Kunst / Expo binnenland

Een getalenteerd gezin in de zeventiende eeuw

recensie: Museum de Fundatie - Thuis bij Ter Borch
Moses ter Borch als tweejarig kind – Gesina ter Borch, ca. 1667Jeanne van Rutten

Gerard ter Borch de Oude was kunstenaar totdat hij ging trouwen en de verantwoordelijkheid kreeg zijn gezin te onderhouden. Hij veranderde rigoureus van beroep en werd een goed beloonde belastingfunctionaris. Ter Borch gaf vervolgens les aan vijf van zijn meest getalenteerde kinderen: Gerard, Anna, Gesina, Harmen en Moses. De tentoonstelling Thuis bij Ter Borch in Museum de Fundatie in Zwolle toont het veelzijdige en indrukwekkende resultaat.

Dat de kinderen Ter Borch talent hadden, blijkt al op jonge leeftijd. Er is een pentekening van Gerard de Jonge – de oudste zoon – die hij op zevenjarige leeftijd maakte: een paard met ruiter op de rug gezien. Harmen is negen jaar als hij een rij van negen mannen en vrouwen afbeeldt die met een stevige storm worstelen. Ze leunen tegen de wind of worden erdoor voortgedreven, de mantels en rokken wapperen alle kanten op. Het getuigt van een scherp observatievermogen en het vermogen dit realistisch op papier te krijgen. En Moses is pas vijftien als hij met rood krijt een aantal jonge mannen tekent. De gezichten, de plooien in de kleding, de schaduwwerking: het maakt indruk.

Alles wat los en vast zit

De kinderen trokken eropuit in Zwolle en omgeving, toen een woelige stad die van kwesties aan elkaar hing: pestepidemieën, de Tachtigjarige Oorlog en religieuze twisten die hoog opliepen. De variëteit aan onderwerpen blijkt groot. De kinderen tekenden zo ongeveer alles wat er te zien was, zoals werklieden, ijstaferelen, soldaten, mensen die hun behoefte op straat doen, spelende kinderen en taferelen op het platteland. Verder maakten ze portretten van zichzelf en elkaar. Werkten samen. Kopieerden elkaars werk. En legden het huiselijk leven vast. Het lijkt een gelukkig gezin.

Kind tekenend of schrijvend – Harmen ter Borch, 1649. Foto: Jeanne van Rutten.

De schetsen en tekeningen zijn bescheiden tot zeer bescheiden van formaat. Het nodigt uit tot aandachtige bestudering. En wat daarbij vooral opvalt – naast het talent – zijn de ernst en het enthousiasme.

Gesina ter Borch

Het is aan Gesina ter Borch te danken dat de familiecollectie, bestaande uit albums, schetsboeken, documenten en bijna zevenhonderd losse tekeningen, in stand bleef. De verzameling werd in de familie doorgegeven totdat het Rijksmuseum deze in 1886 aankocht.
Het werk van Gesina is qua sfeer en techniek te onderscheiden van dat van haar broers. Ze schilderde met name aquarellen in heldere kleuren. Opvallend hoe fris die nog zijn. In een vitrine ligt haar poëzieboek opengeslagen; te lezen is een gedicht met onderaan de pagina een afbeelding ter illustratie, een herder die voor een herderin knielt. Het is een kloek boek. Het overige werk dat van haar te zien is, getuigt onder andere van fantasie en een zekere hang naar idyllische taferelen. Ook zijn er portretten ter nagedachtenis aan haar jongere broer Moses. Hij werd marinier en stierf in 1667 aan zijn verwondingen tijdens de beruchte Tocht naar Chatham. Moses werd tweeëntwintig jaar, toen Gesina inmiddels zesendertig was.
Gesina poseerde overigens regelmatig voor haar broer Gerard en is hier in Zwolle op diverse schilderijen te zien.

Gerard ter Borch de Jonge

Uiteindelijk is het de oudste zoon die in de voetsporen van zijn vader trad. Al vroeg maakte hij een reeks stadsgezichten van Zwolle en legde de verdedigingswerken vast: de stadsmuren, poorten en bolwerken. Het werk is nu een belangrijke referentie voor restauratiewerkzaamheden in de stad. Nogal wat anders dan de romantiek van de ruïnes zoals zijn vader die in Rome verbeeldde, een werk dat ook te zien is.
Gerard ter Borch de Jonge heeft grote faam verworven in binnen- en buitenland. Hij werd bekend door onder andere genrestukken, portretten en het huiselijk leven van de gegoede burgerij. Zijn manier van stoffen schilderen werd alom geprezen. Op de tentoonstelling is te zien hoe hij zilverkleurige japonnen van door hem geschilderde vrouwen tot leven brengt. Je zou kunnen zeggen dat het bijna zeer aan de ogen doet. Alsof het zonlicht in de stof reflecteert.
Zijn schilderijen bekijkend is het onmiskenbaar een Hollandse meester uit de zeventiende eeuw. Ook is er een samen met Gesina gemaakt olieverfportret van broer Moses te zien. Beiden misten hem.

Ruiter op de rug gezien - Gerard ter Borch, ca. 1633-1634

Ruiter op de rug gezien – Gerard ter Borch, ca. 1633-1634. Foto: Jeanne van Rutten.

Een contrast met wat van Gerard de Jonge op de tentoonstelling wordt getoond, is een geheel ander werk van hem: een ruiter op de rug gezien, waarvan twee variaties zijn. Het ziet er dramatisch uit. Maar het laat ook zien hoe hij zich heeft ontwikkeld sinds zijn zevende jaar, zijn losse schets in inkt met hetzelfde onderwerp. Frappant hoe hij dit toen met een paar losse streken wist te verbeelden.

Al met al geeft Thuis bij Ter Borch een interessant beeld van het leven in de zeventiende eeuw en maakt de tentoonstelling indruk vanwege het talent van deze kunstenaarsfamilie.