Statement over racisme en vreemdelingenhaat
Sanne PeperAl op het moment dat het publiek de zaal binnenkomt, nog vóórdat de voorstelling is begonnen, zit de acteur die Hedda speelt in het decor met een pistool in haar hand. Een vooraankondiging van het onvermijdelijke noodlottige einde waar het stuk op afstevent. Regisseur Abdel Daoudi maakt van Hedda expliciet een vrouw van kleur, ook nog voorzien van een scherpe tong.
Henrik Ibsens Hedda Gabler (1890) is een veel gespeeld stuk over wat indertijd werd gezien als een ‘moderne’ vrouw. Een pasgetrouwde vrouw die de vanzelfsprekende onvrijheid binnen het conventionele huwelijk slecht verdraagt. Ze probeert haar omgeving naar haar hand te zetten, maar de tradities zijn stug en haar opzet werkt tegen haar.
Kapstok
Bij Toneelschuur Producties actualiseert en bewerkt Sarah Sluimer Ibsens tekst tot Hedda, een stuk waarin eigenlijk alleen de contouren van het origineel nog herkenbaar zijn. Bewerker Sluimer en regisseur Daoudi gebruiken het stuk als kapstok om er een politiek getinte voorstelling aan op te hangen met een scherpe boodschap over sluimerend racisme en de omgang met nieuwkomers in een gevestigde witte samenleving.
Iets soortgelijks deed Daoudi in zijn eerdere Toneelschuur Productie Branden.
Schulden
Deze Hedda (Hajar Fargan) is niet de dochter van generaal Gabler uit de oertekst – die haar het pistool schonk waarmee ze in de rondte zwaait – maar een ‘woestijnprinses’, en journalist met wortels in een ver land. Hedda is onlangs getrouwd met academicus Jurgen Tesman (Thomas Höppener). Als de voorstelling begint, is het koppel net terug van een luxe huwelijksreis; de koffers staan nog bij de deur. En dan hebben ze ook nog een veel te duur huis gekocht. Ze koersen razendsnel af op hun financiële ondergang, ware het niet dat de verweesde Jurgen is opgevoed door zijn steenrijke, betuttelende tante Juul (Nanette Edens). Zij neemt de schulden van het jonge stel op zich.
Kleinerend
Zowel tante Juul als Hedda’s journalistieke chef Brack (Peter Blok) doen uitermate neerbuigend tegen nieuwkomer Hedda, toch overduidelijk een intelligente vrouw. Zij wordt echter voortdurend gewezen op wat haar taak wordt: kinderen krijgen en braaf huisvrouw zijn. Echtgenoot Jurgen is weliswaar intelligent, maar ook zeer naïef: hij neemt de kleinerende houding van de buitenwacht ten opzichte van zijn vrouw voor lief.
Migrantenzoon
Het wankele evenwicht wordt definitief verstoord door de komst van de paniekerige vriendin Thea (Aiko Beemsterboer). Zij heeft in het verleden een kleine affaire gehad met Jurgen en is inmiddels getrouwd met een veel oudere man. Maar Thea heeft stiekem een jonge, buitenechtelijke vlam: de niet-westerse Amir (Nur Dabagh). Een briljante wetenschapper en schrijver, maar niettemin een ‘waanzinnige migrantenzoon’.
Om de rommelige verhoudingen compleet te maken: Amir heeft in het verleden iets gehad met Hedda. Vanwege hun gedeelde lot als nieuwkomer noemen Hedda en Amir elkaar ‘kameraad’.
Racistisch
In de benadering van Sluimer en Daoudi ligt de nadruk op de cultuurverschillen en de disbalans tussen de oude garde en de nieuwkomers. De gevestigde orde is nauwelijks verholen racistisch: ze discrimineert en doet neerbuigend. Deze bewerking speelt expliciet in op de moeite die het oude Europa heeft met migranten en asielzoekers. Om met Hedda te spreken: ‘Je voelde je even een vreemde in je eigen Europa?’ Daarmee had dit makkelijk een cynisch pamflet kunnen worden, maar Hedda is juist geestig, vol kleine en grote grappen.
Lichaamstaal
Daoudi laat Hajar Fargan als Hedda in stil spel voortdurend commentaar geven op wat anderen zeggen. Met mimiek en in lichaamstaal drukt Fargan alles uit, van geamuseerdheid tot verontwaardiging.
Peter Blok is puntgaaf als de aalgladde redactiechef Brack. Als symbool voor zijn weigering een positieve bijdrage te leveren aan het leven en het werk van Hedda stopt Brack zijn handen weg in zijn zakken. Met alleen zijn stem en zijn mimiek drukt Blok minachting uit, superioriteit, maar ook geamuseerdheid.
Jurgen Tesman is de comic relief in deze Hedda. Thomas Höppener maakt van Jurgen een fijne springerige sukkel, die zich door zijn rijke tante Juul in het pak laat naaien. Jurgen moet een begenadigd wetenschapper zijn, maar is kinderlijk in het dagelijks gebruik en in zijn huwelijk met Hedda.
Muisje
Aiko Beemsterboer krijgt van Daoudi weinig ruimte om van de ongelukkig getrouwde Thea méér te maken dan een lichtgeraakt, overgevoelig muisje, ook nog voornamelijk gehuld in lichtgrijs. Beemsterboer valt wel op door een sterke timing en intonatie, haar Thea reageert steeds snel en adequaat.
Nanette Edens mag in haar beperkte rol als tante Juul niet veel meer doen dan een clichématige rijkeluis-bitch neerzetten.
Nur Dabagh als de briljante Amir komt niet echt uit de verf. Zijn personage is nogal vlak: hetzij serieus, hetzij kwaad.
Losse decorblokken
Speciaal compliment verdient het decor (scenografie: Vera Selhorst), uitgevoerd in zalmroze en mintgroen. Het bestaat uit blokken van verschillende hoogtes, waardoor nabijheid, afstand, boven en of juist onder iemand staan kunnen worden uitgedrukt; en je kunt je er ook nog achter verstoppen. Naarmate de personages verder van elkaar komen te staan, desintegreren ook de losse decorblokken tot een landschap van eilandjes die van elkaar zijn verwijderd.
Hoewel de plot naar het einde toe rommeliger wordt, en de tekst minder richting heeft, slaagt Daoudi erin met het oude stuk van Ibsen als basis een fijne, geestige voorstelling te maken met een ondertoon van heldere maatschappijkritiek.
Tekst: Henrik Ibsen
Bewerking: Sarah Sluimer
Scenografie: Vera Selhorst
Kostuumontwerp: Dymph Boss
Lichtontwerp: Casper Leemhuis
Techniek: Jelmer Tuinstra, Maarten de Rooij

Ambo|Anthos Uitgevers
Joost Festen
https://www.stedelijk.nl/nl/nieuws/nan-goldin