Boeken / Non-fictie

Sjouwen door de onmetelijkheid

recensie: Cees Nooteboom - 533. Een dagenboek.

In tachtig erudiete en elegante fragmenten geeft Nooteboom een beeld van zijn leven op het eiland Menorca. Zonder ook maar enige privé-informatie, afgezien van de naam van zijn echtgenote, ontstaat een autobiografisch essay dat ons dichtbij deze grand old man van de Nederlandse literatuur brengt.

De titel van deze recensie is een citaat uit Nootebooms stukken over de Voyager 1 en 2, de ruimtevaartuigen die nog steeds gegevens naar de aarde seinen, tot ze uiteindelijk ons melkwegstelsel verlaten en verdwijnen in de eeuwige nacht. Het lijkt een beeld van de schrijver zelf – bijna zeker met opzet aan het slot van zijn ‘dagenboek’ geplaatst. Cees Nooteboom, de reiziger, die al sinds zijn reisreportages voor het blad Avenue, bijna vijftig jaar geleden, in de hele wereld woont.

Diepzeeduiker

Toch is kennelijk zijn huis op Menorca een vaste halte voor hem, en niet in het minst de tuin, waar behalve een studio een aantal zorgvuldig verzorgde cactussen en palmen staan. Hier komen de vele herinneringen, dromen en gedachten uit de grond gekropen en worden in de vorm gegoten die ze past. Wie Nooteboom leest beseft weer hoe mooi de Nederlandse taal kan zijn, al ontstaan de juiste woorden misschien het beste buiten Nederland.

Wie alsmaar een andere taal om zich heen hoort heeft soms de neiging zich diep in de eigen taal te laten zakken, zo ongeveer als een diepzeeduiker.

Hij verzamelt – naast literatuur in alle wereldtalen – fanatiek woordenboeken en kan uren doorbrengen met surfen van het ene woord naar het andere. Onderbroken door korte inspectietochten door de tuin, waar de stand van zaken na droogte, storm of regen minutieus wordt geobserveerd en vastgelegd.

Gekend worden

Simone Sassen, Nootebooms vrouw, heeft de vele wonderlijke groeisels vastgelegd in kleine zwart-witte foto’s. Kunstwerkjes op zichzelf, die naadloos aansluiten bij de beschrijvingen. De soms manshoge cactussen hebben namen: Oerinwoner, Mexicaan, Gemartelde, Soldaat. De hele cultuurgeschiedenis komt aan bod in de associaties die de wonderlijke vormen oproepen. Griekse mythologie, Middeleeuwse (kerk)kunst – het hele discours van de Katholieke Kerk, waar Nooteboom als kind mee is doordrenkt – alles wordt achtergrond en materiaal om zich bekend te maken. Want gek genoeg leert de lezer de schrijver hier kennen, zonder enige ontboezeming of intieme informatie. Geen dagboek maar een dagenboek: 533 dagen werkte hij aan dit verslag.

Oude kloosterling

Een landschap, een huis, een tuin, een man en een vrouw. Raakt de wereld met alle politieke woelingen, oorlogen en Belangrijke Personen op de achtergrond, vraagt Nooteboom zich soms af.

Als je al lang geleefd hebt wordt veel onbelangrijk (…) Je zou je als een oude Japanner in een of ander klooster willen terugtrekken maar de wereld wil nog van alles van je.

Het kloosterideaal komt op allerlei manieren steeds terug in dit boek. Maar ondertussen luistert hij iedere ochtend naar het nieuws, van een Duitse zender, op de iPad. Hij bezoekt oude vrienden en wisselt mails uit. Geestig zijn de mail-gesprekken over het van elkaar dromen. Waar bevind je je eigenlijk als in dezelfde nacht iemand van jou droomt, terwijl jij van iemand anders droomt? Hoe ziet de ruimte tussen vrienden, die ver van elkaar wonen, eruit, gevuld als die is met gedachten aan elkaar?

De indruk die achterblijft na dit verslag is van iemand die heel intens leeft met betrekkelijk eenvoudige middelen. Cees Nooteboom beseft ondertussen heel goed dat het woord leeftijd meerdere betekenissen heeft.

De tijd gaat zijn onherroepelijke gang, maar het leven verandert, en wil aan zijn einde wennen. Daar is niets pathetisch aan, en de tuin is leerzaam.

Zoals 533 ook leerzaam is, en een genot bovendien.