stelliger een complete Goethe neer te zetten, waarbij vele aannames gestaafd worden door originele teksten en talrijke gaten op overtuigende wijze gevuld worden.’ Lees hier de hele recensie!

 

J.KesselsP.F. Thomése – J. Kessels: The Novel

Als je deze culthit nog niet gelezen hebt, grijp dan nu je kans. Tussen de zware oorlogs- en filosofieboeken mag je best iets luchtigs lezen. Om Duitsland mag ook gelachen worden.

J. Kessels: The Novel is de bizarre roadtrip van P.F. Thomése en zijn favoriete personage J. Kessels.  Samen rijden ze in Kessels’ oude roestbak van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn, op zoek naar een vreemdgaande frikandellenhandelaar. Met J. Kessels schrijf Thomése een bizarre ode aan de krimi en het Duitse voetbal, om uiteindelijk terug te keren naar het vertrouwde Brabant.

Frank Vermeulen – Wir schaffen das!

Het moderne Duitsland fascineert veel schrijvers evenveel als het Duitsland uit het verleden. Wir schaffen das! gaat niet over een van de wereldoorlogen, maar over het Duitsland van nu. Hoe zit het met de Duitse identiteit nu er grote stromen vluchtelingen het land binnenkomen? Hoe veranderden de Duitsers in een halfjaar van optimistische globalisten in benauwde grensbewakers van de eigen identiteit?

Nell Zink – Misplaatst 

Misschien een beetje valsspelen, maar dit boek is zeker een aanrader en de schrijfster woont in Duitsland! Dat is de link met het boekenweekthema en is door ons goedgekeurd. In 1966 valt eerstejaarsstudente Peggy als een blok voor professor Lee. Ze beginnen een verhouding die zorgt voor een ongeplande zwangerschap en een huwelijk. Het paar is gedoemd te mislukken – zij is lesbisch, hij is homo – maar ze gaan pas tien jaar later uit elkaar. Peggy vlucht met haar driejarige dochtertje Karen, maar haar negenjarige zoon Byrdie laat ze achter. Ze besluit onder te duiken en neemt een Afro-Amerikaanse identiteit aan. Wanneer Karen jaren later een beurs krijgt voor de universiteit van Virginia, ontmoet ze eindelijk haar oudere broer Byrdie. Dit zorgt voor verwarring en misverstanden.

oorlogswinterJan Terlouw – Oorlogswinter 

Dit jaar verscheen een nieuwe editie van deze klassieker, als eerste boek van het Geef Mij Maar Een Boek-initiatief. Dit initiatief van de landelijke boekhandels kiest elk jaar een nieuw boek om ‘‘de kroonjuwelen van de Nederlandse jeugdliteratuur’’ in het zonnetje te zetten. Goede reden om dit boek weer eens op te pakken (of misschien voor het eerst te lezen?). Oorlogswinter gaat over Michiel, een jongen uit de buurt van Zwolle. Hij groeit op tijdens de ijskoude winter van 1944/1945, de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog. Hij ontdekt dat oorlog misschien spannend lijkt maar vooral ook gruwelijk is. Met zijn eenzaamheid groeit ook zijn onafhankelijkheid. Michiel moet als een volwassene zijn eigen beslissingen gaan nemen.

Muziek

‘Fucking zenuwachtig’ Birth of Joy presenteert nieuw album

recensie: Birth of Joy @ Gebr. de Nobel, 25-02-2016

In een halfleeg Gebr. de Nobel wordt vanavond het (overigens te gekke) derde studioalbum van Birth of Joy gepresenteerd. Een avond die jammer genoeg nergens echt op gang wil komen.

Birth of Joy zal met meer dan 450 shows de afgelopen drie jaar en een record van 172 in 2014 een van de meest tourende bands van Nederland zijn. Met orgel, drums en gitaar produceren ze psychedelische bluesrock met fijne ’60 en ’70 invloeden.

Avond begint moeizaamBreaking Levees

Als opwarmer staat de nog jonge Amsterdamse rockband Breaking Levees op het podium. De onwennigheid straalt er af en toe nog vanaf, nummers klinken hier en daar wat afgeraffeld en ook de stiltes ertussen zijn soms ietwat ongemakkelijk. Wel zijn de nummers gevarieerd en maakt de afwisseling van eerste stem tussen de twee zanger/gitaristen het boeiend om naar te luisteren.
Het optreden had een mooie opwarmer kunnen zijn die qua stijl mooi bij het hoofdprogramma aansluit, maar Breaking Levees zal nog veel meer uren moeten maken om op hetzelfde niveau te komen quBOJ2a liveperformance.

Dan is het tijd voor de band waarvoor iedereen die avond is gekomen. Hoewel, een deel van het publiek lijkt er ook te zijn om op donderdagavond met vrienden en een biertje in hun hand bij te kletsen. Birth of Joy opent met ‘You Got Me Howling’, een eerder uitgekomen single van hun vanavond gereleasede album Get Well. Ook de daaropvolgende drie nummers zijn afkomstig van het nieuwe album. Hier lijkt het publiek niet erg van gediend te zijn. Bezoekers verliezen hun aandacht en er wordt in de zaal meer gepraat dan geluisterd.

Zenuwen niet merkbaarBOJ3

Gelukkig komen er vanavond ook wat oudere nummers voorbij, zoals het rauwere ‘Devils Paradise’ van het eerste album. Wel jaagt de band deze er helaas wat snel doorheen. Na ‘Numb’ van het nieuwe album laat de zanger/gitarist weten: ‘’We zijn echt fucking zenuwachtig, veel nummers doen we nu voor het eerst live.’’ Bravo Birth of Joy, dit is niet te merken. Er is vanavond weinig op het spel van de band aan te merken.

Het is mooi om te zien hoe de drie muzikanten op elkaar ingespeeld zijn. In ‘Envy’ zitten veel tempowisselingen waarbij ze elkaar perfect aanvoelen, en in meerdere nummers geven ze elkaar uitgebreid de ruimte om te soleren. Vooral de synthsolo in het bluesy ‘Midnight Cruise’ van de nieuwe plaat maakt veel indruk.

Psychedelisch hoogtepunt

Tijdens het oudere nummer ‘Dead Being Alive’ laat de band echt zien waartoe ze in staat is. Het nummer wordt lang uitgerekt en mondt uit in een intense climax. Ook het publiek weet dit te waarderen en er is eindelijk wat meer beweging te zien in de zaal. In de nummers daarna is de hoofdrol vooral voor de drums, naast vijf bekkens is er zelfs een gong meegenomen die de drummer in enkele intro’s gebruikt.

Het is jammer dat de band zichzelf een beetje teniet doet door de ironische opmerkingen tussendoor, bijvoorbeeld door na een van hun nieuwe nummers, als de laatste klanken nog niet eens zijn weggestorven, te melden dat ‘‘dat nummer echt een zware bevalling was’’. Ook de fel aanspringende lampen tussen de nummers door komen de sfeer niet ten goede.

Na het laatste nummer neemt de band niet de moeite om het podium te verlaten, maar gaat het, na het applaus, meteen door met de toegift. Birth of Joy heeft vanavond haar kwaliteit bewezen maar was nergens echt geniaal. Misschien was het te wijten aan een wisselwerking tussen de statische halfgevulde ruimte en de band. Gelukkig touren ze voorlopig nog met hun nieuwe album; gaat dat zien en help ze aan een volle zaal!

BOJ4

 

Theater / Voorstelling

Fan of geen fan: zien!

recensie: Theatervoorstelling 'Chez Brood' @ Theater Markant Uden, 17 februari 2016

Dat Herman Brood een bijzondere persoonlijkheid was, daarover is geen enkele discussie: als muzikant en kunstenaar en als onze meest beroemde junk heeft hij zijn sporen achtergelaten. Dit jaar zou hij zeventig jaar geworden zijn.

Het fraaie, moderne theater Markant ligt aan de markt midden in Uden. Het is een theater dat we in het verleden al bezochten en waar we goede herinneringen aan hebben. De locatie, de ambiance en ook het prima geluid zullen goed van pas komen bij het beleven van Chez Brood.

Alle precaire onderwerpen

De voorstelling is een kruising tussen een rockshow en een theatervoorstelling. Op het toneel staat een rijdend podium met daarop de band onder leiding van Jan Rot. Brood zelf wordt geweldig gespeeld door Stefan Rokebrand, die zich prima heeft ingeleefd in de rol van Brood, inclusief alle maniertjes. Als je hemchez 2 bezig ziet op het podium, zien we de mens Brood zoals we die ons herinneren. Vijftien jaar geleden stapte Brood bewust uit het leven door van het Hilton in Amsterdam te springen en dat is het moment waarop de show begint. De doodskist blijft de hele avond links op het podium staan. Het gespeelde portret van Herman Brood werd geschreven door zijn vriend Bart Chabot, die dat verweefde met herinneringen van vrouw Xandra en dochters Lola en Beppie. Chabot wordt – net als vriend Jules Deelder – niet door hemzelf neergezet maar door een bijna niet van echt te onderscheiden speler. Precaire onderwerpen als drank-, drugs-, seksuele-, gezondheids-, aftakelings-, geld- en suïcidale problemen worden niet gemeden. Ze worden benoemd en soms breed uitgemeten. Ook de wens van Brood om ooit Beatrix te ontmoeten en zijn fantasieën daarbij worden smaakvol in beeld gebracht.

Regelmatig op de lachspieren

Natuurlijk kan dit gespeelde eerbetoon niet zonder de muziek van Herman Brood. De band van Jan Rot speelt de sterren van de hemel en Rokebrand zet ook zingend een prima imitatie van zijn persoonlijkheid neer. Naast alle ellende zijn er veel momenten om te lachen. Brood en Chabot zijn net zo’n gouden koppel als het junkie-verbond Brood en Deelder. Ze werken in willekeurige samenstelling regelmatig op de lachspieren. Laten we vooral niet voorbijgaan aan de geweldige rol van moeder Brood, gespeeld door Rosa Reuten, die van begin tot einde van de show telkens om de hoek komt en haar zorgen over het leven van haar zoon deelt. Samen met
Anne Lamsvelt, die Xandra Brood speelt, vormt Reuten ook regelmatig het achtergrondkoortje van de band.

Alles vindt op het toneel plachez 4ats, tot en met kledingwissels aan toe. Hchez 3et verhaal is niet geheel chronologisch, wel in grote lijnen: we zien Brood steeds verder afglijden en toeleven naar het onvermijdelijke moment. De onwerkelijke, openlijke discussie met Chabot over hoe hij zal eindigen zal zonder meer op waarheid berusten, waarbij Chabot een waarschuwing naar Brood uitspreekt “dat het wel bij een geintje moet blijven”. Als afsluiter speelt de hele cast ‘Never Be Clever’ en krijgen ze de verdiende staande ovatie! Wat een wereldvoorstelling, waarbij niet alleen Brood-fans aan hun trekken komen, maar ook de minder grote liefhebbers.

Boeken / Fictie

Tumult in Helsinki

recensie: Philip Teir (vert. Sophie Kuiper) - Familie

De hamster van hun kleinkinderen invriezen is slechts één van de fouten die Max en Katriina maken in de aanloop naar hun scheiding. Zo’n openingsstatement belooft wat en Philip Teir stelt met Familie dan ook niet teleur.

Familie is het debuut van de Zweeds/Finse journalist Teir. Het verhaal centreert zich rond de familie Paul, een gezin uit de gegoede klasse van Helsinki. Max Paul wierp ooit hoge ogen met zijn onderzoek naar het seksleven van Finnen, maar inmiddels is zijn carrière als socioloog op zijn retour en lijkt enkel de jonge journaliste Laura hem te zien staan. Zijn vrouw Katriina doet een verwoede poging om groots uit te pakken met Max’ zestigste verjaardag, maar de spanning is om te snijden in huize Paul. Ondertussen hebben dochters Helen en Eva hun eigen sores, als moeder van drie kinderen en als kunststudente in Londen.

Jonathan Franzen

Op de cover wordt Teir omschreven als ‘het Europese antwoord op Jonathan Franzen’. De gelijkenissen met Franzen – of The Franz, zoals Peter Buwalda hem in zijn columns in de Volkskrant graag noemt – zijn er inderdaad. Ook Teir schrijft vanuit de perspectieven van de verschillende gezinsleden. Het effect is dat je als lezer niet meegaat in de gedachtestroom van één personage, maar meerdere meningen voor de kiezen krijgt. Een ogenschijnlijk sympathiek personage kan gezien door de ogen van een ander juist weer uiterst onsympathiek zijn en andersom.

Franzen is echter niet de minste om mee vergeleken te worden en een Europees antwoord is Teir zeker (nog) niet. Eén van Franzens sterke punten is zijn vermogen om dicht op de huid te zitten. Teir blijft vaak aan de oppervlakte, dringt niet genoeg door tot onderliggende gevoelens en verlangens. Wat maakt Laura zo interessant voor Max? Of eerder nog: wat ziet Laura in Max? Laura is een middel, cruciaal voor het plot, maar de chemie tussen de twee is niet erg geloofwaardig.

Scandinavische touch

Een van de betere verhaallijnen is die van Eva. Terwijl haar zus al op jonge leeftijd moeder werd en zich op het gezinsleven stortte, trekt Eva op haar 29e naar Londen om daar een kunstopleiding te volgen. Teir slaagt erin een geloofwaardig beeld te schetsen van de kunstacademie en de voortdurende strijd die er heerst tussen de gevestigde en niet-gevestigde kunstenaars. Eva’s uitstapjes naar het Occupy-tentenkamp pal voor St. Pauls Cathedral bieden materiaal voor interessante discussies tussen haar studiegenoten.

Het gros van Familie speelt zich af in Helsinki en omstreken. De Scandinavische touch is verfrissend, niet vaak treffen we Helsinki als decor. Familie is desondanks niet vernieuwend. Een uiteenvallend gezin, compleet met overspel en tegengestelde zussen, is een verhaal dat we vaker tegenkomen. De setting kan niet verhullen dat het verhaal al vele malen verteld is. Desalniettemin is Teir een veelbelovend schrijver waar we hopelijk meer van gaan horen.

Boeken / Fictie

Een onbenullige student en afgezaagde metaforen

recensie: Hanna Bervoets - Ivanov

Hanna Bervoets heeft een nieuw boek geschreven, Ivanov, en zelfs de Volkskrant is er weg van. 8WEEKLY kan zich hier niet in vinden, het is een vrij voorspelbaar verhaal doorregen van slechte metaforen en dramatische zinsconstructies.

De uitgever beschrijft Bervoets’ boek als ‘een ontluisterende roman over de invloed van cultuur op ethiek en over de grenzen die we trekken om te bepalen wie of wat we zijn’. Dat hier totaal voorbij wordt gegaan aan het feit dat ethiek per definitie beïnvloed wordt door cultuur, wekt gelijk argwaan op. Het geeft direct aan dat van dit boek veel meer gemaakt wordt dan het eigenlijk is.

Weinig verrassingen

Bervoets ontvouwt het verhaal van een hulpeloze student, Felix, die op onverklaarbare wijze verwikkeld raakt in het onderzoek van een merkwaardige academicus, die een experiment van een negentiende-eeuwse Rus wil nadoen. Bervoets heeft hiermee een interessant stukje geschiedenis te pakken, en breit daar in feite een vrij interessante verhaallijn omheen. Maar het wil niet erg lukken. Behalve de onverklaarbare wijze waarop de hoofdpersoon te maken krijgt met het merkwaardige onderzoek, komt niks in het verhaal als een verrassing. Bervoets weet telkens wel wat spanning op te bouwen, maar omdat steeds datgene gebeurt waar je als lezer als eerste aan dacht, raakt de spanning er al gauw vanaf.

Storende beeldspraak

Veel storender dan de inhoud is echter de manier waarop het verhaal geschreven is. Bervoets is bepaald niet vies van beeldspraak, en wel om de pagina. Bovendien gebruikt ze het vaak overdreven dramatisch, zo niet overbodig. Angst beschrijft Bervoets als ‘mieren die tussen schouderbladen omhoog kruipen’, en geheimen worden een paar pagina’s daarvoor beschreven als ‘een zak glimmende edelstenen’. Die vergelijking wordt vervolgens over een hele pagina uitgesmeerd, alsof Bervoets bang is dat we het anders niet begrijpen. Dat gaat zo het hele boek door, wat vrij snel gaat irriteren.

Ook zonder beeldspraak weet Bervoets op onnodig dramatische manier te schrijven. Als Felix een indianentooi heeft gekocht, realiseert hij zich: ‘Ik wilde de indianentooi niet kopen. Gulio wist dat ik de indianentooi niet wilde kopen. Toch kocht ik de indianentooi’. Hier wordt in drie, elkaar op pathetische wijze volgende zinnen, maar weinig gezegd. Bovendien had het makkelijk in een zin gekund.

Intrigerende wetenschappers

Bervoets heeft met Ilya Ivanov, die echt bestaan heeft, en Helena Frank, de fictieve wetenschapper die zijn experiment over wil doen, twee heel intrigerende personen te pakken. Maar de nadruk ligt niet op hen. Ironisch genoeg zijn de passages waarin zij voorkomen wel het best te lezen. De manier waarop Ivanov en Frank hun onderzoek uitvoeren, en het relaas dat Frank erover geeft, roepen prikkelende vragen op. Jammer genoeg moet dit relaas wel worden afgesloten met een afgezaagde metafoor over een schermwedstrijd.

Al met al weet Bervoets’ vijfde roman Ivanov niet erg te boeien, en is haar schrijfstijl eerder vervelend dan vermakelijk. Wat blijft is een gevoel dat er meer in het verhaal zat dan er is uitgehaald.

Boeken / Fictie

Onwaarschijnlijk bijzonder debuut

recensie: Lize Spit - Het smelt

Lize Spit is een naam om te onthouden. Het smelt, haar romandebuut dat in januari verscheen bij nieuwe uitgeverij Das Mag, is een weergaloos staaltje vakmanschap.

Knap als je overtuigend zulke schrijnende eenzaamheid kan vatten als Spit doet in Het smelt. Een onaf huis met karton op de trap, schimmel in de badkamer en bewoners die allemaal een eigen toilettas bezitten: ‘(…) ieder had zijn eigen zeepje, eigen tandpasta, een eigen haarborstel. Heel traag waren we al aan het inpakken, allemaal hadden we een andere bestemming op het oog’. Lize Spit (1988) heeft met Het smelt een weergaloos debuut afgeleverd. Spit schrijft raak: open, eerlijk en droog. Ze moet niets hebben van pathetiek en daarmee winnen de gebeurtenissen en personages aan intensiteit.

Luguber raadsel

In een lege kamer hangt een man met een strop om zijn nek aan een balk, onder hem een plas water. Hij is alleen de kamer binnengegaan. Wat is er gebeurd? Hoe is hij daar gekomen? Dit raadsel, waar hoofdpersoon Eva in opdracht van haar jeugdvrienden Pim en Laurens mee op de proppen komt voor een luguber spel, wordt Eva’s noodlot. Spit construeert het plot meesterlijk door de werkelijk verstreken tijd één dag, de dag waarop Eva terugkeert naar haar dorp, te laten beslaan, afgewisseld met terugblikken op Eva’s jeugd. Je weet als lezer van begin af aan dat er iets vreselijks is voorgevallen, maar ook dat er nog iets ergs staat te gebeuren.

Ontwricht gezin

Eva, de verteller, observeert haar jeugd in een ontwricht gezin in een Vlaams dorp. Haar vader en moeder voeren elke dag hun eigen alcoholistische ritueel uit; doorkruisen huis en tuin op weg naar hun drankvoorraden. Eva’s jongste zusje, Tesje, is vrijwel onzichtbaar voor vader en moeder. Eva is de schakel binnen het gezin, een zwakke weliswaar. Die verhoudingen geeft Spit vanaf het begin subtiel weer: ‘Hij [vader], nam een slok wijn. “Eva, mag ik de zilveruitjes?” Tesje legde haar vork neer en gaf vader de bokaal door, omdat zij er dichterbij zat.’ In de zomer van 2002 eindigt Eva’s vriendschap met Laurens en Pim plotseling op gruwelijke wijze.

Macabere humor

Het smelt is moeilijk naast je neer te leggen omdat het verhaal zo onheilspellend spannend is. Daarnaast is het fascinerend om kennis te maken met de taal van Lize Spit. Woensdagmiddagen in de vakantie zijn ‘nuloperaties’ want die uren had je toch al vrij. Of het woord ‘pleegmoeder’: ‘mensen kunnen veel plegen, een moord, een overval en andere handelingen die verboden zijn, maar toch geen moederschap (…)’. Spit beschikt bovendien over een goede dosis macabere humor; neem de oppas die seksstandjes voordoet met Ken en Barbie, bijvoorbeeld, net zolang tot er een hoofd loskomt en door de keuken rolt.

Spit

Lize Spit woont in Brussel. Ze publiceerde o.a. in Het Liegend Konijn, De Gids en Das Magazin en won in 2013 schrijfwedstrijd Write Now! Sindsdien vochten uitgevers om de eer haar debuut uit te mogen geven. Verrassend dus dat nieuwkomer in de uitgeverijwereld Das Mag Uitgevers haar heeft gestrikt.

Wanneer Eva met een blok ijs in de achterbak naar haar geboortedorp terugkeert, wordt de grip van het raadsel op Eva’s leven pas echt duidelijk. De wraak die Eva voor ogen heeft, komt als een schok en laat je verslagen achter. Mooi hoe Spit die ontzetting bij de lezer teweegbrengt. Wat een onwaarschijnlijk boek. Ga dit lezen!

Isa Genzken
Kunst / Expo binnenland

Invloedrijk oeuvre inventief gepresenteerd

recensie: Recensie Isa Genzken – Mach dich hübsch!
Isa Genzken

Een künstler’s künstler wordt op een inventieve manier gepresenteerd: de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum zorgt ervoor dat de bezoeker terug kan kijken op een gevarieerd oeuvre, dat op zijn best verwart en op zijn slechtst irriteert.

In de eerste zaal is voor je neergezet: een groot kader, als een middeleeuws triptiek maar dan minstens drie meter hoog en zonder inhoud; een lijst. Daar loop je recht op af. Er omheen zijn te zien: een bronzen cupidobeeldje met een koptelefoon en een discman, een aantal bustes van de Egyptische godin Nefertiti op een sokkel; telkens anders gestyleerd, panelen die tegen de wand staan met daarop plaatjes van werken uit de canon (Dürer, Caravaggio, Leonardo da Vinci), pilaren met aluminiumfolie eroverheen – ze spiegelen, zodat de bezoeker zichzelf erin ziet – en daarvan is ook een tweedimensionale variant tegen de muur aan gezet: planken met aluminiumfolie bedekt. Het is de installatie die Genzken speciaal voor deze expositie maakte en waarmee ze de bezoeker welkom heet in haar werk.

Isa Genzken

Isa Genzken, Zwei Lampen, 1994, lacquer on wood, 200 x 92 cm. Collection Stedelijk Museum Amsterdam © Photo Stedelijk Museum Amsterdam

Materialen uitproberen

Deze eerste indruk zet de toon: deze kunstenaar geeft de bezoeker weinig houvast, noch in tekst of uitleg bij haar werk, noch in een duidelijke lijn in de expo. Daarbij maakt ze niet altijd gebruik van ‘prettig’ materiaal: de onnatuurlijkheid van de plastic gevonden voorwerpen die ze inzet en haar neonkleurige objecten wekken weerstand op.

Lopende door de rest van de zalen wordt duidelijk wat voor media Genzken nog meer toepast: er zijn films, er is ‘light research’; het uitzoeken van hoe het licht weerkaatst op zwarte en witte glanzende lakverf op hout, er zijn objets trouvée, zoals de megawereldontvanger die op een witte sokkel is gezet. Er zijn opengereten bankstellen, opgehangen aan het plafond, er staan kleine kuipstoeltjes met daarin gepropte ‘mensjes’ van kleding en plastic opgesteld. Genzkens oeuvre bestaat uit het uitproberen van allerlei materialen, uit ramen en kaders, uit spiegeling, uit het citeren van de canon.

Isa Genzken

Isa Genzken, Fenster, 1990, concrete and steel, 257.5 x 88 x 77 cm. Collection Charles Asprey, London © Photo courtesy the artist and Galerie Buchholz, Cologne/Berlin/New York

Installatie

Enige uitleg is wel nodig en die geven de zaalteksten dan ook, maar ze geven geen interpretatie. Er wordt op haar carrière teruggekeken als bij een diashow: dit was toen en toen, dat was daar en daar, en that’s it. Doch hebben haar werken titels die veel verraden, die agressief kunnen zijn of poëtisch, zoals de zaal waarin betonnen kaders op sokkels werden gezet, de installatie die ‘Fenster’ wordt genoemd en waarvan de titel is: ‘Iedereen heeft minstens één raam nodig’.

Deze tentoonstelling is een sortering, niet een duiding. Daarbij is die sortering mooi gemaakt: in plaats van een chronologische presentatie werd gekozen voor het gebruiken van het oeuvre zelf als nieuw materiaal en is de gehele tentoonstelling zelf, dus door het leggen van kruisverbanden, opnieuw een installatie.

Isa Genzken

Isa Genzken, Schauspieler, 2013, mannequin, stool, shoes, wig, wood, fabric, plastic and metal, dimensions variable. Collection Syz, Geneva © Photo courtesy the artist and Galerie Buchholz, Cologne/Berlin/New York

Geen ruimte voor interpretatie

Waarom doet ze dit eigenlijk? Dit is de op zich al interessante vraag die deze kunstenaar oproept. Een antwoord zou kunnen zijn: zij verzamelt, sowieso voor haarzelf, maar ook voor het publiek. Een andere observatie kan zijn dat het maakproces en het proces van inspiratie in haar geval gelijk staat aan het eindresultaat zelf.

Een tweede vraag die Mach dich hübsch! oproept is hoe kritisch ze nu werkelijk is. Genzken wordt gezien als iemand die op subtiele wijze maatschappijkritiek levert, maar is dat wel zo? De kunstenaar wil misschien simpelweg tonen wat zij ziet als ze om zich heen kijkt. De zalen van het Stedelijk laten dat slim zien, omdat de bezoeker met weinig informatie nauwelijks kans krijgt om te interpreteren, zodat er er des te meer ruimte overblijft om gewoon maar te kijken.

 

 

Boeken / Non-fictie

Heldere beschrijving van een troebele geschiedenis

recensie: Gert Oostindie - Soldaat in Indonesië, 1945-1950. Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis

Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW) en hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, schreef met Soldaat in Indonesië, 1945-1950 een nieuw onderzoeksboek over de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië.

In tegenstelling tot veel andere werken over dit stukje Nederlandse geschiedenis, focust Oostindie zich expliciet op de soldaten die in Indonesië waren: hij verweeft hun dagboeken, memoires en gedenkboeken, zogenaamde ‘egodocumenten’, met de bestaande literatuur over deze oorlog.

Oorlogsmisdaden

Hierdoor ontstaat een imposant onderzoekswerk; Oostindie heeft duidelijk uitgebreid zijn huiswerk gedaan. Het boek is opgedeeld in tien hoofdstukken die elk een onderdeel van de oorlogssituatie bespreken: van de (aanvankelijke) missie en de tegenstander tot het soldatenleven en de thuiskomst. Twee hoofdstukken zijn gewijd aan de saillante details van deze oorlog: het oorlogsgeweld – of oorlogsmisdaden, in Oostindies woorden.

Door het geweld te bestempelen als misdaden, en niet als excessief of buitensporig geweld, zoals de Nederlandse regering in 1969 deed, geeft Oostindie een duidelijk teken. Volgens Oostindie zijn Nederlandse militairen tijdens de jaren 1945-1950 veelvuldig over de schreef gegaan, en in zulke mate dat dit beschouwd kan worden als oorlogsmisdaden. Hij doorbreekt hiermee definitief het taboe dat sinds 1950 op deze oorlog rust. Oostindie laat enige egodocumenten voor zich spreken, maar voegt daaraan toe dat veel documenten gecensureerd zullen zijn, mogelijk de waarheid verdraaid hebben, of niet eens bestaan. Dit klinkt alsof Oostindie zijn eigen argumenten verzint, maar niets lijkt minder waar. Hij weet overtuigend neer te zetten dat niet alle bronnen, om verschillende en veelal pijnlijke redenen, de waarheid konden zeggen, of om diezelfde of andere redenen niet eens gemaakt zijn.

Soldaten zelf

Meer dan dat laat Oostindie zien dat er in een oorlog, en zeker in een guerrilla– en contraguerrilla-oorlog, geen zwart-wit situatie bestaat. Door te vertellen vanuit het perspectief van de Nederlandse soldaten, van wie velen jonge dienstplichtigen zijn, weet hij duidelijk te maken hoe het is om in een onbekend, tropisch warm land te zijn, met een andere bevolking en andere gebruiken, in een totaal onbekende situatie. Hiermee probeert Oostindie niets goed te praten. Hij velt naar eigen zeggen geen morele oordelen, hoewel dit misschien niet helemaal strookt met zijn oordeel over de gepleegde oorlogsmisdaden, iets waar de Nederlandse regering tot op heden niet aan toegegeven heeft.

Oostindie laat je kennismaken met de oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, met het leger dat weleens het ‘vergeten leger’ wordt genoemd. Door de soldaten en veteranen zelf aan het woord te laten, schetst Oostindie een begrijpelijk beeld van de oorlog, voor de lezer die, twee generaties verder, wat onbevangener in het debat staat. De vraag op welke schaal er oorlogsmisdaden zijn gepleegd blijft, maar Oostindie levert een waardevolle bijdrage. Of er ooit een antwoord zal komen, is maar de vraag.