Theater / Achtergrond
special: Oda Visser in de finale van Avond voor het Nieuwe Lied

Hofleverancier van het Nieuwe Lied

Om nieuw schrijftalent aan het volk te presenteren, houdt het Amsterdams Kleinkunst Festival (AKF) op 7 mei in de Meervaart een ‘Avond van het Nieuwe Lied’. Het AKF doet dat al voor de zesde keer. Een goede reden om naar Zeist af te reizen, want daar woont ‘hofleverancier’ Oda Visser. Visser is namelijk al voor de vijfde keer tot de finale doorgedrongen.

“We willen stimuleren dat er liedteksten worden geschreven”, legt AKF-medewerkster Bootsma uit. “Gemiddeld krijgen we tussen de 200 en 300 inzendingen, waarvan er uiteindelijk twaalf de finale halen. Die liedjes worden op muziek gezet en op de avond zelf door professionele artiesten uitgevoerd. Hoe de finalisten reageren als ze hun liedje in het theater terughoren? Meestal zijn ze overdonderd, want bekende Nederlanders vertolken immers jouw liedje, begeleid door een vijfmans orkest.” Of een plekje in de finale de kans vergroot dat jouw liedje ook daadwerkelijk op het repertoire van een artiest terechtkomt, kan Bootsma niet zeggen. “Maar Rob van de Meeberg, die in de eerste aflevering van de ‘Avond van het Nieuwe Lied’ een liedje van Catja Cappon zong, vond dat liedje zó leuk dat hij het op zijn cd heeft gezet.”

Dat is Oda Visser nog niet overkomen en dat is buitengewoon jammer, want met Wees een engel leverde ze vorig jaar een regelrecht juweeltje af. Wees een engel gaat over een vrouw, die door een dodelijk ongeluk in de hemel terechtkomt, maar zich daar stierlijk verveelt. Ze sommeert haar op aarde achtergebleven echtgenoot om zich bij haar te voegen, maar die heeft daar helemaal geen trek in, waarop de vrouw in grote woede ontsteekt.”Wat ben je toch een slappeling, je durft niet, geef het maar toe.”
Wees een engel is zo geestig en origineel, dat je vurig zou wensen dat een artiest het op zijn of haar repertoire zou nemen. Maar goed, vijf keer de finale bereiken, da’s ook niet niks. Een goede reden dus om op Koninginnedag met Oda Visser in de tuin te zitten en wat meer over haar te weten te komen.

De uitdaging

~

Waar beleef je tijdens het schrijven van liedjes het meeste plezier aan?
“Dat is het zoeken naar woorden waarmee je een bepaalde situatie of gemoedstoestand zo exact mogelijk omschrijft. Bij een liedje moet je dat in een paar regeltjes doen. En dan moet het ook nog op rijm en in een bepaald metrum passen. Dat is de uitdaging. Als je dan weer een paar regeltjes hebt geschreven, waar je tevreden over bent, dan denk je: Yes, dat staat er tenminste.”

Schrijftalent heeft ze niet van een vreemde. “Mijn vader schreef ook liedteksten. In 1956 trad hij op in een caberetprogramma van de KRO-radio. Dat waren liedjes op muziek van Harry Bannink, die toen nog een jong broekie was. Die liedjes galmden dan door ons huis. Mijn vader was ook een van de eersten die liedjes van Annie M.G. Schmidt op muziek zette, voor zijn eigen plezier. Hij vond dat je die gedichtjes ook kunt zingen. Dat deed hij trouwens samen met Leo van Velzen, die voor Ted de Braak uit het Engels Een glaasje Madeira, my dear vertaalde. Dat schrijven van teksten is dus eigenlijk een beetje met de paplepel ingegoten.”

Wat kun je in een liedje kwijt?
“Het moet een verhaaltje met een kop en een staart zijn, in mijn liedjes gebeurt altijd iets. Ik denk ook heel beeldend, dus ik wil altijd een filmpje voor me kunnen zien. Neem die vrouw uit Wees een engel, daar kreeg ik meteen het beeld bij van een verwende troel, zo’n stampvoetend type dat haar hele leven haar zin heeft gekregen. Dan laat ik haar bijvoorbeeld zeggen: ‘Doe het nou voor mij, want ik zeur toch nooit’, terwijl ze natuurlijk áltijd zeurt. Tja, als zo’n type een beetje uit de verf komt, dan is dat leuk.”
“Het begint altijd met een thema”, vervolgt ze. “Vorig jaar moest het over ‘liefde en andere relaties’ gaan. Al filosoferend kwam ik uit op de liefde tussen twee ongelijkwaardige mensen en wat is er ongelijkwaardiger dan iemand die dood is en iemand die nog leeft. Vervolgens dacht ik: die vrouw zit in de hemel en al doende groeit zo’n liedje.”

Spreektaal

In maart mochten de finalisten van 2007 jaar een workshop bijwonen onder leiding van George Groot. Wat heb je daar vooral van opgestoken?
“George Groot kan vrij direct zeggen wat er aan een liedje wel of niet klopt. Soms heb je je bijvoorbeeld op een zinnetje doodgestaard en denk je: ‘Het moet zó, want het kan niet anders.’ In het liedje voor de finale van dit jaar schreef ik bijvoorbeeld: “Alleen mijn kleren had ik nog – fles water en het eten.” George Groot zegt dan: “haal dat ‘fles’ maar weg, het is sterker om gewoon ‘water’ te zeggen.”Je moet zoveel mogelijk spreektaal gebruiken.”

Hoe is het als jouw tekst op muziek wordt gezet en door een bekende artiest wordt gezongen?
“Dat is héél spannend, vooral de eerste keer. Ik herinner me dat Marjolijn Touw mijn liedje Jozefien zong. Dat deed ze zó mooi, dat ik helemaal strak in mijn stoel zat. Het is een heel melancholisch liedje en er zat ook prachtige accordeonmuziek achter. Kortom, het was perfect.”

Komt zo’n liedje, als het door een artiest wordt gezongen, dan pas écht tot leven?
“Nou nee, want als je bijvoorbeeld kijkt naar de teksten van Annie M.G. Schmidt, waar ik me overigens absoluut niet mee wil vergelijken, dan zie je dat ze veel gedichtjes heeft geschreven die pas véél later op muziek zijn gezet. Kortom, die gedichtjes blijven ook zonder muziek overeind.”

Overigens schrijft Oda Visser niet alleen liedteksten, ze schrijft ook voor toneel. Momenteel vertaalt ze, samen met anderen, liedteksten voor een nieuw film van Joost Ranzijn, die een hedendaagse versie wil maken van de West Side Story, waarbij de Puerto Ricanen in Amerika zijn vervangen door de Marokkanen in Utrecht. “Dat vertaalwerk smaakt naar meer, dus ik speel met het idee om een musical te schrijven, want dan kan ik theater met liedjes combineren. Ach, misschien moet ik daar maar niet te lang over fantaseren en moet ik er gewoon maar eens aan beginnen.”

Op 7 mei worden liedjes uitgevoerd van Sybo Adema, Catja Cappon, Arie Grendel, Paul Grobbe, Pitt de Grooth, Ingrid Kielen, Kees Langejan, Toine Paauwe, Mei Rhemrev, Eva Schuurman, Oda Visser en Mirjam Weijers. Klik hier voor meer informatie.