Een kleurrijke schets van een duistere tijd
bol.comIn Meester van de trommels beschrijft José Eduardo Agualusa de geschiedenis van een natie en de geschiedenis van een familie. Het is een kleurrijke schets van een reeks grauwe gebeurtenissen – een interessant contrast.
Jan Pinto beleeft roerige tijden in Angola. Hij wordt door de ene diplomaat, dan weer door de andere koning betrokken bij conflicten die zich voltrekken tussen de Portugese kolonisten en de inheemse bevolking in het Angolese binnenland. Ondertussen onderhoudt hij een romantische relatie met Lucrécia Van-Dunem, die hij op de boot vanuit Lissabon naar Luanda ontmoet en bij wiens familie hij overnacht tijdens zijn verblijf in de Angolese hoofdstad. Naast de politieke intriges treedt ook de liefde als thema op de voorgrond – een klassieke, ouderwetse liefde in net zo’n pure vorm als Gabriel García Márquez’ Liefde in tijden van cholera.
Weinig houvast
Jans politieke en militaire bemoeienis in Angola brengt hem met veel Angolese en Portugese bewindslieden in contact en maakt dat hij bij een groot aantal gewapende conflicten betrokken raakt. De avonturen waarin Jan Pinto zich stort, en de vele reizen die hij daarvoor maakt, zijn niet altijd even goed bij te houden voor de lezer. Dat komt doordat Meester van de trommels vrijwel geen houvast biedt voor lezers met weinig parate kennis over de betrekkingen tussen de Portugezen en Angolezen in Angola in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Een raamvertelling
In de eerste hoofdstukken van Meester van de trommels is de verteltrant redelijk objectief. Wanneer het verhaal echter wordt onderbroken door een commentaar waarin de samenstelling van het Portugese koloniale leger in Angola wordt toegelicht, wordt duidelijk dat het vertelperspectief niet dat van een neutrale, boven het verhaal zwevende alwetende verteller is. De lezer leert al snel dat het verhaal in feite een geschiedkundige reconstructie is, die wordt opgetekend door de kleindochter van hoofdpersoon Jan Pinto. Deze kleindochter-verteller, Leila, baseert haar reconstructie grotendeels op informatie die zij leest in de dagboeken van haar oudtante Irene Van-Dunem, de zus van Lucrécia. Zij voorziet de informatie in de dagboekfragmenten regelmatig van haar eigen commentaar: zij geeft graag historische context of haar persoonlijke visie op de gebeurtenissen. Tussen die commentaren door rapporteert Leila echter over het algemeen zo droog over de geschiedenis van haar grootvader, dat zij als verteller volkomen op de achtergrond treedt en de lezer haar perspectief uit het oog verliest. Toch zijn het Leila’s commentaren die de lezer eraan blijven herinneren dat de verteller een personage is in haar eigen verhaal.
Door dit in zichzelf grijpende personale vertelperspectief krijgt de lezer de indruk dat Leila zelf een bepaald belang heeft bij het vertellen van het verhaal. Maar doordat enkele wezenlijke vragen onbeantwoord blijven (we leren bijvoorbeeld niet wat voor Leila de aanleiding was om de geschiedenis van haar grootvader uit te pluizen, hoe ze aan de dagboeken is gekomen en hoe haar eigen verstandhouding met de personages eruitziet), blijft het voor de lezer nogal wazig wat dat belang precies is. Gaat het Leila om het schetsen van een beeld van de conflicten op het Angolese grondgebied aan het begin en in het midden van de twintigste eeuw? Om de bovennatuurlijke rol die de trommels spelen in de oorlogvoering van de inheemse bevolking? Om het optekenen van de geschiedenis van de familie Pinto, inclusief de liefde tussen Jan en Lucrécia? Of is het Leila te doen om het vertellen van haar eigen verhaal? Leila relateert in de laatste hoofdstukken immers ook een en ander over haar eigen beslommeringen ten tijde van het schrijven. Deze drie thema’s maken de hoofdonderdelen van het verhaal uit, maar worden nauwelijks met elkaar verweven, waardoor zij elkaar blijven beconcurreren om de voorgrond van het narratief.
Magische details
De personages in Meester van de trommels hebben talloze wonderlijke verhalen te vertellen. Zo blijkt dat de moeder van Lucrécia en Irene over het onverklaarbare talent bezat om, door slechts over de buik te strijken, aan te voelen of een zwangere vrouw van een jongen of een meisje zou bevallen. De bovennatuurlijke aard van veel van die subverhalen geeft het boek een bepaalde magisch-realistische kwinkslag, die wordt geconsolideerd door de magische trommels. De trommels lopen als een rode draad door het hele verhaal: bij het horen van bepaalde ritmes van die trommels wordt de luisteraar in een gruwelijke trance gebracht. Het koninkrijk Bailundo zet de trommels in wanneer zijn territorium wordt bedreigd door de Portugese kolonisten, en vele jaren later gebruikt Leila, die dj is, de ritmes van die trommels in haar muziek.
In Meester van de trommels zijn de bewoners van Angola, en specifiek de inheemse bewoners van het Angolese binnenland, degenen die het leven aldaar het beste begrijpen: zij hebben een gepaste eerbied voor de omgeving en voor de magische elementen. Zij nemen die bovennatuurlijke elementen aan als wonderlijke, maar voldongen feiten van het leven en gebruiken ze handig bij het verdedigen van hun leefomgeving als dat nodig is. De Angolezen steken kleurrijk en bewonderenswaardig af tegen de Portugezen, die zich alleen maar bezighouden met imperialisme en oorlogsvoering en die stuk voor stuk als nogal schandelijke, bespottelijke karikaturen worden neergezet.
De hoofdstukken in Meester van de trommels zijn los van elkaar subliem, maar vormen geen duidelijk, bevredigend geheel, en specifiek de rol van Leila is wat onnauwkeurig uitgewerkt. De literaire kwaliteit van Meester van de trommels schuilt dan ook voornamelijk in de bewonderenswaardige magische details en anekdotes die door de personages worden verteld en in de ingenieuze manier waarop dit boek de verhouding tussen de Portugezen en de Angolezen weergeeft.

Ben van Duin
Malin Hollaar
© The Walt Disney Company,
© Unsplash