Eén groot feest bij Zweedse rockshow

De alternatieve rockgroep Royal Republic uit Malmö gaat lekker. Met vier albums binnen zes jaar en een volgepropt tourschema zou je misschien verwachten dat de band wat uitgeblust op het podium staat. Maar niets is minder waar. De mannen zetten, geheel volgens hun reputatie, een energiek en verrassend optreden neer in The Max van de Melkweg.
Verwacht vanavond geen sentimentele liedjes of gitaarballads. Het overgrote deel van Royal Republics repertoire bestaat uit stevige rocknummers. En met songtitels als ‘Underwear’, ‘Uh Huh’ en ‘Everybody Wants to be an Astronaut’ weet je ook dat de teksten waarschijnlijk niet al te diepzinnig zijn. Maar waar de band wél om bekendstaat, is om het feit dat elk van hun optredens een feestje is.
Voorafje, salade en een koninklijk hoofdgerecht
Eerst is het de taak aan de twee voorprogramma’s om de zaal op te warmen. Het Britse Dinosaur Pile Up is met drie man sterk goed voor een half uur aan harde rock, die soms naar metal neigt. Terwijl de zaal langzaam volstroomt mag ook de sympathieke Tim Vantol wat liedjes spelen. De keuze voor één man met alleen een akoestische gitaar lijkt wat gek deze avond, en Vantol noemt zichzelf dan ook ‘de salade tussen het voorafje en het hoofdgerecht’. Maar met zijn enorme strot weet hij een hoop geluid te produceren, en zelfs als hij een stukje onversterkt speelt, is zijn akoestische punkrock boven op het balkon ook nog goed te horen, over het rumoer van de pratende toeschouwers heen.
Precies op tijd betreedt daarna Royal Republic het podium, met alle vier de mannen strak in pak. Als de band al buigend het optreden begint en er bij het eerste nummer al een moshpit ontstaat, weet je dat zowel de artiesten als het publiek er zin in hebben. De zaal is vanavond gevuld met veel echte fans, wat meerdere malen duidelijk wordt als de zanger zijn mond houdt en het publiek woord voor woord kan invullen.
Ietwat over the top
Technisch zit het optreden sterk in elkaar, en er zijn eigenlijk geen foutjes of valse noten te ontdekken. Wat de avond verrassend maakt is het showelement. Dit wordt vooral veroorzaakt door de extravagante en prettig gestoorde frontman Adam Grahn. Hij steelt de show met zijn danspasjes en expressieve gezichtsuitdrukkingen. Maar ook tussen de nummers door eist hij alle aandacht op, door monologen van soms wel vijf minuten te houden waar hij zelf het hardst om moet lachen.
Hier en daar wordt de aandachtsbehoefte van de besnorde Grahn wat irritant, en ook enkele aspecten van het concert zijn too much. Zo is het niet per se nodig om na elk nummer het licht volledig te laten uitdoven, of om een gesprek te simuleren met een stem van een bandje, die een of andere god moet voorstellen. Ook de te lange theatrale stiltes hadden niet gehoeven.
Maar je kunt eigenlijk niets anders dan bewondering hebben voor de manier waarop Royal Republic dit optreden aanpakt. Ze weten precies waar ze mee bezig zijn, en zorgen ervoor dat de avond één groot feest wordt en niemand in de zaal stilstaat. Dat de mannen dan zo arrogant zijn om hun eigen bandnaam te scanderen, wordt ze dankzij hun knappe show vergeven.


Malin Hollaar
https://pixabay.com/photos/windmills-old-mills-landmark-ruin-593480/
Sanne Peper
Persmap Stedelijk Museum Amsterdam (https://www.stedelijk.nl/nl/persbeeld/marina-abramovic)


vraagt het publiek met opgestoken duimen toestemming om het concert semi-akoestisch te spelen en daarvoor de nodige voorbereidingen te treffen. Wanneer de hele zaal goedkeurende tekens geeft, begint de band ruim twintig minuten later dan gepland aan een aangepaste semi-akoestische set met vier man. “We are stripped down to the core, this is who we are from the inside,” vertelt Burnley, waarna de band inzet met ‘So Cold’, een nummer van het album
Het vijfde nummer, ‘Simple Design’, speelt de band elektrisch om het publiek toch iets van de echte muzikale kracht van Breaking Benjamin te laten proeven, waarna het publiek unaniem bepaalt dat de rest van het optreden ook
dat hij even een riffje moet oefenen dat hij normaal niet speelt en zegt na het aanslaan van een akkoord “Ok, I got it!” De normale set eindigt vervolgens met ‘I Will Not Bow’ waarin Burnley normaal gesproken helemaal niet speelt, wat blijkt uit het nogal satirische gesprek dat hij voert met drummer Shaun Foist die steeds zijn schouders ophaalt.
Met ‘Dance With the Devil’ en ‘Diary of Jane’ sluit Breaking Benjamin het optreden af, waarvoor Burnley eerst nog even wat riffjes moet ‘leren’. Hij grapt dat dit het eerste concert ooit is waar iemand een partij zó kort voor het optreden moet leren. Hoewel het ontbreken van de melodische gitaarlijnen soms duidelijk hoorbaar was, weet de band zich uitstekend staande te houden en aan de hoge verwachtingen van het eerste concert in Nederland te voldoen. Laten we hopen dat Burnley zijn fobieën voortaan beter de baas blijft en ons niet nog eens zo lang op een concert van zijn geweldige band laat wachten.
Sung Jin Cho (Unsplash)
Pixabay