Muziek / Album

Uit de bron van het leven

recensie: Broeder Dieleman - Uut de bron
Broeder Dieleman - Uut de bron

Uut de bron is de derde cd van Broeder -ofwel Tonnie- Dieleman uit Middelburg. Het album is stijlvol ingebed in een hagelwit boekwerk, met daarin al zijn songteksten tot nog toe, stemmige zwart-witfoto’s en enkele illustraties.

Een interview van Dennis Gaens bij Dieleman thuis luidt het geheel in. Gaens ontlokt de enigmatische muzikant mooie frases als: “In mijn liedjes kijkt er bijna altijd iemand uit het raam. Ramen zijn belangrijk voor me”. En: “Het liefst zou ik de hele dag dingen inlijsten”. Of: “Ik vind het raar dat niet meer bands over vogels zingen.” Ook spreekt Dieleman over “God als de grote vogelgeest”, zijn voorliefde voor The Pogues en de Zeeuws Vlaamse mysticus Omer Gielliet, naar wie hij een nummer vernoemde.

Vogelzang
Op zijn eerste twee albums, Alles is ijdelheid en Gloria, zong Dieleman met licht schuchtere stem, in het Zeeuws dialect, zijn kleine, persoonlijke folksongs. Met veel aandacht voor natuur en religie, in uitgebeende liedjes, wars van franje, vaak alleen met gitaar (of banjo) en zang. Uut de bron is anders van opzet: Tussen alle vogelzang, dialogen in de buitenlucht, non-descripte, oosterse klanken en rinkelende belletjes door is het even zoeken naar een ‘traditioneel’ liedje.

Tijdens deze (fascinerende) zoektocht annex luistertrip is ‘Meilied’ het eerste ‘echte’ lied waar de luisteraar op stuit: sober, met slechts banjogetokkel en de licht klaaglijke zang van Dieleman, eindigend met een langgerekte drone-toon. Het bezwerende, bijna kerkelijke en ruim tien minuten durende ‘Lovenpolder, Boerengat’ is een ander ‘gewoon’ liedje op Uut de bron. Althans voor de helft, want dan nemen allerlei soundscapes de regie weer in handen. Belletjes, hanengekraai en weer die langgerekte toon, culminerend in veel geraas.

Eigengereid
Broeder Dieleman maakt het de luisteraar niet altijd even makkelijk: Uut de bron is dan ook geen gewoon album. Maar de eigengereide Zeeuw intrigeert wel met zijn bijzondere collage van natuurgeluiden, vreemde elektronische klanken, vage viool- en banjotonen en repeterende zang. Het beste is om het album in een keer te beluisteren. Om toch enkele referenties te noemen: David Eugene Edwards, de zanger van 16 Horsepower en natuurlijk Bonnie ‘Prince’ Billy, met wie hij eerder samen optrad.

Ergens in het interview met Gaens zegt Dieleman: “Alles betekent iets, alles moet vastgelegd worden. Ik moet van alles iets maken.” De Zeeuw kan dat als geen ander.