Quasi als Antigone
Bol.comEtty Hillesum blijft boeien. Ze ‘leeft in en voor haar zinnen, bij haar is close reading niet zelden de ingang tot soul reading’, schrijft Jan Oegema over haar in Een apart soort moed. Het boek vraagt, met andere woorden, om nauwkeurig lezen en jezelf afvragen wat je als lezer zo in haar werk aanspreekt.
De ziel van Hillesum is ‘die van het wachten, voelen, verstillen, overgeven’. Dat is de taal die de letterkundige Oegema hanteert in wat hij ‘een combinatie van studie en essay’ noemt. Het is een boek met een wat andere insteek: ‘Hillesum als tragische persoonlijkheid, quasi als een figuur uit een Griekse mythe, in de ban gerakend van een lotsbestemming’. Laten we de gedachtegang van Oegema volgen, die begint met wat hij drie improvisaties noemt.
Drie improvisaties
De Joods-Nederlandse Etty Hillesum komt uit een gezin waar de klassieke cultuur hoog in het vaandel stond. Haar vader was leraar Grieks en Latijn en had een voorkeur voor de stoïcijnen, ‘wier levensfilosofie hem meer doet dan die van de rabbi’s uit zijn jeugd’. Die voorkeur deelt zijn dochter overigens niet met hem, hoewel de oude Grieken wel tot haar bagage behoren.
In het begin van het boek duidt Oegema een zinnelijke dans van Hillesum te midden van vrienden op een avond in maart 1942 als een dans van een ‘bijna-bacchante’. Gezien deze Griekse achtergrond is het des te opvallender dat de auteur in de tweede improvisatie de volgende regels niet Platoons uitlegt, terwijl de ideeënleer van Plato ervan afdruipt:
werkelijkheid achter
deze zichtbare werkelijkheid
en daar weer een werkelijkheid achter
Het begrip ‘werkelijkheid’ legt Oegema echter uit aan de hand van de Zweedse filosofe Jonna Bornemark en in het verlengde van Hillesums onvoldragen zwangerschap. Ook hier dus weer – net als bij de dans – als iets lichamelijks, wat een rode draad in dit boek is. De ‘bijzondere afslag’ die ze volgens Oegema neemt, duidt hij in de derde improvisatie als een die de richting opgaat van een ‘christelijke of Joodse bodhisattva’.
Antigone
Na deze aanloop en een hoofdstuk over Julius Spier, Hillesums leermeester en minnaar, komt in het derde hoofdstuk Antigone aan bod. Ze wordt ingekaderd als een vrouw die naar avontuur zoekt, zoals bijvoorbeeld Bas Jan Ader, die in zijn zeilbootje verdwijnt van de aarde.
Sophocles legt zijn personage Antigone de woorden in de mond dat ze kiest voor de dood. Oegema noemt verschillende filosofen en schrijvers die zich met Antigone hebben beziggehouden, zoals Racine, Shelley, Hegel en Ger Groot. In dat rijtje ontbreekt Martha Nussbaum, terwijl juist zij in haar boek De breekbaarheid van het goede een diepere kijk op het toneelstuk biedt, waarna je zelf de verbinding met het leven van Hillesum kunt leggen.
Eerst Oegema. Hij legt de nadruk op het feit dat Hillesum niet wil onderduiken en op haar doodsaanvaarding. Wat de Griekse tragedie betreft verwijst hij naar het begrip moira (voorbeschikking, noodlot) en de overeenkomsten met Antigone, die voorts zouden liggen in onverbiddelijkheid en een zekere wildheid.
Antigone wil volgens Nussbaum ‘het vooruitzicht van (…) spanningen afwenden met een vereenvoudiging in de structuur van (…) betrokkenheid en liefde’. Dit is ook Hillesum niet vreemd. Zij wil in de trein naar Auschwitz bijvoorbeeld niet in dezelfde wagon zitten als haar ouders en broer Mischa, omdat ze bang is te breken. Overigens moet hierbij worden aangetekend dat Kreon – Antigone’s oom – in het toneelstuk bloedbanden wil vervangen door vriendschapsbanden, wat gezien Hillesums vele vriendschappen misschien ook niet eens zo ver naast de waarheid is.
Met deze uitweiding over Nussbaums kijk op Antigone wordt alleen maar aangegeven hoe moeilijk en complex de vergelijking tussen haar en Hillesum is. En dat Oegema daar meer langs scheert, terwijl hij Hillesum zelf wel diep weet te peilen.
Moed
In het laatste deel van het boek gaat de schrijver dieper in op het centrale thema van zijn boek: moed. Oegema hoopt dat Hillesums moed ons nu (zoals in de ondertitel staat) kan inspireren. Het is volgens hem beter om voor jezelf te verwoorden waar je moedig in wilt zijn dan een positief of negatief oordeel te vellen over Hillesums overgave aan het noodlot.
Wat de auteur met dit boek aan de lezer biedt, is een verdieping van veel al bestaande literatuur over Etty Hillesum. Hij voegt inzichten toe, associeert, legt verbanden die je kunt volgen en die soms ook wat vergezocht of dun zijn, zoals met betrekking tot respectievelijk Bornemark en Antigone. Erudiet, dat zeker, zoals we hem van eerdere boeken over onder meer Rilke en Lucebert kennen. Al vraag je je af of dit boek niet aan kracht had kunnen winnen als hij had gekozen tussen studie (uitgebreid) en essay (beknopt).
De stroom met boeken en andere uitingen over Hillesum is hiermee overigens nog niet ten einde. Vanaf 6 juni 2026 zendt de NTR bijvoorbeeld een zesdelige televisieserie uit over haar dagboeken. ‘Ik heb mezelf nog’ luidt de slotfase van de trailer treffend.

Pixabay
https://www.freeimages.com/nl/download/lost-in-time-1419354