Wanhopige strijd tegen de eigen demonen
Fabian CalisDe oudere generatie vecht snoeihard om haar leidende positie te behouden: door hard te schreeuwen, tegen te werken, te manipuleren, desnoods door te liegen. De jonge garde staat niettemin te trappelen om het stokje over te nemen. Deze concurrentiestrijd is het centrale thema van De architect van ITA Ensemble. De weerstand van de ouderen is bij voorbaat kansloos: de jongere generatie laat zich uiteindelijk niet tegenhouden.
‘Denk je dat het gaat onweren?’ vraagt Katelyn aan haar verloofde Gideon, terwijl de regen over de ramen gutst. Het slechte weer voorspelt onheil in De architect. En ‘Onheil’ is de middelste naam van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen, op wiens Bouwmeester Solness (1892) dit stuk van ITA Ensemble is gebaseerd.
Toparchitect
De Britse regisseur en tekstbewerker Rebecca Frecknall actualiseerde het stuk en boog het om naar een situatie die meer van nu is. De toparchitect van de gevestigde generatie is geen oudere man, zoals bij Ibsen, maar een oudere vrouw: Solness wordt Sela, die haar strepen als bouwmeester ruimschoots heeft verdiend. Sela is getrouwd met een vrouw: Aline.
Toekomst
De nieuwe generatie in De architect wordt om te beginnen vertegenwoordigd door de enthousiaste, getalenteerde Gideon. Hij is bouwkundig tekenaar: een treetje lager dan architect. Toch hoopt hij snel de leiding over het architectenbureau te kunnen overnemen van zijn baas Sela.
Gideon en Katelyn zijn dolverliefd en verwachtingsvol over de toekomst. Katelyn (Ilke Paddenburg) is bovendien zwanger: alweer een nieuwe generatie is in aantocht.
Maar als Sela binnenkomt, slaat de stemming onmiddellijk om. Sela blaast hoog van de toren. Ze is autoritair, dominant, schreeuwt, valt iedereen in de rede. Het is wel duidelijk wie hier de ster-bouwmeester is. Gideon (Sanne den Hartogh) laat zich met een geknakt nekje de mantel uitvegen, omdat hij het heeft gewaagd ongevraagd initiatief te tonen.
Zwakte
Het hele kantoor danst vooralsnog naar Sela’s pijpen. Gideon en Katelyn, maar ook de dokter, Herdal, die kind aan huis is. Echtgenote Aline is de enige die Sela van repliek durft te dienen.
Aline heeft echter haar eigen zwakte: Sela en Aline hebben samen een zoon gehad, Jonas, die zelfmoord heeft gepleegd. Het lukt Aline niet zijn dood te verwerken. Ze verdrinkt haar verdriet, heeft te allen tijde een glas wijn in de hand.
Affaire
De plotwending die er vanaf het begin aan zit te komen, wordt veroorzaakt door de jonge vrouw Hilde (Eefje Paddenburg). Druipnat maakt zij vanuit het noodweer haar entree. Hilde mag blijven logeren, besluiten de bewoners. De natte jurk gaat uit, ze krijgt droge kleren die van de overleden zoon zijn geweest.
Hilde wacht tot ze met Sela alleen is om aan de oudere vrouw uit te leggen dat zij elkaar allang kennen: toen Hilde een 15-jarig meisje was, en Sela al een gearriveerde architect, hebben de twee een geheime affaire gehad. Sela heeft die achter zich gelaten, maar voor Hilde was ze belangrijk.
Op onheil hebben Scandinavische toneelschrijvers het patent; zo ook in dit stuk. Niet Gideon, maar Hilde leidt Sela naar de afgrond. De oude garde gaat niet ten onder aan de strijd om vakmanschap, maar aan de liefde.
Demoon
Dit roept de vraag op wie de jonge vrouw Hilde eigenlijk is. Het openingsbeeld van deze voorstelling laat Hilde zien die zwijgend over het lange bureau van Sela heen loopt: bij wijze van vooraankondiging van de ‘geest’ die met haar zal verschijnen. Op dat moment is Hilde er dus nog niet.
Wanneer ze verderop in het stuk alleen zijn, herinnert Hilde Sela eraan dat de oudere vrouw ooit heeft gezegd dat zij een kenmerk delen: ze dragen allebei een ‘demoon’. Het woord verwijst naar een mythisch wezen tussen mens en godheid in. Je kunt je daarmee zelfs afvragen of in de interpretatie van Frecknall Hilde ‘als mens’ wel bestaat, of dat ze een soort geest is die de boel definitief uit balans brengt.
Frecknall laat Sela en Hilde een lange dialoog aangaan, zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, ieder aan een uiterste van de speelvloer. Daarbij krimpt Sela in elkaar en klimt Hilde overal bovenop. Een mogelijke interpretatie van deze enscenering is dat Sela een innerlijke strijd voert – met zichzelf dus.
Buik-boks
Regisseur Frecknall kiest bijna per personage voor een andere speelstijl. Marieke Heebink zet Sela grotesk neer, tegen het clowneske aan, met grote gebaren en een opgezette borst. Tot intimiteit is deze Sela niet in staat: ze geeft huisarts Herdal (Eelco Smits) een soort buik-boks bij wijze van knuffel.
De Hilde van Eefje Paddenburg praat tamelijk monotoon, steeds op ongeveer hetzelfde volume en dezelfde toonhoogte; enigszins gekunsteld. Ze klimt boven op tafels, op de bank, plaatst een voet ín een maquette van Sela. Ze zet een soort elfje neer dat boven de materie zweeft.
Cynisch
Opvallend sterk en consistent is Janni Goslinga als Aline, de alcoholische, rouwende echtgenote. Ze redeneert, discussieert, vleit, is cynisch; en prikt met haar analyses de ballon van ongevoeligheid van Sela door.
Mooi is ook Sanne den Hartogh als de ambitieuze jongere concurrent. Den Hartogh pocht als Sela er niet is en is kruiperig wanneer ze er wél is.
Huisarts Herdal en de zwangere Katelyn krijgen van Frecknall weinig diepgang of kleur, behalve om Sela zich superieur te laten voelen aan deze personages.
Poppenhuis
Buitengewoon fraai is het decor (scenografie: Chloe Lamford). Dat houdt het midden tussen een hyperrealistische ruimte en een poppenhuis. Het stelt een architectenbureau voor, vol designmeubelen en maquettes. Een transparante ruimte met hoge ramen, opdat de tekenaars veel licht op hun werk zullen hebben.
De hal van het huis gaat schuil achter een halve wand van losse verticale latten waartussen ruimte is gelaten. Zo kunnen binnenkomende of vertrekkende personages aanwezig zijn, stiekem meekijken en -luisteren zonder dat de mensen in de kantoorruimte doorhebben dat ze er zijn.
Vaart
Makke aan De architect is dat het geheel nogal onevenwichtig is. De start is vliegend, sterk, snel, bevlogen. Maar vanaf het moment dat Hilde met haar ‘demoon’ binnen is, verliest de voorstelling aan vaart, waardoor ze uiteindelijk zelfs een beetje begint te slepen.
Zoals we bij Frecknall wel vaker horen, maakt ze ook in De architect gebruik van een erg aanwezige soundscape, met alles van strijkers tot een mechanische beat (geluidsontwerp: George Dennis).
De architect is een voorstelling die niet helemaal strak in haar vel zit, maar wel een met een fijne ondertoon: oudere generaties moeten jongere op een goed moment de ruimte gunnen.
Tekst naar: Henrik Ibsen – Bouwmeester Solness
Scenografie: Chloe Lamford
Kostuumontwerp: An D’Huys
Lichtontwerp: Jack Knowles
Geluidsontwerp: George Dennis

Kim Krijnen
Annemieke van der Togt