Kunst / Achtergrond
special: Interview met galeriehouder en verzamelaar Van Zoetendaal

Fotograferen met het oog

Willem van Zoetendaal is door zijn werk als docent van de opleiding Fotografische vormgeving aan de Rietveld Academie gefascineerd geraakt door de fotografie. In de jaren negentig is hij een galerie begonnen waarin foto’s van oud-studenten, collega’s en andere fotografen werden getoond. Naast de tentoonstellingen in de galerie maakt van Zoetendaal publicaties en werkt hij samen met andere tentoonstellingspodia, zoals het Foam.

Naast het tonen van foto’s in zijn galerie verzamelt Willem van Zoetendaal ook zelf foto’s. Deze collectie varieert van foto’s gemaakt door Nederlandse fotografen, zoals Rineke Dijkstra, tot portretfoto’s uit buitenlandse fotografiestudio’s uit de vorige eeuw. Het Fotografiemuseum in Den Haag heeft deze collectie recentelijk aangekocht en een deel hiervan wordt momenteel tentoongesteld. Tijd voor een gesprek met Van Zoetendaal waarin ik hem vraag naar zijn passie.

Fotografie en galerie

Opname fotostudio in voormalig Oost-Duitsland, z.t., 1975, C-type, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal Collections
Opname fotostudio in voormalig Oost-Duitsland, z.t., 1975, C-type, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal Collections

Wat voor soort fotografie kunnen we zien in uw galerie?
In mijn galerie vind je fotografie die ik zelf zou omschrijven als ‘internationaal hedendaags’. De fotografie laat zich niet onderbrengen onder een algemene noemer. Er is misschien wel sprake van een zekere stijl als je de gehele collectie bekijkt van het werk van de fotografen die worden gerepresenteerd, maar zelf kan ik het niet omschrijven. Ik beschouw de algemene deler meer als een persoonlijke opvatting over de manier waarop je kijkt. Wat mijn galerie onderscheidt ten opzichte van andere galeries is dat de foto’s in mijn galerie minder sensationeel en meer ingetogen zijn.

Zijn er overeenkomstige eigenschappen aanwezig in de fotografie van de kunstenaars die u vertegenwoordigt?
Het werk van de fotografen waarmee ik werk heeft een bepaalde boodschap in zich die ik erg interessant vindt.

Wat maakt een foto precies tot een goede foto?

Opname fotostudio in voormalig Oost-Duitsland, z.t., ca. 1980, C-type, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal CollectionsOpname fotostudio in voormalig Oost-Duitsland, z.t., ca. 1980, C-type, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal Collections

De context en de omgeving van een foto zijn belangrijk. Ik zie fotografie als een taal, niet zoals het alfabet, maar als beeldtaal. Je kunt de beelden op een bepaalde manier lezen. De ervaring van de kijker is belangrijk in een goede foto.

Welk werk kunnen we zien in uw galerie?
De tentoonstellingen in mijn galeries bestaan uit combinaties van ouder en recenter werk. Daarnaast zijn de tentoonstellingen samengesteld met eigen (aangekocht) werk en werk in consignatie (in bruikleen gesteld door de kunstenaar red.). Bij de vormgeving van een tentoonstelling kijk ik vooral naar de samenhang van het geheel aan werken. Zo kan het zijn dat er van een kunstenaar drie foto’s hangen en van een andere kunstenaar maar één. Ook toon ik niet altijd alle foto’s uit een serie. Ik kijk vooral naar goede combinaties van werk en naar de beschikbare ruimte. Op 28 april 2008 zal er weer een tentoonstelling openen. Deze zal tot september 2008 op afspraak te bezichtigen zijn.

Als u publicaties maakt laat u dan de series zoals gemaakt door de fotografen in tact of maakt u nieuwe combinaties van verschillende werken?
In een publicatie is er meer ruimte dan in de galerie, maar de samenstelling van werken verschilt per publicatie. Momenteel ben ik bezig met de publicatie van werk van Paul Kooijker. Hij krijgt alle vrijheid om te bepalen welk werk er wordt opgenomen en welk werk niet. Ik heb hierin een adviserende rol. Daarnaast houd ik me bezig met de invulling van de pagina’s en de grafische vormgeving van publicaties.

Met hoeveel fotografen werkt u samen?

Rineke Dijkstra, z.t., Polen 1994, Polaroid, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal CollectionsRineke Dijkstra, z.t., Polen 1994, Polaroid, collectie Gemeentemuseum Den Haag, voorheen Van Zoetendaal Collections

Ik werkte vroeger met vijfentwintig fotografen, maar sinds ik in een ander -kleiner- pand zit werk ik met twaalf fotografen. Met de overige fotografen heb ik in goed overleg besloten om de samenwerking te beëindigen. De fotografen waarmee ik momenteel werk ken ik goed en de verhoudingen zijn goed.

Hoe komt een samenwerking tussen u en een fotograaf tot stand?
Ik ga elk jaar naar de eindexamenexposities en zie daar veel interessant werk. Ik kan echter niet met al die kunstenaars samenwerken, dus meestal laat ik alles wat ik heb gezien zo’n twee dagen bezinken en ga dan nog eens naar het werk kijken. Ik kijk dan anders en vaak zie ik andere dingen. In sommige gevallen blijft het werk interessant en ga ik met een kunstenaar in zee. Natuurlijk is ook de houding van de fotograaf een belangrijk onderdeel in de samenwerking. Er moet een zekere klik of vertrouwen zijn. Op dit moment maak ik kennis met een fotograaf uit Groningen. Sara Blokland (een van de fotografen die van Zoetendaal vertegenwoordigt red.) vertelde me dat deze fotograaf interessant werk maakt. Ik ga binnenkort met hem praten over zijn werk. Dat is zeer spannend. Ook komen er wekelijks zo’n vijftien fotografen met een portfolio langs, maar daar zit eigenlijk nooit iemand bij met wie ik wil samenwerken.

In de samenwerking met fotografen bent u nauw betrokken bij het maakproces. Hoe gaat zoiets in zijn werk?
Ja, ik ben vroeg betrokken bij processen. Ik ga regelmatig op atelierbezoek. Tijdens werkprocessen geef ik advies. In zekere zin heb ik hierin een sturende rol, maar ik laat de fotograaf ook zijn eigen ruimte houden. In het verleden ben ik wel eens te enthousiast geweest in mijn sturende rol, maar dan kun je net zo goed zelf het werk gaan maken. Dan blijft er weinig over wat nog door de kunstenaar is bepaald. En bovendien blijft de fotograaf eindverantwoordelijk over het gemaakte werk. De samenwerking kun je eigenlijk zien als een soort van ‘eeuwige uitwisseling van ideeën’. Voor de fotografen ben ik hierdoor in zekere zin ook een soort van ‘sparring partner’.

‘Sparren’ de fotografen die u vertegenwoordigt ook met elkaar?
Af en toe, maar dat gebeurt dan op eigen initiatief en niet persé via de galerie. Hoewel ik op dit moment een digitale galerieruimte samenstel, artist territory genaamd. Hierin is mijn rol als galeriehouder minimaal. De fotograaf stelt zelf zijn tentoonstelling samen en is dus de curator. Ik bied alleen de digitale ruimte ter beschikking. Elke fotograaf zal zes weken lang zijn werk kunnen laten zien.

Hoe bent u begonnen met het samenstellen van uw collectie?
In mijn galerie presenteerde ik werk van ex-studenten en collega’s van de Rietveldacademie. Sommige van deze werken kocht ik aan en zo ontstond een kleine collectie. Op een gegeven moment ben ik ander werk gaan verzamelen dat diende als inspiratiebron. Als ik op rommelmarkten liep kocht ik weleens oude fotoboeken met interessante foto’s. Op die manier is mijn collectie in de loop der jaren uitgegroeid tot ongeveer 1100 werken met onder andere foto’s van de Rietveldschool, portretfoto’s uit fotostudio’s vanaf 1930 en fotoalbums.

Hoe is de aankoop van uw collectie door het Fotografiemuseum gegaan?
Wim van Krimpen en ik kennen elkaar al heel lang en hij wist dat ik een grote collectie samenstelde. Hij heeft me er een paar keer naar gevraagd en gaf aan wel geïnteresseerd te zijn. Hij was vooral geïnteresseerd in het vroege werk van nu bekende fotografen, zoals Rineke Dijkstra. Ik wilde geen afstand doen van mijn collectie, omdat de verzameling nog niet af was, nog niet compleet. Ik kon er nog steeds inspiratie uithalen. Een poos geleden vroeg hij me er weer naar en deed een interessant bod. Ik had op dat moment ook het gevoel dat de collectie compleet was en dat ik er klaar voor was om er afstand van te doen. De collectie diende niet meer als inspiratiebron.

Daarnaast vind ik het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen kunnen genieten van mooie fotografie. Een museum heeft meer ruimte dan mijn galerie én is een extra podium. Om die reden werk ik ook vaak samen met musea, zoals momenteel met het Foam in Amsterdam.

Wat vindt u van het niveau en de visie van de aanwezige collecties in de fotomusea die Nederland sinds een aantal jaar kent?
Wisselend. Het Foam heeft een dynamisch beleid en een groot aantal bezoekers. Het verloop van de tentoonstellingen is groot, waardoor bezoekers sneller terugkomen om geen tentoonstellingen te missen. Huis Marseille in Amsterdam is eigenzinnig en stelt op basis van eigen smaak tentoonstellingen samen.

Het Fotografiemuseum in Rotterdam en het Stedelijk Museum in Amsterdam vind ik slecht. In deze musea is duidelijk te weinig contact met de rest van Nederland. Er is nauwelijks sprake van een eigen visie en er wordt teveel gedaan wat anderen al doen. Ik vind dat er in deze musea een professionele interesse ontbreekt.

Van het Fotomuseum in Den Haag vind ik het jammer dat de fotografie nu niet of nauwelijks meer in het hoofdgebouw te zien is, terwijl dit zo’n mooi gebouw is. Tot slot vind ik het een gemiste kans dat musea met een rijke fotografiecollectie hier zo weinig mee doen. Zo kun je prima digitale of ‘printed exhibitions’ (publicaties met werk) uitbrengen, zodat de collectie toch zichtbaar is voor een groot publiek.

Tot slot: Fotografeert u zelf ook?
Ja, met mijn ogen.

 

Lees ook Fotograferen met het oog: interview met galeriehouder en verzamelaar Van Zoetendaal

Reageer op dit artikel