Film / Achtergrond
special: Howl, Somewhere, Balada triste de trompeta

Artiesten in het nauw

Dat kunst zichzelf beschouwt, is van alle tijden. Deze week dvd-uitgaven van hele diverse beschouwingen door kunstenaars van hun beroep: drie films over artiesten die door zichzelf en hun omgeving in het nauw komen.

~

Hoe verfilm je een gedicht? Regisseurs Rob Epstein en Jeffrey Friedman kozen voor een halfdocumentaire stijl vermengd met animatie. Het gedicht ‘Howl’, dat als een van de hoogtepunten van het werk van de beatgeneratie gezien wordt, krijgt een kans zich staande te houden in een veel sneller en directer medium. Dat het een lastige keuze is om poëzievoordracht in filmvorm te gieten, is vanaf het begin duidelijk. Het gedicht moet worden opengebroken en de bijtende woordenstroom van ‘Howl’ behoeft een vertaling in beeld. Een geënsceneerd interview met poëet Allen Ginsberg (James Franco) vult het geheel aan.

Het is niet voor niets dat juist dit gedicht wordt gekozen. Tien jaar voor het Nederlandse proces tegen Gerard Reve over zijn godslasterlijke literatuur in Nader tot u opende een officier van justitie in Amerika de jacht op Allen Ginsberg. Beide homoschrijvers namen geen blad voor de mond over hun eigen seksuele uitspattingen en cynisme over heilige huisjes, ook al bracht het ze in problemen.

De beperkingen van de artiest

Het proces tegen Ginsberg is de enige strikt dramatische lijn in Howl. De film is daarmee een collage van poëzie, fictie en non-fictiestijlen. Alles wordt aangevoerd om de noodzaak van artistieke vrijheid te benadrukken. Het is een vrijheid die de regisseurs zelf ook nemen, maar hun film blijft niet hangen. Er worden teveel verschillende elementen aangevoerd om het gedicht van context te voorzien. Het beeld van de onbegrepen artiest doet de dichter en zijn gedicht minder recht dan de klap in het gezicht dat ‘Howl’ zelf is.

~

Dan is de poging van Sofia Coppola om de beperkingen van de artiest te beschouwen, treffender. In haar film Somewhere speelt Stephen Dorff acteur Johnny, die hard op weg is een kansloze karikatuur van zichzelf te worden. Hotelkamers met slechte strippers en de onheilzame weg van internationale roem worden met onderkoelde toon geregistreerd. Het lijkt alsof Coppola meer dan genoeg acteursleed heeft gezien en daar met deze film mee afrekent. Bekendheid leuk? Het zorgt alleen voor eenzaamheid. De erkenning voor zijn werk benijdenswaardig? Het laat een groot gat achter in zijn persoonlijkheid en de kijker krijgt het idee dat de man nergens goed voor is.

Somewhere is net als Lost in Translation een film waarin de hoofdpersoon maar geen grip krijgt op het leven waar hij voor uitverkoren is. Alles is vervreemdend: de veel te enthousiaste pr-dames, onbegrijpelijke internationale tv-optredens en een leven dat gemanaged wordt door iemand anders. Coppola contrasteert dit met Johnny’s dochter, die leven brengt in de eindeloze hotelkamers en verveeldheid van Johnny. Langzaam verandert zelfs de acteur in een humaan mens.

Lelijkheid als lust voor het oog

~

Zo sober als Coppola het houdt, zo rijk aan beelden is de bizarre clownhorror Balada triste de trompeta. Het is een film die de draak steekt met de Spaanse dictatuur onder Franco. Ook hier draait het weer om artiesten die zichzelf niet kunnen helpen, maar nu is dat de basis voor een absurd melodramatisch verhaal. De trieste clown Javier (Carlos Areces) doet auditie bij het circus. Hij wordt de sidekick van de vrolijke clown Sergio (Antiono de la Torre), die in het echte leven zijn collega’s terroriseert. De glamoureuze trapezeartieste Natalia (Caroline Bang) zorgt ervoor dat de spanning tussen twee wraakbeluste clowns alleen maar toeneemt.

Het bloederige drama levert een stel smakelijke scènes op van gruwelijke clowns die Franco’s hoogste militairen onder handen nemen en elkaar op originele manieren de dood in willen drijven. Jammer is het contrast met de over-the-top Natalia, die de donkere magie van de film breekt; zij is degene waar het publiek niet van zal gaan houden. Het smerige karakter en uiterlijk van de clowns behoren in elk geval tot de meer fantastische creaties van De la Iglesia. Zij zijn net zo lelijk als het innerlijke leven van acteur Johnny en zo provocerend als de ontboezemingen van Ginsberg. Artiesten in het nauw die briljante bokkensprongen maken.

Howl (Rob Epstein en Jeffrey Friedman, 2010) en Somewhere (Sofia Coppola, 2010): distributeur A-Film; Balada triste de trompeta (Alex de la Iglesia, 2010): distributeur Twin Pics.

Reageer op dit artikel