Theater / Voorstelling

Boertige Baal raast rond in een absurde wereld

recensie: RO Theater - Baal

.

De voorstelling begint met een tamelijk grof gedicht dat Baal schel zingend de zaal inslingert. Hemel en aarde en sterren en schijt en drank en genot – het hele universum passeert in harde woorden de revue. Terzijde staan de notabelen, ze nemen onverstoorbaar hapjes van het lekkers dat hun is voorgezet. Hoe onbehouwen Baal ook tekeer gaat, hij is een kunstenaar, dus de burgerij blijft beleefd luisteren. Baal loopt er lomp en boers bij, met een elastiek om zijn buik om zijn broek op te houden, maar zo doen dichters dat, is blijkbaar de gedachte. De kunstenaar is degene die de waarheid zegt; zijn gehoor luistert, maar trekt zich er niets van aan.

Sukkels

~

Deze Baal voelt zich een onafhankelijk denker. Een nonconformist. Een kritische geest. Wil zich aan niets en niemand binden. Mannen vindt hij voornamelijk sukkels, in hun vruchteloze beleefdheid. Vrouwen zijn niet serieus te nemen wezens, alleen geschikt om seks mee te hebben. Zijn vriend Johannes komt hem raad vragen. Die heeft een piepjong vriendinnetje, fris en onbedorven rondhuppelend. Johannes is dol op haar, maar hij wil haar onschuld niet bezoedelen met zijn geilheid. Wanneer Johannes niet kijkt, ontmaagdt Baal het meisje zelf, waarna zij er geknakt en treurig bijloopt. Zo maakt Baal steeds kapot en lelijk wat eerst mooi en puur was. Zelf wordt hij steeds viezer, van de inkt waarmee deze dichter zich ondersmeert. Hij wordt steeds dikker en lelijker.

Onbehouwen

~

De wereld waarin Baal speelt is grotesk en lelijk. Wanden van geverfd plastic. Lege flessen. Derdehands stoelen. Regisseur Zandwijk koos voor Fania Sorel, een vrouw dus, om de grove man te spelen. Al klinkt dat heel gewaagd, het maakt niet zoveel uit: Sorel is als een onbehouwen kerel gekleed, ze beweegt en praat lomp, zoals vrouwen doen wanneer ze een man neerzetten. De overige acteurs zijn op de achtergrond voortdurend bezig zich om te kleden om te transformeren van personage naar personage, met een rariteitenkabinet van absurde, rondspringende figuren als resultaat. Vooral Sylvia Poorta doet dit fenomenaal. Ze kruipt net zo gemakkelijk in de huid van een reusachtige houthakker, als in die van de truttige getrouwde minnares van Baal. Het mooiste is Poorta als de moeder van Baal, voorzien van een verschrikte tronie die het midden houdt tussen De Schreeuw van Munch en een cartoon-figuur uit The Corps Bride. Een pareltje is ook musicus en acteur Beppe Costa, die de voorstelling voorziet van een veelkleurig geluidsdecor, met alles van jazzy muziekjes tot een kinderlijk Italiaans volksliedje. Op een goed moment bespeelt hij in zijn eentje zelfs vier instrumenten tegelijk.

Lappendeken

Probleem aan Baal (1918) is dat het vooral niet zo’n goede toneeltekst is. De jonge Brecht (1898-1956) legt zijn personage teksten van allerlei kaliber in de mond. Baal lijkt het alter ego van de schrijver zelf. Hij draagt gedichten voor. Hij houdt tirades tegen de gevestigde orde. Hij geeft filosofische beschouwingen over het leven ten beste. Steeds in lange monologen. Het stuk is al met al een onsamenhangende lappendeken. Alsof Brecht zijn teksten over van alles en nog wat bij elkaar heeft geveegd en het predikaat ‘toneelstuk’ heeft meegegeven.

Ergernissen

~

Het is de kracht van regisseur Alize Zandwijk om bestaande stukken te gebruiken om haar maatschappelijke ergernissen te verwoorden. Maar bij Baal blijft het een beetje raden wat ze nou eigenlijk wil zeggen. Het loopt met Baal niet goed af, hij wordt een cynische rotzak, ongezond en eenzaam. Moeten we hieruit begrijpen dat de onafhankelijke, van de maatschappij afgekeerde kunstenaar uiteindelijk zichzelf verstikt met zijn Grote Gelijk? Dat kunstenaars zich dus niet moeten afwenden van de maatschappij waarin ze leven, maar zich juist betrokken moeten opstellen? Mogelijk. In dat geval stopt Zandwijk de boodschap wel in een nogal chaotische verpakking, met dat decor vol afgeknaagde Leger des Heils-troep.

Knap aan deze Baal is wel dat Zandwijk je gedachten langdurig in haar greep blijft houden. Ontregelend is deze voorstelling. Unheimisch. De mensen moeten niet op hun lauweren gaan rusten, want er valt nog een hoop te verbeteren aan de wereld. Je ervan afkeren levert niets op – zoals Baal laat zien. De enige mensen die deugen, zijn de zuiveren van geest en de onbedorven jongeren. De rest wentelt zich in eigenbelang en egoïsme in een omgeving die steeds onleefbaarder wordt. Daar heeft Zandwijk wel een punt.

Baal is tot en met 17 mei 2008 op tournee in het hele land. Klik hier voor meer informatie over deze voorstelling.

Reageer op dit artikel