Berichten

Razorlight - Olympus Sleeping
Muziek / Album

Indrukwekkende rentree na tien jaar radiostilte

recensie: Razorlight - Olympus Sleeping
Razorlight - Olympus Sleeping

Hoelang de slaap van Olympus precies heeft geduurd, laten we in het midden. De serene stilte waarin het Brits/Zweedse Razorlight zich hulde, duurde maar liefst niet minder dan tien jaar. Dat had mede te maken met de solo-uitstapjes van onder meer frontman Johnny Borrel en drummer Andy Burrows. Dat beviel laatstgenoemde dermate goed, dat hij niet terugkeerde bij de energieke indierockers. Desondanks is Razorlight terug van weggeweest. Met een nieuwe plaat én dito drummer.

De stokjes van Burrows – ondertussen behoorlijk succesvol met vier soloalbums en enkele zijprojecten, waaronder met Editors-zanger Tom Smith – werden overgenomen door Pretenders-drummer Martin Chambers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er van een merkbaar verlies in het slagwerk geheel geen sprake is. Dat valt gelijk van meet af aan op (na noemenswaardig intro met de smeekbede “Give me a Razorlight album that doesn’t totally suck…”), met de energie die het nieuwe repertoire bevat. De eerste vier nummers zijn duidelijk hoorbaar geënt op het geluid van bands als Ramones, Greenday en Sex Pistols. Zo doen de drums en de baslijn van ‘Brighton Pier’ bijvoorbeeld wel heel sterk denken aan Lust for life van Iggy Pop.

Herkenbare klanken

Na de eerste vier nummers manifesteert zich vanaf de eerste tonen van Carry yourself (tevens nieuwe single) al meer de onvervalste Razorlight-sound. Dit is met name te danken aan de zo herkenbare sound, die het door Borrell en muzikale kornuiten gehanteerde instrumentarium voortbrengt. De op solide wijze gedragen door de niet al te ingewikkelde, maar oh zo lekker opzwepende drumritmes van nieuwkomer Martin Chambers doet het lijf al snel bewegen.

Energieke Britpop die vanaf de eerste tonen staat als een huis, maar bij Razorlight zoals altijd ook nu weer een bepaalde nonchalance in zich heeft, vooral tijdens optredens. Denk aan de stoïcijnse houding van bijvoorbeeld de broertjes Gallagher van Oasis. Terug naar de plaat, waarop pas met ‘Iceman’ enige rust in de tent komt. Afsluiter ‘City of Women’ herbergt tot slot een aanstekelijk toetje met countrysausje, waarmee deze langspeler van kop tot staart geenszins is verstoken van de nodige lolligheid. Hoe het herrezen Razorlight in levende lijve oogt en klinkt, valt zondag 3 februari te beleven in de Amsterdamse Melkweg.

Reageer op dit artikel

Razorlight - Olympus Sleeping
Muziek / Album

Indrukwekkende rentree na tien jaar radiostilte

recensie: Razorlight - Olympus Sleeping
Razorlight - Olympus Sleeping

Hoelang de slaap van Olympus precies heeft geduurd, laten we in het midden. De serene stilte waarin het Brits/Zweedse Razorlight zich hulde, duurde maar liefst niet minder dan tien jaar. Dat had mede te maken met de solo-uitstapjes van onder meer frontman Johnny Borrel en drummer Andy Burrows. Dat beviel laatstgenoemde dermate goed, dat hij niet terugkeerde bij de energieke indierockers. Desondanks is Razorlight terug van weggeweest. Met een nieuwe plaat én dito drummer.

De stokjes van Burrows – ondertussen behoorlijk succesvol met vier soloalbums en enkele zijprojecten, waaronder met Editors-zanger Tom Smith – werden overgenomen door Pretenders-drummer Martin Chambers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er van een merkbaar verlies in het slagwerk geheel geen sprake is. Dat valt gelijk van meet af aan op (na noemenswaardig intro met de smeekbede “Give me a Razorlight album that doesn’t totally suck…”), met de energie die het nieuwe repertoire bevat. De eerste vier nummers zijn duidelijk hoorbaar geënt op het geluid van bands als Ramones, Greenday en Sex Pistols. Zo doen de drums en de baslijn van ‘Brighton Pier’ bijvoorbeeld wel heel sterk denken aan Lust for life van Iggy Pop.

Herkenbare klanken

Na de eerste vier nummers manifesteert zich vanaf de eerste tonen van Carry yourself (tevens nieuwe single) al meer de onvervalste Razorlight-sound. Dit is met name te danken aan de zo herkenbare sound, die het door Borrell en muzikale kornuiten gehanteerde instrumentarium voortbrengt. De op solide wijze gedragen door de niet al te ingewikkelde, maar oh zo lekker opzwepende drumritmes van nieuwkomer Martin Chambers doet het lijf al snel bewegen.

Energieke Britpop die vanaf de eerste tonen staat als een huis, maar bij Razorlight zoals altijd ook nu weer een bepaalde nonchalance in zich heeft, vooral tijdens optredens. Denk aan de stoïcijnse houding van bijvoorbeeld de broertjes Gallagher van Oasis. Terug naar de plaat, waarop pas met ‘Iceman’ enige rust in de tent komt. Afsluiter ‘City of Women’ herbergt tot slot een aanstekelijk toetje met countrysausje, waarmee deze langspeler van kop tot staart geenszins is verstoken van de nodige lolligheid. Hoe het herrezen Razorlight in levende lijve oogt en klinkt, valt zondag 3 februari te beleven in de Amsterdamse Melkweg.

Reageer op dit artikel