Kunst
special: Amsterdam en De magische wereld van Lizzy Ansingh
SK-A-4700Rijksmuseum Amsterdam

Veelzijdige Amsterdamse Joffer

De affiches in het Amsterdamse straatbeeld vielen niet over het hoofd te zien: Meet Lizzy. Rijksmuseum. Toeristen zetten dit museum vaak met stip op 1 of 2, na of net voor het Van Gogh Museum. Veel minder bekend is het Luther Museum Amsterdam. Niet te missen als je op dit moment los van het Rijksmuseum meer over Lizzy Ansingh (1875-1959) te weten wilt komen.

Laten we beginnen met het museum. Het is gevestigd in het statige gebouw ‘Wittenberg’ (1772) in de Plantagebuurt, in de nabijheid van de Hortus en van Artis; een mooie combinatie voor een dagje Amsterdam. Het gebouw was opgetrokken als Evangelisch-Luthers Diaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis. Het diende lang als onderkomen voor ouderen, armen en wezen. Enkele jaren geleden is het omgebouwd tot museum.
Links van de ingang vinden in de Kerkzaal de tijdelijke tentoonstellingen, evenementen en concerten plaats en rechts ervan is het gedeelte met onder meer enkele regentenkamers en de Administratiekamer, waarin het verhaal over Luther wordt uitgebeeld.

Lizzy Ansingh ‘een visionair kunstenaar’

En dan de tentoonstelling. Lizzy Ansingh kwam uit een lutherse familie. Haar grootvader was predikant. Vandaar de link met het Luther Museum Amsterdam.
Haar nicht Thérèse Schwartze gaf Ansingh niet alleen de eerste schilderlessen, maar leerde haar ook kijken naar het werk van kunstenaars als Breitner en Maris. Ze kwamen, net als Mondriaan, wel in de ateliers van Simon Maris en George Hendrik Breitner.
In 1894-1897 studeerde Ansingh aan de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten, waar een kring vriendinnen ontstond die de naam ‘Amsterdamse Joffers’ kreeg, in 1912 aan hen gegeven door de kunstcriticus Albert Plasschaert. De tentoonstelling wordt in die context geplaatst, want op de gang hangt informatie over en werk van enkele Amsterdamse Joffers. Ansingh was de spil van de joffers en zorgde er onder meer voor dat Coba Ritsema (1876-1961) bekendheid kreeg. Van haar zullen we straks tussen twee haakjes meer te weten kunnen komen op een tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem (september 2025-januari 2026). De joffers zijn terug van weggeweest!

Vroege werk

De Amsterdamse Joffers werkten in hun atelier, omdat het eind negentiende, begin twintigste eeuw niet als gepast werd beschouwd om buitenshuis landschappen te tekenen of later ook te schilderen. Ansingh blonk uit in stillevens, portretten in opdracht en genrestukken met poppen.
Die poppen vormden volgens een tekstbordje haar ‘artistieke laboratorium’. Elk kreeg een eigen karakter mee, maar er werd ook geoefend met schaal en compositie. Een van de eerste schilderijen die wordt getoond is een vroeg werk: expressief en met een grove toets. Ook enkele Japanse poppen in een sprookjesbos ademen de tijd van ontstaan, met de invloed van wat we Japonaiserie of Japonisme noemen. Termen die ook van toepassing zijn op het postimpressionistische werk van Vincent van Gogh (1853-1890), al doen sommige schilderijen van Ansingh vooral qua thematiek meer denken aan die van een andere tijdgenoot: Martin Monnickendam (1874-1943). Van hem was onlangs werk te zien in het Allard Pierson in Amsterdam; ook een tip waard! Was zij de poppenschilder – hij was de schouwburgschilder, maar beiden laten poppen en mensen zien als in een spiegel.

Late werk

Stilleven met vaasje en rode bloem

Stilleven met vaasje en rode bloem © Marc Pluim

In Ansinghs late werk, zoals Fee met pauwenveren, lopen droom en werkelijkheid in elkaar over. Het is sprookjesachtig qua sfeer. De schilderijen zijn vol van herinneringen aan bijvoorbeeld haar ouderlijk huis en hebben een zekere lading. Ook in de tekeningen zonder poppen werkt de kunstenares met sfeer, kleur en licht.
Naast ruim dertig schilderijen en tekeningen staat er op de tentoonstelling ook een vitrine waarin onder meer boekjes liggen die Lizzy Ansingh samen maakte met een andere joffer, Nelly Bodenheim (1874-1951). Ansingh maakte de tekst en Bodenheim de illustraties. Ze kijken, lijkt het wel, met verwondering naar de wereld. Iets dat ook blijkt uit haar gedichten die her en der in de zaal hangen.
De meeste getoonde werken komen uit de Collectie Stichting Kunsttunnel en uit particuliere collecties, waaronder een heel mooi Stilleven met vaasje en rode bloem, dat in langdurige bruikleen is van Museum Arnhem.

De tentoonstelling brengt de ontwikkeling van het veelzijdige werk van Lizzy Ansingh mooi over het voetlicht. Het begint met een afbeelding van het portret dat Thérèse Schwartze van haar maakte en dat de affiche van het Rijksmuseum siert: een mondaine dame, met een zwarte hoed op het hoofd. Geschilderd in 1902, toen Ansingh zes- of zevenentwintig was. Op het affiche van het Luther Museum Amsterdam staat ze wat dromerig te kijken en is ze gekleed in een bontjas.
Maar de klap op de vuurpijl is misschien de prachtige tekening aan het eind van de expositie. Met een bibberende handtekening. Ongetwijfeld een laat werk, al staat er geen jaartal bij (zoals bij de meeste werken overigens niet) en ook geen tekstbordje, maar indrukwekkend en aandoenlijk is het.