Theater / Voorstelling

Tegen de goede bedoeling

recensie: Het Syndicaat - De Kopvoeter

‘Het groen van de pennenbak heeft meer diepgang dan de gemiddelde menselijke relatie.’ Roza moet op televisie vertellen over de schilderijen van haar zus Lena, omdat dat moet van haar zus, die niet wil dat de mensen weten wie zij is. Dus moet Roza namens Lena zeggen: ‘het menselijk gevoel doet er niet toe.’ Arme Roza, mooie monoloog.

~

Mooie tekst ook, De Kopvoeter, een voorstelling van Het Syndicaat dat al zijn kunnen toonde in theater Frascati te Amsterdam. De vier acteurs stonden bijna de hele voorstelling in beeld; langs de rand van het toneel of op de scène spelend. Ze spraken helder, duidelijk en op tempo. Sober decor, weinig overbodige effecten. Je concentratie en aandacht worden geheel gericht op wat het belangrijkste is: Lena’s norse tekst, haar wapen tegen de goede bedoeling: ‘Jij weet net zo goed als ik, dat als ze weten dat ik de hele klerezooi met mijn mond heb geschilderd, ze alles het museum uitslepen, het op een kalender pleuren en er mee langs de deuren gaan.’ Maar ook op de verpleging van Lena door Kristof: ‘Ik kijk heel zacht. Met krachtige, verantwoordelijke handen.’ 

Tederheid godverdomme

~

Rond de machine waarin Lena ligt, ontstaat zo een boeiende en spannende sfeer. Die wordt jammer genoeg doorbroken door de domme postbode. Hij zit vol hyperactieve emotie en geweld en is op zoek naar iemand die hem wil begrijpen. Hij brengt wel leven in de brouwerij en zorgt voor wat afleiding. Soms is zijn gedrag zelfs even grappig maar de scènes waarin deze jongeman de boventoon voert, vormen toch een wat langdradige illustratie van Lena’s stelling dat de menselijke emotie niet interessant is. Ook de voorspelbare manier waarop dit typetje wordt neergezet kan niet blijven boeien. Maar heel erg is dat niet, er blijft genoeg om naar te kijken en te luisteren en er is genoeg spanning opgebouwd om de toeschouwer niet te laten afhaken. Ook het personage van de bangelijke en afhankelijke Roza blijft te veel aan de oppervlakte. Gelukkig krijgt ze nu en dan een scherpe tekst in de mond gelegd, door haar zus, door de schrijfster.

Ondanks de mindere elementen vindt de tekst op papier toch zijn theatrale meerwaarde in de voorstelling: de verzorgende handen van Kristof en zijn opmerkzame blik blijven op papier ongezien en Lena heeft slechts beschikking over haar gezichtsspieren en stem, maar zonder die zou het niet half zo spannend worden. Dankzij het spel van die twee zit het publiek uiteindelijk op het puntje van zijn stoel: ‘tederheid, godverdomme.’ Alleen in de kroeg, stapel printjes op een groen kleedje, zal de toeschouwer de tekst nog een keer kunnen herbeleven of nog een tweede maal in de zaal natuurlijk.