Film / Achtergrond
special: Film Festival Breda 2011

Deel 2

.

DEEL 1 | DEEL 2 | DEEL 3

Inhoud: The Arbor | Made in Dagenham | The Parking Lot Movie | Malavoglia | October Country

~

Een hoogtepunt in het programma, waar helaas maar weinig bezoekers op afkwamen, was Clio Barnards opmerkelijke mengeling van documentaire en fictie The Arbor. De film is een gelaagd portret van toneelschrijfster Andrea Dunbar en haar familie. Dunbar werd bekend met haar harde toneelstukken over het leven in een probleemwijk in Yorkshire. Daarnaast maakte de invloedrijke regisseur Alan Clarke (Scum, The Firm) een film van haar script Rita, Sue and Bob Too! Dunbar overleed echter op jonge leeftijd door alcoholmisbruik en liet drie kinderen achter die in The Arbor vertellen over hun moeilijke moeder en hun door misbruik en verslaving getekende levens.

Barnard weet in de film op sublieme wijze een portret te geven van de wereld van Dunbar waar het sociaalrealisme dat al zo’n herkenbare stijl is geworden in de Engelse cinema, wordt gecontrasteerd met kunstmatigheid. Zo laat zij acteurs lipsyncen op de geluidsband die zij heeft opgenomen met Dunbars familie. Ook voert zij een toneelstuk van Dunbar op in haar oude wijk, terwijl de bewoners toekijken. Het knappe van de film is dat realisme nieuw leven wordt ingeblazen. Barnard doet dit door spanningen te creëren en de kijker te wijzen op het proces van filmmaken en acteren.  In bepaalde opzichten zijn het methoden die zijn afgeleid van de theorieën van Bertold Brecht. Het eindresultaat is echter verre van gekunsteld en versterkt het realisme des te meer. In een periode waar veel arthousecinema een Dardenne-achtige stijl hanteert om de werkelijkheid te vangen is Barnards film te prijzen als een ambitieus, vernieuwend en ontroerend bewijs van een nieuwe manier van filmmaken. Het is daarom te hopen dat haar film na Breda nog te zien zal zijn in meer Nederlandse bioscopen. (George Vermij)
Terug naar boven

~

Het is 1968. De Fordfabriek in Dagenham is een van de grootste werkgevers in Groot-Brittannië. Naast duizenden mannelijke medewerkers heeft de fabriek ook 187 vrouwen in dienst. Ze werken onder slechte omstandigheden en krijgen weinig betaald, dus reden temeer om in opstand te komen. Rita (Sally Hawkins, Happy-Go-Lucky) wordt unaniem tot aanvoerster gekozen. Eerst aarzelend, maar dan met toenemend zelfvertrouwen gaat ze met hulp van haar chef Albert (Bob Hoskins) de grote Fordbazen en vakbondleiders te lijf. Een actie met grote gevolgen, want door de staking van de vrouwen komt het werk bij de fabriek stil te liggen en komen de onderlinge verhoudingen en Rita’s relatie onder druk te staan.

Made in Dagenham is gebaseerd op een ware gebeurtenis. Vrouwen die in 1968 voor de Fordfabriek werkten eisten gelijke rechten en een gelijk inkomen. Het resulteerde in een strijd die een doorbraak betekende voor de vrouwelijke working class. Nigel Cole maakte eerder de sociaal-realistische tragikomedies Saving Grace en Calendar Girls. Made in Dagenham sluit naadloos aan op zijn voorgangers. Het is een degelijke en onderhoudende film, voorzien van sterk acteerwerk en een goede balans tussen maatschappijkritiek, sociale verhoudingen en een komische noot. Maar zoals zoveel films uit het genre, is de narratieve lijn erg voorspelbaar. Er wordt een strijd geleverd, er wordt geleden en uiteindelijk komt het allemaal goed. Made in Dagenham is nergens verrassend of origineel en als kijker blijf je vooral met het oordeel ‘degelijk, maar met een hoog déjà-vu gehalte’ achter. (Suzan Groothuis)
Terug naar boven

~

De hoogopgeleide en onambitieuze gasten die de revue passeren in Meghan Eckmans sympathieke documentaire The Parking Lot Movie werken als parkeerwachten in een Amerikaanse studentenstad. Eckman interviewt ze en mengt de gesprekken met beelden van hun dagelijkse bezigheden, wat vooral neerkomt op wachten, rondhangen en nadenken over het leven. De parkeerplaats waar Eckman zich op richt wordt beheerd door een voormalige student die bijzondere types aanneemt, waaronder skaters en muzikanten. Veel van de parkeerwachters beklagen zich over de manier waarop ze behandeld worden en de film toont hoe het soms moeite kost om mensen te laten betalen voor een parkeerplek. Ondanks de saaiheid van het onderwerp weet Eckman een leuke en afwisselende film af te leveren die vooral draaiende wordt gehouden door de leuke verhalen en filosofische overpeinzingen van de parkeerwachten (waaronder een bandlid van Yo la Tengo). Daarmee is The Parking Lot Movie een komische ode aan slackers en alternatievelingen waar Jeff Lebowski trots op zou zijn. (George Vermij)
Terug naar boven

~

Malavoglia is een moderne bewerking van de gelijknamige roman van de Italiaanse negentiende-eeuwse schrijver Giovanni Verga. Het boek is al eerder verfilmd door Visconti als La Terra Trema in 1948 en werd ontvangen als een neorealistisch meesterwerk. Scimeca’s nieuwe versie combineert realisme met poëtische beelden. De film draait om een arme vissersfamilie die maar met moeite kan rondkomen van de vangst. Als hun boot na een storm wordt beschadigd moeten ze geld lenen. Het gezin raakt geleidelijk in een neerwaartse spiraal als andere problemen hen teisteren.

Afgezien van wat moderne elementen (een illegale immigrant speelt een bijrol en een van de hoofdpersonen maakt elektronische muziek en rookt wiet) is de setting nog steeds primitief en arm. Het Sicilië van nu lijkt niets veranderd te zijn. Scimecca weet de zee en de locaties mooi in beeld te brengen. Hij wisselt het realisme ook goed af door in een snelle montage een beeld  te geven van alle gezinsleden. Hierdoor is de film meer dan alleen een droog en nuchter portret. Waar de film minder goed overtuigt is het verloop van het verhaal. Het negentiende-eeuwse fatalisme gekoppeld aan de drang om misstanden te tonen was voor zijn tijd vernieuwend. Nu kan je met gemak raden dat het van kwaad tot erger zal gaan met het gedoemde gezin. Verrassend is daarom Scimecca’s keuze om de film een verheffend happy end te geven dat botst met de sobere toon van daarvoor. Het ontdoet de film uiteindelijk van zijn kracht en geloofwaardigheid. (George Vermij)
Terug naar boven

~

In October Country wordt gedurende een jaar, van Halloween tot Halloween, het wel en wee van de familie Mosher in Mohawk Valley (in de staat New York) gevolgd. Patriarch van de familie is Don, een Vietnamveteraan die aan zijn oorlogstijd trauma’s heeft overgehouden. Zijn vrouw Dottie vertelt over zijn transformatie: Don is nooit meer dezelfde geworden en zit opgesloten in zijn eigen wereld. Hun dochter Donna betreurt de keuzes die zij in haar leven heeft gemaakt. Kleindochter Danael lijkt hetzelfde pad op te gaan: op jonge leeftijd een kind krijgen en telkens weer verliefd worden op de verkeerde man. Ook Chris, pleegzoon van Don en Dottie, verkeert continu in de problemen: de ontwrichte jongen lijkt gedoemd tot een slecht bestaan. En dan is er nog Dons zus Denise, een heks die Don vervloekt heeft op de dag dat hij naar Vietnam vertrok. De enige die zich onder alle omstandigheden staande lijkt te houden is Donna’s vroegwijze jongste dochter.

Donal Mosher, het enige familielid dat buiten beeld blijft, maakte samen met Michael Palmieri een intrigerend en donker familieportret. Mosher nam het camerawerk op zich, wat resulteert in een intieme registratie van zijn familieleden. Zo weet de introverte Don dondersgoed hoe zijn familieleden in elkaar zitten en blijkt hij over een groot reflectievermogen te beschikken. Maar Vietnam blijft een gesloten boek. Tragisch is hoe binnen de familie problemen in stand gehouden worden, ook al lijkt ieder te weten hoe het anders kan. Niet voor niets is Halloween een terugkerend element in de film: een gebeurtenis die de familie bindt, maar ook de duistere kanten toont. Met October Country maken Palmieri en Mosher op pijnlijke wijze duidelijk dat de Amerikaanse Droom niet voor iedereen is weggelegd. (Suzan Groothuis)
Terug naar boven

Reageer op dit artikel