Film / Films

The Mastermind is meesterlijk

recensie: The Mastermind - Kelly Reichardt
filmstill The MastermindFilmdepot

Wie van The Mastermind een heistfilm verwacht in de stijl van Ocean’s Eleven (2001) komt bedrogen uit. Kelly Reichardts The Mastermind is geen thriller, geen komedie — het is een Reichardt-film: traag, scherp en diep menselijk.

Waarom steelt een dief? Voor geld? Voor adrenaline? Of simpelweg om de sleur te doorbreken? Robert Bresson stelde die vraag in zijn klassieker Pickpocket (1959), een film over een eenzame zakkenroller in Parijs die langzaam wegzinkt in een existentiële leegte. Hij steelt niet voor geld, noch voor plezier, maar voor (een poging tot) zingeving. Kelly Reichardts The Mastermind zit vol met vingerafdrukken van Bresson, met dit keer geen zakkenroller, maar een kunstdief in de hoofdrol. De drukke straten van Parijs zijn ingeruild voor de kalme suburbs van Massachusetts in de jaren 70, en opnieuw draait het niet om geld, maar om de zoektocht naar betekenis in een saai bestaan.

Van jongensdroom naar nachtmerrie

In de openingsscène sloft James “JB” Mooney (Josh O’Connor) – een ogenschijnlijk brave familieman op een gezinsuitje – door het Framingham Art Museum. Zijn blik blijft hangen bij een klein object in een vitrine. Met een achteloze beweging glipt het in zijn zak. De bewaker? Die ligt te slapen tegen een muur. Een vuur is aangewakkerd, en het zaadje is geplant bij de werkloze timmerman en mastermind. Wat volgt is een plan om vier Arthur Dove-schilderijen te stelen, een heist die even halfbakken als ambitieus is.

Het eerste halfuur van de film flirt nog enigszins met de klassieke tropen van het heist-genre: het samenstellen van het team, de (hilarische) kunstroof en het haastig verstoppen van de buit. Reichardt lokt je binnen met lichtvoetigheid, droge humor en Rob Mazureks jazzy-soundtrack, maar al snel gooit ze het roer om. Reichardt is minder geïnteresseerd in actie, en meer in de nasleep ervan. Zonder adrenaline en zonder glamour verdwijnt de jazz naar de achtergrond. Net als JB glijd je langzaam uit de jongensfantasie en beland je in de kater na de droom.

Een grijs Amerika

De sepia-getinte beelden van Christopher Blauvelt laten een zielloos Amerika zien. We bevinden ons midden in het Nixon-tijdperk, waar de Vietnamoorlog als een sluier over het land hangt in de vorm van nieuwsberichten en protesten. De straten lijken leeg, emoties bedrukt en de lucht permanent grijs. JB beweegt zich door deze setting van hotel naar motel als een echo van zijn tijd: een man op de vlucht, zonder richting. Je begint als kijker te begrijpen waar zijn motivatie vandaan komt, niet door criminele ambities maar door een vroege midlifecrisis: een wanhopige poging om sensatie te brengen in een leven dat is stilgevallen.

Naarmate de film vordert, schuift de subtekst langzaam naar de voorgrond. De protesten en nieuwsflarden die eerst op de achtergrond sluimerden, dringen zich steeds nadrukkelijker op. Tot we, samen met JB, midden in de maatschappelijke onrust staan. Het Amerika van Reichardt is cynisch en onromantisch: een land in verval, weerspiegeld in een man die zijn grip op de werkelijkheid verliest. Hoe langer JB op de vlucht is, hoe meer het langzaam duidelijk wordt dat hij nooit een meesterbrein was, of ooit zal worden.

Zwitsers uurwerk

Reichardt is zonder twijfel een van de grote stilisten van haar generatie. Het is puur vakmanschap dat ze vertoont in The Mastermind. Een film die ze zelf schreef, regisseerde én monteerde. Als een Zwitsers uurwerk klopt alles: van de uitstekende jazzy-soundtrack tot de weergaloos gemonteerde scènes en de verraderlijk complexe personages. Zelfs een ogenschijnlijk simpele scène, zoals het opbergen van een kunstwerk op zolder, weet ze uit te trekken tot een moment dat je op het puntje van je stoel laat zitten.

Reichardt zet haar minimalistische stijl meesterlijk in om vakkundig het heist-genre te ontmantelen en om te vormen tot iets compleet nieuws: een anti-heistfilm. Met precisie en rust laat ze weer zien dat je niet altijd grote gebaren nodig hebt om veel te zeggen. Dit alles maakt The Mastermind een stil meesterwerk, en misschien zelfs de beste film van het jaar.